De greentimerregeling houdt een verlaagd bijtellingspercentage van 14% over de cataloguswaarde van oudere elektrische auto’s in. Het gaat daarbij om elektrische auto’s in de leeftijd van 5 tot 8 jaar. Meer details zijn over deze voorgenomen regeling op dit moment nog niet bekend, behalve dat het plan is om deze in 2029 in te voeren.
Staatssecretaris Bertram van Infrastructuur en Waterstaat liet in een brief van 21 september 2026 weten dat er gewerkt wordt aan een inkomensafhankelijke inruilregeling. Na demontage van een geschikte, oudere fossiele auto zou dan eenmalig een uitkering volgen voor de aankoop van een tweedehands elektrisch voertuig (EV) of voor een maandelijkse korting op het leasebedrag van een tweedehands EV.
Deze regeling gaat uitgevoerd worden door RVO, in samenwerking met de Belastingdienst en de RDW.
Let op! Meer details van deze regeling zijn op dit moment nog niet bekend. Het doel was om de regeling eind september 2026 ter consultatie aan te bieden. De regeling zou daarna zo snel mogelijk opengesteld gaan worden, bij voorkeur nog in het laatste kwartaal van 2026. Het is nog even afwachten of die datum gehaald gaat worden.
Met de handling fee van € 2 per productgroep willen de Europese lidstaten stimuleren dat dezelfde producten in grotere hoeveelheden tegelijk geïmporteerd worden. Dit is voor de Douane beter en efficiënter te controleren. De handling fee wordt op 1 november 2026 waarschijnlijk in alle EU-lidstaten tegelijk ingevoerd.
Omdat de € 2 per productgroep geldt, zullen vooral kleinere pakketjes getroffen worden door de handling fee. De toeslag van € 2 is dan ook een compensatie voor de kosten die de Douane moet maken om de kleine pakketjes te controleren.
Let op! De hoogte van de handling fee wordt iedere twee jaar door de Europese Commissie herzien zodat de hoogte van deze onkostenvergoeding kan worden aangepast aan de actuele ontwikkelingen.
Op de invoer in de EU van kleine pakketten met een waarde tot € 150 wordt vanaf 1 juli 2026 ook al € 3 invoerrechten per productgroep geheven. Door het vervallen van de vrijstelling van invoerrechten die vóór 1 juli 2026 voor dit soort pakketten gold, is de stroom kleine pakketten van buiten de EU vanaf 1 juli 2026 al flink gedaald. Zo betrof de daling in augustus 2026 ten opzichte van augustus 2025 75%. Desondanks verwerkt de Douane nog dagelijks een pakketstroom met meer dan 500.000 aangifteregels.
Een parkeerder betaalde via een parkeerapp parkeerbelasting maar door een gps-fout betaalde hij parkeerbelasting in een andere gemeente dan de gemeente waar zijn auto stond. Omdat voor de werkelijke parkeerlocatie niet was betaald, legde de gemeente een naheffingsaanslag op.
Volgens het hof mag van een parkeerder worden verwacht dat hij controleert of de door de app voorgestelde parkeerzone overeenkomt met de plaats waar hij heeft geparkeerd. Dit geldt in het bijzonder wanneer de parkeerlocatie dicht bij een zonegrens of gemeentegrens ligt. De fout in deze zaak was niet veroorzaakt door onjuiste informatie in de app over tarief- of parkeerzone maar door de werking van het gps-signaal. Deze fout komt volgens het hof voor risico van de parkeerder.
Het hof maakt onderscheid tussen de selectie van de parkeerzone en de juistheid van het getoonde tarief. De parkeerder moet eerst controleren of de juiste zone is geselecteerd. Is dat het geval, dan mag hij in beginsel vertrouwen op het tarief dat de app voor die zone toont. De verantwoordelijkheid van de gemeente ziet volgens deze benadering op de juistheid van de informatie die zij aan de aanbieder van de parkeerapp verstrekt. Die verantwoordelijkheid strekt zich volgens het hof niet uit tot een onjuiste zoneselectie als gevolg van een gps-fout.
Let op! Controleer bij het starten van een parkeeractie altijd of de door de app voorgestelde parkeerzone overeenkomt met de plaats waar de auto staat. Dit is extra belangrijk in de buurt van een zone- of gemeentegrens. Bewaar bij twijfel zo mogelijk schermafbeeldingen van de locatie, de voorgestelde en geselecteerde zone, het tarief en de parkeeractie.
In zijn arrest van 5 juni 2020 oordeelde de Hoge Raad dat een parkeerder mocht vertrouwen op het tarief dat in een door de gemeente toegestane parkeerapp werd getoond. Het onjuiste tarief was in die zaak veroorzaakt door een fout in de informatie-uitwisseling tussen de gemeente en de aanbieder van de app. De gemeente had daardoor volgens de Hoge Raad niet aan haar informatieplicht voldaan; van de parkeerder kon niet worden verlangd dat hij het tarief in de app ook nog vergeleek met de bebording of de parkeerautomaat.
De uitspraak van het hof ligt daarmee gedeeltelijk in het verlengde van het arrest van de Hoge Raad, maar brengt ook een nieuwe risicoverdeling aan. Daarbij kan de vraag worden gesteld of een gps-fout werkelijk buiten de risicosfeer van de gemeente behoort te vallen. De gemeente staat immers het gebruik toe van een parkeerapp die automatisch een zone voorstelt. Het is uiteindelijk aan de Hoge Raad om hierover duidelijkheid te geven.
