HLB logo
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

Vrije ruimte

Kantoor

Uw vrije ruimte bedraagt in 2025 2% van uw totale fiscale loonsom tot € 400.000 en 1,18% daarboven. In beginsel kunt u alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die u doet aan werknemers aanwijzen in de vrije ruimte. De werknemer betaalt dan geen loonbelasting. U betaalt alleen een eindheffing van 80% voor zover het totaal van aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen hoger is dan uw vrije ruimte.

Bepaalde zaken niet in de vrije ruimte

U kunt niet alles aanwijzen in de vrije ruimte. Bepaalde zaken moet u verplicht bij uw werknemer belasten. Dit geldt bijvoorbeeld voor een auto van de zaak of het rentevoordeel van een personeelslening voor een eigen woning waarvan de rente aftrekbaar is in de inkomstenbelasting.

Gebruikelijkheidseis

Daarnaast mag u alleen die zaken aanwijzen in de vrije ruimte die voldoen aan de gebruikelijkheidseis. De Belastingdienst verduidelijkt dit in een nieuwe versie van het Handboek Loonheffingen van oktober 2025.

U voldoet aan de gebruikelijkheidseis als de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen niet meer dan 30% afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. De Belastingdienst verduidelijkt waar u dan in ieder geval naar moet kijken, te weten:

Let op! Voldoet u niet aan de gebruikelijkheidseis? Dan mag u het deel van de vergoeding, verstrekking of ter beschikkingstelling dat niet meer dan 30% afwijkt wel in de vrije ruimte aanwijzen. Het bedrag boven deze 30%-grens moet u dan echter individueel belasten bij de werknemer.

€ 2.400

De beoordeling of iets voldoet aan de gebruikelijkheidseis is niet altijd eenvoudig. Om discussie over elke euro met de Belastingdienst te voorkomen, kunt u gebruikmaken van de doelmatigheidsmarge van € 2.400. Tot een bedrag van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst de zaken namelijk in alle redelijkheid als gebruikelijk. In alle redelijkheid betekent dat het loon van de werknemer bijvoorbeeld niet lager mag worden dan het wettelijk minimumloon of bij een stagiair.

Tip! Bepaalde vergoedingen, verstrekking en terbeschikkingstellingen zijn gericht vrijgesteld of op nihil gewaardeerd. Deze zaken verlagen uw vrije ruimte dan niet.

Advies bedrijfsarts leidend bij de poortwachtertoets

Straatbeeld

Voor het einde van de verplichte loondoorbetalingsperiode van in beginsel 104 weken – aangeduid met de term wachttijd – bepaalt het UWV of een werkgever voldoende heeft gedaan aan de re-integratie van de langdurig arbeidsongeschikte werknemer. Dit staat bekend als de poortwachtertoets of de toets op de re-integratie inspanningen (RIV-toets). Als het UWV van mening is dat er onvoldoende is gedaan aan de re-integratie kan het UWV een loonsanctie opleggen bestaande uit een verlenging van de loondoorbetaling met standaard 52 weken. 

Op dit moment kan een loonsanctie worden opgelegd omdat bedrijfsarts en verzekeringsarts verschillend dachten over de inzetbaarheid van een werknemer. Dit terwijl de werkgever in goed vertrouwen is afgegaan op het oordeel van de bedrijfsarts. Om die onzekerheid weg te nemen wordt voorgesteld het advies van de bedrijfsarts leiden te maken bij de poortwachtertoets.

Definitief maken kwijtscheldingsbeleid voorschotten

Normaal gesproken moet een voorschot worden terugbetaald als dit ten onrechte is verleend omdat er geen of een korter recht bestond op een WW- dan wel WIA-uitkering. Het is inmiddels al enige jaren buitenwettelijk beleid dat voorschotten in deze situatie niet hoeven te worden terugbetaald. Dit beleid wil het kabinet definitief maken met het onderstaande voorstel. 

