HLB logo
Vacatures
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

Wanneer bpm betalen?

Bpm betaal je als je een nieuwe auto koopt of een auto importeert. Bij een nieuwe auto gaat het betalen van bpm meestal via de dealer. Importeer je zelf een auto, dan moet je zelf aangifte doen en de bpm betalen. Als je aangifte binnen is bij de Belastingdienst, krijg je bericht of en hoeveel bpm je moet betalen. Na de betaling krijgt de RDW bericht dat ze het kenteken kunnen afgeven.

Bpm per tijdvak

Autohandelaren die regelmatig aangifte bpm moeten doen, kunnen de belasting ook per tijdvak betalen. Betaling van de bpm moet dan plaatsvinden binnen een maand na het einde van elk tijdvak. 

Ook in bovenvermelde rechtszaak was hiervan sprake. De betreffende onderneemster had in 2021 over twee tijdvakken aangifte gedaan van de verschuldigde bpm, maar de bedragen niet meteen betaald. Wel had de vrouw bezwaar gemaakt tegen haar aangiftes, maar de Belastingdienst had deze niet-ontvankelijk verklaard omdat de belasting niet betaald was. Na deze uitspraak van de Belastingdienst had de vrouw de bpm alsnog betaald, maar toen was de betaaltermijn (één maand na het einde van het tijdvak) al verstreken.

Ontvankelijk bij betaling binnen betaaltermijn

De betaling buiten de termijn brak de vrouw uiteindelijk op. Uit een arrest van de Hoge Raad uit 2010 volgt namelijk dat een bezwaarschrift dat vóór de betaling is ingediend alsnog ontvankelijk is als die betaling daarna nog binnen de betaaltermijn plaatsvindt. Nu de vrouw buiten de betaaltermijn had betaald, was haar bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Bpm niet automatisch betaald bij aangifte

De vrouw stelde nog dat uit eerdere rechtspraak zou zijn af te leiden dat de bpm geacht werd te zijn betaald bij het doen van de aangifte. Dat de bpm daadwerkelijk pas later werd betaald, deed volgens haar niet ter zake. De Hoge Raad stelde echter dat dit niet uit de betreffende uitspraak kon worden afgeleid.

Belastingdienst hoeft niet te wachten

De Hoge Raad voegde nog toe dat de Belastingdienst met zijn uitspraak op bezwaar ook niet hoeft te wachten totdat de betaling, na het verstrijken van de betaaltermijn, alsnog volgt. 

Let op! Wil je bezwaar maken tegen de bpm, zorg dan dat je eerst de bpm betaalt en dan pas bezwaar indient. Betaal binnen de betaaltermijn en zorg dat je bezwaarschrift binnen zes weken daarna bij de Belastingdienst binnen is.

Wanneer bpm betalen?

De bpm betaal je onder meer als je een nieuwe auto koopt of een (gebruikte) auto importeert. Bij een nieuwe auto gaat het betalen van bpm in principe via de dealer. Importeer je zelf een (gebruikte) auto, dan moet je zelf bpm-aangifte doen en de bpm betalen.

Reactie op belastingontwijking

De Belastingdienst gaat extra controles uitvoeren, waarschijnlijk als reactie op pogingen de te betalen bpm bij import van gebruikte auto’s zoveel mogelijk te drukken. Zo blijkt uit gepubliceerde rechtspraak dat in de praktijk vaak wordt geprobeerd om niet-bestaande schades op te voeren of schades te overdrijven, om zo de waarde van de auto voor de bpm te verminderen.

Korting bpm

Bij import van een gebruikte auto of motor krijg je korting op de te betalen bpm. De korting kan op drie manieren berekend worden. Dit kan met een forfaitaire tabel, een koerslijst of met behulp van een taxatierapport. De laatste methode is er alleen voor voertuigen met meer dan normale gebruiksschade en voertuigen die niet in een koerslijst voorkomen. Deze laatste methode kan op extra aandacht van de Belastingdienst rekenen.

