
De Eerste Kamer stemde op 16 juni 2026 met het wetsvoorstel in. Het wetsvoorstel staat al vanaf 2021 op de rol. Oorspronkelijk was het plan om deze mogelijkheid per 1 januari 2023 in te laten gaan, maar de ingangsdatum is keer op keer uitgesteld. Uiteindelijk zal de wet met ingang 1 januari 2029 ingaan, dus na de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.
Vanaf 1 januari 2029 krijgt een gepensioneerde de mogelijkheid om op de pensioeningangsdatum maximaal 10% van het opgebouwde pensioen in één keer uit te laten betalen. De gepensioneerde mag dit bedrag vrij besteden, er is dus geen verplicht bestedingsdoel.
Tip! De mogelijkheid 10% ineens op te nemen komt ook beschikbaar voor lijfrentes.
Het maandelijkse pensioen wordt door de opname wel lager. Daarnaast kan de opname van een bedrag ineens gevolgen hebben voor het recht op toeslagen. Daarom komt er een rekentool beschikbaar die inzicht geeft in de gevolgen van het bedrag ineens voor toeslagen en belastingen.

Met name bij arbeidsmigranten is niet altijd even duidelijk of ze het wettelijk minimumloon betaald hebben gekregen. Daarom werkt de regering een wetsvoorstel uit waarmee werknemers straks in die situatie alsnog het minimumloon uitgekeerd krijgen. Ook de bewijslast verschuift dan. De werkgever zal dan moeten bewijzen dat het minimumloon wel is uitbetaald. Nu ligt de bewijslast nog bij de werknemer of de Arbeidsinspectie. Zij moeten op dit moment nog bewijzen dat sprake is van betaling onder het wettelijk minimumloon.
De Arbeidsinspectie is de toezichthouder voor wat betreft de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Bij controles komt het voor dat de werkgever de benodigde gegevens niet kan of wil verstrekken. De Arbeidsinspectie kan dan niet nagaan of het minimumloon is betaald voor de gewerkte uren. De Arbeidsinspectie kan dan wel een boete van maximaal €12.000 per onderzochte werknemer opleggen maar daarmee ontvangen de werknemers nog niet het loon waar ze recht op hebben.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil daarom een rechtsvermoeden van onderbetaling in de wet opnemen als er een vermoeden van onderbetaling is. De bewijslast wordt dan omgekeerd waardoor de werkgever moet bewijzen dat niet sprake is van onderbetaling.
De Arbeidsinspectie mag, na invoering van het rechtsvermoeden, een fictieve onderbetaling van het loon berekenen, als het vermoeden bestaat dat werknemers te weinig betaald krijgen en de werkgever niet kan bewijzen dat geen sprake is van onderbetaling. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als de werkgever de gevraagde administratie niet wil of kan tonen.
Let op!Genoemd rechtsvermoeden was één van de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten. Het aanjaagteam adviseerde ook bij een vermoeden van onderbetaling aan te nemen dat de werknemer gedurende zes maanden voor 36 uur per week tegen een vergoeding van het minimumloon heeft gewerkt.
Verder moet de werkgever straks bij de rechter bewijzen dat het wettelijk minimumloon wel is betaald. Nu ligt deze bewijslast nog bij de werknemer. Bewijslast betekent ook vaak bewijsrisico. Het is lastig voor werknemers om aan te tonen dat er sprake is van onderbetaling. Zeker wanneer de werknemer geen documenten kan laten zien, omdat deze ontbreken. Bovendien speelt de sterke afhankelijkheidspositie die werknemers ten opzichte van hun werkgever hebben een rol. Ze zijn niet snel geneigd om een procedure te starten. Vaak zijn ze ook onbekend met die mogelijkheid. Daar moet dus nu verandering in komen.
Let op!Deze voorstellen zullen in de komende maanden nader uitgewerkt worden in een wetsvoorstel. Daarna toetst de arbeidsinspectie eerst de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid en wordt het wetsvoorstel voorgelegd bij de Raad van State. Vervolgens moeten de Tweede en Eerste Kamer het wetsvoorstel nog behandelen en hierover stemmen.
De casus voor de rechtbank ging over jaren vóór 2022. De bv betaalde de kosten van de sportschool en een personal trainer voor de dga. De bv vond dat de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen van toepassing was, omdat de bv als werkgever zo zorgdroeg voor de gezondheid van de werknemer(s). De rechtbank was het met de werkgever eens en paste de vrijstelling toe.
