De Voorjaarsnota is nog niet gepubliceerd, maar op basis van uitingen in diverse media door de coalitiepartijen zelf is al een overzicht samen te stellen van een aantal verschillende maatregelen die hierin opgenomen zouden zijn.

Zo is de voorgenomen btw-verhoging voor cultuur, sport en media, die aanvankelijk per 1 januari 2026 in zou moeten gaan, definitief van de baan. De BBB meldt verder dat een geopperde btw-verhoging op zuivel en sojadranken niet doorgaat. Ook de geplande accijnsverhoging op alcohol is geschrapt.
De sociale huren gaan in 2025 en 2026 niet omhoog. De VVD meldt dat ook de Wet betaalbare huur wordt versoepeld. Meerdere coalitiepartijen geven verder aan dat de huurtoeslag verhoogd wordt. De BBB meldt hierbij dat hierdoor extra geld beschikbaar komt voor boodschappen. Ook komt er € 200 miljoen beschikbaar voor de verlaging van de energiebelasting.
Het wettelijk minimumjeugdloon gaat omhoog. De BBB meldt ook nog dat de belastingvrije jubileumuitkering, die werknemers kunnen krijgen als ze 25 of 40 jaar in dienst zijn, niet wordt afgeschaft. Het lijkt er ook op dat de al in het hoofdlijnenakkoord aangekondigde kortere WW-duur in de voorjaarsnota wordt opgenomen. Hierdoor wordt de duur van een WW-uitkering verkort van maximaal 24 maanden naar maximaal 18 maanden. Verder gaan de voorgenomen bezuinigingen op de kinderopvang, waardoor de eigen bijdrage voor ouders omhoog zou gaan, niet door.
De Arbeidsongeschiktheidswet wordt hervormd om deze eerlijker te maken en onrechtvaardigheden uit de regeling te halen. Er komt ook geld vrij voor arbeidsongeschikten die ten onrechte geen uitkering kregen vanwege fouten in het systeem van de WIA. NSC meldt verder dat het acute probleem bij de sociale werkplaatsen wordt aangepakt en er geld geregeld is voor deze groep.
De VVD meldt dat € 1,1 miljard beschikbaar komt voor veiligheid en defensie. Naar de kosten van asiel lijkt € 900 miljoen extra te gaan.
Voor de sociale advocatuur komt € 30 miljoen extra beschikbaar. En ook voor gemeenten komen miljarden extra beschikbaar.
Over een aantal andere dossiers komt nog weinig naar buiten. Het lijkt erop dat bijvoorbeeld stikstof- en klimaatmaatregelen zijn blijven liggen. De BBB meldt wel dat voor de aanpak van stikstof en het helpen van boeren in totaal € 600 miljoen extra beschikbaar komt voor 2025 en 2026. Ook komt veel geld beschikbaar voor de Nedersaksenlijn, een spoorlijn tussen Enschede en Groningen.
Over de bekostiging van deze plannen is nog weinig tot niets bekend. Duidelijk is dat er op andere plekken bezuinigd moet worden. Minister van Financiën Heinen meldt dat alle begrotingsregels worden nageleefd en dat de schulden niet oplopen. In de media wordt gesproken over de mogelijkheid dat de inkomstenbelasting minder wordt verlaagd dan gepland en dat de algemene heffingskorting en de arbeidskorting niet worden geïndexeerd. Ook zouden de schijven in de inkomstenbelasting niet volledig geïndexeerd worden, waardoor mensen eerder in een hogere belastingschijf komen.
Let op! Bovengenoemde voorgenomen maatregelen zijn niet afkomstig uit de Voorjaarsnota en kunnen dus uiteindelijk afwijken van de werkelijke plannen.

De doelstelling van het NFBK is om koopwoningen voor starters op de woningmarkt betaalbaarder te maken. Hieraan zijn wel verschillende voorwaarden verbonden, zowel met betrekking tot het bouwproject als ten aanzien van de kopers.
De woningen waarvoor het NFBK beschikbaar is, mogen een maximale marktwaarde hebben van € 405.000. De korting die de kopers krijgen bedraagt minimaal 10% van de marktwaarde en maximaal € 70.000. Projecten waarvoor het fonds beschikbaar is, dienen minimaal uit 10 en maximaal uit 100 woningen te bestaan die via het fonds worden verkocht.
Kopers die voor een woning uit het project in aanmerking willen komen, moeten jonger zijn dan 35 jaar. Het gezamenlijke inkomen mag niet meer bedragen dan € 89.821 (twee keer modaal). Van de koperskorting krijgen zij via het NFBK 75% verstrekt en het restant via de ontwikkelaar van de woningen.
Wordt een woning die via het NFBK is verkregen weer doorverkocht, dan vloeit de koperskorting weer terug naar het fonds. Dit geldt ook voor een deel van de waardewijziging van de woning, die zowel positief als negatief kan zijn.
Partijen gaan onderzoeken of het NFBK kan worden uitgebreid met private financiering. Daarover wordt onder meer gesproken met pensioenfondsen en verzekeraars. Verder wordt nog onderzocht of het NFBK ook voor Caribisch Nederland beschikbaar kan komen.
De subsidie is beschikbaar voor bedrijven die 100 kW of meer via hun netaansluiting afnemen. Naast nog andere voorwaarden, moet uw onderneming zich bevinden in een gebied waar het stroomnet vol is, een zogenaamd congestiegebied.
De subsidie is bedoeld om óf te onderzoeken of u flexibeler elektriciteit kunt gebruiken óf om direct maatregelen te treffen. Dit is uitgewerkt in drie mogelijkheden: een flexibiliteitsscan, een haalbaarheidsstudie en flexibiliteitsmaatregelen. Heeft u een van de drie mogelijkheden afgerond binnen de aanvraagperiode? Dan is het mogelijk om ook nog voor een ander onderdeel subsidie aan te vragen.
De flexibiliteitsscan geeft inzicht in de mogelijkheden inzake flexibel elektragebruik. De subsidie vergoedt 50% van de kosten met een maximum van € 10.000. In uw aanvraag moet u onder andere aangeven hoeveel elektriciteit u verbruikt en voor welke bedrijfsprocessen.
De haalbaarheidsstudie is bedoeld te onderzoeken welke maatregelen voor flexibel elektriciteitsgebruik technisch voor u haalbaar zijn. Ook moet duidelijk worden welke mate van flexibilisering de voorgenomen maatregel u oplevert. Per maatregel dienen de technische beschrijvingen uitgewerkt te worden in een zogenaamd technisch ontwerp. De subsidie dekt 50% van de kosten van de haalbaarheidsstudie met een minimum subsidiebedrag van € 10.000 en een maximum van € 125.000.
Ook voor de uiteindelijke investeringen in flexibiliseringsmaatregelen is subsidie beschikbaar. De optie ‘Flexibiliseringsmaatregelen’ is beschikbaar voor noodzakelijke investeringen in flexibilisering, waaronder aanschaf- en installatiekosten. Maatregelen zijn bijvoorbeeld het beperken van het gebruik van elektra en het opslaan ervan. De subsidie bedraagt 35% van de kosten, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 300.000.
U kunt de Flex-e regeling aanvragen bij RVO.nl. Hiervoor heeft u eHerkenning niveau 2+ nodig. Het loket voor deze subsidie is open tot en met 15 oktober 2025.
Uit onderzoek van het CBS is gebleken dat vrouwen gemiddeld per uur zo’n 13% minder verdienen dan hun mannelijke collega’s. Vanaf 14 november, op Equal Pay Day, werken vrouwen ongeveer de rest van het jaar symbolisch ‘voor niets’. Dit fenomeen geldt niet alleen in Nederland, maar ook in Europa.
Om te zorgen dat dit verschil in loon tussen mannen en vrouwen wordt weggenomen, heeft de Europese Commissie een richtlijn opgesteld. Deze verplicht lidstaten onder meer maatregelen te nemen die zorgen voor openheid over beloning en die de rechtsbescherming van werknemers versterken. EU-richtlijnen moeten altijd worden omgezet in nationale wetgeving.
Er ligt momenteel een internetconsultatie voor waarin deze richtlijn is uitgewerkt in een concreet wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen. Deze internetconsultatie loopt tot en met 7 mei 2025.
De wet beoogt meer transparantie en openheid te geven over loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Daarnaast wordt de rechtspositie van werknemers versterkt. Het doel is hiermee loonverschillen tegen te gaan. Wat omvat het wetsvoorstel onder meer:
Het wetsvoorstel versterkt de informatiepositie van werknemers doordat ze inzicht kunnen krijgen in het gemiddelde salaris van werknemers die hetzelfde of gelijkwaardig werk verrichten. Ook de verplichting tot transparantie over de beloning voorafgaand aan de indiensttreding zal sollicitanten een betere informatiepositie geven.