Voorwaarden taxatierapport

Voor het gebruik van een taxatierapport gelden tal van voorwaarden. Zo moet het taxatierapport onder andere afkomstig zijn van een onafhankelijke, erkende taxateur en moet een taxateur verklaren dat hij de waarde naar waarheid heeft vastgesteld na een grondige fysieke opname van het voertuig. 

Tip! Zorg ervoor dat je taxatierapport voldoet aan alle wettelijke eisen, om oponthoud te voorkomen. Op de website van de Belastingdienst vind je de voorwaarden in het kort.

Extra controle

De extra controle betekent dat de Belastingdienst kan vragen het voertuig aan hen te laten zien. Je bent hiertoe dan verplicht. Op die manier kan de Belastingdienst controleren of de aangegeven schade wel klopt. Ook kan de Belastingdienst controleren of het moment van taxatie binnen één maand voor de afronding van de RDW-keuring heeft plaatsgevonden. Zo niet, dan is het taxatierapport niet geldig.

Bpm bestelauto 

Voor een bestelauto is net als voor een personenauto bpm verschuldigd. Tot 1 januari 2025 konden ondernemers hiervoor echter onder voorwaarden een ondernemersvrijstelling krijgen. De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag of bij export van een gebruikte bestelauto van vóór 2025 teruggave van bpm plaatsvindt, als voor deze bestelauto eerder bpm is betaald. 

Bpm betaald

De Belastingdienst gaat in het antwoord uit van een situatie waarbij voor een bestelauto met een datum van eerste toelating van vóór 2025, eerder bpm was betaald. Dit gold voor situaties waarbij niet of niet langer aan de voorwaarden voor de bpm ondernemersvrijstelling was voldaan. Zo was de vrijstelling onder meer niet van toepassing als minder dan 10% van de met de bestelauto gereden kilometers zakelijk was. 

Na vijf jaar vrij van bpm 

Onder de tot 2025 geldende regeling was, als niet langer aan de voorwaarden werd voldaan, slechts bpm verschuldigd als na het tijdstip waarop een bestelauto voor het eerst in gebruik was genomen, een periode van minder dan vijf jaar was verstreken. Zo kon een bestelauto dus na vijf jaar ook bpm-vrij verkocht worden aan een particulier. 

Andere regels bij export 

De vraag was of bij export recht bestaat op een teruggaaf van rest-bpm op het moment dat voor zo’n bestelauto van vóór 2025 al meer dan vijf jaar zijn verstreken na de datum van eerst ingebruikname. De Belastingdienst maakt duidelijk dat bij export andere regels gelden: ook na vijf jaar kan nog steeds een deel van de bpm teruggekregen worden bij export van een bestelauto van vóór 2025. Voorwaarde is wel dat voor die bestelauto daadwerkelijk eerder bpm is betaald. 

Teruggave afhankelijk van leeftijd 

Hoeveel bpm er teruggegeven wordt, is afhankelijk van de leeftijd van de auto. Hoe ouder de auto, hoe lager de bpm-teruggave. Er bestaat nog recht op teruggave tot een periode van 17 jaar en 10 maanden na de eerste ingebruikname. Daarna krijgt men bij export geen bpm meer terug. 

Let op! De antwoorden van de Belastingdienst hebben alleen betrekking op bestelauto’s waarvan de datum van eerste toelating vóór 1 januari 2025 lag. 

 

Bestelauto’s voor btw-ondernemers

Voor de bestelauto van een btw-ondernemer die deze bestelauto voor meer dan 10% van de jaarlijks verreden kilometers voor zijn onderneming gebruikt, wordt de mrb verlaagd met 50%. Een bestelauto is in dit verband een motorrijtuig met een toegestane maximum massa van 3.500 kg of minder die geen personenauto of een autobus is.

Let op!Je bent btw-ondernemer als je leveringen en diensten verricht waarvoor je voor de btw als ondernemer wordt aangemerkt. Daarbij is het niet relevant of je btw-vrijgestelde prestaties of btw-belaste prestaties verricht. Ook een ondernemer met alleen btw-vrijgestelde prestaties is gewoon een ondernemer voor de btw.

De verlaging met 50% betekent dat vanaf 1 juli 2026 tot 31 december 2026 de volgende mrb geldt:

Massa rijklaar in kg van Tijdvak 3 maaden Vermeerderd met Per 100 kg massa rijklaar boven
 600 of minder  €  25,99    
 700 t/m 1.100  €  31,78  € 4,07  700 kg
 1.200 t/m 2.100  €  52,21  € 4,38  1.200 kg
 2.200 t/m 2.800  €  96,23  € 4,71  2.200 kg
 2.900 en meer  € 127,40  € 1,07  2.900 kg

Vrachtauto’s

Voor vrachtauto’s wordt de mrb verlaagd naar nul. Voor vrachtauto’s met een toegestane massa lager dan 12.000 kilo zou al een tarief van nul gaan gelden vanaf 1 juli 2026, maar voor vrachtauto’s van 12.000 kilo of meer gaat dat nu tijdelijk ook gelden.

Periode

De verlaging is niet structureel, maar geldt voor de periode van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026. Effectief kan de verlaging echter ook na 31 december 2026 nog van toepassing zijn. De verlaging geldt namelijk pas vanaf het tijdvak dat begint op 1 juli 2026 of later.

Start het tijdvak van jouw voertuig bijvoorbeeld op 15 juli 2026? Dan is de verlaging pas van toepassing vanaf het tijdvak dat start op 15 juli 2026 en stopt op 15 januari 2027.

Let op!Het tarief van nul voor vrachtauto’s met een toegestane massa lager dan 12.000 kilo is structureel en geldt dus ook vanaf 2027.

Bijtelling

Als een auto van de zaak ter beschikking staat, moet bij privégebruik van meer dan 500 kilometer per jaar een percentage van de cataloguswaarde bij het loon/inkomen worden geteld. Over deze bijtelling betaalt de berijder loonbelasting of belasting in box 1. In bovengenoemde zaak was sprake van een verdubbeling van dit percentage als gevolg van een wetswijziging begin 2020.

Korting elektrische auto’s

Auto’s zonder CO2-uitstoot, meestal elektrische auto’s, krijgen al jaren een korting op het standaard bijtellingspercentage. Dit was om milieuvriendelijk autorijden te bevorderen. Om oversubsidiëring te voorkomen, is deze korting in de loop der jaren geleidelijk afgebouwd.

Let op! De korting bedraagt voor auto’s die in 2026 voor het eerst tot de weg worden of zijn toegelaten 4% tot en met een cataloguswaarde van € 30.000. Dit betekent een bijtelling van 18% tot en met een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere.

Bijtelling verdubbeld begin 2020

In 2019 bedroeg de korting nog 18% (en de bijtelling 4%) over een cataloguswaarde tot en met € 50.000. Via een wetswijziging werd vanaf 1 januari 2020 de korting verlaagd naar 14% en daarmee de bijtelling verhoogd naar 8% tot en met een cataloguswaarde van € 45.000. Een werknemer die in 2019 al een elektrische auto bestelde welke pas in 2020 aan hem ter beschikking werd gesteld, was van mening dat deze plotselinge forse verhoging in strijd was met Europees recht en stapte naar de rechter.

Gevolgen voldoende overdacht

Rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat de wetgever bij de verlaging van de korting voorbij was gegaan aan de belangen van de werknemer. Er was geen sprake meer van ‘fair balance’ en daarom strijd met Europees recht. De rechtbank verhoogde voor deze werknemer daarom de korting naar 18% (de korting die in 2019 gold).

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in hoger beroep echter dat de wetgever de wetswijziging goed had overdacht en ook voldoende rekening had gehouden met de gevolgen. Uit de parlementaire behandeling bleek ook volgens het gerechtshof dat daarbij wel degelijk aandacht was besteed aan de positie van onder andere de belanghebbende, waarvoor al in 2019 een elektrische auto besteld was die pas in 2020 geleverd werd. Gevolg is dat de werknemer niet de korting van 18% (korting 2019) maar van 14% (korting 2020) moet toepassen. De verdubbeling van de bijtelling van 4% naar 8% blijft dus in stand.

Let op! De bijtelling zou eventueel nog verlaagd kunnen worden als sprake is van een individuele en buitensporige last bij de werknemers. Daar is niet snel sprake van. Zo ook niet in het geval van de werknemer waar de extra heffing over (ten hoogste) € 76 plaatsvond.

Youngtimerregeling

Met ingang van 1 januari 2027 bedraagt de bijtelling voor privégebruik van een auto die 25 jaar (en langer) geleden voor het eerst in gebruik is genomen, 35% van de waarde in het economisch verkeer. Alle jongere auto’s vallen onder de gewone bijtellingsregels. Tot en met 2025 lag de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling nog op 15 jaar, in 2026 ligt deze leeftijdsgrens op 16 jaar.

In verband met deze wijzigingen, is het wellicht fiscaal aantrekkelijker om de youngtimer niet langer zakelijk te rijden. Maar kunt u de youngtimer zonder meer overbrengen naar privé?

IB-onderneming

Rijdt u de youngtimer vanuit uw onderneming in de inkomstenbelasting (IB-onderneming), bijvoorbeeld vanuit uw eenmanszaak, en heeft u de auto als ondernemingsvermogen geëtiketteerd? Dan kun je de auto niet zonder meer overbrengen naar privé. Zo’n keuzeherziening is alleen toegestaan bij bijzondere omstandigheden.

Gelukkig heeft de Belastingdienst laten weten dat de wetswijziging waarbij de leeftijdsgrens wordt verhoogd naar 25 jaar zo’n bijzondere omstandigheid kan zijn. Je moet dan wel aannemelijk maken dat je de auto bij aanschaf niet als ondernemingsvermogen had geëtiketteerd als de leeftijdsgrens toen ook al op 25 jaar had gelegen. Dat aannemelijk maken zal over het algemeen niet zo moeilijk zijn.

Let op! Het bovenstaande is alleen van toepassing als de auto keuzevermogen vormt. Is de auto verplicht ondernemingsvermogen, dan kunt u deze niet etiketteren als privévermogen. Neem voor meer informatie over uw eigen situatie contact op met onze adviseurs.

Bv

Is de youngtimer vanuit uw bv aan u ter beschikking gesteld? Dan kunt u de youngtimer naar privé overbrengen door deze tegen de waarde in het economisch verkeer in privé te kopen. In tegenstelling tot de situatie bij een IB-onderneming- heeft u hiervoor geen bijzondere omstandigheden nodig.

Nog wachten?

Wellicht is het verstandig om nog even te wachten met een definitief besluit over het overbrengen van de youngtimer naar privé. De Tweede kamer heeft de regering namelijk verzocht om de verhoging naar 25 jaar vanaf 1 januari 2027 geleidelijk te laten plaatsvinden en niet in één keer. Dit zou dan wel gecombineerd kunnen worden met een hoger bijtellingspercentage dan 35% over de waarde in het economisch verkeer.

Let op! Het is op dit moment nog niet bekend of en zo ja hoe, de regering aan het verzoek tegemoet komt.

Pseudo-eindheffing voor personenauto met CO2-uitstoot

Met ingang van 1 januari 2027 wordt een 12% pseudo-eindheffing in de loonbelasting ingevoerd. Vanaf dat moment is een werkgever 12% pseudo-eindheffing verschuldigd over de cataloguswaarde van een personenauto met CO2-uitstoot die hij aan een werknemer ter beschikking stelt.

Tip! De heffing geldt niet voor personenauto’s die niet privé gebruikt worden, waarbij woon-werkverkeerkilometers als privé worden aangemerkt. Verder geldt de heffing ook niet voor personenauto’s zonder CO2-uitstoot of voor auto’s die geen personenauto zijn (bijvoorbeeld een bestelauto).

Let op! Voor personenauto’s die een werkgever al vóór 1 januari 2027 ter beschikking heeft gesteld, geldt overgangsrecht. Voor deze personenauto’s geldt de heffing voor de werkgever pas vanaf 18 september 2030. Wijzigt een werknemer van werkgever en neemt hij de personenauto mee, dan vervalt het overgangsrecht voor die personenauto en geldt voor de nieuwe werkgever wel meteen de pseudo-eindheffing.

Heffing bij fossiel vervangend vervoer

De pseudo-eindheffing is de hele maand van toepassing, ook als een fossiele personenauto slechts enkele uren of een dag ter beschikking wordt gesteld in die maand. Dit betekent dat bij een vervangende personenauto met een CO2-uitstoot groter dan nul, de werkgever in die maand 12% eindheffing verschuldigd is over de cataloguswaarde van de vervangende personenauto.

Schadeherstel- en verhuurbedrijven

De Tweede Kamer heeft dit ongewenste effect van de nieuwe eindheffing ook opgemerkt. De pseudo-eindheffing zou schadeherstel- en verhuurbedrijven in de huidige vorm immers min of meer dwingen tot een volledig elektrisch wagenpark met ingang van 2027. Dat is irreëel gezien de lopende afspraken van deze bedrijven met betrekking tot het wagenpark en vanwege onvoldoende laadcapaciteit (en door de netcongestie ook geen zicht op snelle uitbreiding van die capaciteit).

Rijscholen

Daarnaast leidt de pseudo-eindheffing tot extra administratieve lasten voor onder andere rijscholen. Een elektrische personenauto is namelijk een automaat. Om te leren schakelen zal een lesauto daarom altijd een brandstofauto moeten zijn (met een CO2-uitstoot groter dan nul). Het bijhouden van een rittenregistratie om aan te tonen dat er niet privé met de personenauto wordt gereden is gezien het gebruik van de lesauto onwerkbaar. Lesauto’s gaan immers niet van A naar B, maar rijden willekeurig rond tijdens de lessen.

Wegnemen ongewenste effecten

Daarom verzoekt de Tweede Kamer de regering om in overleg met de sector te werken aan oplossingen voor deze ongewenste effecten van de pseudo-eindheffing.

Youngtimerregeling in 2026

Met ingang van 2026 is de youngtimerregeling gewijzigd. In 2026 bedraagt daardoor de bijtelling voor privégebruik van een auto die zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen 35% van de waarde in het economisch verkeer. In 2025 lag de leeftijdsgrens voor deze regeling nog op vijftien jaar.

Overgangsregeling in 2026

Is de auto in 2026 jonger dan zestien jaar, maar vóór 1 januari 2017 voor het eerst in gebruik genomen, dan bedraagt de bijtelling in 2026 25% van de cataloguswaarde. Heeft een dergelijke auto geen CO2-uitstoot, dan kan tot een cataloguswaarde van € 30.000 in 2026 een bijtellingspercentage van 21% worden toegepast.

Voor de auto die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking werd gesteld en die in 2025 vijftien jaar of ouder was, geldt een overgangsregeling. Voor deze auto mag heel 2026 nog uitgegaan worden van een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer.

Huidige wettelijke regels youngtimerregeling vanaf 2027

Met ingang van 1 januari 2027 gaat, onder de huidige wettelijke regels, de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling in een keer naar 25 jaar. Er geldt dan geen overgangsrecht meer.

Nieuwe wijziging youngtimerregeling vanaf 2027

De Tweede kamer meent dat de korte overgangsperiode in de huidige youngtimerregeling voor onbedoelde neveneffecten zorgt voor verkopers en gebruikers van youngtimers. De Tweede Kamer vindt dan ook dat de regering moet afzien van de verhoging van de leeftijdsgrens in een keer naar 25 jaar met ingang van 1 januari 2027.

De Tweede Kamer verzoekt de regering om de verhoging naar 25 jaar vanaf 1 januari 2027 geleidelijk te laten plaatsvinden. Dit zou dan gecombineerd kunnen worden met een hoger bijtellingspercentage dan 35% over de waarde in het economische verkeer.

E-timerregeling?

De Tweede Kamer doet ook het verzoek om een e-timerregeling uit te werken om te voorkomen dat elektrische leaseauto's die na vier of vijf jaar vrijkomen uit de lease massaal naar het buitenland worden geëxporteerd.

Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM)

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer én het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze verplichting staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, WPM.

Waar gaat het om?

Bedrijven die onder de rapportageverplichting vallen moeten veel gegevens verzamelen. Denk hierbij aan het totaal aantal kilometers dat de werknemers afleggen voor zakelijk en woon-werkverkeer en het jaartotaal aan kilometers, uitgesplitst naar soort vervoermiddel en brandstoftype.

Let op!De gegevens over 2025 moeten uiterlijk 30 juni 2026 ingestuurd zijn.

Verhoging grens naar 250 of meer werknemers

Op 15 april 2025 nam de Tweede Kamer een motie aan om de WPM af te schaffen voor bedrijven tot 250 werknemers. Op 20 november 2025 werd het voornemen tot afschaffing aangekondigd.

Inmiddels is een besluit ter internetconsultatie aangeboden waarin de rapportageverplichting voor bedrijven tot 250 werknemers wordt afgeschaft. Reageren op deze internetconsultatie is mogelijk tot 9 maart 2026.

Ook al in 2026?

Als het besluit zoals ter internetconsultatie is aangeboden ongewijzigd wordt ingevoerd, gaat de afschaffing in met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Werkgevers met minder dan 250 werknemers hoeven dan ook over 2026 al niet meer te rapporteren. Eerder was aangekondigd dat de afschaffing pas vanaf 2027 zou gelden, maar dit lijkt dus een jaar vervroegd te worden.

Tip! Kijk voor meer informatie over de rapportageverplichting op RVO.nl.

 

Wel gebruik?

Maakt u tijdens de schorsing toch gebruik van de openbare weg, dan kan dit bij controle een naheffing met boete opleveren. De boete bedraagt in principe 50% van het bedrag van de naheffing.

Fout komt eigenaar duur te staan

In een zaak die onlangs werd behandeld door gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, had de eigenaar van verschillende hobbyvoertuigen met een van de auto’s gereden waarvan het kenteken geschorst was. Volgens de eigenaar had hij zich vergist en was hij onbedoeld met een auto gaan rijden, waarvan hij ten onrechte dacht dat het kenteken niet geschorst was. Dit leverde hem een naheffing van € 1.379 op, met een boete van 100%.

Boete gematigd

Volgens de eigenaar dienden de naheffing en boete te worden gematigd, aangezien er sprake was van een vergissing en het, gelet op de omstandigheden, niet ging om belastingontwijking. De rechtbank ging hierin deels mee en achtte de naheffing terecht omdat er nu eenmaal van de openbare weg gebruik was gemaakt. De rechtbank vond wel dat de boete gematigd moest worden. 

Matiging tot 25%

De boete diende sowieso gematigd te worden tot 50%, aangezien dit per 1 juli 2023 via een aanpassing van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst zo was geregeld. De rechtbank vond echter een verdere matiging op zijn plaats, omdat er sprake was van een relatief zwaar voertuig. Dit resulteerde automatisch in een hoog bedrag aan naheffing en dus ook automatisch in een hoge boete. De rechtbank gaf aan niet in te kunnen zien waarom het gebruik van een auto met een hoger gewicht moet leiden tot een hogere boete en matigde de boete dan ook tot 25%.

Hof acht gewicht voor boete niet relevant 

De inspecteur was het met de verdere matiging van de boete tot 25% niet eens en legde de zaak voor aan het gerechtshof. Die laat de uitspraak in stand, maar tekent hier nadrukkelijk bij aan dat de boete passend en geboden is, zonder het gewicht van de auto in dit oordeel te betrekken. De inspecteur heeft de zaak nu voorgelegd aan de Hoge Raad.

 
Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram