Let op! Niet alle punten die hieronder worden genoemd, komen uit het Belastingplan 2027. Enkele wijzigingen waren al eerder besloten, maar daar zijn aanpassingen op gedaan.
Vanaf 2027 versobert het kabinet verschillende fiscale voordelen voor ondernemers.
De ondernemersaftrek verlaagt de winst waarover een ondernemer inkomstenbelasting betaalt. Voor verschillende onderdelen van deze aftrek geldt vanaf 2027 een verdere versobering.
Let op! Deze regeling geldt voor ondernemers die niet aan het urencriterium van 1.225 uur voldoen, maar wel aan het verlaagde urencriterium van 800 uur én recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
De stakingsaftrek en de meerwerkaftrek verdwijnen aan het begin van het derde kalenderjaar na het jaar waarin de verlaging ingaat. Bij inwerkingtreding per 2027 vervallen de regelingen dus per 1 januari 2030.
Per 1 januari 2028 vervalt nog een ander fiscaal voordeel voor ondernemers: de willekeurige afschrijving voor starters.
Vooral startende ondernemers, ondernemers die binnen enkele jaren willen stoppen en ondernemers met een meewerkende partner merken de gevolgen. De keuze voor een eenmanszaak, vof of bv vraagt daardoor opnieuw om een berekening op basis van de concrete winst en de persoonlijke situatie.
Let op! Laat bij grotere veranderingen in je winst, samenwerking of bedrijfsopvolging opnieuw berekenen welke rechtsvorm bij jouw onderneming past.
Tip! Door het hogere verzamelinkomen kunnen ook toeslagen veranderen. Controleer daarom voor 2027 en 2028 tijdig je geschatte inkomen voor de toeslagen.
Werkgevers mogen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 maximaal € 0,25 per zakelijke kilometer onbelast vergoeden. Dat was € 0,23. De verhoging geldt ook voor woon-werkverkeer. Het kabinet legt deze verhoging nu met terugwerkende kracht vast in de wet.
Let op! De verhoging betekent niet automatisch dat iedere werknemer recht heeft op € 0,25 per kilometer. Dat hangt af van de arbeidsovereenkomst, cao en het eigen mobiliteitsbeleid. Voor werkgevers kan een hogere vergoeding leiden tot hogere loonkosten.
Tegenover deze verruiming staat ook een versobering van de werkkostenregeling (WKR). De gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten vervalt. Werkgevers mochten werknemers tot nu toe onbelast 20% personeelskorting geven over de waarde van het product in het economisch verkeer, tot een bedrag van maximaal € 500 per jaar. Deze vrijstelling verdwijnt. De korting kan vanaf 2027 nog wel ten laste van de vrije ruimte worden gebracht. Overschrijd je de vrije ruimte? Dan betaal je over het bedrag daarboven 80% eindheffing.
De vrije ruimte over de eerste € 400.000 fiscale loonsom stijgt per 1 januari 2027 van 2% naar 2,16%. Daardoor krijg je maximaal € 640 extra vrije ruimte per jaar. Deze verhoging is al eerder aangenomen en maakt dus geen onderdeel uit van het Belastingplan 2027.
Tip! Pas het personeelshandboek, declaratiebeleid en de salarisadministratie tijdig aan en beoordeel of een hogere kilometervergoeding financieel en arbeidsvoorwaardelijk wenselijk is. Maakt je organisatie gebruik van personeelskorting op branche-eigen producten? Bekijk dan wat het vervallen van deze vrijstelling betekent. Dit zal zich vooral voordoen in de detailhandel en industrie.
Stel je als werkgever vanaf 2027 een personenauto met uitstoot ook voor privégebruik beschikbaar aan een werknemer? Dan krijg je te maken met een pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde. Deze heffing komt naast de bijtelling van de werknemer en mag je niet doorberekenen aan de werknemer. Voor auto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht.
De pseudo-eindheffing is vorig jaar al aangenomen, maar na overleg worden vier aanpassingen voorgesteld.
De youngtimerregeling wordt geleidelijker versoberd dan eerder was vastgelegd, en ook minder vergaand. De bijtelling blijft gebaseerd op de waarde in het economisch verkeer, maar de leeftijdsgrens stijgt in 2027 van 16 jaar naar 17 jaar en vanaf 2028 naar 20 jaar. De eerder voorziene snelle verhoging naar 25 jaar per 2027 gaat daarmee niet door. Voor auto’s die uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking zijn gesteld en die in 2027 17 jaar worden, geldt overgangsrecht. Deze auto’s mogen de youngtimerregeling gedurende heel 2027 blijven toepassen. Vanaf 1 januari 2028 geldt de regeling alleen nog voor auto’s ouder dan 20 jaar.
Voor werkgevers wordt de keuze voor een zakelijke auto met name door de pseudo-eindheffing belangrijker. De contractduur, aandrijving en het moment waarop een auto voor het eerst ter beschikking wordt gesteld, kunnen grote fiscale gevolgen hebben. Een bestaande leaseplanning kan daardoor veel duurder of juist aantrekkelijker uitpakken.
Tip! Breng vóór nieuwe leasebeslissingen de totale werkgeverskosten, werknemersbijtelling, looptijd en fiscale overgangsregels goed in kaart.
Normaal gesproken stijgen de grenzen van de belastingschijven en verschillende heffingskortingen in box 1 mee met de inflatie. Zo blijft de belastingdruk normaal gesproken gelijk als het inkomen stijgt, in lijn met de inflatie.
In 2027 en 2028 past het kabinet de inflatiecorrectie slechts gedeeltelijk toe. Zonder deze maatregel zou de inflatiecorrectie voor 2027 2,6% bedragen. Daarvan wordt 48% toegepast. Hierdoor stijgen schijfgrenzen en heffingskortingen minder mee met de inflatie. De 48% wordt overigens niet toegepast op de tweede schijfgrens, deze blijft daarom in 2027 gelijk aan 2026. De eerste schijfgrens stijgt van € 38.883 naar € 39.247. De tweede schijfgrens blijft € 78.426.
Tegelijkertijd wijzigen de box 1-tarieven. Voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd stijgt het tarief in de eerste schijf met 0,48%: van 35,75% in 2026 naar 36,23% in 2027. Het tarief in de tweede schijf stijgt met 0,60%: van 37,56% naar 38,16%. Het tarief in de derde schijf blijft 49,50%.
Door de verhoging van de tarieven en beperkte indexering stijgt de belastingdruk in box 1. Dit effect wordt beperkt voor woningbezitters die de hypotheekrente ook tegen het hogere tarief van maximaal 38,16% kunnen aftrekken.
Let op! Beoordeel je loon, dividend en winst altijd in samenhang. De belastingdruk kan namelijk onverwacht hoger zijn, omdat de algemene heffingskorting afhangt van het verzamelinkomen. Deze kan dus ook door een dividenduitkering dalen.
Box 3 belast privévermogen, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning. In het huidige stelsel berekent de Belastingdienst het rendement grotendeels met forfaits. Is je werkelijke rendement lager, dan kun je onder voorwaarden tegenbewijs leveren.
Het kabinet heeft de behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 voorlopig uitgesteld. In de Voorjaarsnota 2027 komt het kabinet met een nieuw voorstel. Daardoor wordt de beoogde invoering per 1 januari 2028 niet gehaald of blijft deze datum op zijn minst onzeker. Het kabinet onderzoekt opnieuw of een vermogenswinstbelasting beter past dan een vermogensaanwasbelasting.
Bij een vermogensaanwasbelasting telt ook een nog niet gerealiseerde waardestijging jaarlijks mee. Bij een vermogenswinstbelasting volgt heffing pas bij bijvoorbeeld verkoop. Voor ondernemers en dga’s met beleggingen, verhuurd vastgoed of andere moeilijk verkoopbare bezittingen maakt dat een groot verschil.
Let op! Zolang er geen nieuw stelsel geldt, blijft een goede administratie van rente, dividend, huur, kosten en waardeveranderingen belangrijk. Deze gegevens zijn nodig voor de tegenbewijsregeling én voor de afweging tussen beleggen in privé of via een bv.
Tip! Wacht niet op het nieuwe stelsel. Leg het werkelijke rendement per vermogensbestanddeel jaarlijks vast en bewaar onderliggende documenten.
Het kabinet maakt verschillende fiscale regelingen voor investeringen en innovatie aantrekkelijker. Zo stijgt de energie-investeringsaftrek per 1 januari 2027 van 40% naar 45,5%. Investeer je in kwalificerende energiezuinige bedrijfsmiddelen? Dan mag je daardoor een groter deel van je investering extra aftrekken van de winst.
Ook de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk wordt verruimd. Het forfaitaire uurloon stijgt van € 29 naar € 33. Deze regeling verlaagt de loonheffing die je als werkgever afdraagt als je medewerkers werken aan technisch nieuwe producten, processen of programmatuur.
Maakt je onderneming gebruik van de innovatiebox? Ook deze regeling wordt aantrekkelijker. Vanaf 1 januari 2027 stijgt het maximale forfaitaire bedrag van € 25.000 naar € 100.000 per jaar. Het forfait blijft maximaal 25% van de winst. Ook de huidige toepassingsduur van drie jaar verandert niet. Hierdoor kun je een groter deel van de winst tegen het lagere innovatiebox-tarief laten belasten.
Tip! Wil je gebruikmaken van de energie-investeringsaftrek? Controleer vóórdat je verplichtingen aangaat of het bedrijfsmiddel op de energielijst staat. Dien vervolgens je aanvraag in bij RVO binnen de geldende termijn van drie maanden.
Om innovatie en groei van specifieke jonge ondernemingen te stimuleren, introduceert het kabinet een aantrekkelijke fiscale regeling voor aandelenopties van werknemers bij start-ups en scale-ups. In principe betaalt de werknemer de belasting wanneer hij de aandelen die hij uit de opties heeft verkregen, daadwerkelijk verkoopt. Na aftrek van de uitoefenprijs die aan de aandelen is toe te rekenen, wordt onder voorwaarden slechts 65% van het voordeel belast als loon. Verkoopt de werknemer het aandelenoptierecht in plaats van de aandelen? Dan geldt deze lagere grondslag niet. De werknemer kan ook schriftelijk kiezen voor eerdere belastingheffing op het moment van uitoefening van het optierecht of zodra de aandelen verhandelbaar zijn.
De regeling geldt alleen voor ondernemingen die kwalificeren als start-up of scale-up en een beschikking hebben van RVO. Deze beschikking is vanaf de dagtekening acht jaar geldig. Onder voorwaarden kun je de beschikking steeds met vijf jaar verlengen, tot een totale looptijd van maximaal 23 jaar. Daarnaast geldt in principe een minimale periode van twee jaar tussen de toekenning van het aandelenoptierecht en de verkoop van dit recht of de aandelen die daaruit voortkomen. Verkoopt de werknemer eerder vanwege een verkoop op beursgang van de onderneming? Dan geldt een uitzondering en is de regel wel van toepassing.
De regeling moet op 1 januari 2027 ingaan. De definitieve inwerkingtreding vindt plaats op een tijdstip dat bij koninklijk besluit wordt bepaald. Aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, kunnen mogelijk ook gebruikmaken van de regeling. Daarvoor moeten de aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken en moet aan de overige voorwaarden zijn voldaan. In dat geval moet je onderneming de beschikking uiterlijk op 31 december 2027 bij RVO aanvragen.
Tip! Onderzoek tijdig of je onderneming in aanmerking komt voor een RVO-beschikking. Beoordeel daarnaast of werknemersparticipatie je kan helpen om talent aan te trekken, te belonen en te behouden.
Ook werkgevers moeten een zogenoemde vrijheidsbijdrage leveren om de stijgende defensie-uitgaven te bekostigen. Het kabinet wil deze lastenverzwaring grotendeels innen via een verhoging van de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Volgens de raming levert deze verhoging in 2027 € 1,5 miljard aan extra premieopbrengsten op. Vanaf 2028 gaat het structureel om € 1,7 miljard per jaar.
De hoge en lage Aof-premiepercentages staan nog niet vast. De premiepercentages worden later bekendgemaakt, tegelijk met de jaarlijkse premiepercentages voor de werknemersverzekeringen. Daardoor is nog niet duidelijk hoeveel je werkgeverslasten precies stijgen.
Tip! Houd in je personeelsbegroting voor 2027 rekening met hogere werkgeverslasten. Pas je loonkostenberekening aan zodra de hoge en lage Aof-premiepercentages voor 2027 officieel zijn vastgesteld.
Koop je een woning waarin je niet zelf duurzaam gaat wonen? Dan betaal je overdrachtsbelasting tegen het algemene woningtarief. Dit geldt bijvoorbeeld voor een verhuurde woning of vakantiewoning. Per 1 januari 2027 daalt dit tarief van 8 naar 7%. Het tarief van 2% voor een woning waarin je zelf gaat wonen en de startersvrijstelling blijven ongewijzigd.
Let op!Voor bedrijfspanden geldt deze verlaging niet. Bij gemengde objecten, transformaties en projectontwikkeling kan discussie ontstaan over welk deel als woning kwalificeert. Het gebruik en de staat van het object op het moment van verkrijging spelen daarbij een belangrijke rol.
Door de tariefsverlaging kan het interessant zijn om opnieuw naar het moment van transactie te kijken. Houd daarbij ook rekening met andere factoren, zoals financiering, rendement, btw en de juridische structuur.
Tip! Laat vóór ondertekening van de koopovereenkomst beoordelen welk tarief voor jouw situatie geldt. Onderzoek daarbij of het zinvol en haalbaar is om de levering bij de notaris uit te stellen tot na 1 januari 2027.
Bepaalde niet-vergoede zorgkosten zijn nu onder voorwaarden aftrekbaar in de inkomstenbelasting. Denk aan specifieke geneesmiddelen, hulpmiddelen, dieetkosten, vervoer en extra gezinshulp. De aftrek geldt pas nadat rekening is gehouden met vergoedingen en een inkomensafhankelijke drempel.
Het kabinet schaft de aftrek voor specifieke zorgkosten per 1 januari 2028 af. Ook de daaraan gekoppelde regeling tegemoetkoming specifieke zorgkosten, de TSZ-regeling, verdwijnt. Voor mensen met een chronische ziekte werkt het kabinet aan een gerichte compensatieregeling. Het wetsvoorstel kent geen overgangsrecht. De maatregel raakt vooral mensen met een chronische ziekte, beperking of structureel hoge, niet-vergoede zorgkosten. Ook ondernemers en dga’s kunnen hierdoor privé met hogere nettolasten te maken krijgen. Het financiële effect verschilt sterk, omdat niet iedere zelf betaalde zorguitgave nu aftrekbaar is.
Tip! Breng terugkerende aftrekbare zorgkosten in kaart. Zo wordt zichtbaar welk belastingvoordeel vanaf 2028 mogelijk wegvalt en in hoeverre een toekomstige compensatieregeling daarin voorziet.
Eind 2024 is al in de wet opgenomen dat de eerste schijf in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) per 1 januari 2027 omhooggaat van 2 naar 2,16%. SEO Economisch Onderzoek (SEO) heeft, na een evaluatie van de WKR over de jaren 2019-2024, echter aanbevolen om de eerste schijf in de vrije ruimte helemaal af te schaffen. Op Prinsjesdag 2026 wordt waarschijnlijk duidelijk of het kabinet deze aanbeveling overneemt.
Ook wordt dan duidelijk of het kabinet de volgende aanbevelingen van SEO overneemt:
De verwachting is dat in ieder geval de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf wordt afgeschaft.
Het vergoedingspercentage in de expatregeling (voorheen: 30%-regeling) gaat per 1 januari 2027 omlaag van 30 naar 27%. Tegelijkertijd gaan er ook hogere salarisnormen gelden. Deze aanpassingen zijn al eerder in de wet opgenomen. Het kabinet heeft aangegeven niet van plan te zijn de expatregeling nog verder te versoberen.
Al eerder bekendgemaakt – en ook al in werking getreden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 –, is de verhoging van het belastingvrije bedrag voor reiskosten van € 0,23 naar € 0,25. Deze verhoging geldt voor de onbelaste reiskostenvergoeding die een werkgever aan zijn werknemer geeft, en voor de aftrekbare zakelijke reiskosten van een ondernemer of resultaatgenieter in de inkomstenbelasting. Je mag vanaf de aangifte IB 2026 ook rekening houden met dit hogere bedrag bij het berekenen van de aftrekbare ziektekosten.
Let op!De verhoging naar € 0,25 is nu nog in een besluit opgenomen, maar wordt in het belastingpakket van Prinsjesdag 2026 ook in de wet opgenomen.
Een werkgever die een personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, ofwel een auto van de zaak, moet vanaf 2027 een pseudo-eindheffing aan de Belastingdienst betalen van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. Dit voorstel is vorig jaar al aangenomen, maar op Prinsjesdag 2026 worden aanpassingen verwacht, zoals een uitzondering op de pseudo-eindheffing voor vervangende auto’s bij schade, reparatie en onderhoud, en een uitzondering op de heffing voor lesauto’s.
Het kabinet denkt erover om de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling niet ineens per 1 januari 2027 te verhogen van 16 naar 25 jaar. Een auto van de zaak die onder de youngtimerregeling valt, kent een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer in plaats van de reguliere bijtelling die geldt voor jongere auto’s. Het kabinet denkt nog na over een ander afbouwpad in plaats van de verhoging naar 25 jaar per 1 januari 2027.
Het kabinet heeft de gedachte om een nieuwe bijtellingskorting te introduceren voor elektrische auto’s tussen de vijf en acht jaar oud. Deze regeling zou de naam Greentimerregeling moeten krijgen.
Er ligt een plan om een belastingkorting in de loonbelasting te introduceren voor voordelen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups. De belastingkorting wordt vormgegeven door de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het effectieve loonheffingentarief wordt dan afgerond 32%, waarmee het ongeveer gelijk is aan de belastingheffing over aandelenopties in box 2.
Het kabinet heeft eerder aangegeven het wetsvoorstel hiervoor in september 2026 aan de Tweede Kamer te willen aanbieden. Het streven is om de lagere loonheffing op aandelenopties per 1 januari 2027 in werking te laten treden.
Wat betreft aftrekmogelijkheden voor ondernemers worden de volgende wijzigingen in het belastingpakket verwacht:
Voor de particulier wordt waarschijnlijk de aftrek van specifieke zorgkosten afgeschaft per 1 januari 2028. Verder worden op Prinsjesdag diverse aanpassingen op het nog bij de Eerste Kamer in behandeling zijnde wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3 verwacht. Hiervoor liggen verschillende opties, waarover het kabinet in augustus nog een besluit neemt.
Waarschijnlijk gaat het algemene woningtarief in de overdrachtsbelasting omlaag van 8 naar 7% per 1 januari 2027. Dit tarief geldt voor de verkrijging van woningen die de verkrijger niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken.
Voor overdrachten van woningen tussen woningcorporaties binnen de sociale huisvestingstaak komt er waarschijnlijk een vrijstelling overdrachtsbelasting.
Het plan om per 1 januari 2028 het btw-tarief op sierteeltproducten te verhogen van 9 naar 21% btw wordt ook in de belastingpakketten op Prinsjesdag 2026 verwacht.
Dit blijkt uit het SRA-Branches in Zicht-onderzoek 2026. Voor dit onderzoek zijn 7061 jaarrekeningen van mkb-bedrijven (exclusief zzp’ers) geanalyseerd. Meer dan 99% van alle bedrijven in Nederland behoort tot het mkb (Staat van het mkb, 2025).
Het SRA-onderzoek laat zien dat ondernemers hun investeringen uitstellen. Het eigen vermogen en de liquide middelen zijn toegenomen en ondernemers hebben minder geleend om investeringen te financieren.
“Over 2025 zien we een magere winstgroei ten opzichte van de omzet, waardoor er steeds minder geld overblijft voor investeringen. We zien onzekerheid door de toegenomen personeels- en inkoopkosten en inconsistent overheidsbeleid. Daarbovenop liggen grote opgaven, zoals personeelskrapte, netcongestie, AI, digitalisering en is er onzekerheid door de onrust in het Midden-Oosten”, aldus Van der Kwaak.
Uit de BiZ-analyse blijkt dat de omzet van het mkb over 2025 met 6,4% toenam ten opzichte van het jaar ervoor, terwijl de winststijging 3,4% bedroeg. Achter de omzettoename van 6,4% gaat bovendien voor een groot deel inflatie schuil (3,3%).
De helft van alle ondernemingen zag de winst dalen, waarvan 24% met 50% of meer. De oorzaak ligt in de toename van de inkoopkosten (6,1%) en de personeelskosten (8,5%). De micro-ondernemingen (met 2-10 medewerkers) hebben naar verhouding het minst gepresteerd: 52% zag de winst dalen (versus 50% gemiddeld in het mkb).
Tot de coronaperiode steeg het winstpercentage in het mkb elk jaar ongeveer juist twee keer zo hard als de omzetstijging, terwijl de afgelopen jaren de winstgroei in relatie tot de omzet flink afvlakte.
41% van de ondernemers noemt hogere kosten het grootste effect van onzekerheid en het personeelstekort de grootste belemmering voor de productiviteit (Staat van het mkb, 2025).
Omzet- en winstontwikkeling mkb
Grote verschillen tussen branches
Op brancheniveau liepen de cijfers flink uiteen. Op sectorniveau was de winstdaling gemiddeld het grootst bij bouw (-11,2%), horeca (-4,8%) en retail (-2,7%). Positieve uitschieters met een bovengemiddelde winsttoename waren specialistische zakelijke diensten (15,5%), industrie (13,3%), logistiek en zorg (beide 5%).
De vier grote steden kenden het grootste aandeel ondernemingen met een daling van de winst: 55% (versus 50% voor heel Nederland). Hiervan had 31% een winstdaling van 50% of meer (versus 24% mkb-gemiddeld).
Het SRA-onderzoek Branches in Zicht 2026 bevat de belangrijkste financiële kengetallen van het Nederlandse mkb. Het onderzoek is gebaseerd op een grootschalige cijferanalyse van 7061 jaarrekeningen over 2025 uit het SRA-benchmarkplatform BiZ, dat in totaal over de jaren heen 500.000 jaarrekeningen bevat. De cijfers zijn rechtstreeks afkomstig van de jaarrekeningen van klanten van SRA-accountantskantoren. De betrouwbaarheid is gegarandeerd, omdat de data volledig automatisch en anoniem worden verzameld vanuit de software. De massa, validiteit en actualiteit van deze data zijn uniek.
Dit rapport bevat, naast de gemiddelde prestaties over 2025 in het mkb als geheel, ook de financiële prestaties (omzet, winst, kosten) van ondernemers in de branches bouw, detailhandel, horeca, industrie, logistiek, medische zorg en specialistische zakelijke dienstverlening.
SRA is de grootste vereniging van accountantskantoren werkzaam voor het mkb. Sinds 1989 vormen wij een landelijke vereniging van 386 zelfstandige accountantskantoren, die 1.060 vestigingen, 3.900 accountants (AA’s en RA’s), 1.800 fiscalisten (NOB en RB) en in totaal 22.500 professionals met elkaar verbindt. De SRA-kantoren bedienen 65% van het mkb.
Bovenstaande discussie speelde zich af bij een zaak bij rechtbank Noord-Holland waarbij het ging om de landbouwvrijstelling. Deze vrijstelling van de winst geldt voor waardeveranderingen van landbouwgronden die niet zijn ontstaan door de bedrijfsvoering of door bestemmingswijziging. De winst bij verkoop van de grond is dus onbelast, maar een eventueel verlies is ook niet aftrekbaar.
In genoemde zaak ging het om een vof waarin drie agrariërs een veehouderij en kaasmakerij uitoefenden. Bij staking van het bedrijf realiseerden zij een stakingswinst van ruim € 6,2 miljoen, waarvan € 938.000 belast was en de rest vrijgesteld was ingevolge de landbouwvrijstelling. Voor de rechtbank stond de vraag centraal of de bij verkoop gemaakte makelaarskosten integraal aftrekbaar waren.
De rechtbank stelde vast dat ‘direct op de verkoop drukkende kosten’ eerst op de onder de landbouwvrijstelling vrijgestelde opbrengst in mindering moesten worden gebracht. Omdat het overgrote deel van de stakingswinst was vrijgesteld, betekende dit dat ook van de makelaarskosten van € 54.000 nog geen € 7.000 in aftrek kwam op de winst. De rechtbank stelde de inspecteur dan ook in het gelijk.
De nieuwe subsidie vereist dat melkveehouders 10% tot 20% minder koeien gaan houden ten opzichte van 2025. De subsidie voorziet drie jaar lang in een compensatie voor verlies aan inkomen als gevolg van de verminderde melkopbrengst.
Daarnaast krijgt de melkveehouder een vergoeding voor het vervallen van het fosfaatrecht dat samenhangt met de vermindering van het aantal koeien. Hoeveel fosfaatrechten moeten worden ingeleverd, hangt af van de gemiddelde melkproductie per koe. Deze ingeleverde fosfaatrechten verdwijnen definitief van de markt.
Let op!Deelnemers aan de SEM kunnen na de periode van drie jaar eventueel terugkeren naar het oorspronkelijke aantal koeien. Wel zullen ze dan nieuwe fosfaatrechten aan moeten schaffen.
Naast de vermindering van het aantal koeien met 10% tot 20% mag het areaal grasland van het bedrijf drie jaar lang niet afnemen en mag het aantal graasdieren (jongvee, schapen, geiten, paarden enzovoort) gedurende die periode niet toenemen.
De subsidie voor het verlies aan melkinkomsten bedraagt € 1.606 per verminderde koe. Dit is gebaseerd op de melkproductie van een gemiddelde koe, inclusief transactiekosten. De vergoeding voor het inleveren van een fosfaatrecht bedraagt € 110 per recht. Deze vergoeding wordt in drie jaarlijkse termijnen uitbetaald.
Het budget voor de SEM bedraagt € 627 miljoen. Hiervan is €11,3 miljoen gereserveerd voor de uitvoering van de subsidie door de RVO. Met dit budget kan het aantal melkkoeien naar verwachting met maximaal 64.000 suks afnemen, ofwel 4% van het totale aantal.
In overleg met de Nederlandse Vereniging van Banken is daarnaast besloten om melkveehouders die via deelname aan de Sem tijdelijk gaan extensiveren en overgaan tot nieuwe duurzame investeringen, een rentekorting te verlenen. Op deze manier kunnen de vaste lasten van deelnemers aan de SEM worden verminderd. De omvang van de korting is nog niet bekend.
Melkveehouders kunnen de SEM aanvragen via de RVO van 1 juni tot en met 29 juli 2026. Nadere informatie over de SEM is op termijn beschikbaar via de site van de RVO. Er zal hier onder meer een rekentool te vinden zijn, met behulp waarvan een schatting gemaakt kan worden van de te verkrijgen subsidie.
De site biedt uitgebreid info over diverse financieringsvormen, zoals bijvoorbeeld een zakelijke lening, crowdfunding, factoring of leasing. Na een korte toelichting kan informatie worden opgevraagd over de betreffende financieringsvorm, inclusief kosten en bijvoorbeeld eventuele fiscale aspecten. Ook wordt desgewenst doorverwezen naar experts die nader kunnen adviseren.
Door aan te geven waarvoor een financiering nodig is, worden mogelijkheden aangereikt betreffende een specifieke situatie. Zo zijn de financieringsbehoeften verschillend voor starters, ondernemers die gaan innoveren of bijvoorbeeld een bestaand bedrijf willen overnemen.
Via een keuzetool wordt de ondernemer begeleidt bij het vinden van de juiste financieringsvorm. Gevraagd wordt naar het benodigde kapitaal en waarvoor het gebruikt gaat worden, de gewenste terugbetalingstermijn en eventueel te bieden zekerheden. Ook dient onder meer de rechtsvorm aangegeven te worden en de branche.
Na invulling van de gevraagde gegevens wordt automatisch inzicht verstrekt in de financieringsmogelijkheden voor de betreffende situatie. Op basis van een keuze te maken uit de beschikbare financieringsvormen, worden organisaties gemeld die de betreffende financieringsvorm kunnen aanbieden. Ook het telefoonnummer, emailadres en de website worden verstrekt, zodat de aanvraag voor een financiering gestart kan.
De KVK biedt ook de helpende hand voor ondernemers die bij hun financieringsvraagstukken hulp nodig hebben. Dit kan telefonisch, maar er kan ook online een afspraak gemaakt worden met een financieel expert van de KVK in de regio.
De BOR kan – grofweg omschreven - van toepassing zijn bij het schenken van het vermogen van een persoonlijke onderneming (denk aan eenmanszaak of aandeel in een firma) en bij het schenken van aandelen in een bv die een onderneming drijft.
Let op!De vrijstelling bedraagt in 2026 100% van de goingconcernwaarde tot een bedrag van € 1.543.500 en 75% daarboven.
De vrijstelling is een voorwaardelijke vrijstelling. Een van de voorwaarden voor deze vrijstelling is dat de onderneming door ontvanger van de schenking een aantal jaren wordt voortgezet. Bij schenkingen vóór 1 januari 2025 bedroeg deze voortzettingstermijn nog minimaal vijf jaar.
Let op!Bij schenkingen vanaf 1 januari 2025 bedraagt de voortzettingstermijn minimaal drie jaar.
Als de ontvanger van de schenking de onderneming niet minimaal zolang voortzet, vervalt de vrijstelling en moet alsnog schenkbelasting betaald worden over de verkregen onderneming.
In een brief die de Belastingdienst in de week van 23 april 2026 stuurt, wijst de Belastingdienst op deze voortzettingseis voor schenkingen die gedaan zijn in het jaar 2022. Ontvangt u zo’n brief en heeft u niet voldaan aan de voortzettingseis of twijfelt u daaraan? Neem dan contact op met één van onze adviseurs. Zij kunnen dan samen met u beoordelen of u nog voldoet aan de voorwaarden, zo nodig na overleg met de Belastingdienst.
Let op!U voldoet bijvoorbeeld niet meer (geheel) aan de voorzettingseis als u binnen de voortzettingstermijn de onderneming (deels) verkoopt, uw aandelen (deels verkoopt), uw onderneming of de bv failliet wordt verklaard, de onderneming wordt beëindigd, de activiteiten van de onderneming wijzigen et cetera.
Voldoet u niet meer aan de voorzettingseis, dan moet u daarvan aangifte doen. Dit moet uiterlijk binnen acht maanden nadat u niet meer voldeed aan de voorzettingeis met het formulier Aangifte niet voldoen aan het voortzettingsvereiste.
Let op!Als u via een erfenis een onderneming verkreeg en daarbij de BOR toepaste, moet u ook voldoen aan de voortzettingseis. Doet u dat niet meer, dan vervalt de vrijstelling en moet u daarvan ook aangifte doen.
In deze casus was een melkveebedrijf een PAS-melder. In het verleden had dit melkveebedrijf gebruikgemaakt van de uitzondering die door het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (het PAS) werd geboden op de vergunningsplicht voor bepaalde activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken.
De eigenaar van het melkveebedrijf vond dat de WOZ-waarde lager moest worden vastgesteld omdat hij een PAS-melder was. De verkoopbaarheid van zijn bedrijf stond namelijk al sinds 2019 onder grote druk ten opzichte van agrarische bedrijven die wel over de benodigde vergunningen beschikten.
Rechtbank Noord-Nederland vond, net als het melkveebedrijf, dat bij het bepalen van de WOZ-waarde rekening gehouden moest worden met het PAS-melderschap.
In 2019 oordeelde de Raad van State immers dat PAS-melders alsnog vergunningsplichtig waren. Na het vaststellen van een legalisatieprogramma door de Minister van LNV, had aanvankelijk in 2025 duidelijkheid voor PAS-melders moeten bestaan. Die termijn is echter inmiddels verlengd naar 2028. Dit heeft een waardeverminderend effect. En dit effect deed zich ook voor bij het melkveebedrijf, aldus de rechtbank.
De in de door de gemeenteambtenaar gebruikte agrarische taxatiewijzer zijn kengetallen opgenomen die gebaseerd zijn op agrarische objecten die wél over de benodigde vergunningen beschikken. Daarom is deze taxatiewijzer naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer toepasbaar voor de waardebepaling bij een PAS-melder.
Let op!De WOZ-waarde werd in deze casus door de rechter verlaagd van € 1.091.000 naar € 850.000. Deze verlaging betrof deze specifieke casus en kan daarom niet een op een getalsmatig worden doorgetrokken naar andere casussen.
De rechtbank gaf nog aan dat het feit dat er inmiddels aan oplossingen wordt gewerkt voor de PAS-melders en dat uitkoop ook een optie was, niet leidde tot een ander oordeel. Ook het gegeven dat het betreffende melkveebedrijf nog draaide en als kansrijk kon worden gezien, maakte niet dat er geen waardedruk was. Hetzelfde gold voor de vestiging van het bedrijf buiten een Natura 2000-gebied.
De meeste maatregelen waren in het coalitieakkoord al opgenomen of al eerder bekendgemaakt door het vorige kabinet. Houd er rekening mee dat niet alle door het kabinet voorgenomen fiscale maatregelen rechtstreeks uit de Voorjaarsnota kunnen worden afgeleid. Er zijn dus nog andere voorgenomen fiscale maatregelen dan in dit artikel zijn opgenomen.
Let op! De impact van de recente geopolitieke spanningen is nog niet meegenomen in de Voorjaarsnota.
Vrijheidsbijdrage
Werkgevers en burgers gaan vanaf 2027 een bijdrage voor de veiligheid betalen.
Op het gebied van bouwen en wonen is ook een aantal maatregelen af te leiden.
Voor ondernemers komt uit de Voorjaarsnota o.a. het volgende naar voren:
Voor particulieren zijn, naast de vrijheidsbijdrage, ook de volgende maatregelen opgenomen:
Het kabinet komt vanaf de Voorjaarsnota 2023 jaarlijks met een lijst met opmerkelijke belastingconstructies. De bij de Voorjaarsnota 2026 gepubliceerde lijst bevat zeven constructies die in 2025 ook al op de lijst stonden en twee nieuwe. De nieuwe constructies zijn:
Let op! Dien uw aanvraag tijdig in. Er is een totaalbudget van € 8,5 miljoen.
Om voor de subsidie in aanmerking te komen moet u rechtspersoonlijkheid hebben, u voert uw onderneming bijvoorbeeld vanuit een bv. Als u uw onderneming vanuit een eenmanszaak of vof voert, kunt u deze subsidie niet aanvragen. Verder moet u exporteren naar of investeren in het buitenland, dient u uw product of dienst in Nederland te ontwikkelen en moet u minimaal drie werknemers in dienst hebben.
Let op! Er gelden nog meer voorwaarden.
Voor een demonstratieproject kunt u 50% subsidie krijgen. Draagt het project bij aan vergroeningsdoelen, dan bedraagt de subsidie 70%. De maximale subsidie is € 200.000.
Ook voor een haalbaarheidsstudie en een investeringsvoorbereidingsproject kunt u 50% subsidie krijgen, of 70% bij projecten die bijdragen aan vergroeningsdoelen. De maximale subsidie is € 100.000.
De minimale subsidie is € 25.000.
Vanaf 2026 is het onder de DHI ook mogelijk om subsidie aan te vragen voor marktvalidaties in het buitenland. Startups tot tien jaar oud kunnen deze subsidie aanvragen. De subsidie bedraagt € 25.000, mits de projectkosten minimaal € 50.000 bedragen. Met deze subsidie kunnen startups bijvoorbeeld testen of hun product of dienst aansluit bij de lokale vereisten of samenwerken met lokale ondernemers of juridische barrières oplossen.
Let op! Subsidieaanvragen voor marktvalidatie in het buitenland worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Er wordt in 2026 voor maximaal 40 marktvalidaties in het buitenland subsidie toegekend: 20 in ontwikkelingslanden en 20 in andere landen.
RVO heeft een stappenplan DHI-subsidie aanvragen ontwikkeld. Aan de hand van dit stappenplan kunt u beoordelen of u in aanmerking komt voor de DHI-subsidie en deze ook aanvragen.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01