De wijze van financiering van WIA-voorschotten wijzigt. De voorschotten worden betaald uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) dat gevoed wordt door de basispremie WAO/WIA die iedere werkgever betaalt.  Nadat is beoordeeld of er recht bestaat op de uitkering, worden de kosten op de juiste plek geboekt. Als een voorschot wordt kwijtgescholden, blijft dat ten laste van het Aof komen.

Let op! Volgt er te zijner tijd toekenning van een WW- dan wel WIA-uitkering, dan worden de betaalde voorschotten uiteraard wel verrekend.

Overige verduidelijkingen en aanpassingen

Wajongers behouden hun uitkering als zij werken in een beschutte werkplaats, onafgebroken vijf jaar hebben gewerkt en daarna met dat werk voldoende verdienen. Dit geldt ook voor mensen met een Wajong-uitkering voor wie de werkgever loonkostensubsidie of loondispensatie krijgt.

Internetconsultatie

Tot en met 17 november 2025 kan er worden meegedacht over deze voorstellen in een internetconsultatie

Openbaar parkeren

Auto

De Belastingdienst gaat nader in op deze situatie aan de hand van een casus. Tussen het kantoor van een werkgever en de parkeerplaatsen bevindt zich een openbare ruimte. Ook derden kunnen van de parkeergelegenheid gebruik maken. Parkeren daar kost € 16 per dag.

De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat parkeren tijdens een vakantie in deze situatie belast is. De parkeerruimte bevindt zich namelijk niet op de werkplek en kan dus ook niet aangemerkt worden als een voorziening op de werkplek.

Geen nihilwaardering

Er is ook geen sprake van een nihilwaardering, omdat er sprake is van een substantieel voordeel en dit wordt maatschappelijke gezien ook als loon wordt ervaren. Het gelegenheid geven tot parkeren is bovendien in de omschreven situatie, tijdens een vakantie, niet in het belang van het arbeids- of bedrijfsproces. 

Ruimere uitleg Handboek

Het Handboek Loonheffingen hanteert echter een ruimere uitleg en stelt dat het parkeren onbelast is, als de werknemer de werkgever met succes aansprakelijk kan stellen. De Belastingdienst is van mening dat werkgevers hieraan het vertrouwen kunnen ontlenen dat parkeren onder genoemde omstandigheden onbelast is. Het Handboek zal op dit punt wel worden aangepast.

Overgangsregeling!

Vanwege deze onduidelijkheid hanteert de Belastingdienst daarom een overgangsperiode voor werkgevers die vóór het onderhavige standpunt van de Belastingdienst, dus vóór 9 oktober 2025, op basis van de tekst van het Handboek 2025 parkeergelegenheid in de omgeving van de werkplek ter beschikking hebben gesteld aan hun werknemers. Tot de datum van publicatie van het Handboek 2026 blijft in die gevallen het parkeren onbelast.

Tip! Zorg ervoor dat u in soortgelijke omstandigheden inspeelt op de aanstaande wijziging. Uw werknemer zal vanaf de wijziging belasting moeten betalen over het voordeel. U kunt dit voordeel uiteraard ook bruteren of onderbrengen in de werkkostenregeling als dit voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium.

Meerdere schenkingen

Geld

Twee kinderen krijgen in 2017 een schenking van hun moeder van € 100.000 voor de eigen woning. Destijds gold daar nog een vrijstelling voor de schenkbelasting voor, de zogenaamde jubelton. Vlak na de schenking van hun moeder krijgen ze ook allebei nog een schenking van een ander van € 100.000. Dit is een zakenrelatie van hun vader. De moeder schenkt vervolgens ook aan de vier kinderen van de zakenrelatie elk € 50.000.

Meerdere keren de vrijstelling?

De kinderen willen zowel op de schenking van hun moeder als op de schenking van de ander de vrijstelling voor de schenkbelasting voor de eigen woning toepassen. De Belastingdienst staat dat niet toe. Ook de rechtbank en het gerechtshof staan dit niet toe.

