Een tachograaf houdt de rij- en rusttijden van de chauffeur bij, evenals de snelheid en de afgelegde afstand. Een slimme tachograaf houdt daarnaast automatisch bij of de grens wordt gepasseerd. Het voordeel hiervan is dat de chauffeur dan niet meer handmatig de landcode hoeft te wijzigen.
De slimme tachograaf was tot 1 juli 2026 al verplicht voor bussen en touringcars die meer dan acht personen vervoeren (zonder de bestuurder mee te rekenen). Ook was de slimme tachograaf al verplicht voor vrachtwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kilo.
Let op! De maximummassa is het eigen gewicht van het voertuig plus het maximale laadvermogen.
Vanaf 1 juli 2026 is het verplichte gebruik van slimme tachografen uitgebreid. De slimme tachograaf geldt vanaf die datum ook voor onder andere bestelbussen en auto’s met een aanhangwagen. Het voertuig moet een toegestane maximummassa tussen 2.501 en 3.500 kilo hebben en er moet in het buitenland goederen mee vervoerd worden of er moet sprake zijn van cabotagevervoer. Cabotagevervoer betekent dat je bedrijf in Nederland is gevestigd, maar dat met je bedrijfsvoertuig in een ander EU-land goederen of mensen vervoerd worden.
Tip! De toegestane maximummassa staat vermeld op het kentekenbewijs.
Er geldt ook een aantal vrijstellingen van de tachograafplicht, bijvoorbeeld voor campers en kampeerwagens met een toegestane maximummassa tot en met 7.500 gram.
Ook vrijgesteld zijn voertuigen voor het vervoeren van apparatuur door professionals, zoals het gereedschap van een loodgieter. Hiervoor geldt als voorwaarde dat het voertuig maximaal twaalf uur per week (op basis van een werkweek van 40 uur) mag worden gebruikt en alleen in een straal van 100 kilometer rondom de vestiging van het bedrijf.
Let op! De slimme tachograafplicht geldt alleen als met het voertuig ook goederen worden vervoerd in het buitenland. De bestelbus of auto met aanhangwagen van de loodgieter die alleen in Nederland goederen vervoerd hoeft dus geen slimme tachograaf te hebben, ook niet als de loodgieter meer dan twaalf uur per week van het voertuig gebruik maakt.
Verder zijn vrijgesteld volledig elektrische voertuigen en voertuigen met waterstofbrandstofcel die een toegestane maximummassa tussen de 3.501 en 4.250 kilogram hebben en binnen 100 kilometer van de vestigingsplaats en binnen Nederland blijven.
Voertuigen tussen de 2.501 en 3.500 kilo die alleen voor de onderneming of de bestuurder worden gebruikt, zijn ook vrijgesteld. Als extra voorwaarde geldt dan dat het vervoeren van producten niet het hoofddoel van de onderneming of bestuurder mag zijn.
Let op! Op de site van de ILT tref je ook een overzicht aan van alle nationale en internationale vrijstellingen inzake de tachograafplicht.
De controle op de slimme tachograaf wordt uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Bij overtreding van de regels of wanneer geen slimme tachograaf is geïnstalleerd kunnen boetes volgen en kan de vervoersvergunning worden ingetrokken.
In een zaak die speelde voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, was in de betreffende situatie in Groningen het voldoen van parkeerbelasting beperkt tot een periode van maximaal twee uur. Langer parkeren was toegestaan, maar dan moest er opnieuw actie worden ondernomen om parkeerbelasting te betalen.
Omdat de parkeerduur in deze zaak niet was beperkt tot twee uur, maar er na die periode opnieuw een parkeerticket kon worden gekocht, was volgens het gerechtshof de naheffing parkeerbelasting terecht. De parkeerder die langer dan twee uur stond, had immers niet betaald voor de verschuldigde belasting die voldaan had moeten worden.
Het gerechtshof merkte op dat de betreffende situatie afwijkt van die waarin de parkeerduur is beperkt. Belanghebbende had in dat verband tevergeefs verwezen naar een arrest van de Hoge Raad, waarin de Hoge Raad besliste dat dan geen naheffing kan volgen. In die zaak had een automobilist in Hilversum voor de maximale parkeerduur van één uur parkeerbelasting betaald, maar na dat ene uur zijn auto gewoon laten staan. De naheffing parkeerbelasting was in die casus onterecht, omdat er na het uur door hem helemaal niet meer geparkeerd mocht worden op de betreffende parkeerplaats. Er hoefde dus voor die periode ook geen parkeerbelasting betaald te worden.
Staat een auto geparkeerd op een plaats waar deze auto niet meer mág parkeren omdat de maximale parkeerduur is overtreden, dan kan de gemeente dus geen naheffingsaanslag parkeerbelasting opleggen. De gemeente kan echter wel een parkeerboete opleggen. Dat kan zelfs als het technisch wel mogelijk is om voor een langere periode te betalen. Het ‘teveel’ betaalde wordt dan dus niet automatisch beschouwd als betaalde parkeerbelasting voor een periode waarin helemaal niet meer geparkeerd had mogen worden.
Parkeercontroleurs die een naheffing parkeerbelasting op mogen leggen, mogen niet altijd ook een boete opleggen als wordt geparkeerd terwijl dat niet meer is toegestaan. Gemeentes dienen in die gevallen na te denken over hoe dan toch adequaat kan worden opgetreden tegen te lang parkeren. Uiteraard kan een wel bevoegde collega worden opgetrommeld, of net als tegenwoordig in Hilversum met een scanauto eerst de overtreding vastgelegd worden, waarna men vervolgens handmatig de juiste sanctie oplegt. Uiteraard kan men ook, net als in de casus in Groningen, parkeerders verplichten regelmatig een nieuw parkeerkaartje te kopen.
In een ander zaak besliste gerechtshof Amsterdam overigens anders dan gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het gerechtshof besliste dat de parkeerder in die zaak de belasting voor opvolgende tijdvakken (na de maximumperiode van een uur die in die zaak gold) niet kon voldoen. In de Gemeentewet en in de Verordening was namelijk opgenomen dat de parkeerbelasting uitsluitend kon worden voldaan bij aanvang van het parkeren.
Al langer bestaat de wens om het belastingstelsel eenvoudiger en doelmatiger te maken. Een manier om dat te bereiken is het schrappen van negatief beoordeelde fiscale regelingen. Bijkomend voordeel hiervan is dat er financiële middelen vrijkomen om andere beleidsopgaven te dekken.
De Tweede Kamer heeft op 26 februari 2026 ook een motie aangenomen om de in het coalitieakkoord opgenomen vrijheidsbijdrage op een andere manier te financieren, bijvoorbeeld door het afschaffen of versoberen van negatief beoordeelde fiscale regelingen.
De staatssecretaris geeft aan dat van de 124 geëvalueerde fiscale regelingen er 55 negatief zijn. Negatief kan betekenen dat ze niet doeltreffend, niet doelmatig en/of te complex zijn. Het totale budgettaire belang van deze regelingen is ongeveer 90 miljard euro.
Het kabinet heeft over een deel van de 55 negatief beoordeelde fiscale regelingen al de volgende voorstellen gedaan:
In de lijst van 55 negatief beoordeelde fiscale regelingen hebben, buiten de hiervoor genoemde regelingen, nog andere regelingen het label “reden voor overheidsingrijpen” gekregen. Dit betekent overigens niet dat deze regelingen per definitie op de nominatie staan om af te schaffen. Overheidsingrijpen kan ook aanpassen van de regeling betekenen. Het gaat om de volgende regelingen:
Het kabinet beslist in augustus welke negatief beoordeelde fiscale regelingen afgeschaft of aangepast worden. De verwachting is dat het met name zal gaan om de regelingen waarvoor al voorstellen voor zijn gedaan, zoals hiervoor beschreven. Op Prinsjesdag 2026 wordt een en ander bekendgemaakt.
Let op! Als een negatief beoordeelde fiscale regeling op Prinsjesdag overeind blijft, wil dat niet zeggen dat deze op een later moment niet alsnog kan worden aangepakt.
Procedure teruggaaf buitenlandse btw uit andere EU-landen
Je kunt de buitenlandse btw terugvragen via de speciale teruggaafprocedure buitenlandse btw. Daarvoor moet je de volgende stappen doorlopen:
Let op! Moet je in een ander EU-land btw afdragen en daarom btw-aangifte doen? Dan vraag je de in rekening gebrachte btw van dit EU-land terug in die btw-aangifte. Je gebruikt dan niet voorgaande procedure.
Voor het verzoek om teruggaaf buitenlandse btw uit andere EU-landen gelden per EU-land verschillende regels. Bijvoorbeeld voor de taal waarin je het verzoek moet doen en welke facturen je moet bijvoegen.
Tip! Op de website van de Belastingdienst kun je de vereisten per EU-land downloaden.
Voordat de buitenlandse Belastingdienst de buitenlandse btw terugbetaalt, controleert die Belastingdienst of je op grond van de buitenlandse btw-regels recht hebt op aftrek van voorbelasting. Heeft je leverancier uit een ander EU-land bijvoorbeeld btw in rekening gebracht, terwijl de verleggingsregeling van toepassing is? Dan heeft je leverancier ten onrechte btw op de factuur vermeldt, waardoor jij geen recht hebt op aftrek van die btw. De buitenlandse Belastingdienst zal het verzoek om teruggaaf van die buitenlandse btw dan weigeren.
De Belastingdienst is bezig om het IT-systeem voor de btw te wijzigen. In verband daarmee wijzigt straks ook de manier waarop je buitenlandse btw terugvraagt. Zodra de nieuwe procedure geldt, moet je het teruggaafverzoek digitaal doen via Mijn Belastingdienst Zakelijk. Dit houdt in dat je DigiD of eHerkenning nodig hebt om de buitenlandse btw te kunnen terugvragen. De exacte ingangsdatum publiceert de Belastingdienst op haar website, zodra de overgang naar het nieuwe IT-systeem is afgerond.
Aan de hand van milieuprestatie-eisen kan de duurzaamheid van een gebouw worden bepaald. Milieuprestatie-eisen zijn de minimale eisen waaraan een nieuw gebouw met betrekking tot het milieu moet voldoen. Onder meer de uitstoot van CO2 en waterverbruik zijn onderdeel van de milieuprestatie-eisen. De eisen waaraan gebouwen moeten voldoen zijn in het Besluit bouwwerken en leefomgeving (Bbl)vastgelegd. Het berekenen van de milieuprestatie van een gebouw is verplicht voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
De milieuprestatie-eisen voor kantoren worden per 1 juli met 15% aangescherpt, wat betekent dat kantoren milieuvriendelijker moeten worden. Voor woningen blijven de eisen gelijk, maar verandert wel de berekeningsmethode. Vanaf 1 juli 2026 gaan er daarnaast ook milieuprestatie-eisen gelden voor gebouwen zoals scholen, winkels, zorginstellingen en bedrijfshallen. Dat is op dit moment nog niet het geval.
Voor de berekening van de milieuprestatie wordt gebruikgemaakt van cijfers uit de Nationale Milieudatabase. De invoering van de kenmerken van een gebouw, zoals de omvang, de gebruikte bouwproducten en de hoeveelheid ervan, levert uiteindelijk de milieuprestatie op. Om hierover inzicht te krijgen zijn speciale informatiebladen beschikbaar op het Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl).
De milieuprestatie-eisen zorgen er ook voor dat bij de bouw weloverwogen keuzes gemaakt moeten worden. Zo zijn onder andere de vorm van het gebouw, het gebruikte materiaal en de geleverde installaties bepalend voor de milieuprestatie. Daarbij is ook het verband tussen energie- en milieuprestatie van belang, aangezien het energievriendelijk maken van een gebouw kan leiden tot extra materiaalgebruik.
De milieuprestatie van een gebouw kent ook een bredere toepassing. Zo wordt de prestatie onder meer gebruikt binnen de fiscale wetgeving op het gebied van de milieu-investeringsaftrek en bij de certificering van duurzaam vastgoed.
Tip! Meer informatie over de technische kant inzake de milieuprestatie-eisen tref je aan op iplo.nl zoekterm ‘milieuprestatie’.
De Europese Dienstenrichtlijn is bedoeld om te zorgen voor eerlijke concurrentie en minder bureaucratie. Dienstverleners moeten overal met zo min mogelijk belemmeringen hun diensten kunnen aanbieden. In een ander Europees land, maar ook in een andere gemeente of provincie in Nederland. De Dienstenrichtlijn moet dit bevorderen.
In een rechtszaak voor de rechtbank Den Haag ging het om de vraag of een legesaanslag voor een verhuurvergunning tot een te hoog bedrag was opgelegd. Een eigenaresse met een woning in Leiden wilde deze verhuren en had hiervoor een verhuurvergunning aangevraagd. Die werd verstrekt, maar de aanslagleges bedroeg € 938,50.
Als je een woning wilt verhuren, mogen gemeentes zelf bepalen of hiervoor een verhuurvergunning vereist is. Zo ja, dan mag een gemeente voor het in behandeling nemen en afgeven van een dergelijke vergunning leges in rekening brengen.
In bovenvermelde zaak stelde de eigenaresse van de woning dat de opgelegde aanslag leges in strijd was met de Dienstenrichtlijn. De rechtbank moest daarom eerst beoordelen of de Dienstenrichtlijn wel van toepassing was op de aanslag leges. De rechtbank oordeelde dat dit het geval was en dat de eigenaresse een rechtstreeks beroep hierop kon doen.
In de Dienstenrichtlijn is opgenomen dat de kosten van een vergunning redelijk en evenredig moeten zijn met de kosten van de vergunningsprocedure en de kosten van de aanvraagprocedure niet mogen overschrijden. De rechtbank onderzocht daarom of het bedrag aan leges van € 938,50 niet in strijd hiermee was opgelegd.
Let op! Dat het een hoog bedrag was, bleek alleen al uit het feit dat voor een verhuurvergunning in Rotterdam een bedrag van € 335 aan leges werd geheven en in Den Haag slechts € 271.
De rechtbank kwam tot het oordeel dat de leges van € 938,50 in strijd was met de Dienstenrichtlijn. De door de gemeente aangegeven gemiddelde behandelduur van tien arbeidsuren per afgegeven verhuurvergunning waarop de € 938,50 gebaseerd was, bleken namelijk veel te hoog.
Ten eerste omdat de beoordeling van het aanvraagformulier naar het oordeel van de rechtbank veel minder tijd kostte. Ten tweede omdat gezien het aantal afgegeven vergunningen de betrokken ambtenaren nooit tien uur per vergunning bezig konden zijn geweest.
Daarnaast was het legesbedrag voor elke vergunningsaanvraag € 938,50 en werd geen verschil gemaakt tussen een vergunning van één of van meerdere woningen. Volgens de rechtbank is het rekenen met dergelijke vaste bedragen toegestaan, mits deze zijn gebaseerd op de gemiddelde kosten en weinig verschillen van de werkelijke kosten in elk individueel geval. Dat was in deze situatie echter niet het geval.
De hoogte van de leges van € 938,50 was in het geval van de eigenaresse van de woning daarom in strijd met de Dienstenrichtlijn. De rechtbank kon niet vaststellen welk bedrag aan leges wel in overeenstemming zou zijn met de Dienstenrichtlijn en vernietigde daarom de legesaanslag in het geheel
Let op! Deze uitspraak betekent niet dat elke aanslag leges in strijd is met de Dienstenrichtlijn. Een en ander is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden en onder meer de onderbouwing van de aanslag leges door de gemeente. Houd er verder rekening mee dat de gemeente mogelijk hoger beroep instelt tegen de uitspraak.
Let op! Gerechtshof Den Haag heeft in een uitspraak van 9 juni 2026 een aanslag leges voor een verhuurvergunning van de Gemeente Leiden ad € 938,50 ook vernietigd. Het gerechtshof oordeelde dat de heffingsambtenaar geen inzage heeft gegeven in de afwegingen die zijn gemaakt bij de totstandkoming van het tarief voor de leges verhuurvergunning en voor het achterwege laten van differentiatie. Het gerechtshof kon daarom niet beoordelen of de belangen van een verhuurder met een klein aantal woningen zijn afgewogen tegen die van een verhuurder met een groot aantal woningen. Het gerechtshof oordeelde daarom dat sprake is geweest van een onzorgvuldige voorbereiding en een gebrekkige motivering van het tarief voor de behandeling van de aanvraag voor een verhuurvergunning. Het gerechtshof vernietigde daarom de aanslag leges.
Voor een bestelauto is net als voor een personenauto bpm verschuldigd. Tot 1 januari 2025 konden ondernemers hiervoor echter onder voorwaarden een ondernemersvrijstelling krijgen. De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag of bij export van een gebruikte bestelauto van vóór 2025 teruggave van bpm plaatsvindt, als voor deze bestelauto eerder bpm is betaald.
De Belastingdienst gaat in het antwoord uit van een situatie waarbij voor een bestelauto met een datum van eerste toelating van vóór 2025, eerder bpm was betaald. Dit gold voor situaties waarbij niet of niet langer aan de voorwaarden voor de bpm ondernemersvrijstelling was voldaan. Zo was de vrijstelling onder meer niet van toepassing als minder dan 10% van de met de bestelauto gereden kilometers zakelijk was.
Onder de tot 2025 geldende regeling was, als niet langer aan de voorwaarden werd voldaan, slechts bpm verschuldigd als na het tijdstip waarop een bestelauto voor het eerst in gebruik was genomen, een periode van minder dan vijf jaar was verstreken. Zo kon een bestelauto dus na vijf jaar ook bpm-vrij verkocht worden aan een particulier.
De vraag was of bij export recht bestaat op een teruggaaf van rest-bpm op het moment dat voor zo’n bestelauto van vóór 2025 al meer dan vijf jaar zijn verstreken na de datum van eerst ingebruikname. De Belastingdienst maakt duidelijk dat bij export andere regels gelden: ook na vijf jaar kan nog steeds een deel van de bpm teruggekregen worden bij export van een bestelauto van vóór 2025. Voorwaarde is wel dat voor die bestelauto daadwerkelijk eerder bpm is betaald.
Hoeveel bpm er teruggegeven wordt, is afhankelijk van de leeftijd van de auto. Hoe ouder de auto, hoe lager de bpm-teruggave. Er bestaat nog recht op teruggave tot een periode van 17 jaar en 10 maanden na de eerste ingebruikname. Daarna krijgt men bij export geen bpm meer terug.
Let op! De antwoorden van de Belastingdienst hebben alleen betrekking op bestelauto’s waarvan de datum van eerste toelating vóór 1 januari 2025 lag.
Het project over de vereenvoudiging van winstbelastingen gaat over winst uit onderneming in box 1 van de inkomstenbelasting, over de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en de bronbelasting.
Via een enquête probeert het ministerie voorbeelden en ervaringen te verzamelen over onderdelen in de fiscale wet- en regelgeving die in de praktijk als complex ervaren worden of die tot veel administratieve lasten leiden. Ondernemers, bedrijven, adviseurs, brancheorganisaties en andere belanghebbenden kunnen hun ervaringen delen via de enquête.
Let op! De enquête is een eerste stap in het project over de vereenvoudiging van de winstbelastingen. Naar aanleiding van de enquêtes zal nader onderzoek gedaan worden naar de knelpunten. Ook zullen gesprekken hierover gevoerd worden met bedrijven en organisaties.
De enquête vind je via de internetconsultatie vereenvoudiging winstbelastingen of rechtstreeks via deze link.
Je Berichtenbox kun je raadplegen op MijnOverheid met je Digid. Je moet hier ook aangeven of je wel of niet per email op de hoogte gebracht wilt worden als er nieuwe post in je Berichtenbox zit. Maar wat nu als de Belastingdienst geen emailnotificatie stuurt? Hoe zit dat nu en hoe was dat tot en met 2025?
De Hoge Raad heeft zich over deze vraag gebogen in een zaak die handelde over een naheffingsaanslag parkeerbelasting in de periode tot en met 2025. De naheffing was opgelegd in 2022. De automobilist die de naheffing via zijn Berichtenbox had ontvangen, gaf aan dat hij hiervan niet op de hoogte was gebracht met een emailnotificatie. Hij weigerde daarom de aanmaningskosten van acht euro te betalen.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van de wet de naheffingsaanslag parkeerbelasting op voorgeschreven wijze bekend was gemaakt op het moment dat deze in de Berichtenbox was geplaatst. Een emailnotificatie was daarvoor geen vereiste.
De Hoge Raad oordeelde ook dat het sturen van een emailnotificatie dat er nieuwe post in de Berichtenbox zit, tot en met 2025 ook nog niet verplicht was. Je kon er tot en met 2025 wel voor kiezen om in je Berichtenbox in te stellen dat je zo’n emailnotificatie wilde ontvangen. Nu de automobilist voor de rechter niet had aangegeven dat hij die keuze had gemaakt, ging de Hoge Raad ervan uit dat hij er niet voor gekozen had om emailnotificaties te ontvangen. De aanslag was verder correct kenbaar gemaakt en dus bleven de aanmaningskosten in stand.
De voorgaande casus was waarschijnlijk anders afgelopen als deze in 2026 had gespeeld. Het sturen van een emailnotificatie in sinds 2026 namelijk wel verplicht, tenzij de beoogde ontvanger van het bericht in de Berichtenbox heeft ingesteld dat hij geen emailnotificaties wil ontvangen.
Verstuurt de Belastingdienst geen emailnotificatie, dan kan een termijnoverschrijding (bijvoorbeeld de zes weken termijn waarbinnen je bezwaar moet maken), niet aan jou worden tegengeworpen. Dit is uiteraard anders als je hebt ingesteld dat je geen emailnotificatie wilt ontvangen. In dat geval komt de termijnoverschrijding wel voor jouw rekening.
Heeft de Belastingdienst wel een emailnotificatie gezonden, maar heb jij die niet ontvangen? Dan kan een termijnoverschrijding je ook niet worden tegengeworpen. Voorwaarde hierbij wel is dat het redelijkerwijs niet jouw schuld is dat je de emailnotificatie niet hebt ontvangen. Als je bijvoorbeeld geen of een foutief emailadres hebt opgegeven of een wijziging van je emailadres niet doorgeeft, komt een termijnoverschrijding wel voor jouw rekening.
Tip! Het laten sturen van een emailnotificatie door de Belastingdienst biedt vanaf 2026 meer rechtsbescherming. Controleer daarom in je Berichtenbox of is ingesteld dat je emailnotificaties wilt ontvangen. Controleer ook of je email (juist) is opgenomen in je Berichtenbox en geef wijzigingen in je email op tijd door in je Berichtenbox.
Solvit is een door de Europese Commissie opgericht orgaan dat bemiddelt bij problemen over de juiste toepassing van het EU-recht. De dienstverlening door Solvit is kosteloos.
De problemen die je aan Solvit kunt voorleggen zijn divers. Denk onder meer aan problemen op het gebied van visa, kinderbijslag of pensioenen. Voor bedrijven zijn met name problemen met betrekking tot handel en diensten, de erkenning van beroepskwalificaties en de teruggave van btw van belang.
Let op! Je kunt Solvit niet inschakelen als je problemen hebt met een ander bedrijf, als je als consument een probleem hebt of als je een schadevergoeding wilt. Solvit kan ook niet helpen als je zaak aan de rechter is voorgelegd.
Een klacht of probleem kan online worden ingediend. Je dient aan te geven wat de essentie van het probleem is en over welke overheidsinstantie je een probleem wilt melden. Je kunt ook op de zaak betrekking hebbende documenten, zoals correspondentie, bijsluiten. Na indiening neemt het Solvit-centrum in je eigen land contact met je op om je zaak voor te bereiden en daarna door te sturen naar het Solvit-centrum in het land waarop je klacht betrekking heeft. Men streeft ernaar een probleem binnen tien weken op te lossen.
Op de site van Solvit tref je tal van voorbeelden aan van zaken die met behulp van Solvit zijn opgelost. Zo gaat het bijvoorbeeld om het niet of te laat terugbetalen van btw. Een ander geval betreft de weigering van de afgifte van een verklaring van erfrecht. In nog een ander voorbeeld gaat het om de weigering een product toe te laten tot de Franse markt, ofschoon het wel voldeed aan de Europese regelgeving.
Solvit kan ook worden ingeschakeld als je advies nodig hebt over je EU-rechten. Er wordt zo nodig doorverwezen naar diensten die beter hulp kunnen bieden. Verzoeken om advies worden binnen een week beantwoord.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01