Let op! De bv vergoedde ook de kosten van de partner van de dga. Nu de partner geen werknemer was van de bv, was dat niet mogelijk volgens de rechtbank
De vergoeding van de kosten van de sportschool en de personal trainer was ongebruikelijk volgens de Belastingdienst. Om die reden zou de gerichte vrijstelling niet toegepast kunnen worden. De bewijslast dat iets ongebruikelijk is, ligt bij de Belastingdienst. Die kon het standpunt niet onderbouwen met data. De rechtbank ging daarom niet mee in het standpunt van de Belastingdienst.
Let op!Dat de rechtbank in deze casus de vergoeding van de sportschool en de personal trainer niet ongebruikelijk vond, wil niet zeggen dat dit in andere casussen ook zo is. De rechtbank deed een uitspraak in deze specifieke casus en heeft niet in zijn algemeenheid geoordeeld dat de vergoeding van de sportschool en een personal trainer gebruikelijk is.
Kan nu iedere dga de kosten van de sportschool en een personal trainer onbelast door de bv laten vergoeden? Nee, helaas niet.
Allereerst is het nog niet bekend of de Belastingdienst hoger beroep instelt tegen deze uitspraak. Het zou dus nog kunnen dat een gerechtshof in hoger beroep tot een ander oordeel komt.
Bovendien zijn de regels voor de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen met ingang van 2022 gewijzigd. Om die reden is het nog maar de vraag of de rechtbank voor de jaren vanaf 2022 tot hetzelfde oordeel zou zijn gekomen in deze casus. Het is dus niet zo dat elke dga nu de kosten van de sportschool en de personal trainer onbelast door zijn bv kan laten vergoeden.
Tot 2022 gold de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen voor voorzieningen die rechtstreeks voortvloeien uit het arbobeleid dat de werkgever voert op grond van de Arbowet. Vanaf 2022 geldt de gerichte vrijstelling alleen nog voor voorzieningen die direct samenhangen met verplichtingen van de werkgever op grond van de Arbowet. Ofwel, de niet-verplichte arbovoorzieningen vallen niet meer onder de gerichte vrijstelling vanaf 2022.
Het is de vraag of het vergoeden van de kosten van de sportschool en een personal trainer een verplichting van de werkgever is op grond van de Arbowet. Als dat zo is, kan de arbovrijstelling worden toegepast.
De Belastingdienst is in ieder geval van mening dat de arbovrijstelling niet aan de orde is bij voorzieningen die evident gericht zijn op de bevordering van de algemene gezondheid van werknemers. De Belastingdienst zal toepassing van de arbovrijstelling op de vergoeding van de sportschool en personal trainer vanaf 2022 daarom zeer waarschijnlijk afwijzen.
Let op!De Belastingdienst heeft ook aangegeven dat een voorziening die gericht is op de algemene gezondheid van de werknemer, in een individueel geval toch een verplichte arbovoorziening kan zijn. Hiervoor moet de werknemer in ieder geval een gezondheidsrisico lopen vanwege de arbeid die hij verricht. Er gelden nog meer voorwaarden. Neem hiervoor, en voor de beoordeling van je eigen specifieke situatie contact op met onze adviseurs.

Het rechtsvermoeden houdt in dat het vermoeden van een arbeidsovereenkomst wordt aangenomen voor iedereen die voor een ander arbeid verricht tegen een beloning van minder dan € 38 per uur. Opdrachtgevers kunnen dit rechtsvermoeden wel weerleggen door aan te tonen dat er geen arbeidsovereenkomst is. Lukt dat de opdrachtgever niet, dan bestaat recht op alle bescherming die het arbeidsrecht biedt, zoals recht op doorbetaling bij vakanties en ontslagbescherming.
Let op! De wet treedt op een nog nader te bepalen datum in werking. De verwachting is uiterlijk 31 december 2026.
Het rechtsvermoeden heeft, na inwerkingtreding van de wet, onmiddellijke werking. Dit betekent dat het rechtsvermoeden van toepassing is op elke arbeidsrelatie die bestaat op de dag van inwerkingtreding van de wet en op elke arbeidsrelatie die op die dag of na die dag ingaat.
Het rechtsvermoeden heeft alleen een civielrechtelijke werking. Het UWV, de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie gaan niet zelfstandig dit rechtsvermoeden toetsen, maar houden hun eigen onderzoeksplicht op basis van arbeid, loon en gezagsverhouding (zoals opgenomen in artikel 7:610 BW).
Oorspronkelijk bevatte het wetsvoorstel Vbar ook nog criteria aan de hand waarvan duidelijker zou moeten zijn wanneer iemand werknemer is en wanneer iemand als zelfstandige werkt. Voordat de Tweede Kamer over het wetsvoorstel stemde, had het kabinet dit verduidelijkingsdeel al uit het wetsvoorstel geschrapt.
Let op! In plaats van het verduidelijkingsdeel uit het oorspronkelijke wetsvoorstel Vbar wil het kabinet zo snel mogelijk aan de slag met de Zelfstandigenwet. Het initiatiefwetsvoorstel dat medio 2025 ter internetconsultatie lag, zal daarvoor de basis vormen. Het kabinet zal de Tweede Kamer voor de zomer over verdere vervolgstappen informeren.
In 2025 waren er nog vier soorten lkv’s: voor oudere werknemers, voor arbeidsbeperkte werknemers, voor het herplaatsen van arbeidsbeperkte werknemers en voor de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden.
Let op! Elk lkv kent zijn eigen voorwaarden. De voorwaarden in 2025 kunnen op bepaalde onderdelen verschillen van de huidige voorwaarden in 2026.
De beschikking Wtl 2025 ontvang je vóór 1 augustus 2026. Het bevat jouw lkv-bedrag voor 2025. De definitieve berekening vind je in de bijlage bij de beschikking.
Let op! De Belastingdienst betaalt dit bedrag binnen zes weken na de dagtekening van je beschikking aan je uit.
Als de beschikking niet klopt, kan je bezwaar maken bij de Belastingdienst. Doe dit wel binnen zes weken na dagtekening van de beschikking.
Let op! UWV heeft de lkv’s berekend op basis van de uren uit je aangifte loonheffingen. Dit zijn altijd afgeronde uren. Om die reden kan er een afrondingsverschil bestaan tussen de uren uit je loonadministratie en de uren op de beschikking.
Zat er een fout in je aangiften over 2025, dan had je fout uiterlijk 1 mei 2026 via een correctiebericht moeten corrigeren. Alleen dan heeft het UWV dit meegenomen in de berekening van de lkv’s 2025.
Let op! Ontdek je de fout nu pas? Dan heb je daar dus niets meer aan voor je lkv’s 2025. Je bent echter nog wel verplicht om een correctiebericht in te dienen. De gegevens worden namelijk wel opgenomen in de polisadministratie van het UWV.

Het project over de vereenvoudiging van winstbelastingen gaat over winst uit onderneming in box 1 van de inkomstenbelasting, over de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en de bronbelasting.
Via een enquête probeert het ministerie voorbeelden en ervaringen te verzamelen over onderdelen in de fiscale wet- en regelgeving die in de praktijk als complex ervaren worden of die tot veel administratieve lasten leiden. Ondernemers, bedrijven, adviseurs, brancheorganisaties en andere belanghebbenden kunnen hun ervaringen delen via de enquête.
Let op! De enquête is een eerste stap in het project over de vereenvoudiging van de winstbelastingen. Naar aanleiding van de enquêtes zal nader onderzoek gedaan worden naar de knelpunten. Ook zullen gesprekken hierover gevoerd worden met bedrijven en organisaties.
De enquête vind je via de internetconsultatie vereenvoudiging winstbelastingen of rechtstreeks via deze link.
Het UWV heeft sinds januari 2026 de werkwijze aangepast. De prioriteit is komen te liggen op het uitvoeren van de WIA- en Wajong-beoordelingen. Dit betekent dat verzoeken om herbeoordelingen en bezwaarzaken langer blijven liggen.
Het UWV gaf tot 1 januari 2026 voorrang aan dossiers waarin aanvragers in beroep waren gegaan bij de rechtbank vanwege het niet tijdig beslissen. Daardoor moesten aanvragers die geen beroep hadden ingesteld, langer wachten op een besluit. Vanaf 1 januari 2026 is dit onderscheid komen te vervallen.
Een belanghebbende heeft de mogelijkheid om naar de rechter te stappen als het UWV niet tijdig een beslissing neemt op een verzoek om herbeoordeling of in een bezwaarprocedure. Aan de rechter wordt gevraagd om het UWV te dwingen alsnog snel een besluit te nemen.
Let op! De belanghebbende moet het UWV eerst schriftelijk in gebreke stellen en een extra termijn van maximaal twee weken geven om alsnog te beslissen. Beslist het UWV niet binnen die extra termijn dan kan pas de gang naar de rechter worden gemaakt.
De rechter bepaalt vervolgens of het UWV een beslissing moet nemen en zo ja binnen welke termijn. Om zijn uitspraak kracht bij te zetten zal de rechter hier een dwangsom aan verbinden.