Uiteindelijk komt de zaak bij de Hoge Raad, die ook de vrijstelling op de schenking van de ander niet toestaat. De Hoge Raad oordeelt dat de kruislingse schenkingen zo op elkaar afgestemd zijn dat sprake is van wetsontduiking (fraus legis). Van belang voor dit oordeel is onder meer dat de kruislings geschonken bedragen min of meer gelijk waren en kort na elkaar werden gedaan.

Voor de praktijk

Nu de hoge vrijstelling schenkbelasting voor de eigen woning is afgeschaft, is het belang van kruislings schenken beperkter dan voorheen. Overweegt u toch afspraken met anderen te maken over het wederzijds schenken aan elkaars kinderen, wees dan gewaarschuwd door het oordeel van de Hoge Raad in de hiervoor beschreven zaak.

Wat speelde er?

Transport

Een Nederlands transportbedrijf (bedrijf A) maakt sinds 2013 gebruik van chauffeurs die in dienst zijn van een bedrijf in Cyprus (bedrijf B). Bedrijf A doet om die reden geen aangifte loonheffingen meer in Nederland. 

Schijnconstructie?

De Belastingdienst is van oordeel dat dit onterecht is, omdat sprake is van een schijnconstructie (Cyprusconstructie) en bedrijf A feitelijk de werkgever is van de chauffeurs. De Belastingdienst merkt bedrijf A met terugwerkende kracht aan als inhoudingsplichtige. Omdat bedrijf A vanaf dat moment wel aangiften doet, maar deze niet betaalt, legt de Belastingdienst naheffingsaanslagen op met vergrijpboeten wegens primair opzet en subsidiair grove schuld. Vervolgens wordt hierover geprocedeerd.

Wat oordeelt de rechter?

De rechtbank schaart zich achter het standpunt van de Belastingdienst. Vervolgens gaat het bedrijf in hoger beroep. 

Het gerechtshof is van oordeel dat de chauffeurs op basis van payrolling door bedrijf B aan bedrijf A ter beschikking zijn gesteld. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een dienstbetrekking tussen bedrijf A en de chauffeurs. Het is inherent aan driehoeksrelaties, zoals bij uitzending en payrolling, dat het gezag wordt uitgeoefend door de inlenende werkgever, dus door bedrijf A. Het gerechtshof is van oordeel dat deze gestelde feitelijke gang van zaken past in de figuur van payrolling (en van uitzending in het algemeen) dat de inlener (bedrijf A) beslist of hij de inlening van werknemers wil voortzetten. Het is dan aan de uitlener/payroller (bedrijf B) om te beslissen welke gevolgen dat heeft voor de arbeidsrelatie tussen de uitlener en de werknemer; de inlener staat daarbuiten.

Geen schriftelijke overeenkomst

Het is op zich ongebruikelijk dat de payrollovereenkomst niet schriftelijk is vastgelegd, maar dat legt onvoldoende gewicht in de schaal om te constateren dat er geen sprake is van een dergelijke overeenkomst, aldus het gerechtshof. 

Ook niet van belang is dat bedrijf B in diverse andere procedures (met StiPP, de SVB, en de Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor het beroepsvervoer over de weg) heeft ontkend een uitzendbureau, dan wel een payrollorganisatie te zijn. 

De uitkomst

Het resultaat is dan ook dat het gerechtshof alle opgelegde naheffingsaanslagen en boeten vernietigt.

Vanaf 21 jaar

Sparen

Door een indexatie van 2,15% zal het wettelijk minimumuurloon voor een werknemer vanaf 21 jaar vanaf 1 januari 2026 € 14,71 per uur bedragen. Nu bedraagt het wettelijk minimumuurloon voor een werknemer van 21 jaar en ouder nog € 14,40 per uur.

Let op! De berekening van het indexatiepercentage is gebaseerd op het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, in de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid.

Wettelijk minimumuurloon 15 tot en met 20 jaar

Door de stijging van het wettelijk minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder, stijgt het wettelijk minimumuurloon voor jongere werknemers per 1 januari 2026 als volgt:

 Leeftijd  Percentage  Minimumuurloon
 21 jaar en ouder  100,0%  € 14,71
 20 jaar  80,0%  € 11,77
 19 jaar  60,0%  € 8,83
 18 jaar  50,0%  € 7,36
 17 jaar  39,5%  € 5,81
 16 jaar  34,5%  € 5,07
 15 jaar  30,0%  € 4,41

Let op! In de Voorjaarsnota 2025 was door het huidige kabinet afgesproken om het minimumjeugdloon voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar vanaf 2027 geleidelijk te verhogen. Het is nog niet bekend of het nieuwe kabinet deze plannen overneemt.

Wettelijk minimumuurloon bbl

Voor werknemers met een arbeidsovereenkomst in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) geldt voor werknemers in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar een ander percentage. Het wettelijk minimumuurloon voor deze werknemers is per 1 januari 2026 als volgt:

 Leeftijd  Percentage  Minimumuurloon
 21 jaar en ouder  100,0%  € 14,71
 20 jaar  61,5%  € 9,05
 19 jaar  52,5%  € 7,72
 18 jaar  45,5%  € 6,69
 17 jaar  39,5%  € 5,81
 16 jaar  34,5%  € 5,07
 15 jaar  30,0%  € 4,41

Let op! In juli 2025 maakte de minister van OC&W bekend dat hij de lagere percentages voor werknemers in de bbl met ingang van 1 januari 2027 wil afschaffen. Dit is nu een plan, dat verder nog niet concreet is.

Voor wie?

Euro

Kinderopvangorganisaties kunnen de subsidie aanvragen voor een praktijk(leer)plaats voor doorontwikkeling van groepshulpen. De subsidie biedt een tegemoetkoming in de loonkosten van groepshulpen. Het doel is dat door de subsidie meer groepshulpen worden aangenomen en dat zij kunnen doorgroeien in de kinderopvang.

Let op! In de nieuwe CAO is een groepshulp voortaan aangeduid als groepsondersteuner.

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt maximaal € 10.056 per jaar per groepshulp en is afhankelijk van het aantal contracturen dat de groepshulp per week werkt. Een organisatie kan voor maximaal tien groepshulpen subsidie aanvragen.

Let op! Het beschikbare budget bedraagt in 2025 € 1.735.000. Ook in 2026 is de subsidie nog beschikbaar. Het beschikbare budget voor 2026 bedraagt € 1.775.000.

Voorwaarden

De subsidie kent een aantal voorwaarden:

Tip! Kijk voor alle voorwaarden hier.

Aanvragen

De subsidie is aan te vragen via RVO.nl. RVO neemt alle op tijd ingediende volledige aanvragen in behandeling. Bij overschrijding van het budget wordt de hoogte van de subsidie per groepshulp naar rato verlaagd.

Tip! Deed u een aanvraag voor de Subsidieregeling praktijkleren of praktijkleren in de derde leerweg voor een groepshulp, maar heeft u nog geen beslissing daarop ontvangen? Vraag dan ook altijd de subsidie voor groepshulpen in de kinderopvang al aan. Als u wacht op de beslissing op uw aanvraag op de subsidie praktijkleren (in de derde leerweg), bent u waarschijnlijk te laat om nog de subsidie voor groepshulpen in de kinderopvang aan te vragen.

Ouderschapsverlof

Zuigflesjes

Met ouderschapsverlof kunnen ouders na de geboorte van een kind wennen aan de nieuwe gezinssituatie. Het verlof moet binnen een jaar na de geboorte worden opgenomen. Bij pleeg- en adoptiekinderen moet het verlof worden opgenomen binnen een jaar nadat het kind in het gezin is opgenomen en voordat het kind acht jaar oud is.

Zelf aanvragen

De werkgever moet het betaalde ouderschapsverlof aanvragen bij het UWV voor de betreffende werkgever Een niet voor de werknemersverzekeringen verzekerde dga moet echter zelf het betaalde ouderschapsverlof aanvragen via Mijn UWV. Het UWV beslist binnen vier weken op een ingediend verzoek. De uitkering van het UWV verloopt in dat geval rechtstreeks aan de dga en dus niet via de bv.

Ander bedrag

Werknemers hebben recht op negen weken betaald ouderschapsverlof. De uitkering voor hen bedraagt 70% van het dagloon, voor de niet voor de werkverzekeringen verzekerde dga’s geldt echter 70% van het minimumloon.

Geen invloed op hoogte gebruikelijk loon

Het bedrag aan betaald ouderschapsverlof dat de dga ontvangt, is niet van invloed op de hoogte van het gebruikelijk loon. Wel mag rekening worden gehouden met het feit dat de dga door het ouderschapsverlof minder uren werkt. Het gebruikelijk loon moet worden gebaseerd op de werkzaamheden over het gehele jaar. Wordt een deel van het jaar niet gewerkt, dan mag het gebruikelijk loon dienovereenkomstig lager worden vastgesteld. 

Let op! Dit moet wel aannemelijk gemaakt kunnen worden!

Tegengaan concurrentievervalsing

Sleutel

De nieuwe btw-plicht voor deze digitale platforms maakt onderdeel uit van een Europees pakket om het btw-stelsel te moderniseren. Het doel van de nieuwe btw-plicht is het tegengaan van concurrentievervalsing. Bovengenoemde diensten worden nu nog vaak aangeboden door particulieren en door ondernemers die geen btw in rekening hoeven te brengen, onder meer omdat ze de kleine ondernemersregeling toepassen. Op deze manier wordt geconcurreerd met grotere bedrijven die wél btw moeten berekenen.

Btw-plicht

Het wetsvoorstel schrijft voor dat digitale platforms waarop genoemde diensten worden aangeboden vanaf 1 juli 2028 btw-plichtig worden. Als de dienstverlener zelf al btw in rekening brengt, verandert er (uiteraard) niets. 

Maximaal 30 dagen

Verder schept het wetsvoorstel meer duidelijkheid over het begrip kortetermijnverhuur in de btw, namelijk maximaal 30 nachten.

Beperkte plicht passagiersvervoer

De btw-plicht voor platforms waarop passagiersvervoer wordt aangeboden, wordt beperkt omdat hier nauwelijks concurrentievervalsing optreedt. De oorzaak is dat deze diensten veelal door grotere ondernemingen worden aangeboden die al btw-plichtig zijn. Deze platforms worden in beginsel alleen geconfronteerd met een administratieplicht, waarmee ze aan moeten tonen dat door de dienstverlener al btw in rekening is gebracht. Alleen als dat niet het geval is, moet het platform de btw afdragen.

Internetconsultatie

Geïnteresseerden hebben de mogelijkheid hun visie op het wetsvoorstel te geven via een internetconsultatie. U kunt tot en met 3 november 2025 reageren.

Voor, tijdens en na overname

Agrarisch

Bedrijfsovernamewijzer.nl is een initiatief van de overheid, agrarische organisaties en onderwijsinstellingen. De site, momenteel nog steeds in ontwikkeling, reikt belangrijke aandachtspunten aan voor voor, tijdens en na een overname. Verder is er een onderscheid per doelgroep, zoals overnemer, overdrager, adviseur of docent. 

Netwerk

Bedrijfsovernamewijzer.nl moet een platform worden waar jonge overnemers en overdragers van een agrarisch bedrijf elkaar kunnen ontmoeten. Geïnteresseerden kunnen via de site zelf artikelen aandragen op het gebied van bedrijfsoverdracht. 

Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram