De eerste brieven worden in augustus 2024 verstuurd aan een eerste groep belastingplichtigen.
De Belastingdienst legt de aanslagen over 2021 de komende tijd op, omdat dit binnen de wettelijke termijn van drie jaar moet gebeuren. Deze aanslagen kunnen echter onjuist zijn, omdat er nog geen rekening kan worden gehouden met het feit dat in box 3 het werkelijke rendement moet worden belast als dit lager is dan het forfaitaire rendement.
De Belastingdienst was in afwachting van duidelijkheid van de Hoge Raad over de Wet rechtsherstel box 3 en de Overbruggingswet box 3 en kan hier nog geen rekening mee houden voor de definitieve aanslagen over 2021.
De Belastingdienst werkt nog aan een formulier waarmee het werkelijke rendement kan worden doorgegeven. Dit formulier is naar verwachting echter pas in de zomer van 2025 beschikbaar. Ook hierover ontvangen genoemde belastingplichtigen een brief.
Blijkt achteraf dat er te veel belasting is betaald, dan wordt dit terugbetaald of het wordt verrekend met nog te betalen belasting.
Moet er belasting betaald worden, let dan op voor wanneer u dit moet betalen. Dit moet ook als nog niet zeker is of het inkomen in box 3 achteraf alsnog lager wordt vastgesteld.
Let op! Op uw definitieve aanslag staat ook aangegeven hoe u bezwaar kunt maken, als u dit wilt. U kunt hier altijd even met uw adviseur over overleggen.
Als u een kamer in uw eigen woning verhuurt, bijvoorbeeld aan een student, kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van de kamerverhuurvrijstelling. U betaalt dan geen belasting over de ontvangen huur. Daarnaast heeft de kamerverhuur bij toepassing van de kamerverhuurvrijstelling geen invloed op uw recht op hypotheekrenteaftrek.
U kunt alleen gebruikmaken van de kamerverhuurvrijstelling als de kamer die u verhuurt onderdeel is van uw eigen woning. Het mag geen zelfstandige woning zijn. U en de huurder moeten ook gedurende de verhuur ingeschreven staan op het adres van de woning.
Verder mogen de totale huuropbrengsten in 2024 niet meer bedragen dan € 5.998. Dit betreft niet alleen de kale huur, maar alle vergoedingen die de huurder aan u betaalt die betrekking hebben op de huur, zoals voor energiekosten.
Let op! Verhuurde u in 2023 ook al een kamer, dan gelden voor dat jaar dezelfde voorwaarden. Alleen het bedrag van maximale de totale huuropbrengsten bedroeg in 2023 geen € 5.998 maar € 5.881.
Voldoet u niet aan de voorwaarden, dan verhuist de kamerverhuur naar box 3. Of u in box 3 daarover belasting betaalt, is afhankelijk van uw overige bezittingen en schulden in box 3. Het betekent ook dat u de hypotheekrente die betrekking heeft op de verhuurde kamer niet meer in box 1 in aftrek kunt brengen.
Vanaf wanneer voldoet u niet meer aan de voorwaarden?
Als u in een jaar de maximale huuropbrengstengrens overschrijdt, geldt de kamerverhuurvrijstelling al niet meer vanaf het begin van het jaar.
Voorbeeld
Stel u verhuurt vanaf 1 oktober 2023 een kamer in uw woning voor € 700 per maand. De totale huuropbrengsten bedragen in 2023 € 2.100. Daarmee blijft u onder de grens van € 5.881. U kunt de kamerverhuurvrijstelling daarom in 2023 toepassen. Loopt de huur in heel 2024 door, dan overschrijdt u na ontvangst van de huur over september 2024 de grens van € 5.998. De kamerverhuurvrijstelling is dan vanaf 1 januari 2024 niet meer van toepassing.
Via de SVVE kunnen voornamelijk Verenigingen van Eigenaars, VvE’s, subsidie krijgen voor het verduurzamen van hun gebouwen. Maar ook wooncoöperaties en woonverenigingen kunnen de SVVE aanvragen. De SVVE betreft onder meer energiebesparende maatregelen, een warmtepomp, zonneboiler of een centrale aansluiting op een warmtenet. Tot en met 2027 is hiervoor nog ongeveer € 27 miljoen beschikbaar.
De voorgenomen wijzigingen betreffen onder meer het verhogen van de subsidie voor advies, het subsidiëren van bouwbegeleiding bij investeringen van minimaal € 1 miljoen, een aanpassing van de subsidiebedragen voor lucht-waterwarmtepompen, een verhoging van de subsidie op isolatie en een versoepeling van de voorwaarden voor subsidie op glas-, kozijnpaneel- en/of deurisolatie.
De SVVE kan digitaal worden aangevraagd bij RVO.nl. U vindt op hier ook meer informatie en hier kan ook eerst een oriënterend gesprek worden aangevraagd.
U kunt hier via de internetconsultatie op de voorgenomen maatregelen digitaal reageren.
De subsidie is door werkgevers aan te vragen voor statushouders die vanaf 1 januari 2024 in dienst zijn en voor statushouders die nog niet eerder bij dezelfde werkgever in dienst zijn geweest.
Werkgevers kunnen voor maximaal vier statushouders de subsidie aanvragen. De subsidie bedraagt voor de eerste statushouder € 8.000, voor de tweede € 6.000 en voor de derde en vierde ieder € 5.000. De totale subsidie kan dus maximaal € 24.000 bedragen.
Let op! De subsidie is verkrijgbaar naast de bestaande subsidies voor werving en selectie, opleiding en begeleiding van werkzoekenden.
De belangrijkste voorwaarde voor het verkrijgen van de subsidie is dat de statushouder na subsidieverlening een (leer-)arbeidsovereenkomst krijgt aangeboden van minstens 20 uur per week voor een periode van minstens één jaar. Ook moet een activiteitenplan worden gemaakt, waarin staat hoe het bedrijf de begeleiding organiseert, hoe de (organisatie-)cultuur wordt bijgebracht en hoe de statushouder de Nederlandse taal en vaktaal op de werkvloer wordt bijgebracht.
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een Handreiking ontwikkeld voor een te hanteren activiteitenplan. Hierin staat bijvoorbeeld aangegeven dat eventueel vertaalapps kunnen worden gebruikt voor het bijbrengen van de Nederlandse taal en wordt aanbevolen niet te snel over te stappen op de Engelse taal, ook wanneer dit voor de statushouder makkelijker is.
De subsidie kan worden aangevraagd vanaf 2 september 9.00 uur tot en met 30 september 2024 23.59 uur bij het Subsidieportaal van Uitvoering Voor Beleid.
Op deze manier wordt voorkomen dat grote bedragen aan ontvangen toeslagen moeten worden terugbetaald. Wijzigingen in de hoogte van toeslagen ontstaan door onder meer een verandering in inkomen of de persoonlijke leefomstandigheden.
De proef start in augustus 2024 en wordt uitgevoerd onder 12.000 toeslaggerechtigden. Bij wie de gegevens niet meer kloppen, ontvangen eerst een brief. Hierin wordt gevraagd de gegevens zelf aan te passen. Gebeurt dit niet, dan doet de Dienst Toeslagen dit, waardoor een lagere toeslag wordt verkregen. Betreffenden kunnen altijd zelf de aanpassing weer ongedaan maken.
De Dienst Toeslagen streeft ernaar het aanvragen en wijzigen van toeslagen zo eenvoudig mogelijk te houden. Aanvragen en wijzigen kan dan ook eenvoudig digitaal plaatsvinden via Mijn Toeslagen. Ook is er een nieuwe app beschikbaar. Hierin is te zien met welke gegevens de toeslag berekend is en kan een wijziging van bijvoorbeeld het inkomen eenvoudig worden doorgegeven. Daarnaast kunnen gebruikers meldingen ontvangen, zodat gegevens actueel kunnen worden gehouden om zodoende het terugbetalen van te veel ontvangen toeslag te voorkomen.
Verder is er voor toeslaggerechtigden ook ondersteuning beschikbaar, onder meer via intermediairs zoals ouderenbonden, sociaal raadslieden en bibliotheken. Ook kunnen er digitaal vragen worden gesteld, dit kan ook via (video)bellen.

De subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA) bestaat uit twee onderdelen: SPRILA Aanschaf en SPRILA Advies. Ondernemers die in Nederland gevestigd zijn met een inschrijving in het handelsregister van de KvK kunnen in aanmerking komen voor de subsidie.
Tip! Ook vervoerders met een vergunning voor openbaar busvervoer kunnen in aanmerking komen. Exploitanten van laadinfrastructuur ook, maar dan alleen voor laadinfrastructuur die bedoeld is voor eigen voertuigen of voertuigen van werknemers.
De ondernemer kan subsidie krijgen voor een deel van de kosten voor de aanschaf en aanleg van de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Deze laadinfrastructuur moet wel op een eigen terrein of een gehuurd terrein aangelegd worden. Dit terrein mag bovendien niet altijd publiek toegankelijk zijn.
Let op! Onder de laadinfrastructuur wordt onder meer begrepen de basislaadinfrastructuur (inclusief hoofdaansluiting en bekabeling) en een of meer DC-laadstations en/of AC-laadstations met verschillende vermogens.
Krijgt u minimaal € 25.000 subsidie voor de laadinfrastructuur, dan komt u mogelijk ook in aanmerking voor subsidie voor een stationaire batterij. Aan deze batterij zijn wel voorwaarden verbonden.
U kunt ook subsidie krijgen voor de kosten van een opgesteld advies over een laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, mits dit advies is opgesteld na 1 april 2024. Het advies moet verder aan een aantal voorwaarden voldoen.
De hoogte van de subsidie voor aanschaf is afhankelijk van het soort laadstation (AC of DC) in combinatie met het maximaal aan het elektrisch voertuig te leveren vermogen. Voor een mkb-ondernemer is de subsidie hoger dan voor een groot bedrijf.
Let op! De hoogte van de subsidiebedragen voor aanschaf lopen op van € 452 voor een AC-laadstation met een vermogen vanaf 11 kW voor een groot bedrijf, tot € 83.393 voor een DC-laadstation met een vermogen vanaf 350 kW voor een mkb-ondernemer. Meer details over de hoogte van de subsidie vindt u hier.
De hoogte van de subsidie voor advies is 50% van de kosten waarvoor u subsidie kunt krijgen met een maximum van € 3.500.
Komt u in aanmerking voor minder dan € 25.000 subsidie voor aanschaf, dan laat u eerst de laadinfrastructuur aanleggen en vraagt u daarna binnen 13 weken de subsidie aan. Is het subsidiebedrag € 25.000 of hoger, dan moet u subsidie aanvragen met een offerte. Maar let op, u mag dan nog geen opdracht gegeven hebben en de offerte dus nog niet getekend hebben!
Tip! Subsidie van minder dan € 25.000 ontvangt u direct naar vaststelling hiervan. Is de subsidie € 25.000 of hoger, dan krijgt u 50% van het subsidiebedrag als voorschot.
De subsidie voor advieskosten kunt u pas aanvragen nadat u het advies heeft ontvangen.
Vraagt u ook Milieu Investeringsaftrek (MIA) aan, dan wordt de subsidie verminderd met 11,25% van de voor de subsidie in aanmerking komende investeringskosten.
Vraag de subsidie op tijd aan!
Aanvragen van de subsidie is mogelijk van 24 september 2024 9.00 uur tot en met 31 december 2024, 12.00 uur.
Let op! Het beschikbare bedrag wordt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen verdeeld. Wacht daarom niet te lang met het aanvragen van de subsidie.
Tip! Is uw subsidie lager dan € 25.000 en dient u uw aanvraag in op de dag dat het budget op is of daarna? Dan schuift uw aanvraag door en krijgt deze als datum van aanvraag de eerste dag van de aanvraagperiode van 2025.
In genoemd standpunt gaat de Belastingdienst uit van de situatie dat kloosterlingen bij intreding in hun kloostergemeenschap de gelofte van armoede afleggen. Hiermee staan ze eventuele inkomsten af aan de kloostergemeenschap, beschikken ze niet over een eigen bankrekening en worden alle kosten betaald door de kloostergemeenschap. Er wordt van uitgegaan dat de kloostergemeenschap een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) is.
In het standpunt maakt de Belastingdienst duidelijk dat er sprake kan zijn van aftrekbare kosten, als de inkomsten die worden afgestaan aan de kloostergemeenschap hoger zijn dan de kosten die de kloostergemeenschap voor de kloosterling maakt. Het gaat dan onder andere om kosten van levensonderhoud, huisvesting en ziektekosten. Dit standpunt is gebaseerd op een arrest van de Hoge Raad en op een uitlating die een staatssecretaris in het verleden omtrent de giftenaftrek voor onder meer kloosterlingen heeft gemaakt.
De omvang van de kosten die de kloostergemeenschap maakt voor de kloosterling, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Onder meer de jaarrekening van de ANBI kan voor de berekening ervan een hulpmiddel zijn.
De gift kan niet worden aangemerkt als periodieke gift. Dit betekent onder meer dat er voor de aftrek zowel een drempel als een maximum geldt. Alleen giften boven de drempel zijn aftrekbaar, tot het maximum.
In een zaak die speelde voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant had een belastingplichtige om ambtshalve vermindering van zijn aanslagen inkomstenbelasting verzocht. Omdat de inspecteur niet op tijd besliste, stelde de belastingplichtige hem in gebreke. De inspecteur heeft dan nog twee weken om te beslissen. Doet hij dit niet, dan is hij automatisch een dwangsom verschuldigd.
Als de inspecteur na twee weken nog niet beslist heeft, bedraagt de dwangsom de eerste 14 dagen € 23 per dag, de daarop volgende 14 dagen € 35 per dag en de daarop volgende 14 dagen € 45 per dag. Een dwangsom kan dus oplopen tot maximaal € 1.442.
In deze zaak had de inspecteur precies twee weken na de ingebrekestelling zijn beslissing aan belanghebbende gezonden. Deze beslissing was echter 16 dagen na ontvangst van de ingebrekestelling gedateerd. Volgens de belastingplichtige was deze datum bepalend, was de inspecteur dus twee dagen te laat met zijn beslissing en had hij dus recht op een dwangsom.
Volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant is met betrekking tot een dwangsom echter van belang wanneer de beschikking van de inspecteur bekend is gemaakt. Dit bekendmaken kan door toezending of uitreiking van de beschikking. Onomstreden was dat dit precies na twee weken was gebeurd, dus nog net op tijd. Dat de beschikking een latere datum bevatte, deed niet ter zake. De inspecteur hoefde dan ook geen dwangsom te betalen.
Let op! Ook het feit dat de beschikking pas na de termijn van twee weken wordt ontvangen, is dus niet relevant.
Voor een ter beschikking gestelde auto vindt in beginsel een bijtelling op het inkomen plaats vanwege het privégebruik als er met de auto meer dan 500 km privé wordt gereden. De bijtelling is een percentage van de cataloguswaarde, welke afhankelijk is van de vraag wanneer de auto voor het eerst in gebruik is genomen. Voor 2024 is het percentage 22%. Voor elektrische auto’s geldt echter een percentage van 16% (2024) tot een cataloguswaarde van € 30.000. Bij een hogere cataloguswaarde geldt over het meerdere een bijtelling van eveneens 22%.
Let op! Er geldt dus geen bijtelling als met de auto niet meer dan 500 km privé wordt gereden.
Het komt soms voor dat aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking zijn gesteld. Het uitgangspunt is dat voor iedere auto waarmee meer dan 500 km wordt gereden, de bijtelling geldt. Hierop bestaan echter enkele uitzonderingen.
Is een werknemer alleenstaand of is er in zijn gezin maar één persoon met een rijbewijs, dan hoeft er maar voor één auto te worden bijgeteld. Dit is de auto met de hoogste bijtelling.
Zijn er in het gezin van de werknemer meerdere personen met een rijbewijs, dan geldt er voor net zoveel auto’s een bijtelling als er rijbewijzen zijn. Zijn er in het gezin echter ook één of meer privé-auto’s die net zo geschikt zijn voor privégebruik als de ter beschikking gestelde auto’s, dan mag u het aantal bijtellingen met dit aantal auto’s verlagen.
Voorbeeld
Aan een werknemer zijn drie auto’s ter beschikking gesteld en met iedere auto wordt privé meer dan 500 km gereden. In het gezin van de werknemer hebben vier personen een rijbewijs en zijn er twee auto’s die net zo geschikt zijn voor privégebruik als de ter beschikking gestelde auto’s. Omdat er vier personen een rijbewijs hebben en er twee auto’s net zo geschikt zijn voor privégebruik, moet er voor twee auto’s een bijtelling plaatsvinden. Ook nu gaat het om de auto’s met de hoogste bijtelling. Als de inspecteur voor meer dan twee auto’s de bijtelling wil toepassen, moet hij hiervan de reden aangeven.
Let op! Sinds 2022 gaat u uit van de auto’s met de hoogste bijtelling en niet meer van de hoogste cataloguswaarde.

Als ondernemer dient u uw administratie in beginsel zeven jaar te bewaren. Dat betekent dat u de administratie van vóór 2017 mag wegdoen. Voor akten en aankoopbewijzen inzake onroerend goed is de bewaartermijn tien jaar. Dit heeft onder meer te maken met de herzieningstermijn in de omzetbelasting voor onroerend goed. U moet uw gehele administratie ook tien jaar bewaren als u elektronische diensten, radio- en televisieomroepdiensten en telecommunicatiediensten levert.
De Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA) en de Subsidie Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) gaan per 2025 verdwijnen. Vraag daarom nog dit jaar deze subsidie aan als u van plan was een dergelijke auto aan te schaffen. De SEPP is weliswaar alleen beschikbaar voor particulieren, maar als u een auto niet als ondernemingsvermogen aanmerkt, kan ook van deze subsidie geprofiteerd worden. Let bij beide subsidies even goed op de voorwaarden!
Onder de werkkostenregeling mag u een aantal zaken belastingvrij aan uw werknemers vergoeden of verstrekken door ze onder te brengen in de vrije ruimte. Die bedraagt in 2024 1,92% van uw loonsom tot € 400.000 en 1,18% van het meerdere van uw loonsom. Vergoedt of verstrekt u meer, dan betaalt u als werkgever 80% belasting over het meerdere. We zitten momenteel ongeveer op de helft van het jaar, dus ga eens na hoeveel vrije ruimte u nog ‘over heeft’. U weet dan hoeveel u nog kunt uitgeven aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen, zonder dat u straks als werkgever belasting moet betalen.
Bent u van plan op korte termijn een nieuwe, niet-elektrische bestelauto aan te schaffen, doe dit zo mogelijk dan nog dit jaar. Vanaf 2025 komt de bpm-vrijstelling voor ondernemers voor niet-elektrische bestelauto’s namelijk te vervallen, wat betekent dat dergelijke auto’s (in principe) gemiddeld ruim € 11.000 duurder gaan worden. Omdat u vast niet de enige bent die deze extra uitgave wil voorkomen, is het verstandig niet tot het laatst met uw aanschaf te wachten.
Besteedt u bepaalde diensten uit aan derden, ga dan eens na of deze personen fiscaal wel zelfstandig zijn. Werkt u met Modelovereenkomsten, check dan of er nog wordt gehandeld conform de voorwaarden. De Belastingdienst corrigeert momenteel alleen bij fraude, maar gaat vanaf 2025 ook in andere gevallen de wet strak handhaven. Blijkt er dan sprake te zijn van een dienstbetrekking terwijl er gehandeld wordt alsof uw opdrachtnemer een zelfstandig ondernemer is, dan volgen er naheffingen met mogelijk een boete. Voorkom dit!
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01