HLB logo
Vacatures
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

Maatschappelijk vastgoed

Bedrijfspand

De DUMAVA kan worden aangevraagd door maatschappelijke instellingen in de sectoren decentrale overheid, onderwijs, zorg, cultuur en religieuze instellingen. Ook stichtingen en verenigingen met gebouwen met een publieksfunctie en eigenaren van een geregistreerd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument kunnen DUMAVA aanvragen. Hetzelfde geldt voor veiligheidsregio’s met maatschappelijk vastgoed.

Kijk voor alle voorwaarden die gesteld worden aan de maatschappelijke instelling en het vastgoed hier.

Let op! Ook amateursportverenigingen kunnen DUMAVA aanvragen. Hiervoor gelden extra voorwaarden. Ontving de vereniging al eerder BOSA-subsidie voor de sportaccommodatie, dan is aanvragen van DUMAVA niet mogelijk.

Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie is afhankelijk of u een, twee of drie losse verduurzamingsmaatregelen treft of een integraal verduurzamingsproject start:

Let op!Het minimale subsidiebedrag voor 2026 wordt waarschijnlijk verlaagd van € 5.000 in 2025 naar € 2.500 in 2026. Eigenaren van kleinere maatschappelijke gebouwen krijgen zo ook recht op de DUMAVA.

Aanvraagperiode en budget

De aanvraagperiode loopt van 1 juni 2026 9.00 uur tot en met vrijdag 16 oktober 2026 17.00 uur. Er is € 405 miljoen beschikbaar. In 2025 werd ruim € 389 miljoen aangevraagd en was er voldoende budget beschikbaar.

Let op!De DUMAVA moet worden aangevraagd voordat gestart wordt met de verduurzaming of een contract met een aannemer getekend wordt. Wordt er gestart voordat de aanvraag is goedgekeurd, dan bestaat er het risico van minder of geen subsidie DUMAVA.

Tip! RVO organiseert op dinsdag 7 april tussen 19.00 en 20.00 uur een informatiesessie over de subsidie DUMAVA voor maatschappelijke organisaties en (sport)verenigingen. 

 

 

Wat is innovatie?

Medisch

Als ondernemer bent u op zoek naar mogelijkheden om de toegevoegde waarde van uw bedrijf te vergroten. U denkt na over hoe u producten, diensten en processen kunt verbeteren en vernieuwen. U speelt in op nieuwe vragen vanuit de markt. Want op die manier bent u succesvol, doen klanten graag zaken met u en geeft de concurrent het nakijken.

Een rondje op internet leert ons dat innovatie gelijkstaat aan vernieuwing. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het begrip innovatie te omschrijven als: alle activiteiten die gericht zijn op vernieuwing in een bedrijf. Innovaties kunnen volgens het CBS zowel technologisch als niet-technologisch van aard zijn. Bij technologische innovatie gaat het om het vernieuwen dan wel sterk verbeteren van producten, diensten of de processen waarmee producten en diensten worden voortgebracht. Van niet-technologische innovatie is bijvoorbeeld sprake bij vernieuwingen in de organisatie.

WBSO voor speur- en ontwikkelingswerk

Een van de belangrijkste fiscale stimuleringsregelingen voor innovatie is de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Met de WBSO kunt u de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) binnen uw bedrijf verlagen, maar ook de overige S&O-kosten en -uitgaven.

Ook als zelfstandig ondernemer kunt u gebruikmaken van de WBSO. U moet dan wel minimaal 500 uren per jaar besteden aan S&O.

Welke projecten komen in aanmerking?

Onder de WBSO vallen twee soorten projecten:

Werkgevers kunnen een afdrachtvermindering van loonbelasting krijgen voor werknemers die (gekwalificeerd) S&O-werk verrichten. Een ondernemer die S&O-werk verricht, kan de aftrek speur- en ontwikkelingswerk toepassen. Aftrek of afdrachtvermindering kan echter alleen als de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) een S&O-verklaring heeft afgegeven. Als werkgever kunt u maximaal vier keer per jaar een digitale WBSO-aanvraag indienen. Bent u zelfstandig ondernemer, dan geldt dit maximum niet.