In eerdere procedures in 2025 besliste rechtbank Den Haag over zaken waarbij het UWV geen tijdige beslissing nam omdat er een medisch advies van een verzekeringsarts nodig was. De rechtbank besliste toen dat het UWV binnen zes weken na de uitspraak van de rechtbank een medische beoordeling door een verzekeringsarts moest laten uitvoeren. Verder besliste de rechtbank dat het UWV binnen negen weken een besluit bekend moest maken.
De rechtbank Den Haag heeft nu voor de situatie vanaf 2026 geoordeeld dat de maximum beslistermijn van negen weken nog steeds passend is. Deze termijn wordt daarom niet verlengd. Bij het bepalen van die termijn heeft de rechter al rekening gehouden met het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV.
Het UWV heeft zelf voor de nieuwe werkwijze gekozen waarbij geen voorrang meer wordt verleend aan zaken waarvoor beroep is ingesteld. Dit betekent dat het UWV zich ook bij de financiële gevolgen heeft neergelegd als er een dwangsom moet worden betaald omdat de termijn die de rechtbank in haar uitspraak stelt, niet wordt gehaald.
Let op! Dit is een oordeel van rechtbank Den Haag. Het is niet bekend of andere rechters hier hetzelfde over denken.
De subsidie is behalve voor leerlingen in het vmbo, mbo en hbo, het praktijkonderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs (VSO), ook beschikbaar voor promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding (toio’s). Elke onderwijscategorie kent zijn eigen voorwaarden om voor de subsidie praktijkleren in aanmerking te komen.
Tip! Kijk voor de verschillende voorwaarden hier.
Aanvragen is mogelijk vanaf 2 juni 2026 9.00 uur tot en met 17 september 2026 17.00 uur. Uiterlijk 30 december 2026 wordt over uw aanvraag een besluit genomen.
Per praktijk- of leerwerkplaats bedraagt de subsidie maximaal € 2.800. Het definitieve subsidiebedrag is pas bekend nadat alle aanvragen beoordeeld zijn. Het wordt namelijk berekend op basis van het beschikbare budget en het aantal goedgekeurde aanvragen per onderwijscategorie.
Krijg je voor een mbo-student subsidie praktijkleren? Dan bestaat mogelijk ook recht op meer subsidie als de mbo-student een opleiding volgt die bijdraagt aan de klimaat- en energietransitie.
Het gaat hierbij onder meer om opleidingen in de bouw, installatie- en elektrotechniek, werktuigbouw, restauratie, maritieme techniek, voertuigen en mobiele werktuigen, weg- en waterbouw, luchtvaarttechniek, laborant en analist en groenvoorzieningen. Voorwaarde is dat de opleiding voorkomt in bijlage 4 van de Subsidieregeling praktijkleren.
Je hoeft voor deze extra subsidie niet apart een aanvraag te doen, maar deze loopt mee in de reguliere aanvraag subsidie praktijkleren.
Let op! De extra subsidie bedraagt maximaal € 500 per student. Voor 2025-2026 is € 7 miljoen beschikbaar. Ook hier wordt het definitieve bedrag berekend op basis het aantal goedgekeurde aanvragen.

SEO Economisch onderzoek (SEO) heeft op 1 juni 2026 een evaluatie van de wkr over de jaren 2019-2024 aan het kabinet aangeboden. Conclusie van de evaluatie is dat de wkr doeltreffend is en deels doelmatig. SEO doet een aantal aanbevelingen om de doelmatigheid te vergroten. Dit zou vooral bereikt worden door de wkr minder complex te maken en de administratieve lasten te verlichten.
Let op! Hierna wordt alleen ingegaan op de aanbevelingen van SEO waarvan het kabinet heeft aangegeven hier opvolging aan te geven of hierover later een besluit te nemen. De aanbevelingen van SEO die het kabinet niet overneemt, komen hierna niet terug.
Al eerder kondigde het kabinet aan dat de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf, met ingang van 2027 vervalt. Deze aanbeveling van SEO wordt opgenomen in de belastingplannen 2027 die op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
De vrije ruimte bedraagt in 2026 2% van de loonsom, tot een bedrag van € 400.000 en 1,18% daarboven. De eerste schijf van 2% is met name bedoeld om mkb-ondernemingen tegemoet te komen. SEO constateert onder meer dat de eerste schijf ook bij het niet-mkb terechtkomt en beveelt aan om de eerste schijf af te schaffen. Het kabinet neemt deze aanbeveling mee in de augustusbesluitvorming 2026. Op Prinsjesdag 2026 wordt dan bekend of het kabinet de aanbeveling (deels) overneemt en zo ja, vanaf wanneer.
Naar aanleiding van een aanbeveling van SEO onderzoekt het kabinet een verhoging van de 80% eindheffing die verschuldigd is bij overschrijden van de vrije ruimte. De eindheffing zou dan net zo hoog moeten worden als de gemiddelde marginale belastingdruk. Het kabinet neemt dit mee in de augustusbesluitvorming 2026. Op Prinsjesdag 2026 wordt dan bekend of en zo ja, wanneer de verhoging doorgaat
Op dit moment is het niet mogelijk om op één dag zowel een onbelaste thuiswerkvergoeding als een onbelaste reiskostenvergoeding woon-werk te geven. SEO beveelt aan om dit wel mogelijk te maken. Het kabinet neemt hierover bij de augustusbesluitvorming 2026 een besluit. De effecten op CO2-uitstoot en een mogelijk verbod op uitruil van de thuiswerkvergoeding met belast loon worden hierbij onder meer meegenomen. Op Prinsjesdag 2026 zal een en ander duidelijk worden.
Bij een 25-jarig en een 40-jarig werkjubileum is het mogelijk om een maandloon onbelast aan de werknemer te geven. SEO beveelt aan om deze vrijstelling af te schaffen. Het kabinet neemt deze aanbeveling mee in de augustusbesluitvorming 2026. Of de diensttijdvrijstelling wordt afgeschaft en zo ja, vanaf wanneer, wordt dan op Prinsjesdag 2026 bekend.
Let op! De volledige kabinetsreactie op de evaluatie van de wkr door SEO is hier te lezen.

Je Berichtenbox kun je raadplegen op MijnOverheid met je Digid. Je moet hier ook aangeven of je wel of niet per email op de hoogte gebracht wilt worden als er nieuwe post in je Berichtenbox zit. Maar wat nu als de Belastingdienst geen emailnotificatie stuurt? Hoe zit dat nu en hoe was dat tot en met 2025?
De Hoge Raad heeft zich over deze vraag gebogen in een zaak die handelde over een naheffingsaanslag parkeerbelasting in de periode tot en met 2025. De naheffing was opgelegd in 2022. De automobilist die de naheffing via zijn Berichtenbox had ontvangen, gaf aan dat hij hiervan niet op de hoogte was gebracht met een emailnotificatie. Hij weigerde daarom de aanmaningskosten van acht euro te betalen.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van de wet de naheffingsaanslag parkeerbelasting op voorgeschreven wijze bekend was gemaakt op het moment dat deze in de Berichtenbox was geplaatst. Een emailnotificatie was daarvoor geen vereiste.
De Hoge Raad oordeelde ook dat het sturen van een emailnotificatie dat er nieuwe post in de Berichtenbox zit, tot en met 2025 ook nog niet verplicht was. Je kon er tot en met 2025 wel voor kiezen om in je Berichtenbox in te stellen dat je zo’n emailnotificatie wilde ontvangen. Nu de automobilist voor de rechter niet had aangegeven dat hij die keuze had gemaakt, ging de Hoge Raad ervan uit dat hij er niet voor gekozen had om emailnotificaties te ontvangen. De aanslag was verder correct kenbaar gemaakt en dus bleven de aanmaningskosten in stand.
De voorgaande casus was waarschijnlijk anders afgelopen als deze in 2026 had gespeeld. Het sturen van een emailnotificatie in sinds 2026 namelijk wel verplicht, tenzij de beoogde ontvanger van het bericht in de Berichtenbox heeft ingesteld dat hij geen emailnotificaties wil ontvangen.
Verstuurt de Belastingdienst geen emailnotificatie, dan kan een termijnoverschrijding (bijvoorbeeld de zes weken termijn waarbinnen je bezwaar moet maken), niet aan jou worden tegengeworpen. Dit is uiteraard anders als je hebt ingesteld dat je geen emailnotificatie wilt ontvangen. In dat geval komt de termijnoverschrijding wel voor jouw rekening.
Heeft de Belastingdienst wel een emailnotificatie gezonden, maar heb jij die niet ontvangen? Dan kan een termijnoverschrijding je ook niet worden tegengeworpen. Voorwaarde hierbij wel is dat het redelijkerwijs niet jouw schuld is dat je de emailnotificatie niet hebt ontvangen. Als je bijvoorbeeld geen of een foutief emailadres hebt opgegeven of een wijziging van je emailadres niet doorgeeft, komt een termijnoverschrijding wel voor jouw rekening.
Tip! Het laten sturen van een emailnotificatie door de Belastingdienst biedt vanaf 2026 meer rechtsbescherming. Controleer daarom in je Berichtenbox of is ingesteld dat je emailnotificaties wilt ontvangen. Controleer ook of je email (juist) is opgenomen in je Berichtenbox en geef wijzigingen in je email op tijd door in je Berichtenbox.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01