In de coronaperiode konden ondernemers vanaf 2020 tot 1 april 2022 uitstel van betaling krijgen voor hun belastingschulden. Vanaf 1 oktober 2022 moeten zij die via de standaard betalingsregeling voor coronaschulden in 60 maandelijkse termijnen aflossen. Deze standaard betalingsregeling loopt voor veel coronabelastingschulden op 1 oktober 2027 af.
Let op! Voorwaarde voor de standaard betalingsregeling is dat de ondernemer vanaf 1 oktober 2022 voldoet aan alle nieuwe aangifte- en betalingsverplichtingen. De ondernemer moet ook vanaf 1 oktober 2022 de 60 maandelijkse termijnen op tijd betalen. Gebeurt dat niet, dan kan de standaard betalingsregeling worden ingetrokken.
De ondernemer die een achterstand oploopt op de betalingsregeling en die niet wil dat deze wordt ingetrokken kan de Belastingdienst vragen de betalingsregeling (tijdelijk) aan te passen. Zo bestaat de mogelijkheid voor een kwartaalbetaling in plaats van een maandbetaling. Een andere mogelijkheid is om 1 keer een periode van maximaal 6 aaneengesloten maanden te stoppen met betalen. Tot slot bestaat er de mogelijkheid dat de standaard betalingsregeling wordt verlengd van 60 maanden (5 jaar) naar 7 jaar.
Let op! Voor al deze mogelijkheden gelden voorwaarden én ze brengen (financiële) gevolgen (waaronder meer invorderingsrente) met zich mee. Kijk voor de voorwaarden en de gevolgen op de website van de Belastingdienst.
Uit antwoord op Kamervragen is duidelijk geworden dat van de ruim 266.000 ondernemers die in 2022 begonnen aan de standaard betalingsregeling, ongeveer 89.000 hun schuld al volledig hebben afgelost. Ongeveer 79.000 ondernemers hadden medio augustus 2026 nog een coronabelastingschuld van totaal € 2,3 miljard. Bij ongeveer 100.000 ondernemers is de standaard betalingsregeling ingetrokken of is sprake van sanering of faillissement.
Let op! De Belastingdienst stuurt elk kwartaal een schuldenoverzicht en een overzicht van de verwerkte betalingen naar de ondernemer.
In antwoord op Kamervragen heeft staatssecretaris Eerenberg laten weten dat er geen generieke verlaging van de invorderingsrente komt voor op dit moment nog openstaande coronabelastingschulden. Bij de standaard betalingsregeling is namelijk bewust niet afgezien van de invorderingsrente om een prikkel te houden tot tijdige betaling en aflossing. Bovendien vindt de staatssecretaris een verlaging van de invorderingsrente moeilijk uitlegbaar aan ondernemers die hun coronabelastingschuld wel tijdig of zelfs al helemaal hebben afgelost of die hun reguliere belastingschulden tijdig betalen.
Tip! De staatssecretaris wijst nog op geldfit.nl voor een laagdrempelig en onafhankelijk startpunt voor ondernemers die op zoek zijn naar hulp of advies bij hun belastingschulden.
Om voor de SPRILA in aanmerking te komen moet je onderneming in Nederland gevestigd zijn, economische activiteiten uitvoeren en ingeschreven staan bij de KVK. Je onderneming moet eigen elektrische voertuigen of bouwwerktuigen hebben.
Maar ook als je werknemers of je klanten elektrisch rijden kun je in aanmerking komen voor de SPRILA. Hetzelfde geldt als je vastgoedeigenaar bent en je huurders laadinfrastructuur nodig hebben.
Let op! Ga je als ondernemer de laadinfrastructuur exploiteren? Dan kom je niet in aanmerking voor de SPRILA.
Voorwaarde voor de SPRILA is dat je de laadinfrastructuur in Nederland op eigen terrein of op een gehuurd terrein plaatst. De laadinfrastructuur mag niet openbaar zijn maar alleen op bepaalde momenten te gebruiken zijn door een specifieke groep gebruikers.
Let op! Er gelden nog meer voorwaarden die je hier kunt vinden.
De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het soort laadstation (AC of DC) in combinatie met het maximaal aan het elektrisch voertuig te leveren vermogen.
De hoogte van de subsidiebedragen lopen op van € 400 voor een AC-laadstation met een vermogen vanaf 11 kW tot € 44.000 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 550 kW.
Let op! Als mkb-ondernemer kom je in aanmerking voor een verdubbeling van deze subsidiebedragen. Je hebt daarvoor een mkb-verklaring nodig, die je via deze link kunt maken.
Meer details over de hoogte van de subsidie vind je hier.
Voor een batterij is maximaal tot 1.000 kWh subsidie mogelijk. Het subsidiebedrag is € 60 per kWh. Voor mkb’ers is dit € 85 per kWh. Voor de batterij gelden aanvullende voorwaarden.
Aanvragen van de SPRILA is al mogelijk vanaf 20 januari 2026. Begin juni 2026 zijn de budgetten verhoogd voor laadinfrastructuren en batterijen. Begin oktober 2026 was van de € 68.500.000 voor laadinfrastructuren met AC- of DC-laadstations € 56.337.003 aangevraagd. Voor batterijen was op dat moment € 34.426.278 van de € 45.000.000 budget aangevraagd.
Is je subsidie lager dan € 25.000, dan ontvang je het volledige subsidiebedrag in één keer. Bij subsidies vanaf € 25.000, krijg je eerst een voorschot van 50%.
Let op! Aanvragen kan nog tot 18 december 12.00 uur. Houd er rekening mee dat de budgetten mogelijk eerder al op zijn.
OV-concessiehouders en touringcarbedrijven kunnen ook in aanmerking komen voor de SPRILA. Begin oktober 2026 was van het beschikbare budget van € 9.000.000 van deze groep € 1.124.308 aangevraagd.
Voordelen uit bosbedrijf zijn bij toepassing van de bosbouwvrijstelling vrijgesteld van inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Door de brede definitie van de begrippen ‘voordelen’ en ‘bos’ kunnen zowel bosbouwbedrijven als niet-bosbouwbedrijven van de vrijstelling gebruik maken.
Voorbeelden van niet-bosbouwbedrijven die (deels) gebruik kunnen maken van de bosbouwvrijstelling zijn bedrijven die winst maken met de verkoop van kerstbomen- en takken, de verhuur of verkoop van grafrechten op natuurbegraafplaatsen en de verkoop van snoeisel, zoals taxushagen voor de farmaceutische industrie.
Het kabinet stelt voor om de bosbouwvrijstelling per 1 januari 2029 af te schaffen omdat onderzoeksbureau SEO de bosbouwvrijstelling negatief beoordeeld heeft op doeltreffendheid en doelmatigheid. Zo is ruim 99% van de gebruikers van de bosbouwvrijstelling een niet-bosbouwbedrijf. Het kabinet vindt bovendien dat de afschaffing van de bosbouwvrijstelling het belastingstelsel eenvoudiger maakt.
Het voorstel is om de bosbouwvrijstelling in een keer af te schaffen zonder overgangsrecht.
Let op! Het voorstel tot afschaffing van de bosbouwvrijstelling is opgenomen in het Belastingplan 2027. De Tweede en de Eerste Kamer moeten nog instemmen hiermee. De afschaffing per 2029 is dus nog niet definitief.
Het Financieel Dagblad meldt dat in aanloop naar begrotingsbesprekingen in het voorjaar van 2027 verkend wordt hoe fiscale landbouwregelingen kunnen worden afgeschaft of hervormd. LTO meldt in reactie daarop dat Staatssecretaris Eerenberg van Financiën in de Algemene Financiële Beschouwingen heeft aangegeven op dit moment niet te willen tornen aan de landbouwvrijstelling.
Hoewel onderzoeksbureau SEO ook de landbouwvrijstelling negatief beoordeeld heeft op doeltreffendheid en doelmatigheid, lijkt het er op dit moment daarom niet op dat de landbouwvrijstelling in 2027 als volgende aan de beurt is om afgeschaft te worden.
Het is niet duidelijk of dit ook geldt voor de cultuurgrondvrijstelling in de overdrachtsbelasting bij aankoop van landbouwgrond. Ook deze vrijstelling is door onderzoeksbureau SEO negatief beoordeeld op.
Please note! Due to significant uncertainty as to whether the government’s plans will be approved by the House of Representatives and the Senate, some of the tips below may still change (in part) before the end of the year. Please bear this in mind!
Should you pay a dividend this year, or would it be better to wait until 2026? There is no one-size-fits-all answer to this question. In any case, be sure to take the following points into consideration:
Please note! Discuss your own situation with our advisers. They can calculate the effect of the dividend payment on, for example, your tax credits and your tax liability in Box 3. Based on this, you can decide whether or not to pay out a dividend. At present, the advice is to wait for the time being until there is a little more clarity on which tax plans will ultimately be passed by the House of Representatives and the Senate.
The measure concerning excessive borrowing from one’s own company broadly means that a director and major shareholder who borrows too much from their own private limited company will pay Box 2 tax on this amount. A threshold of €500,000 currently applies, but the government intends to lower this limit to €100,000. This will be implemented in five stages of €80,000 per year, starting in 2027. By the end of 2027, the threshold will stand at €420,000, and by the end of 2031, the €100,000 limit will have been reached. Although the measure still needs to be passed by the House of Representatives and the Senate, it may well be wise to factor the reduction in the threshold into your dividend planning.
Please note! As is currently the case, home loan debts remain exempt under the proposal and will therefore not count towards the threshold from 2027 onwards. However, for home loan debts incurred on or after 1 January 2023, the condition applies that these must be secured by a mortgage registered against the property.
From 2027, a 12% pseudo-final levy will apply to company cars if these vehicles emit CO₂ (hereinafter: fossil-fuelled company cars). This levy is calculated on the basis of the car’s list price (and, for cars older than 25 years, on the basis of its market value). This is an employer’s levy that you are not permitted to pass on to the employee! Furthermore, the employee may also be liable for the additional tax liability relating to private use.
So what can you still do now to avoid this levy in 2027?
Any vehicle that is not a passenger car, such as a van, lorry or tractor, is also exempt from the 12% pseudo-final levy. Please note, however, that a campervan and a minibus may also be classified as passenger cars. Check the classification in the vehicle registration register. An M1 vehicle is a passenger car!
Please note! When changing employers, the transitional arrangement – which normally runs until 31 December 2030 – ceases to apply. This is because the transitional arrangement is linked to the car in combination with the employer. If a former employee takes the car with them to a new employer, that link is broken and the transitional arrangement lapses. The new employer will then be subject to the 12% pseudo-final levy from day one.
There are still a number of exceptions to the 12% pseudo-final levy. For example, under certain conditions, a replacement car is exempt from the levy for up to fourteen consecutive days, and manual-gearbox driving school cars are also exempt.
There may be various reasons for setting up a private limited company in 2026 and transferring your income tax business into it. One reason could be that you were already planning to do this and also wish to transfer a fossil-fuelled passenger car into the company:
If you contribute the income tax business to the private limited company in 2026 with a tax settlement, you can still benefit from the cessation allowance of €3,630. In 2027, this allowance will fall to €908. If you still have a FOR that is due to be released, you can also make use of the cessation allowance in the event of a silent contribution.
Furthermore, a number of the entrepreneur’s income tax benefits will be further scaled back. For example, the self-employed person’s allowance will fall from €1,200 in 2026 to €900 in 2027; the additional self-employed person’s allowance for a start-up will fall from €2,123 in 2026 to €10 in 2027; and the family business allowance will be reduced by 75% in 2027.
This may also be a reason to switch to a private limited company (BV) in 2026.
Please note! Whether it is advantageous to transfer your income tax-registered business into a private limited company naturally depends not only on the 12% pseudo-final levy, the cessation allowance and other business tax deductions. In addition to tax considerations, other factors, such as limited liability, may also play a role. You should therefore consult our advisers to determine whether switching to a private limited company might be advisable. Do not wait too long to do so. You will need a solicitor to set up a private limited company, and solicitors’ diaries generally fill up quickly towards the end of the year.
From 2027, a new authorisation scheme will come into force for parties that supply workers (labour providers). This is regulated by the Labour Supply Authorisation Act (Wtta).
The licensing scheme applies to anyone who makes workers (including self-employed persons) available to third parties. This includes temporary employment agencies, secondment agencies and agencies that supply self-employed persons. However, even a private limited company that supplies its director-major shareholder to another company may fall under the licensing scheme!
Fortunately, there are exceptions. For example, peer-to-peer lending where no profit is made is not subject to the authorisation scheme. The same applies to lending and borrowing within a group of companies.
If no exception applies, you may be able to apply for an exemption. This is possible if your income from lending services in a given year amounts to less than 10 per cent of your total income and that income does not exceed €5 million per year. In addition, an accountant must certify annually that these thresholds are not exceeded.
Please note! To be able to make use of a transitional arrangement, it is important that you submit an application between 1 November 2026 and 31 December 2026! This will ensure that you can continue to lend for the time being. It is, however, important that you also submit an application for admission to the scheme between 1 May 2027 and 30 June 2027. If you have an SNA quality mark by 30 June 2027 at the latest, you do not need to register for the transitional scheme in 2026. You will, however, still need to apply for admission between 1 May 2027 and 30 June 2027.
A property that is not your main residence – for example, a holiday home or a property you let out – falls under Box 3. If you are planning to purchase such a property, it may be advantageous to have the transfer at the solicitor’s take place in 2027 rather than in 2026.
This is because the transfer tax on the acquisition of properties that are not your main residence is currently still 8 per cent, but will be 7 per cent from 2027 onwards. Furthermore, the flat-rate Box 3 tax on bank balances (should you purchase the property using bank balances) is considerably lower than that applied to the property itself, which is classified as other assets.
For a new, fully electric car made available in 2026, an additional tax liability of 18 per cent applies to the first €30,000 of the list price and 22 per cent on the amount above that. If the new, fully electric car is first made available in 2027, the additional tax liability will be 20 per cent on the first €30,000 of the list price and 22 per cent on the amount above that. If the car runs on hydrogen or is powered by solar panels, the €30,000 limit does not apply and the additional tax liability in 2026 will be 18 per cent of the full list price, and in 2027 20 per cent of the full list price. These additional tax rates apply for a period of 60 months. This may be a reason to try to acquire a car with zero CO₂ emissions in 2026, or failing that, in 2027.
If your car with CO₂ emissions falls under the ‘youngtimer’ scheme, the additional tax liability will not be 22 per cent (or 25 per cent for a car first registered before 2017) of the list price, but 35 per cent of the market value. The ‘youngtimer’ scheme will apply in 2026 if the car is 16 years old or older on 1 January 2026, or if it was already at your disposal in 2025 and turns 16 in 2026. From 1 January 2027, the age limit is likely to rise to 17 years (it is currently 25 years) and from 1 January 2028 to 20 years. Do you drive the ‘youngtimer’ through your income tax business, such as a sole trader? If so, you may wish to transfer the car to your private name. Normally, this isn’t possible without further ado, but due to the legislative change, there may be options available. Please discuss this with our advisers.
Check whether you have any remaining allowance under the work-related expenses scheme (wkr) and make use of it. In 2026, this allowance amounts to 2 per cent of the first €400,000 of the wage bill and 1.18 per cent above that amount. Any allowance remaining in 2026 cannot be carried forward to 2027!
Incidentally, the allowance will increase slightly in 2027. It will then amount to 2.16% on the first €400,000 of the wage bill and 1.18% on the amount above that.
Please note! The targeted exemption for staff discounts on sector-specific products will be abolished from 2027. Therefore, only in 2026 will you still be able to grant a targeted exemption for a reimbursement or discount of up to 20 per cent of the product’s market value, with a maximum of €500 per employee per year.
A new, attractive scheme for share options at start-ups and scale-ups is due to come into force, probably from 2027. Under the new scheme, 35% of the benefit (= the difference between the proceeds from the sale of the shares on the one hand and the contribution and purchase price of the shares on the other) remains tax-free. Furthermore, the employee only pays tax upon the sale of the shares acquired through the share options.
Various conditions apply, and the Netherlands Enterprise Agency (RVO) must classify your company as an innovative start-up or scale-up. What is important for now is that share option rights granted on or after 17 April 2025 may be eligible for the new scheme. It is therefore important that these share option rights have not yet been included in payroll tax as at 31 December 2026. In any case, ensure that share option rights granted on or after 17 April 2025 meet this requirement.
Let op! Vanwege grote onzekerheid of plannen van het kabinet wel door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd, kan een aantal van onderstaande tips voor het einde van het jaar (deels) nog wijzigen. Houd daar rekening mee!
Moet je dit jaar nog dividend uitkeren of kun je beter wachten tot 2026? Het antwoord op die vraag is niet voor iedereen gelijk te beantwoorden. Neem in je overweging in ieder geval de volgende punten mee:
Let op! Overleg over je eigen situatie met onze adviseurs. Zij kunnen berekenen wat het effect van de dividenduitkering op bijvoorbeeld je heffingskortingen is en je belasting in box 3. Aan de hand daarvan kan je beslissen om wel of niet dividend uit te keren. Op dit moment is het advies in ieder geval nog even te wachten totdat er iets meer duidelijkheid is over welke belastingplannen de eindstreep in de Tweede en Eerste Kamer gaan halen.
De maatregel excessief lenen bij de eigen vennootschap betekent grofweg dat de dga die te veel leent bij de eigen bv, hierover box 2-heffing betaalt. Er geldt nu nog een drempel van € 500.000, maar het kabinet wil de grens verlagen naar € 100.000. Dit gebeurt dan in vijf stappen van € 80.000 per jaar, te beginnen in 2027. Eind 2027 bedraagt de grens dan € 420.000 en eind 2031 is de € 100.000 bereikt. Hoewel de maatregel nog door de Tweede en Eerste Kamer moet worden aangenomen, is het misschien wel goed om in je dividendplanning al rekening te houden met de verlaging van de drempel.
Let op! Eigenwoningschulden blijven in het voorstel, net als nu, uitgezonderd en tellen dus ook vanaf 2027 niet mee voor de drempel. Voor eigenwoningschulden die zijn ontstaan op of na 1 januari 2023 geldt wel de voorwaarde dat deze moeten zijn gedekt met hypothecaire inschrijving op de woning.
Vanaf 2027 geldt een 12% pseudo-eindheffing voor personenauto’s van de zaak als deze auto’s CO2 uitstoten (hierna: fossiele personenauto van de zaak). Deze heffing wordt berekend over de cataloguswaarde van de auto (en bij auto’s ouder dan 25 jaar over de waarde in het economisch verkeer). Het is een werkgeversheffing die je niet mag verhalen op de werknemer! Bovendien kan daarnaast ook de werknemer nog worden geconfronteerd met de bijtelling over het privégebruik.
Want kun je nu nog doen om de heffing in 2027 te voorkomen?
Alles wat geen personenauto is, zoals een bestelauto, vrachtwagen en tractor, wordt ook niet geraakt door de 12% pseudo-eindheffing. Houd er echter rekening mee dat een kampeerauto en een personenbus ook een personenauto kunnen zijn. Kijk hiervoor in het kentekenregister naar de aanduiding. Een M1-voertuig is een personenauto!
Let op! Bij wisseling van werkgever stopt het overgangsrecht dat normaal loopt tot en met 31 december 2030. Dit overgangsrecht is namelijk gekoppeld aan de auto in combinatie met de werkgever. Als een ex-werknemer de auto meeneemt naar een nieuwe werkgever is die combinatie verbroken en vervalt het overgangsrecht. De nieuwe werkgever krijgt dan vanaf dag 1 met de 12% pseudo-eindheffing te maken.
Er geldt nog een aantal uitzonderingen op de 12% pseudo-eindheffing. Zo valt onder voorwaarden een vervangende auto gedurende maximaal veertien aaneengesloten dagen niet onder de heffing en is de handgeschakelde lesauto ook uitgezonderd.
Er kunnen verschillende redenen zijn om in 2026 nog een bv op te richten en je IB-onderneming in te brengen in de bv. Een van de redenen kan zijn dat je dit toch al van plan bent en ook een fossiele personenauto wilt inbrengen in de bv:
Breng je de IB-onderneming in 2026 ruisend (met fiscale afrekening) in de bv in? Dan kun je nog profiteren van de stakingsaftrek van € 3.630. In 2027 daalt deze aftrek naar € 908. Heb je nog een FOR die vrijvalt, dan kun je bij een geruisloze inbreng overigens ook gebruikmaken van de stakingsaftrek.
Verder wordt een aantal voordelen van de ondernemer in de inkomstenbelasting verder versoberd. Zo daalt de zelfstandigenaftrek van € 1.200 in 2026 naar € 900 in 2027, daalt de extra zelfstandigenaftrek van een starter van € 2.123 in 2026 naar € 10 in 2027 en gaat de meewerkaftrek in 2027 met 75% omlaag. Dit kan ook aanleiding zijn om in 2026 over te stappen naar een bv.
Let op! Of het aantrekkelijk is om je IB-onderneming in te brengen in de bv is uiteraard niet alleen afhankelijk van de 12% pseudo-eindheffing, de stakingsaftrek en andere ondernemersaftrekken. Naast fiscale argumenten kunnen ook andere argumenten, zoals de aansprakelijkheidsbeperking, een rol spelen. Overleg daarom met onze adviseurs of overstap naar de bv raadzaam kan zijn. Wacht daarmee niet te lang. Voor de oprichting van een bv heb je een notaris nodig en de agenda’s van notarissen lopen over het algemeen snel vol aan het einde van het jaar.
Vanaf 2027 is een nieuw toelatingsstelsel voor partijen die werknemers uitlenen (uitleners) van kracht. Dit is geregeld in de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta).
Het toelatingsstelsel geldt voor iedereen die arbeidskrachten (ook zzp’ers) ter beschikking stelt aan derden. Denk aan uitzenders, detacheerders en uitleners van zzp’ers. Maar ook de bv die de dga uitleent aan een andere onderneming kan onder het toelatingsstelsel vallen!
Gelukkig zijn er uitzonderingen. Zo valt collegiale uitleen waarbij geen winst wordt gemaakt niet onder het toelatingsstelsel. Hetzelfde geldt voor in- en uitleen binnen concernverband.
Is er geen uitzondering van toepassing, dan kun je misschien om ontheffing verzoeken. Dit kan als je inkomsten uit uitlenen in een jaar minder dan 10% van je totale inkomsten zijn én die inkomsten niet hoger zijn dan € 5 miljoen per jaar. Daarbij moet een accountant dan jaarlijks verklaren dat deze drempels niet worden overschreden.
Let op! Om gebruik te kunnen maken van een overgangsregeling is het belangrijk dat je tussen 1 november 2026 en 31 december 2026 een aanmelding doet! Zo regel je dat je voorlopig kunt blijven uitlenen. Belangrijk is dan wel dat je ook tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027 een aanvraag tot toelating tot het stelsel doet. Heb je uiterlijk op 30 juni 2027 een SNA-keurmerk, dan hoef je geen aanmelding voor de overgangsregeling te doen in 2026. Je moet dan wel een aanvraag tot toelating doen tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027.
Een woning die niet jouw hoofdverblijf is, bijvoorbeeld een vakantiewoning of een woning die je verhuurt, valt in box 3. Ben je van plan zo’n woning aan te schaffen, dan kan het voordelig zijn om de overdracht bij de notaris niet in 2026, maar in 2027 plaats te laten vinden. De overdrachtsbelasting voor de verkrijging van woningen die niet je hoofdverblijf zijn, bedraagt namelijk nu nog 8%, maar vanaf 2027 7%. Bovendien is de forfaitaire box 3-heffing over een banktegoed (mocht je de woning met banktegoeden aanschaffen) een stuk lager dan over de woning die als overige bezitting wordt aangemerkt.
Voor een in 2026 ter beschikking gestelde volledig elektrische nieuwe auto geldt een bijtelling van 18% over de eerste € 30.000 cataloguswaarde en 22% daarboven. Wordt de volledig elektrische nieuwe auto in 2027 voor het eerst ter beschikking gesteld, dan is de bijtelling 20% over de eerste € 30.000 cataloguswaarde en 22% daarboven. Rijdt de auto op waterstof of met zonnepanelen, dan geldt de beperking tot € 30.000 niet en bedraagt de bijtelling in 2026 18% over de gehele cataloguswaarde en in 2027 20% over de gehele cataloguswaarde. Deze bijtellingspercentages gelden voor een periode van 60 maanden. Dit kan misschien reden zijn om te proberen in 2026 nog, of anders in 2027, een auto zonder CO2-uitstoot ter beschikking te krijgen.
Valt je auto met CO2-uitstoot onder de youngtimerregeling, dan bedraagt de bijtelling geen 22% (of 25% bij een auto met eerste toelating vóór 2017) over de cataloguswaarde, maar 35% over de waarde in het economisch verkeer. De youngtimerregeling is in 2026 van toepassing als de auto op 1 januari 2026 16 jaar of ouder is of in 2025 al aan jou ter beschikking stond en in 2026 16 jaar wordt. Vanaf 1 januari 2027 gaat de leeftijdsgrens waarschijnlijk omhoog naar 17 jaar (dit is nu nog 25 jaar) en vanaf 1 januari 2028 naar 20 jaar. Rij je de youngtimer vanuit je IB-onderneming, bijvoorbeeld een eenmanszaak? Dan wil je de auto misschien wel overbrengen naar privé. Normaal gesproken kan dat niet zomaar, maar in verband met de wetswijziging zijn er misschien mogelijkheden. Overleg daarover met onze adviseurs.
Controleer of je nog vrije ruimte over hebt in de wkr en benut deze. In 2026 bedraagt deze vrije ruimte 2% over de eerste € 400.000 loonsom en 1,18% daarboven. Vrije ruimte die je in 2026 overhebt, kun je niet doorschuiven naar 2027!
In 2027 gaat de vrije ruimte overigens iets omhoog. Deze bedraagt dan 2,16% over de eerste € 400.000 loonsom en 1,18% daarboven.
Let op! De gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten verdwijnt vanaf 2027. Alleen in 2026 kun je daarom nog gericht vrijgesteld een vergoeding of korting geven van maximaal 20% van de waarde in het economisch verkeer van het product, met een maximum per werknemer van € 500 op jaarbasis.
Er komt, waarschijnlijk met ingang van 2027, een nieuwe, aantrekkelijke regeling voor aandelenopties bij start-ups en scale-ups. Onder de nieuwe regeling blijft 35% van het voordeel (= het verschil tussen de verkoopopbrengst van de aandelen enerzijds en de inleg en de koopsom van de aandelen anderzijds) belastingvrij. En de werknemer betaalt pas belasting bij verkoop van de aandelen die met de aandelenopties zijn verkregen.
Er gelden allerlei voorwaarden en de RVO moet jouw onderneming aanmerken als een innovatieve start-up of scale-up. Belangrijk voor nu is dat aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, mogelijk gebruik kunnen maken van de nieuwe regeling. Het is dan van belang dat deze aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken. Zorg er in ieder geval voor dat de vanaf 17 april 2025 toegekende aandelenoptierechten daaraan voldoen.
Je kunt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 geruisloos (dat is zonder fiscaal af te rekenen) je IB-onderneming in een bv inbrengen als jouw intentieverklaring of voorovereenkomst vóór 1 oktober 2026 door de Belastingdienst is ontvangen. Is dat allemaal geregeld, dan heb je tot uiterlijk 31 maart 2027 om de bv op te richten en de IB-onderneming in te brengen. Lukt dat allemaal uiterlijk 31 maart 2027, dan geldt er terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
Let op! Voor de geruisloze inbreng in een bv gelden nog meer voorwaarden. Overleg hierover met onze adviseurs.
In principe heb je dus nog wel even de tijd om de bv op te richten en de IB-onderneming geruisloos in te brengen. Dat kan anders zijn, als je ook een personenauto met CO2-uitstoot de bv inbrengt. Voor personenauto’s van de zaak die CO2 uitstoten geldt vanaf 2027 namelijk een pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde van die auto. In verband daarmee kan het verstandig zijn om de bv al in 2026 op te richten en niet te wachten tot 2027.
In principe geldt overgangsrecht voor de pseudo-eindheffing voor personenauto’s die op 31 december 2026 al door een werkgever ter beschikking worden gesteld. Voor deze personenauto’s geldt de pseudo-eindheffing niet tot en met 31 december 2030.
Het lijkt er echter op dat dit overgangsrecht niet van toepassing is, als je pas in 2027 je bv opricht en je IB-onderneming inbrengt. Op dit moment werd de personenauto namelijk niet op 31 december 2026 al door de werkgever (de bv) ter beschikking gesteld aan jou. Die bv bestond immers juridisch op 31 december 2026 nog niet. De fiscale terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 helpt je ook niet omdat die alleen fiscaal voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting geldt en niet juridisch.
Gevolg is dat je dus voor de personenauto waarschijnlijk meteen na oprichting van de bv al aanloopt tegen de 12% pseudo-eindheffing en niet pas vanaf 1 januari 2031.
Dit kun je voorkomen door te zorgen dat de bv in 2026 nog wordt opgericht, de IB-onderneming wordt ingebracht, je zorgt dat de bv als werkgever geregistreerd is bij de Belastingdienst en de bv de personenauto in 2026 nog ter beschikking stelt aan jou.
In dat geval geldt het overgangsrecht wel omdat de werkgever (de bv) op 31 december 2026 de personenauto al ter beschikking stelde aan jou.
Let op! Een andere optie is wellicht om de personenauto niet in te brengen in de bv. Overleg over de voor- en nadelen hiervan met onze adviseurs.
Twijfel je nog of je de bv in wilt? Naast een geruisloze inbreng kun je ook ruisend de bv in. Met betrekking tot de pseudo-eindheffing geldt hetgeen hiervoor is weergegeven bij de geruisloze inbreng, ook bij de ruisende inbreng!
Wellicht dat je fossiele personenauto die je ook wilt inbrengen in de bv, daarom aanleiding is om in 2026 de bv nog op te richten en de IB-onderneming in te brengen. Overleg hierover met onze adviseurs.
Voor de pseudo-eindheffing gelden overigens verschillende uitzonderingen. Zo is deze niet van toepassing als de personenauto geen CO2 uitstoot (volledig elektrisch of waterstof gedreven is) of als de auto geen personenauto is (maar bijvoorbeeld een bestelauto). Verder geldt er bijvoorbeeld ook een uitzondering voor handgeschakelde lesauto’s.
Tip! Wil je weten of jouw auto te maken kan krijgen met de pseudo-eindheffing, overleg dan daarover met onze adviseurs.
Stel je vanaf 2027 een personenauto aan een werknemer ter beschikking, dan moet je rekening houden met een pseudo-eindheffing van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm.
Deze eindheffing geldt niet voor alle personenauto’s. Zo moet de personenauto:
Let op! De pseudo-eindheffing geldt voor de hele kalendermaand, ook als in die kalendermaand maar een of enkele dagen een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking is gesteld. De pseudo-eindheffing geldt dan dus niet alleen voor die een of enkele dagen maar voor de hele maand!
Als de ter beschikking gestelde auto geen personenauto is, geldt de pseudo-eindheffing niet.
Personenauto’s zijn voertuigen met voertuigclassificatie M1 in het civiele kentekenregister en auto’s die onder de Europese verordening zo zouden kwalificeren.
Een M1-voertuig is een motorvoertuig op vier of meer wielen, ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen, met maximaal negen zitplaatsen inclusief bestuurdersstoel. Ook kampeerauto’s, personenbusjes voor zorgvervoer (ingericht met maximaal negen zitplaatsen) en lijkwagens vallen hieronder.
Bestelauto’s, vrachtwagens en tractors hebben geen M1-kwalificatie en vallen dus niet onder de pseudo-eindheffing. Stel je dus een bestelauto ter beschikking, dan krijg je niet te maken met de heffing. Ook niet als de CO2-uitstoot van die bestelauto groter nul is of als de werknemer de bestelauto ook privé gebruikt.
De pseudo-eindheffing is ook niet van toepassing als de personenauto die je ter beschikking stelt geen CO2 uitstoot. Je werknemer kan dus gewoon nog in een volledig elektrisch of waterstof aangedreven auto privé rijden zonder dat dit jou eindheffing kost.
Stoot de personenauto wel CO2 uit, maar gebruikt je werknemer de personenauto alleen maar zakelijk? Dan geldt de pseudo-eindheffing ook niet.
Let op! Hier schuilt wel een addertje onder het gras. Voor de regeling van de pseudo-eindheffing wordt woon-werkverkeer aangemerkt als privé. Het zal dus niet snel voorkomen dat een werknemer alleen maar zakelijke kilometers maakt met de personenauto.
Overigens geldt er een uitzondering op het privégebruik ingeval sprake is van incidenteel privégebruik door overmacht of bijzondere omstandigheden. Je moet als werkgever dan wel aannemelijk kunnen maken dat sprake is van overmacht of bijzondere omstandigheden.
Op Prinsjesdag 2026 zijn nog een aantal andere uitzonderingen op de pseudo-eindheffing voorgesteld. Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen, geldt de pseudo-eindheffing vanaf 1 januari 2027 ook niet:
Personenauto’s die al voor 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, krijgen niet meteen vanaf 1 januari 2027 te maken met de pseudo-eindheffing. Voor deze personenauto’s geldt een overgangsregeling. Deze zou oorspronkelijk lopen tot 17 september 2030, maar op Prinsjesdag 2026 is voorgesteld deze termijn te verlengen naar 1 januari 2031. Pas vanaf die datum kan een werkgever voor die personenauto met de pseudo-eindheffing te maken krijgen.
Let op! Deze overgangsregeling is gekoppeld aan de personenauto. Dus ook als je als werkgever de auto na 1 januari 2027 ter beschikking stelt aan een andere werknemer dan aan wie de auto vóór 1 januari 2027 ter beschikking stond, blijft de overgangsregeling gelden.
Neemt de werknemer de personenauto na 1 januari 2027 mee naar een andere werkgever, dan vervalt het overgangsrecht. De auto wordt dan immers door een andere werkgever (met een ander loonheffingennummer) ter beschikking gesteld. Het kabinet heeft kennisgenomen van dit punt, maar wil hier geen aanpassingen op doen.
Bij fusies en overnames, waarbij de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever, blijft het overgangsrecht wel van toepassing. De staatssecretaris heeft aangegeven dat hier geen wettelijke aanpassing voor nodig is, maar dat dit kan op grond van doel en strekking van de pseudo-eindheffing. Dit betekent dat als de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever bij een fusie of overname, het overgangsrecht van toepassing blijft.
De 12% pseudo-eindheffing wordt berekend over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. In tegenstelling tot de bijtelling voor de auto van de zaak wordt bij de berekening van de pseudo-eindheffing geen rekening gehouden met de eigen bijdrage van de werknemer.
Let op! Is de personenauto ouder dan 25 jaar, dan wordt de 12% pseudo-eindheffing berekend over de waarde in het economische verkeer van de personenauto.
Je berekent de pseudo-eindheffing maandelijks. Je kunt er echter voor kiezen om de betaling van de eindheffing pas te doen uiterlijk in de tweede loonaangifte van het volgende kalenderjaar. Voor het jaar 2027 kun je dus wachten tot de tweede loonaangifte van 2028 om je pseudo-eindheffing te voldoen.
De pseudo-eindheffing komt volledig ten laste van jou als werkgever. Je mag deze niet verhalen op je werknemer. De bijtelling voor de auto van de zaak vanwege privégebruik blijft ook gewoon bestaan. Die blijft gewoon ten laste van de werknemer komen.
Let op! Voor een werknemer die geen bijtelling heeft omdat hij de personenauto voor maximaal 500 kilometers op jaarbasis privé gebruikt, kun je wel tegen de pseudo-eindheffing aanlopen. Die geldt immers al vanaf 1 kilometer privé. Bovendien is woonwerk verkeer voor de bijtelling zakelijk, maar voor de pseudo-eindheffing privé.
De pseudo-eindheffing is een heffing voor werkgevers. Dit betekent dat als een bv een auto van de zaak ter beschikking stelt aan een dga, deze bv ook met de heffing te maken kan krijgen.
Let op! Een ondernemer met een eenmanszaak of in een VOF zal voor zichzelf niet met de heffing te maken krijgen, maar mogelijk wel voor zijn personeel.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01