U kunt uw aanvraag uiterlijk de dag voorafgaand aan de aanvraagperiode indienen. Start uw aanvraagperiode op 1 mei? Dien uw aanvraag dan uiterlijk 30 april in. Hierop is één uitzondering: start de aanvraagperiode op 1 januari, dan moet u uw aanvraag uiterlijk 20 december het jaar ervoor indienen.  

Bent u een zelfstandig ondernemer zonder personeel? Dan start de aanvraagperiode vanaf de datum dat u de aanvraag indient tot het einde van het kalenderjaar.

Let op! De uiterste termijnen voor het indienen van een aanvraag voor de WBSO in 2026 zijn:
- 30 september 2026 voor ondernemers die werknemers in dienst hebben (u wilt WBSO aanvragen voor het laatste kwartaal van 2026);
- 30 september 2026 voor zelfstandigen (u wilt WBSO aanvragen voor 2026).                                                                                                                                        

U krijgt als werkgever ook een tegemoetkoming in de kosten die u met innovatie maakt. U moet bij de eerste WBSO-aanvraag voor 2026 aangeven of u kiest voor het werkelijke bedrag aan kosten en uitgaven of voor een forfaitair bedrag.

Wat levert het op?

De S&O-afdrachtvermindering bedraagt in 2026 36% van de totaal gemaakte S&O-(loon)kosten en uitgaven voor zover deze niet meer bedragen dan € 391.020, en 16% over het meerdere. Er geldt geen maximum voor de S&O-afdrachtvermindering.

De S&O-aftrek voor de ondernemer bedraagt in 2026 € 15.979. 

Is de verschuldigde loonheffing in een aangiftetijdvak niet voldoende om een evenredig deel van de S&O-afdrachtvermindering te kunnen verrekenen, dan mag u een restant verrekenen met andere aangiftetijdvakken die vallen in het kalenderjaar waarop de S&O-verklaring betrekking heeft.

Extra budget voor startende ondernemingen

Werkgevers die als starter worden aangemerkt, krijgen een S&O-afdrachtvermindering van 50% in plaats van 36% over de eerste € 391.020 van de totale S&O-(loon)kosten en uitgaven.. U kunt maximaal drie jaar als starter worden aangemerkt. Bij de toets of u als starter wordt aangemerkt, kan meespelen of u activiteiten voortzet van een andere onderneming. U kunt starter zijn als u in de afgelopen vijf kalenderjaren als bv/nv tenminste een jaar niet inhoudingsplichtig was en als zelfstandige maximaal vier kalenderjaren ondernemer was. 

Startende zelfstandigen krijgen een extra S&O-aftrek van € 7.996. U bent voor de S&O-aftrek starter als u in de vijf voorgaande jaren één of meer keer geen ondernemer was en maximaal twee keer de S&O-aftrek heeft gehad.

Moties inzake verbeteringen WBSO

De Tweede Kamer heeft onlangs in twee moties het kabinet opgeroepen de WBSO structureel te verbeteren. In de ene motie is gevraagd de eerste tariefschijf structureel te indexeren. In de tweede motie is verzocht een oplossing te zoeken voor situaties waarin bedrijven hun WBSO onvoldoende kunnen verrekenen met hun loonheffing, omdat in de beginfase van een bedrijf de loonsom hiervoor te laag is. In de motie stellen de indieners bijvoorbeeld een regeling voor waarbij verrekening in de toekomst mogelijk is, wanneer in het jaar zelf de verrekenmogelijkheden tekortschieten.

S&O-administratie

U bent verplicht om een S&O-administratie bij te houden van de uitvoering van uw projecten. Uit deze administratie moet blijken welke S&O-werkzaamheden zijn verricht en hoeveel tijd daaraan is besteed. De bewaartermijn van de administratie is zeven jaar. Heeft u bij de eerste WBSO-aanvraag voor 2026 gekozen voor ‘werkelijke kosten en uitgaven’ en niet voor een forfaitair bedrag, dan moet u ook hiervoor een administratie bijhouden. Binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar moet u het aantal gerealiseerde S&O-uren en de eventuele werkelijk gemaakte kosten en uitgaven per S&O-verklaring melden aan RVO.nl.

Alle informatie over de WBSO vindt u terug op de website www.rvo.nl.

Innovatiebox in de vennootschapsbelasting

Heeft u voor uw eigen innovatie een S&O-verklaring ontvangen en onderneemt u in de vennootschapsbelasting, dan is de innovatiebox wellicht interessant voor u. De winsten die u maakt met innovatieve activiteiten kunt u onderbrengen in de innovatiebox. U betaalt dan aanzienlijk minder belasting: in plaats van het maximale belastingtarief van 25,8% geldt een effectief tarief van 9%. De voorwaarden zijn streng en er geldt een boxdrempel. U kunt elk jaar beslissen of u gebruik gaat maken van de innovatiebox.

U heeft alleen toegang tot de innovatiebox als u beschikt over een S&O-verklaring. Grote bedrijven (netto(groeps)omzet € 250 miljoen of meer in vijf jaar en bruto voordelen uit innovatieve activa van € 37,5 miljoen in vijf jaar) hebben naast een S&O-verklaring nog een tweede toegangsticket nodig (bijvoorbeeld een octrooi).

Nexusbenadering

De Nexusbenadering betekent kort gezegd een beperking als u (een deel van) de S&O-activiteiten uitbesteedt aan een verbonden lichaam, oftewel een ander bedrijfsonderdeel. De voordelen die aan dit uitbestede deel zijn toe te rekenen, komen niet voor de innovatiebox in aanmerking.

Forfaitaire regeling

Kunt u de innovatiebox toepassen, dan mag u ook kiezen voor een forfaitaire regeling. Deze houdt in dat u 25% van uw totale winst mag aanmerken als voordeel voor de innovatiebox. De forfaitaire regeling kent een maximum van € 25.000. U kunt maximaal drie jaar gebruikmaken van deze forfaitaire regeling.

Financieringsregelingen voor innovatie

De ontwikkeling van nieuwe producten, diensten en processen is duur. Heeft u een innovatief idee, maar beschikt uw bedrijf niet over de benodigde financiële middelen, dan biedt wellicht het Innovatiekrediet voor u uitkomst. Hiermee kunnen veelbelovende innovatietrajecten worden gefinancierd. Het is een risicodragend krediet. Vanaf 2022 geldt een nieuwe rentestructuur voor terugbetaling van het Innovatiekrediet. Deze bestaat uit rente plus een vaste opslag over het vastgestelde krediet. Het rentepercentage voor 2023 is 3,0% samengestelde rente. Daarbij komt een eenmalige vaste opslag van 15% voor technische projecten en 25% voor klinische projecten. Over deze opslag betaalt u géén rente. 

Garantiestelling

Er zijn meer financiële regelingen vanuit de overheid. Om uw toegang tot kredieten te vergemakkelijken, biedt de overheid diverse garantieregelingen. Door de garantiestelling zal een kredietverstrekker eerder bereid zijn u een lening te verstrekken. Beschikt u als innovatieve ondernemer over een S&O-verklaring, dan biedt de overheid binnen de regeling Borgstelling MKB Kredieten (BMKB) een aanvullende garantieregeling. In de reguliere regeling betreft het borgstellingskrediet 50% van het krediet dat de bank verstrekt. De borg van de overheid bedraagt 90% van dit borgstellingskrediet.