Tip! Er is een tool die door Women Inc. is ontwikkeld met subsidie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die werkgevers helpt om zelf aan de slag te gaan met gelijkere beloningen op de werkvloer.

Sinds enkele jaren geldt voor een ter beschikking gestelde fiets, de fiets is dus eigendom van u als werkgever, een fiscaal aantrekkelijke regeling. Van de consumentenadviesprijs van de fiets moet u namelijk jaarlijks slechts 7% tot het loon rekenen. Hierover betaalt uw werknemer dan loonheffing.
Voorbeeld
Een (elektrische) fiets van bijvoorbeeld € 2.500 levert jaarlijks een bijtelling op van € 2.500 x 7% = € 175. Hierover betaalt de werknemer in principe loonheffing. Bij een belastingtarief van bijvoorbeeld 35,82% (eerste schijf box 1) komt dit neer op ca. € 62.
U betaalt daarnaast in de meeste gevallen nog premies werknemersverzekeringen van zo’n 20% over het bedrag van de bijtelling. Uiteraard kunt u er ook voor kiezen de bijtelling van de ter beschikking gestelde fiets in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) onder te brengen. In dat geval blijft het voordeel onbelast.
Mag u als werkgever ook de oplaadkosten van een ter beschikking gestelde elektrische fiets belastingvrij vergoeden? Dit is inderdaad mogelijk, want dergelijke kosten worden aangemerkt als intermediaire kosten. Uw werknemer betaalt namelijk kosten die normaal gesproken bij u thuis horen, aangezien de fiets uw eigendom is.
Een ter beschikking gestelde fiets is eigendom van u als werkgever. Betreft het een (elektrische) privéfiets van de werknemer, dan mag u uw werknemer een vergoeding verstrekken van € 0,23 per kilometer voor het woon-werkverkeer.
Bij een elektrische fiets die van de werknemer is, is er geen belastingvrije vergoeding van de oplaadkosten mogelijk. Verstrekt u toch een vergoeding voor deze kosten, dan is het bedrag belast als loon bij uw werknemer. U mag als werkgever deze kosten wel onderbrengen in de vrije ruimte van de WKR.
Let op! Brengt u kosten onder in de vrije ruimte van de WKR, let dan op dat u de vrije ruimte niet overschrijdt.
Tip! Als u de werknemer op de werkplek in de gelegenheid stelt de fiets op te laden, dan hoeft u (op grond van een kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst) geen voordeel in aanmerking te nemen. Het voordeel blijft dan onbelast.
De arbeidskorting is een korting op de te betalen belasting waarop iemand recht heeft als hij werkt. De hoogte van de korting is onder meer afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen en bedraagt in 2025 maximaal € 5.599.
In beginsel bestaat alleen recht op arbeidskorting als iemand werkt. Om die reden kan het UWV op de belasting die geheven wordt op uitkeringen geen arbeidskorting inhouden.
Werkgevers die een (arbeidsongeschiktheids)uitkering betalen aan werknemers kunnen op die uitkering, onder voorwaarden, echter wél arbeidskorting inhouden.
Op 15 november 2024 oordeelde de Hoge Raad dat dit verschil in behandeling in strijd is met het discriminatieverbod.
Om die reden is nu besloten dat een werkgever, net als het UWV, geen arbeidskorting mag toepassen op uitkeringen. Dit besluit heeft gevolgen voor zo’n 11.000 mensen met een uitkering die uitbetaald wordt via een werkgever. Dit betreft voor het grootste deel arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Om de zo’n 11.000 mensen die het aangaat zo goed mogelijk te informeren over de wijziging gaat deze niet nu al, maar pas vanaf 2027 in.

Met de Bedrijfseffectentoets (BET) kan worden nagegaan wat bedoelde en onbedoelde effecten van voorgenomen wet- of regelgeving zijn voor het bedrijfsleven. De BET is een verplichte kwaliteitseis.
Tip! Wilt u meer weten over de BET, kijk dan hier.
De aanscherping, met name gericht op het kleine mkb, bevat onder meer het volgende.
Nieuw is ook dat nieuwe regelgevingsvoorstellen voortaan voorafgaand aan advisering naar het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) worden gestuurd. Dit orgaan adviseert de overheid over het zoveel mogelijk voorkomen van onnodige regeldruk. Het ministerie van Economische Zaken gaat bovendien bevorderen dat de BET zo correct mogelijk wordt ingevuld.
Let op! De aanscherping van de BET betekent ook dat de Nederlandse uitwerking van Europese regelgeving met zo min mogelijk lasten moet worden geïmplementeerd.
Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat contant geld toegankelijk moet blijven. Sommige mensen hebben namelijk moeite met het digitale betalingsverkeer, zoals ouderen. Sommigen willen liever sowieso contant betalen, bijvoorbeeld om grip te houden op het budget. Ook bij een storing van pinautomaten is de beschikbaarheid van contant geld van belang.
Om een en ander te realiseren bevat het wetsvoorstel onder meer voor grote banken de plicht om voldoende geldautomaten beschikbaar te stellen. Dit betekent dat de afstand tot een geldautomaat maximaal vijf kilometer mag bedragen. Hierover bestaan al vrijwillige afspraken, maar die blijken onvoldoende.
De wet regelt ook dat geld opnemen voor particulieren gratis moet blijven. Voor ondernemers gaan maximum tarieven gelden voor het opnemen van geld. Ook moeten volgens het wetsvoorstel klanten van banken met minstens 500.000 klanten bankbiljetten kosteloos kunnen storten bij geldautomaten. De geldautomaten van Geldmaat worden hiervoor beschikbaar gesteld.
De Nederlandse Bank gaat volgens deze wet toezicht houden op de naleving ervan.
Let op! De Tweede en Eerste Kamer moeten nog over dit wetsvoorstel stemmen.

Wilt u gebruikmaken van de vaste aftrek? Dan gelden de volgende voorwaarden:
Let op! U mag ieder jaar opnieuw beslissen of u de regeling voor gebruik van de vaste aftrek al dan niet gebruikt. Als u gebruikmaakt van de regeling en u voldoet aan alle voorwaarden , hoeft u de verblijfkosten niet aan te tonen.
De regeling geldt ook voor internationale ritten die starten op meer dan 50 kilometer van het woonadres van de ondernemer. Dit geldt ook als deze ritten korter duren dan 24 uur. In dat geval moet u wel voldoen aan de volgende voorwaarden:
U hoeft de regeling voor de vaste aftrek niet toe te passen als de kosten hoger zijn. U kunt dan de werkelijk gemaakte kosten aftrekken, op voorwaarde dat u ze moet kunnen aantonen. U moet er dan wel rekening mee houden dat sommige kosten, zoals maaltijden, beperkt aftrekbaar zijn.
Tip! Houd een goede administratie bij en zorg dat u alle facturen en bonnen heeft.
Let op! De regeling voor de vaste aftrek geldt alleen voor ondernemers waarvan de winst in de inkomstenbelasting belast wordt. Eigen rijders met een bv kunnen hun verblijfkosten onbelast door de bv laten vergoeden volgens de regels die gelden voor werknemers.

Het wettelijk minimumuurloon stijgt van € 14,06 per 1 januari 2025 naar € 14,40 per 1 juli 2025.
Met de stijging van het wettelijk minimumuurloon stijgen ook de minimumjeugdlonen als volgt.
| Leeftijd | Staffeling | Minimumloon per uur |
| 21 jaar en ouder | 100,0% | € 14,40 |
| 20 jaar | 80,0% | € 11,52 |
| 19 jaar | 60,0% | € 8,64 |
| 18 jaar | 50,0% | € 7,20 |
| 17 jaar | 39,5% | € 5,69 |
| 16 jaar | 34,5% | € 4,97 |
| 15 jaar | 30,0% | € 4,32 |
Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl gelden per 1 juli 2025 de volgende minimumuurlonen:
| Leeftijd | Staffeling | Minimumloon per uur |
| 21 jaar en ouder | 100,0% | € 14,40 |
| 20 jaar | 61,5% | € 8,86 |
| 19 jaar | 52,5% | € 7,56 |
| 18 jaar | 45,5% | € 6,55 |
| 17 jaar | 39,5% | € 5,69 |
| 16 jaar | 34,5% | € 4,97 |
| 15 jaar | 30,0% | € 4,32 |
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01