
Het gemiddelde premieniveau van de WGA bedraagt in 2027 1,07% (2026: 0,96%). De maximum WGA-premie is 4,28% en de minimumpremie 0,26% (in 2026: 3,84 respectievelijk 0,24%).
De gemiddelde premie voor de ZW bedraagt in 2027 0,60% (2026: 0,56%). De maximum ZW premie is 2,40% en de minimumpremie 0,15% (in 2026:2,24% respectievelijk 0,14%).
Let op! Voor werkgevers in sector 52 (Uitzendbedrijven) geldt een afwijkende maximumpremie van 5,96%.
De gedifferentieerde premie Whk is afhankelijk van de grootte van je onderneming. Bij middelgrote en grote werkgevers telt de eigen instroom van zieken in het publieke stelsel mee voor de hoogte van de premie.
De loonsom over 2025 bepaalt in welke categorie je in 2027 valt. De basis hiervoor is het gemiddelde premieplichtig loon. Dit bedraagt in 2026 nog € 43.300 en stijgt in 2027 naar € 45.400.
De grens tussen kleine en middelgrote werkgevers ligt in 2027 bij een loonsom van maximaal € 1.135.000 (in 2026 € 1.082.500). Bij een loonsom van meer dan € 4.540.000 is in 2027 sprake van een grote werkgever (in 2026 € 4.330.000).
Let op! Alle grote en middelgrote werkgevers ontvangen tegen het einde van 2026 een beschikking van de Belastingdienst met de hoogte van de premie. Kleine werkgevers ontvangen geen beschikking, maar een mededeling.
Ben je eigenrisicodrager, maar wil je dat niet meer zijn vanaf 1 januari 2027? Meld je dan vóór 1 oktober 2026 af. Ben je geen eigenrisicodrager, dan kun je dat worden vanaf 1 januari 2027 door je vóór 1 oktober 2026 aan te melden. Je betaalt dan niet langer de premies WGA en ZW.
Let op! Of het zinvol is om te wisselen is van diverse omstandigheden afhankelijk. Denk aan (de wijziging van) de instroom van zieken in het publieke stelsel, hoeveel zieken buiten het publieke stelsel zitten bij terugkeer naar dit stelsel en de kosten van een private verzekering etcetera. Overleg daarom met onze adviseur of wisselen raadzaam is. Aan- of aanmelden kan voor de WGA vervolgens met dit formulier en voor de ZW met dit formulier.

Bij de koop van een woning is de koper in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Het normale tarief bij verkrijging van een woning bedraagt op dit moment 8%. Wordt de woning door de koper na aankoop anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt, dan geldt een tarief van 2%. Er bestaat dan ook een eenmalige startersvrijstelling voor kopers die minstens 18 jaar oud zijn en jonger zijn dan 35 jaar, als de woning een maximale waarde heeft van €555.000 (cijfer 2026).
In een rechtszaak bij gerechtshof Amsterdam had een echtpaar een woning gekocht, deze vervolgens helemaal laten slopen (inclusief de fundering) en op dezelfde plaats een nieuwe woning laten bouwen. Het echtpaar had geen overdrachtsbelasting afgedragen, ervan uitgaande dat er recht bestond op de startersvrijstelling. De Belastingdienst was het hiermee niet eens en had een naheffingsaanslag opgelegd naar het normale tarief.
Bij het tot stand komen van het lage tarief en de vrijstelling overdrachtsbelasting is bepaald dat deze ook gelden voor de verkrijging van een nieuwe woning in aanbouw. Van dit laatste is sprake vanaf het moment dat de fundering van een woning is aangebracht.
Het gerechtshof kwam in het geval van het echtpaar tot de conclusie dat er geen recht bestond op de startersvrijstelling, omdat de verkochte woning volledig gesloopt was, inclusief fundering. De oude woning was volledig opgehouden te bestaan en kon dus niet meer worden bewoond. Daarom werd niet voldaan aan de eis dat de verkregen woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt zou gaan worden.
Als de fundering niet was gesloopt, had dit in deze casus verschil gemaakt. De Belastingdienst had namelijk bij de rechtbank verklaard dat wel aan het hoofdverblijfcriterium was voldaan als de fundering was gebleven en gebruikt was voor de nieuwe woning.
Het echtpaar vond hun situatie vergelijkbaar met situaties waarin de fundering wel behouden was, maar het gerechtshof ging daar niet in mee. De Hoge Raad heeft eerder namelijk beslist dat er voor de overdrachtsbelasting geen sprake is van discriminatie als bouwgrond mét fundering wel als een woning wordt aangemerkt en bouwgrond zonder fundering niet. Het echtpaar deed dan ook tevergeefs een beroep op het gelijkheidsbeginsel om alsnog de startersvrijstelling te kunnen claimen.
Let op! Het is niet helemaal duidelijk of het funderingscriterium ook betrekking heeft op sloopwoningen. Het gerechtshof geeft in de uitspraak aan dat uit de wetsgeschiedenis zou kunnen worden afgeleid dat dit criterium alleen geldt voor woningen in aanbouw. In dat geval is de verklaring van de Belastingdienst bij de rechtbank begunstigend beleid geweest, waarvan het niet helemaal duidelijk is of dit door de Belastingdienst breed gedragen wordt. Overleg over uw eigen situatie daarom altijd met onze adviseurs.

De MKB Klimaatwijzer geeft je informatie over maatregelen en subsidies die bij je ondernemingen passen. Bijvoorbeeld over zonnepanelen, elektrisch bedrijfswagens en maatregelen waarmee je energie kunt besparen.
De MKB Klimaatwijzer is een interactieve tool. Je vult maximaal 10 minuten een aantal vragen in en krijgt daarna een persoonlijk overzicht. Je kunt aan het begin van de vragenlijst aangeven over welke onderwerpen je advies wilt: energiebesparing, vervoer, innovatie of provinciale regelingen.

It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.
At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years.
Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return.
The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:
For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

Wettelijk is vastgelegd dat belastingplichtigen recht hebben op inzage in hun eigen fiscale dossier bij de Belastingdienst. In de brief geeft de staatssecretaris aan hoe de implementatie van dit fiscaal inzagerecht de komende jaren gestalte gaat krijgen, wat het beoogde tijdpad is en welke uitzonderingen er op het inzagerecht gemaakt gaan worden.
Op dit moment is bij de Belastingdienst nog geen centrale dossiervorming: de informatie van het fiscale dossier is nog vergaand versnipperd in tientallen niet aan elkaar gekoppelde systemen. Voor het fiscale inzagerecht zal de Belastingdienst daarom een verandering in de manier van werken door moeten voeren. Het doel is het bereiken van een gestructureerde, extern gerichte en ontsluitbare dossiervorming, aldus de staatssecretaris. De stukken van het fiscaal dossier zullen de komende jaren stapsgewijs digitaal beschikbaar gesteld worden.
Met het op dit moment binnen de Belastingdienst uitgevoerde programma ‘Keuze digitaal’ zullen beschikkingen, uitnodigingen, herinneringen en ingediende stukken tot 2030 stapsgewijs beschikbaar komen in MijnBelastingdienst (Zakelijk). Dit wordt later uitgebreid met standaardbrieven en automatische berichten, gevolgd door informatie uit individuele dossiers bijvoorbeeld over de behandeling van een aangifte.
In de brief staat ook een voorlopig tijdpad, waarin de voorgenomen invoering van het fiscale inzagerecht is opgenomen:
Voor de Douane zou het fiscale inzagerecht alleen van toepassing zijn op accijnzen en verbruiksbelastingen. De staatssecretaris zondigt deze heffingen echter uit van het fiscale inzagerecht. Dit laatste betekent niet dat de Douane zich niet inzet op het verder verbeteren van de informatiepositie en rechtsbescherming van belastingplichtigen, zo geeft de bewindsman aan.

De SEM kan aangevraagd worden door melkveehouders die melk- en kalfkoeien houden voor de productie van melk. Zij hebben hiervoor een verklaring nodig dat hun bedrijf binnen het mkb valt.
Met de subsidie kunnen melkveehouders de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen en de productie van mest verlagen. Hiermee wordt ook de uitstoot van stikstof verminderd.
Melkveehouders die een beroep doen op de SEM moeten 10% tot 20% minder koeien gaan houden ten opzichte van 2025. Het verlies aan inkomen als gevolg van de verminderde melkopbrengst wordt dan drie jaar lang door de SEM gecompenseerd.
De melkveehouder ontvangt ook een vergoeding voor het vervallen van het fosfaatrecht dat samenhangt met de vermindering van het aantal koeien.
Let op! De ingeleverde fosfaatrechten verdwijnen definitief van de markt.
Naast de vermindering van het aantal koeien met 10% tot 20% mag het areaal grasland van de subsidievrager drie jaar lang niet afnemen. Ook mag het aantal graasdieren (jongvee, schapen, geiten, paarden enzovoort) gedurende die periode niet toenemen.
Let op! Lees de exacte voorwaarden op de website van RVO.
De subsidie voor het verlies aan melkinkomsten bedraagt € 1.606 per verminderde koe. Dit is gebaseerd op de melkproductie van een gemiddelde koe, inclusief transactiekosten. De vergoeding voor het inleveren van een fosfaatrecht bedraagt € 110 per recht. Deze vergoeding wordt in drie jaarlijkse termijnen uitbetaald.
Let op! De maximale subsidie bedraagt € 400.000.
Aanvragen van de SEM kan bij RVO tot en met 27 januari 2026 17.00 uur. Op 22 juli 2026 hadden 42 melkveehouders zich aangemeld voor de SEM. Het totale budget voor de SEM bedraagt. € 615.700.000.
Tip! Op de website van RVO is een rekentool opgenomen waarmee je een schatting van de subsidie kunt maken.
Deelnemers aan de SEM kunnen na de periode van drie jaar eventueel terugkeren naar het oorspronkelijke aantal koeien. Wel zullen ze dan nieuwe fosfaatrechten aan moeten schaffen.
Tip! Nederlandse banken verlenen een rentekorting aan melkveehouders die via deelname aan de Sem tijdelijk gaan extensiveren en overgaan tot nieuwe duurzame investeringen.
Op 25 juni 2026 besliste de Hoge Raad al dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel box 3 voor de jaren 2017-2020. In de collectieve beslissing komt de Belastingdienst tot dezelfde conclusie.

De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 in het kerstarrest dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad bood in die casus rechtsherstel door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Daarna kreeg elke belastingplichtige van wie de aanslag inkomstenbelasting (IB) op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, rechtsherstel volgens een in juli 2022 ingevoerde Herstelwet.
Dit gold niet voor belastingplichtigen van wie de aanslag IB op 24 december 2021 wel al onherroepelijk vaststond. Voor deze belastingplichtigen, de zogenaamde niet-bezwaarmakers, werd de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure) ingevoerd.
In de MB+-procedure stond de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3, toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement.
De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen, omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NOB, RB en SRA) meenden dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening was gehouden. Daar ging de MB+-procedure over.
De Hoge Raad sprak op 25 juni 2026 uit geen reden te zien om terug te komen op de uitspraak van mei 2022, ook niet op basis van de argumenten die eerder nog niet aan de orde waren gekomen. Dit betekent dat de Hoge Raad bij zijn standpunt is gebleven dat niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 hebben.
Op 17 juli 2026 heeft de Belastingdienst, in overeenstemming met het oordeel van de Hoge Raad, alle verzoeken in de MB+-procedure afgewezen en alle bezwaren ongegrond verklaard.
Let op! Tegen deze collectieve beslissing kan geen beroep in worden gesteld.
Stonden ook jouw aanslagen IB 2017-2020 op 24 december 2021 onherroepelijk vast en diende je daarna een verzoek om ambtshalve vermindering in? Dan zijn deze verzoeken onderdeel van de MB+-procedure. Deze verzoeken zijn door de Belastingdienst met de collectieve beslissing van 17 juli 2026 afgewezen. Je krijgt daarom definitief geen teruggaaf box 3 over deze jaren.
Dit betekent ook dat je voor de jaren geen beroep kunt doen op de uitspraak van de Hoge Raad van 6 juni 2024. In dit zogenaamde D-day-arrest bepaalde de Hoge Raad dat de Herstelwet naar aanleiding van het kerstarrest ook niet door de beugel kon. Sindsdien wordt rechtsherstel toegepast volgens de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten van het werkelijke rendement. Als deze MB+-procedure positief was afgelopen, hadden de niet-bezwaarmakers ook hierop een beroep kunnen doen. Dat is nu dus ook definitief van de baan.

Eind 2024 is al in de wet opgenomen dat de eerste schijf in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) per 1 januari 2027 omhooggaat van 2 naar 2,16%. SEO Economisch Onderzoek (SEO) heeft, na een evaluatie van de WKR over de jaren 2019-2024, echter aanbevolen om de eerste schijf in de vrije ruimte helemaal af te schaffen. Op Prinsjesdag 2026 wordt waarschijnlijk duidelijk of het kabinet deze aanbeveling overneemt.
Ook wordt dan duidelijk of het kabinet de volgende aanbevelingen van SEO overneemt:
De verwachting is dat in ieder geval de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf wordt afgeschaft.
Het vergoedingspercentage in de expatregeling (voorheen: 30%-regeling) gaat per 1 januari 2027 omlaag van 30 naar 27%. Tegelijkertijd gaan er ook hogere salarisnormen gelden. Deze aanpassingen zijn al eerder in de wet opgenomen. Het kabinet heeft aangegeven niet van plan te zijn de expatregeling nog verder te versoberen.
Al eerder bekendgemaakt – en ook al in werking getreden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 –, is de verhoging van het belastingvrije bedrag voor reiskosten van € 0,23 naar € 0,25. Deze verhoging geldt voor de onbelaste reiskostenvergoeding die een werkgever aan zijn werknemer geeft, en voor de aftrekbare zakelijke reiskosten van een ondernemer of resultaatgenieter in de inkomstenbelasting. Je mag vanaf de aangifte IB 2026 ook rekening houden met dit hogere bedrag bij het berekenen van de aftrekbare ziektekosten.
Let op!De verhoging naar € 0,25 is nu nog in een besluit opgenomen, maar wordt in het belastingpakket van Prinsjesdag 2026 ook in de wet opgenomen.
Een werkgever die een personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, ofwel een auto van de zaak, moet vanaf 2027 een pseudo-eindheffing aan de Belastingdienst betalen van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. Dit voorstel is vorig jaar al aangenomen, maar op Prinsjesdag 2026 worden aanpassingen verwacht, zoals een uitzondering op de pseudo-eindheffing voor vervangende auto’s bij schade, reparatie en onderhoud, en een uitzondering op de heffing voor lesauto’s.
Het kabinet denkt erover om de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling niet ineens per 1 januari 2027 te verhogen van 16 naar 25 jaar. Een auto van de zaak die onder de youngtimerregeling valt, kent een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer in plaats van de reguliere bijtelling die geldt voor jongere auto’s. Het kabinet denkt nog na over een ander afbouwpad in plaats van de verhoging naar 25 jaar per 1 januari 2027.
Het kabinet heeft de gedachte om een nieuwe bijtellingskorting te introduceren voor elektrische auto’s tussen de vijf en acht jaar oud. Deze regeling zou de naam Greentimerregeling moeten krijgen.
Er ligt een plan om een belastingkorting in de loonbelasting te introduceren voor voordelen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups. De belastingkorting wordt vormgegeven door de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het effectieve loonheffingentarief wordt dan afgerond 32%, waarmee het ongeveer gelijk is aan de belastingheffing over aandelenopties in box 2.
Het kabinet heeft eerder aangegeven het wetsvoorstel hiervoor in september 2026 aan de Tweede Kamer te willen aanbieden. Het streven is om de lagere loonheffing op aandelenopties per 1 januari 2027 in werking te laten treden.
Wat betreft aftrekmogelijkheden voor ondernemers worden de volgende wijzigingen in het belastingpakket verwacht:
Voor de particulier wordt waarschijnlijk de aftrek van specifieke zorgkosten afgeschaft per 1 januari 2028. Verder worden op Prinsjesdag diverse aanpassingen op het nog bij de Eerste Kamer in behandeling zijnde wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3 verwacht. Hiervoor liggen verschillende opties, waarover het kabinet in augustus nog een besluit neemt.
Waarschijnlijk gaat het algemene woningtarief in de overdrachtsbelasting omlaag van 8 naar 7% per 1 januari 2027. Dit tarief geldt voor de verkrijging van woningen die de verkrijger niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken.
Voor overdrachten van woningen tussen woningcorporaties binnen de sociale huisvestingstaak komt er waarschijnlijk een vrijstelling overdrachtsbelasting.
Het plan om per 1 januari 2028 het btw-tarief op sierteeltproducten te verhogen van 9 naar 21% btw wordt ook in de belastingpakketten op Prinsjesdag 2026 verwacht.

Legislation passed at the end of 2024 already stipulates that the first bracket of the WKR’s discretionary allowance will rise from 2% to 2.16% with effect from 1 January 2027. However, following an evaluation of the WKR covering the years 2019–2024, SEO Economic Research (SEO) has recommended that the first bracket of the discretionary allowance should be abolished altogether. It is likely to become clear on Prinsjesdag 2026 whether the government will adopt this recommendation.
It will also become clear then whether the government will adopt the following recommendations from SEO:
It is expected that, at the very least, the targeted exemption for discounts and allowances on products from the company’s own business will be abolished.
The reimbursement rate under the expat scheme (formerly the 30% scheme) will be reduced from 30% to 27% with effect from 1 January 2027. At the same time, higher salary thresholds will also apply. These changes have already been incorporated into the legislation. The government has indicated that it does not intend to make the expat scheme any more restrictive.
As previously announced – and having already come into force with retroactive effect from 1 January 2026 – the tax-free allowance for travel expenses has been increased from €0.23 to €0.25. This increase applies to the tax-free travel allowance that an employer pays to their employee, and to the deductible business travel expenses of a self-employed person or a person receiving income from a business for income tax purposes. From the 2026 income tax return onwards, you may also take this higher amount into account when calculating deductible medical expenses.
Please note! The increase to €0.25 is currently set out in a decree, but will also be incorporated into law as part of the 2026 Prinsjesdag tax package.
From 2027, an employer who makes a passenger car available to an employee – i.e. a company car – will be required to pay a 12% pseudo-final levy to the Tax and Customs Administration on the list price of the passenger car, including VAT and BPM. This proposal was already adopted last year, but amendments are expected on Prinsjesdag 2026, such as an exemption from the pseudo-final levy for replacement cars in the event of damage, repairs and maintenance, and an exemption from the levy for driving school cars.
The government is considering not raising the age limit under the youngtimer scheme from 16 to 25 years in one go on 1 January 2027. A company car covered by the youngtimer scheme is subject to an additional tax liability of 35 per cent of its market value, rather than the standard additional tax liability that applies to newer cars. The government is considering an alternative phasing-out approach instead of the increase to 25 years with effect from 1 January 2027.
The government is considering introducing a new tax relief scheme for electric cars between five and eight years old. This scheme is expected to be named the ‘Greentimer’ scheme.
There is a plan to introduce a tax relief on payroll tax for benefits arising from share options for employees of start-ups and scale-ups. The tax relief will take the form of limiting the tax base for benefits from share options to 65 per cent, so that tax is levied on a lower benefit amount. The effective payroll tax rate will then be approximately 32 per cent, which is roughly equivalent to the tax rate on share options in box 2.
The government has previously indicated its intention to present the relevant bill to the House of Representatives in September 2026. The aim is for the reduced payroll tax on share options to come into force on 1 January 2027.
With regard to tax relief options for entrepreneurs, the following changes are expected in the tax package:
For private individuals, the deduction for specific healthcare costs is likely to be abolished with effect from 1 January 2028. Furthermore, on Prinsjesdag, various amendments are expected to the ‘Actual return on investment in Box 3’ bill, which is still under consideration by the Senate. There are several options for this, on which the government will take a decision in August.
The general residential rate for transfer tax is likely to be reduced from 8% to 7% with effect from 1 January 2027. This rate applies to the acquisition of residential properties which the purchaser does not intend to use as their main residence.
For transfers of residential properties between housing associations within the social housing sector, there is likely to be an exemption from transfer tax.
The plan to increase the VAT rate on floricultural products from 9% to 21% with effect from 1 January 2028 is also expected to feature in the tax packages announced on Prinsjesdag 2026.

Bij maatschappelijk vastgoed moet je denken aan scholen, overheidsgebouwen, zorginstellingen, sportaccommodaties en monumenten. De subsidie DUMAVA is beschikbaar voor maatschappelijke instellingen in de sectoren decentrale overheid, onderwijs, zorg, cultuur en religieuze instellingen.
De subsidie kan verder aangevraagd worden door stichtingen en verenigingen voor gebouwen met een publieksfunctie. Ook eigenaren van een geregistreerd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument kunnen DUMAVA aanvragen. Hetzelfde geldt voor veiligheidsregio’s met maatschappelijk vastgoed.
Er gelden verschillende voorwaarden voor het aanvragen van de subsidie. Belangrijk is dat je eerst een verduurzamingsadvies laat opstellen voordat je DUMAVA aanvraagt. Verder dien je eerst DUMAVA aan te vragen en pas na toekenning van de subsidie een contract aan te gaan met een aannemer of te starten met de verduurzaming. Doe je dat niet, dan loop je het risico geen subsidie te krijgen.
Let op! Kijk voor alle voorwaarden hier.
DUMAVA is ook beschikbaar voor amateursportverenigingen, mits voor de sportaccommodatie niet al eerder BOSA-subsidie is ontvangen.
Let op! Voor amateurverenigingen gelden wel extra voorwaarden.
De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal verduurzamingsmaatregelen:
De aanvraagperiode startte op 1 juni 2026 9.00 uur en loopt tot en met vrijdag 16 oktober 2026 17.00 uur. Er is € 405 miljoen budget beschikbaar gesteld. Op 3 augustus 2026 was hier nog ruim 283 miljoen (70%) van over. Er is dus nog voldoende budget beschikbaar.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01