De BMKB is verruimd tot en met 1 juli 2027. Bedrijven met een kredietbehoefte tot € 333.333 kunnen driekwart financieren met BMKB-krediet en dus niet op maximaal de helft van de kredietverstrekking. Verder is het maximum van het BMKB-krediet tijdelijk verhoogd van € 1 miljoen naar € 1,5 miljoen.

Ook is de BMKB verruimd voor investeringen inzake verduurzaming, de BMKB-G (Groen). Deze verruiming is bedoeld voor mkb-ondernemingen met hooguit 250 personeelsleden. Met deze verruiming is de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50% naar 75% van het kredietbedrag. De regeling is toepasbaar op:

De BMKB en de BMKB-G vraagt u aan via uw bank of financier.

Subsidieregelingen voor innovatie

Naast subsidies in de vorm van fiscaal voordeel of krediet zijn er ook subsidies in de vorm van een financiële bijdrage. Er zijn subsidies voor onderzoek en ontwikkeling, subsidies voor samenwerking en innovatie, subsidies die speciaal voor uw branche gelden en provinciale subsidies voor innovatie. Voor meer informatie over subsidies kunt u naast www.rvo.nl ook terecht op www.ondernemersplein.nl.

Voor als het u duizelt

In het voorgaande hebben wij een aantal regelingen voor u op het gebied van innovatie op een rij gezet. Maar er zijn nog zo veel meer! Wij kunnen ons voorstellen dat u wel wilt innoveren, maar dat u niet precies weet welke mogelijkheden u heeft en welke stappen u moet nemen. Bovendien moet u erop bedacht zijn dat het gaat om veelal ingewikkelde regelingen met vaak een beperkt budget. Win daarom informatie bij ons in. Wij helpen u graag verder!

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Zakelijk of privévermogen

Geld

Hiervoor is het eerst van belang om te bepalen of de crypto’s tot uw zakelijke vermogen of tot uw privévermogen horen.

Zo horen de crypto’s tot uw zakelijke vermogen als:

In alle andere gevallen zijn de crypto’s onderdeel van uw privévermogen. Het gaat dan bijvoorbeeld om crypto’s die u kocht met duurzaam overtollige liquide middelen, die niet direct nodig zijn voor uw bedrijfsuitoefening of binnen afzienbare tijd nodig zijn voor investeringen.

Aangifte IB: zakelijke crypto’s

Crypto’s die tot uw zakelijke vermogen behoren, tellen mee voor uw winst uit onderneming in box 1. U geeft de crypto’s aan op uw balans tegen de kostprijs of lagere marktwaarde. Gaat de omwisseling van crypto’s gepaard met winst, dan verwerkt u dat in uw winst- en verliesrekening. Datzelfde geldt voor een verlies dat ontstaat bij omwisseling van crypto’s.

Let op! Betaalt uw afnemer in crypto’s, dan moet u dit omrekenen in euro’s. Dit omgerekende bedrag is dan uw omzet.

Aangifte IB: privé-crypto’s

Privé-crypto’s geeft u aan in box 3. Hiervoor is in de aangifte IB 2025 een apart veld opgenomen onder ‘bankrekeningen en overige bezittingen’. De waarde van de crypto’s rekent u om in euro’s. Voor de IB 2025 moet u uitgaan van de waarde op 1 januari 2025 00.00 uur.

Let op!Het heffingsvrije vermogen in 2025 bedraagt € 57.684, of als u een fiscale partner heeft € 115.368 voor u en uw partner gezamenlijk. In verband met andere inkomensafhankelijke regelingen moet u in de IB 2025 echter ook al box 3 aangeven voor een totaal vermogen boven € 37.395.

Werkelijke rendement crypto’s

Is uw totale werkelijke rendement lager dan het fictieve rendement, dan kunt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling in box 3. Ook voor uw crypto’s moet u dan het werkelijke rendement doorgeven. De berekening hiervan gaat aan de hand van de volgende gegevens:

Voorbeeld
Uw crypto’s hebben op 1 januari 2025 een waarde van € 50.000 en op 31 december 2025 een waarde van € 60.000. In 2025 kocht u voor een bedrag van € 7.000 crypto’s en verkocht u voor een bedrag van € 12.000 crypto’s.

Uw werkelijk rendement op de crypto’s is dan € 60.000 (waarde 31-12-2025) minus € 50.000 (waarde 1-1-2025) minus € 7.000 (aankopen) plus € 12.000 (verkopen) = € 15.000.

Minen en handel

Minen en handel in crypto’s zullen over het algemeen belast zijn in box 3. Voor minen kan dat anders worden als uw opbrengsten hoger zijn dan de kosten. Voor handel kan dat anders worden als u meer activiteiten verricht voor de handel dan normaal is voor beleggingsactiviteiten. 

Tip! Overleg met een van onze adviseurs of het minen en de handel in uw situatie nog tot box 3 behoort of moet worden aangemerkt als inkomsten uit overig werk of winst uit onderneming.

Verevening pensioenrechten

Strategie

Op het ouderdomspensioen dat een echtgenoot tijdens het huwelijk opbouwt hebben beide echtgenoten voor een gelijk deel recht. Om die reden regelt de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding, Wvps, dat bij een echtscheiding dit tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen uiteindelijk aan beide echtgenoten voor een gelijk deel wordt uitgekeerd.

Let op!De Wvps maakt geldt zowel bij een huwelijk in gemeenschap van goederen als bij huwelijkse voorwaarden.

Uitsluiten van verevening

U kunt in uw huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant wel gezamenlijk regelen dat de Wvps niet van toepassing is. Dit betekent dat bij een echtscheiding het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van een echtgenoot uiteindelijk toch niet voor de helft aan de andere echtgenoot wordt uitgekeerd

Schenking?

Als een echtgenoot afziet van zijn recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van de andere echtgenoot, kan er sprake zijn van een schenking door deze andere echtgenoot aan de ander. Dit is het geval als de echtgenoot niet financieel wordt gecompenseerd.

Let op! Als de echtgenoot die afziet van zijn recht op de helft van het ouderdomspensioen van de ander wel voldoende wordt gecompenseerd, zal er geen sprake zijn van een schenking. Zo’n compensatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden als bij de verdeling van de gemeenschap van goederen meer wordt toebedeeld aan deze echtgenoot.

Wvps ook voor geregistreerde partners

De Wvps is ook van toepassing op geregistreerde partnerschappen. Wat in deze tekst beschreven staat voor gehuwden geldt daarom ook voor geregistreerde partners.

Let op!Het voorgaande is gebaseerd op een kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst. In vakliteratuur en de praktijk is de nodige kritiek op dit standpunt geuit. Neem voor uw eigen situatie daarom altijd contact op met één van onze adviseurs.

Zakelijkheid betwist

Euro

In een zaak die onlangs speelde voor de rechtbank Noord-Nederland, werd de zakelijkheid van een lening betwist. Een bv kreeg een lening kwijtgescholden, maar de bv betwistte dat de lening zakelijk was. De bv vond dat er sprake was van een informele kapitaalstorting en dat er dus bij kwijtschelding van belastingheffing geen sprake kon zijn.

Lening zakelijk of niet?

De rechtbank overwoog dat voor de zakelijkheid van een lening van belang is of een rente kan worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest eenzelfde lening te verstrekken, onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden. Is dit niet het geval, dan is een lening in beginsel onzakelijk. Dit is ook zo als de rente zodanig moet worden aangepast dat de lening in wezen winstdelend zou worden.

Wie eist, bewijst

Omdat de bv van mening was dat de lening onzakelijk was, diende de bv dit te bewijzen. Er was weliswaar geen schriftelijke leningsovereenkomst en ook ontbraken een aflossingsschema en een rentepercentage en waren er geen zekerheden bedongen, maar dit was nog onvoldoende om te kunnen spreken van een onzakelijke lening. De bv diende namelijk aan te tonen dat de leningen onder zodanige voorwaarden en omstandigheden waren verstrekt, dat daarbij een debiteurenrisico was gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Dit lukte de bv niet. Bovendien waren de leningen ook fiscaal en boekhoudkundig als lening verwerkt. Aan de bewijslast dat de lening onzakelijk was, was dan ook niet voldaan. 

Kwijtscheldingswinstvrijstelling

De rechtbank was daarom van mening dat er sprake was van een kwijtgescholden zakelijke lening. Het voordeel ervan behoorde tot de winst, maar hierop was wel de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing. Hierdoor was het voordeel in deze casus, na aftrek van de nog verrekenbare verliezen, onbelast

Let op! Dien uw aanvraag tijdig in. Er is een totaalbudget van € 8,5 miljoen.

Belangrijkste voorwaarden

Internationaal

Om voor de subsidie in aanmerking te komen moet u rechtspersoonlijkheid hebben, u voert uw onderneming bijvoorbeeld vanuit een bv. Als u uw onderneming vanuit een eenmanszaak of vof voert, kunt u deze subsidie niet aanvragen. Verder moet u exporteren naar of investeren in het buitenland, dient u uw product of dienst in Nederland te ontwikkelen en moet u minimaal drie werknemers in dienst hebben.

Let op! Er gelden nog meer voorwaarden

Hoogte subsidie

Voor een demonstratieproject kunt u 50% subsidie krijgen. Draagt het project bij aan vergroeningsdoelen, dan bedraagt de subsidie 70%. De maximale subsidie is € 200.000.
Ook voor een haalbaarheidsstudie en een investeringsvoorbereidingsproject kunt u 50% subsidie krijgen, of 70% bij projecten die bijdragen aan vergroeningsdoelen. De maximale subsidie is € 100.000.

De minimale subsidie is € 25.000.

Marktvalidatie

Vanaf 2026 is het onder de DHI ook mogelijk om subsidie aan te vragen voor marktvalidaties in het buitenland. Startups tot tien jaar oud kunnen deze subsidie aanvragen. De subsidie bedraagt € 25.000, mits de projectkosten minimaal € 50.000 bedragen. Met deze subsidie kunnen startups bijvoorbeeld testen of hun product of dienst aansluit bij de lokale vereisten of samenwerken met lokale ondernemers of juridische barrières oplossen.

Let op! Subsidieaanvragen voor marktvalidatie in het buitenland worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Er wordt in 2026 voor maximaal 40 marktvalidaties in het buitenland subsidie toegekend: 20 in ontwikkelingslanden en 20 in andere landen.

Stappenplan

RVO heeft een stappenplan DHI-subsidie aanvragen ontwikkeld. Aan de hand van dit stappenplan kunt u beoordelen of u in aanmerking komt voor de DHI-subsidie en deze ook aanvragen.

Wat speelde er?

Dobbelstenen

Drie werknemers waren in dienst als (senior) accountmanager bij een grote speler in de verzekeringsbranche. Ze namen ontslag per september 2024 en traden in dienst bij een concurrent.  Vervolgens stapten achttien klanten van de voormalige werkgever die tot de portefeuilles van de betreffende werknemers behoorden over naar die concurrent. Het in de arbeidsovereenkomsten overeengekomen geheimhoudings- en relatiebeding was inmiddels afgelopen. 

Onrechtmatige concurrentie?

De voormalige werkgever startte een kort geding en vorderde daarin onder meer een verbod op het benaderen van zijn klanten. De oud-werknemers hadden zich schuldig hebben gemaakt aan onrechtmatige concurrentie, omdat zij tijdens en na hun dienstverband stelselmatig minimaal 33 klanten hadden benaderd om een overstap te maken naar hun nieuwe werkgever, aldus de voormalige werkgever. 

Drie vereisten

Geldt er geen concurrentiebeding, dan kan een werknemer zijn voormalige werkgever beconcurreren, ook wanneer deze daarvan nadeel ondervindt. Bijkomende omstandigheden kunnen er wel voor zorgen dat bepaalde concurrerende activiteiten toch onrechtmatig zijn. Volgens vaste jurisprudentie geldt voor oud-werknemers dat sprake is van onrechtmatige concurrentie wanneer voldaan is aan de volgende drie cumulatieve vereisten, namelijk:

  1. het stelmatig en substantieel afbreken van
  2. het duurzame bedrijfsdebiet van de voormalige werkgever
  3. met gebruikmaking van kennis en gegevens die bij de voormalige werkgever vertrouwelijk zijn verkregen.

Wat oordeelde de rechter?

De rechter oordeelde dat dit in dit geval niet aan de orde is. Het gaat immers om een grote speler in de verzekeringsbranche met een groot klantenbestand. In dat geval ligt de drempel om te kunnen spreken van een substantiële afbreuk relatief hoog. Inmiddels waren er zestien maanden verstreken en was de bij de oud-werkgever opgedane kennis en bedrijfsinformatie niet meer actueel. Er was dus geen sprake van een concreet en reëel risico op onrechtmatige concurrentie. Daarnaast kon de ex-werkgever niet aantonen dat de kennis en gegevens vertrouwelijk waren verkregen.

Ook de belangenafweging tussen enerzijds het belang van de werknemers om bij een andere werkgever in dienst te treden versus het bedrijfsbelang van de werkgever, viel in het nadeel van de werkgever uit. Het staat relaties vrij van makelaar te wisselen en het is in algemene zin een normaal bedrijfsrisico dat het vertrek van ervaren accountmanagers tot verlies van omzet leid. Er was daarom geen sprake van onrechtmatige concurrentie. 

Let op!Zoals uit bovenstaande casus volgt, is een en ander afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden. Een werkgever moet de verwijten goed onderbouwen en tijdig in actie komen en de aantasting van het bedrijfsdebiet kunnen aantonen.

Baz

Invalide

In het wetsvoorstel Baz, Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen, wordt elke zelfstandige verplicht zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid tot de AOW-leeftijd. Dat kan door deelname aan de Baz, maar de zelfstandige kan ook, onder voorwaarden, voor een private verzekering kiezen. In dat geval geldt de Baz niet.

Premie

In het wetsvoorstel Baz is een premie opgenomen van 5,4% van de winst van de zelfstandige met een maximum van € 171 bruto per maand.

Let op!Het bedrag van € 171 is gebaseerd op het wettelijk minimumloon uit 2025 en zal jaarlijks worden geïndexeerd.

Uitzonderingen

Naast de zelfstandige die voor een private verzekering kiest, gelden nog wat andere uitzonderingen.

Zelfstandigen die ook in loondienst werken zijn al verzekerd voor arbeidsongeschiktheid. Hebben zij van daaruit bij arbeidsongeschiktheid recht op een uitkering op het niveau van het minimumloon, dan hoeven zij straks geen Baz-premie te betalen.

Ook een zelfstandige die vanuit een bv opereert, zoals de dga, valt straks niet onder de Baz.

Wachttijd

In het wetsvoorstel is een wachttijd opgenomen van twee jaar. Dit betekent dat de zelfstandige pas na twee jaar ziekte een AOV-uitkering ontvangt. Dit is vergelijkbaar met de wachttijd van een zieke werknemer voor een WIA-uitkering.

Vanaf?

De contouren lijken nu aardig bekend. Een en ander moet echter nog door de Tweede en Eerste Kamer. Het is daarom nog niet zeker of en zo ja vanaf wanneer er een verplichte AOV voor zelfstandigen komt.

Ban on cash payments of €3,000 or more

Internationaal

Cash payments of €3,000 or more will be prohibited in the Netherlands starting January 1, 2026. The ban applies to all businesses that buy or sell goods in or from the Netherlands, regardless of the sector in which they operate. It does not matter whether the business is buying or selling to another business or to a private individual. Furthermore, it does not matter whether the transaction takes place in the Netherlands or abroad. In all cases, cash payments to or from businesses based in the Netherlands of €3,000 or more are not permitted.

Please note!Private sellers are exempt from the ban. For example, a private individual selling something to another private individual via Marktplaats may still accept a cash payment exceeding €3,000.

Exception for purchases outside the EU

An exception applies to the enforcement of the ban for purchases outside the EU. A business based in the Netherlands may therefore pay in cash for a purchase outside the EU of €3,000 or more.

No other exceptions

Representatives from various vehicle, metal, and shipping sectors—where parties from Africa, South America, and Eastern Europe often pay in cash—have discussed with the Minister of Finance the challenges arising from the ban on cash payments. However, these discussions have not led the minister to grant an exception for these sectors.

The minister does not intend to allow a broader exception for specific goods, sectors, or transactions with foreign parties. This would conflict with the purpose of the cash payment ban, be unenforceable, and not align well with the European ban on cash payments set to take effect in 2027.

European ban

Starting July 10, 2027, a European ban on cash payments of €10,000 or more will also take effect. This European ban does not mean that the threshold in the Netherlands will then be raised to €10,000. EU countries are free to set their own threshold for cash payments, provided that it remains below €10,000 as of July 10, 2027.

Goods, and services starting July 10, 2027

The ban currently applies only to the trade in goods. A ban on cash payments for services will follow starting July 10, 2027, with the introduction of the European ban. In the Netherlands, the limit for services will be €3,000, just as it is for goods.

Verschil ruisende of geruisloze inbreng

Verkeersbord

Als u uw onderneming ruisend de bv inbrengt, moet u fiscaal afrekenen over de stille en fiscale reserves en de goodwill in uw onderneming. Wilt u dat niet, dan is het ook mogelijk om geruisloos de bv in te gaan met uw onderneming. U hoeft dan niet fiscaal af te rekenen over de stille en fiscale reserves en de goodwill. De fiscale claim hierover schuift dan door naar de bv.

Let op! Hoewel geruisloos de voorkeur lijkt te hebben, is ruisend in bepaalde situaties voordeliger of gewenster. Bijvoorbeeld als er nauwelijks stille en fiscale reserves en goodwill zijn of als er voldoende geld is om de belasting al te voldoen. Laat u adviseren wat in uw situatie raadzaam is.

Intentieverklaring bij ruisende inbreng vóór 1 april 2026

Heeft u plannen om uw IB-onderneming ruisend met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 in te brengen in een bv? Leg dan in ieder geval de intentie hiervoor vast. Zorg dat deze vastlegging vóór 1 april 2026 door de Belastingdienst ontvangen is. Alleen dan kan het namelijk met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 plaatsvinden.

Tip! Gebruik voor de verzending naar de Belastingdienst het daarvoor bedoelde Geleideformulier voorovereenkomst of intentieverklaring.

Intentieverklaring bij geruisloze inbreng vóór 1 oktober 2026

Heeft u plannen om geruisloos de bv in te gaan, dan heeft u meer tijd. U moet dan zorgen dat de intentie vóór 1 oktober 2026 door de Belastingdienst ontvangen is om met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 de bv in te gaan.

Oprichting en inbreng in bv

Bij een ruisende inbreng moeten de oprichting van de bv en de inbreng van de onderneming in de bv uiterlijk op 30 september 2026 hebben plaatsgevonden om de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 te behouden.

Bij een geruisloze inbreng moeten de oprichting van de bv en de inbreng van de onderneming in de bv uiterlijk op 31 maart 2027 hebben plaatsgevonden voor de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

Let op! Voor de geruisloze inbreng met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 verloopt binnenkort ook de deadline. Hiervoor moet de bv en de inbreng plaatsvinden uiterlijk 31 maart 2026.

Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram