Vanaf 2013 zijn de regels rond de aftrek van rente voor een eigen woning flink gewijzigd. Zo is onder meer bepaald dat de rente van aflossingsvrije leningen niet meer aftrekbaar is. De lening moet namelijk minimaal annuïtair in maximaal 360 maanden volledig afgeloste worden, wil er nog recht bestaan op renteaftrek. Wel is er overgangsrecht van toepassing voor op 31 december 2012 al bestaande gevallen. Voor die gevallen blijft de rente wel aftrekbaar.
De Belastingdienst heeft aangegeven dat dit overgangsrecht en de renteaftrek niet herleeft in de volgende situatie.
Een belastingplichtige verhuist van een eigen woning, waarvoor hij vóór 2013 een aflossingsvrije lening afsloot, naar een huurwoning. Deze gaat hij permanent bewonen, terwijl hij de oude woning aanhoudt als vakantiewoning. De oude woning (inmiddels vakantiewoning) en de aflossingsvrije lening gaan hierdoor over naar box 3. Na een jaar koopt hij een nieuwe eigen woning, waarvoor hij een aflossingsvrije lening aangaat. Hij verhuist onmiddellijk naar deze nieuwe woning.
De Belastingdienst geeft aan dat de rente voor de nieuwe eigen woning niet aftrekbaar is. Door de overgang van de oude woning naar box 3 is namelijk het overgangsrecht beëindigd. Dit overgangsrecht herleeft niet voor de nieuwe eigen woning.
Dit is anders als de belastingplichtige terugverhuist naar zijn oorspronkelijke eigen woning. In 2023 gaf de Belastingdienst namelijk aan dat het overgangsrecht en de renteaftrek namelijk in de volgende situatie wel herleeft.
Een belastingplichtige verhuist van een eigen woning, waarvoor hij vóór 2013 een aflossingsvrije lening afsloot, naar een huurwoning. Deze gaat hij permanent bewonen, terwijl hij de oude woning aanhoudt als vakantiewoning. De oude woning (inmiddels vakantiewoning) en de aflossingsvrije woning gaan hierdoor over naar box 3. Na enkele jaren verhuist hij weer terug naar de oude eigen woning en gaat hier permanent wonen.
De Belastingdienst geeft aan dat de rente voor de (oude) eigen woning vanaf dat moment weer aftrekbaar is. In deze situatie herleeft het overgangsrecht, omdat de oorspronkelijke eigen woning met de oorspronkelijke aflossingsvrije lening weer terugkeren in box 1.
Let op! De regels rondom de eigen woning zijn behoorlijk ingewikkeld, zeker bij verhuis- en echtscheidingssituaties. Neem voor je eigen situatie daarom altijd contact op met onze adviseurs.
De wettelijke regel bij opname in een verpleeg- of verzorgingshuis (zorginstelling) is dat de rente nog maximaal twee jaar aftrekbaar blijft, nadat je eigen woning niet meer je hoofdverblijf is. Voorwaarde is dat je gedurende die periode bent opgenomen in een zorginstelling vanwege medische redenen of ouderdom.
Let op! Je hoofdverblijf verplaatst van je eigen woning naar de zorginstelling als de opname in een zorginstelling niet tijdelijk is. Als je slechts tijdelijk in een zorginstelling wordt opgenomen, blijft je eigen woning gewoon je hoofdverblijf. De rente blijft dan gewoon aftrekbaar.
Vraag is of de rente nog steeds aftrekbaar is als gedurende die twee jaar dat je woning niet meer je hoofdverblijf is, een ander in je woning verblijft. De Belastingdienst heeft aangegeven dat de rente aftrekbaar blijft mits jij nog vrijelijk over de woning kan beschikken en deze op elke gewenst moment weer als hoofdverblijf zou kunnen betrekken.
Wanneer sprake is van vrijelijk beschikken en het op elke gewenst moment weer als hoofdverblijf kunnen betrekken, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden.
Blijft je fiscale partner in je eigen woning wonen, dan is daar in ieder geval sprake van. Verhuur je de woning, dan is daar geen sprake meer van, omdat de huurder dan het gebruiksrecht van de woning heeft. In dat geval gaat de woning en de eventuele schuld vanaf aanvang huur over naar box 3.
Let op! Twijfel je of in jouw geval sprake is van vrije beschikking en het op elke moment weer als hoofdverblijf kunnen betrekken? Overleg hierover dan met onze adviseurs.
Als je iets erft of geschonken krijgt, wordt de waarde over het algemeen berekend naar de WEV. Alleen voor woningen geldt een afwijkende waardering. Daarbij mag de verkrijger kiezen voor de WOZ-waarde van het jaar waarin de verkrijging plaatsvindt of de WOZ-waarde van het jaar erna.
Medio 2025 was in een internetconsultatie een voorstel opgenomen om vanaf 2027 de waardering van woningen bij schenkingen te laten plaatsvinden tegen de WEV. In de Voorjaarsnota 2026 is echter bekendgemaakt dat dit voorstel niet doorgaat.
Let op! Voor woningen die je erft, waren geen aanpassingen voorgesteld en zou de waardering, ook vanaf 2027, gebaseerd blijven op de WOZ-waarde.
Nu de wet niet gewijzigd wordt, blijven bij schenken en erven de voordelen bestaan van een verschil tussen de WOZ-waarde en de WEV van een woning. Welke voordelen dat zijn wordt duidelijk aan de hand van de volgende voorbeelden.
Stel, de WOZ-waarde van een woning is € 300.000 en de WEV € 350.000. Bij schenking van de woning wordt schenkbelasting berekend op basis van € 300.000. Als de verkrijger de woning daarna meteen doorverkoopt tegen de WEV, ontvangt hij effectief € 350.000, maar betaalt hij maar schenkbelasting op basis van € 300.000.
Stel dat de woning in het vorige voorbeeld niet geschonken wordt, maar verkocht tegen de WOZ-waarde van € 300.000. Economisch vindt er dan een schenking plaats van € 50.000 (€ 350.000 WEV minus € 300.000 verkoopprijs). De waarde van de schenking voor de schenkbelasting is echter nihil, omdat de waarde van de woning wordt bepaald op de WOZ-waarde.
Let op! Neem voor uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.
Op 16 januari 2026 oordeelde de Hoge Raad dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend werd op een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) te hoog was. Er was strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel omdat er geen goede rechtvaardiging was om bij de Vpb een hogere rente te berekenen dan bij andere belastingen, waaronder de IB.
Let op! Inmiddels berekent de Belastingdienst, conform het oordeel van de Hoge Raad, over aanslagen Vpb hetzelfde rentepercentage als over aanslagen IB.
In de uitspraak van 16 januari 2026 gaf de Hoge Raad al aan dat bij de belastingrente op een aanslag IB geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel of Europees recht. Die rente is dus niet te hoog volgens de Hoge Raad.
Op 10 april 2026 verwees de Hoge Raad nogmaals naar de uitspraak van 16 januari 2026 en oordeelde dat de belastingrente op een aanslag IB van minimaal 4% niet onevenredig is.
De belastingplichtige in deze casus kreeg op een ander punt wel gelijk van de Hoge Raad. De belastingrente bedroeg een tijdje 0,01% in verband met de coronacrisis, maar was per 1 oktober 2020 weer verhoogd naar 4%. De belastingrente was bij beschikking van 26 september 2020 in rekening gebracht, waarbij over de periode van 1 tot en met 20 oktober 2020 4% was berekend. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet mocht omdat de regeling waarop die hogere rente berustte nog niet in werking was getreden op 26 september 2020. Dit gebeurde immers pas op 1 oktober 2020. De belastingrente voor de periode 1 tot en met 20 oktober 2020 moest daarom berekend worden tegen 0,01%.
Rechtbank Den Haag boog zich over de vraag wanneer een verzoek om een voorlopige aanslag bij de Belastingdienst binnen moet zijn om belastingrente over de aanslag erfbelasting te voorkomen.
De Belastingdienst vond dat dit moest binnen acht maanden na de overlijdensdatum. De rechtbank oordeelde echter dat dit moest vóór de eerste dag van de negende maand na de overlijdensmaand.
Voorbeeld
Het overlijden vond plaats op 13 mei 2023. Het verzoek om een voorlopige aanslag erfbelasting van de erfgenamen kwam bij de Belastingdienst binnen op 31 januari 2024. De Belastingdienst bracht belastingrente in rekening, omdat het verzoek naar het oordeel van de Belastingdienst binnen moest zijn uiterlijk 12 januari 2024. De rechtbank vond dat de erfgenamen wel op tijd waren en vernietigde daarom de beschikking belastingrente.
Verrichters van cryptodiensten moeten de identiteit van hun klanten verifiëren. Ook de woonplaats van de klant moet worden vastgesteld. Dit mag onder andere met behulp van de zogenaamde eigen verklaring.
De gegevens die aan de Belastingdienst verstrekt moeten worden, hebben voornamelijk betrekking op de identiteit van de klanten en op de verrichte transacties. Bij de identiteit gaat het onder meer om de naw-gegevens en het bsn-nummer. De transactiegegevens moeten vergaand worden gespecificeerd, zodat per transactie is te achterhalen wat de omvang ervan was en of deze al dan niet winstgevend is geweest.
Let op! De cryptodienstverleners moeten deze gegevens vanaf 1 januari 2026 bijhouden en uiterlijk 31 januari 2027 aan de Belastingdienst doorgeven.
De EU-lid staten zullen de opgevraagde gegevens onderling uitwisselen, zodat het ontgaan van belastingheffing zoveel mogelijk kan worden voorkomen. Een Europese organisatie zorgt voor uitwisseling van de gegevens met landen die niet tot de EU behoren, voor zover er met deze landen een verdrag aanwezig is.
Aanbieders van cryptodiensten zijn verplicht hun klanten te informeren over de door hen aan de Belastingdienst verstrekte gegevens. Met betrekking tot het jaar 2026 moet dat uiterlijk op 31 januari 2027.
Let op! Vermogen in de vorm van cryptovaluta valt in de regel in box 3, tenzij het vermogen behoort tot het vermogen van een onderneming. Door de nieuwe wet krijgt de Belastingdienst dan ook meer grip op vermogen dat is belegd in cryptovaluta zoals de bitcoin, en wordt belastingontduiking tegengegaan.
Het advies van de AG is gegeven in twee proefprocedures die onderdeel zijn van de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure). In de MB+-procedure staat de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3 toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement.
De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen, omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NBA, NOB, RB en SRA) menen dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening is gehouden. Daar gaat de MB+-procedure over.
In de MB+-procedure zijn proefprocedures gevoerd voor vier rechtbanken. De rechtbanken hebben inmiddels allemaal de Hoge Raad gevolgd. De groep niet (of te laat) bezwaarmakers heeft dus ook volgens de rechtbanken geen recht op berekening van het box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 op basis van werkelijk rendement.
Twee procedures zijn inmiddels in behandeling bij de Hoge Raad. Een AG heeft hierover op 8 mei 2026 advies uitgebracht aan de Hoge Raad. Het advies is om niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 te geven.
Let op! Het is niet gezegd dat de Hoge Raad dit advies van de AG opvolgt. Het wachten is daarom op het oordeel van de Hoge Raad. Wanneer de Hoge Raad zich hierover uitspreekt, is nog niet bekend. In afwachting van het oordeel van de Hoge Raad hoef je geen nadere actie te ondernemen.
Via mijn.overheid.nl kun je met behulp van DigiD toegang krijgen tot je berichtenbox. Dit is je persoonlijke digitale brievenbus voor post van de overheid. Toegang is ook mogelijk met behulp van de app Berichtenbox.
Tip! Je kunt aangeven een email te willen ontvangen als er nieuwe post in je berichtenbox is bezorgd en een herinnering krijgen als er nog ongelezen post in je berichtenbox zit.
In de berichtenbox kun je aangeven van welke organisaties je de post digitaal wilt ontvangen. Vanaf 8 december 2025 was het al mogelijk om aan te geven dat je de uitnodiging tot het doen van aangifte IB alleen digitaal van de Belastingdienst wilt ontvangen. Vanaf 1 mei 2026 kan dat dit ook voor de voorlopige en definitieve aangifte IB niet-winst. De uitbreiding met de nieuwe mogelijkheden past in het streven het totale berichtenverkeer van de Belastingdienst digitaal te versturen.
Tip! Een eenmaal gemaakte keuze kan altijd worden herzien, zodat je vanaf dat moment de post van de Belastingdienst weer op papier ontvangt.
Let op! De gemaakte keuze geldt per direct, dus ook voor aanslagen en voorlopige aanslagen IB niet-winst 2025..
De digitalisering heeft als voordeel dat de Belastingdienst fors bespaart op de kosten van papier en porto. Inmiddels hebben al zo’n drie miljoen burgers ervoor gekozen de post van de Belastingdienst alleen digitaal te willen ontvangen. De Belastingdienst verwacht eind 2026 ongeveer negen miljoen minder brieven verstuurd te hebben.
Deze ondernemer exploiteert squash- en padelbanen. Bij de banen is ook een horecagelegenheid gevestigd. Sporters kunnen via een online reserveringssysteem een baan huren op een bepaald tijdstip voor een bepaalde duur. De sporter kan dit doen op basis van een abonnement of voor een tarief per tijdseenheid.
De sporter verkrijgt na online reservering het exclusieve gebruiksrecht tot die specifieke baan. Er is geen personeel aanwezig op de banen. Het personeel van de horecagelegenheid open en sluit het pand en doet de lichten aan vanaf achter de horecabar. Het horecapersoneel heeft verder geen zicht op de banen en houdt daarop ook geen toezicht.
De ondernemer vindt dat de verhuur van de squash- en padelbanen aan particuliere sporters is aan te merken als de verhuur van een onroerende zaak. Hiervoor geldt een btw-vrijstelling en daarom kan de verhuur plaatsvinden zonder btw.
De Belastingdienst vindt dat de verhuur is aan te merken als het gelegenheid geven tot sportbeoefening. De Belastingdienst meent bovendien dat geen sprake is van kale verhuur van een onroerende zaak omdat de ondernemer aanvullende diensten verricht zoals het beschikbaar stellen van kleed- en doucheruimte, sanitair en een horecagelegenheid. Voor gelegenheid geven tot sportbeoefening geldt het 9% btw-tarief.
De rechtbank is het met de ondernemer eens. De particulier sporter verkrijgt na een online reservering het exclusieve gebruiksrecht om op een bepaalde datum gedurende een bepaalde tijd de baan te gebruiken. Anderen kunnen van die baan dan niet gebruikmaken. Daarmee is volgens de rechtbank sprake van btw-vrijgestelde verhuur van een onroerende zaak.
De kleed- en doucheruimtes, toiletten en de aanwezige horeca maken volgens de rechtbank niet dat in deze casus sprake is van meer dan het passief ter beschikking stellen van een baan aan een sporter. Ook het feit dat de huurders van plan zijn om de baan te gebruiken om te gaan sporten, maakt dat niet anders.
De ondernemer kan daarom zijn squash- en padelbanen verhuren zonder btw.
Let op! Deze uitspraak betekent niet dat elke squash -en padelbaan in Nederland nu zonder btw verhuurd kan worden. In vergelijkbare gevallen kan een beroep gedaan worden op de uitspraak van de rechtbank, maar houd er rekening mee dat de Belastingdienst tegen deze uitspraak mogelijk nog in beroep gaat. Wijkt de verhuur van een squash- en padelbaan af van de hiervoor beschreven casus, dan is de kans aanwezig dat die verhuur wel kwalificeert als gelegenheid geven tot sportbeoefening. Bespreek je eigen situatie daarom met een van onze adviseurs.
Zorgkosten die niet worden gedekt door de verzekering zijn, onder voorwaarden, aftrekbaar van uw inkomen. Niet alle zorgkosten zijn aftrekbaar, ook geldt er een drempel, wat betekent dat u een bepaald deel van uw zorgkosten niet in aftrek kunt brengen. Hoe hoger uw inkomen, hoe hoger ook de drempel. Verder kunt u zorgkosten slechts aftrekken tegen maximaal 37,56% (2026).
Tip! De Belastingdienst heeft alle regels over aftrek zorgkosten handig op een rij gezet.
Voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant kwam de vraag aan de orde of een uit Iran gevluchte studente haar zorgkosten kon aftrekken. De studente verbleef heel 2020 in Nederland, maar had pas in juni van dat jaar een zorgverzekering afgesloten. De discussie spitste zich toe op de vraag of ook de zorgkosten die vóór juni 2020 gemaakt waren, aftrekbaar waren.
Cruciaal was de vraag of de studente tot juni 2020 verplicht verzekerd was of niet. Zo kunnen ook rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen onder voorwaarden verzekerd zijn. De rechtbank was van mening dat de bewijslast voor het al dan niet verplicht verzekerd zijn bij de belastingplichtige lag, bij de studente dus.
De studente slaagde er niet in aan te tonen dat ze vóór juni 2020 niet verplicht verzekerd behoorde te zijn. Ze woonde in heel 2020 in Nederland en werd als binnenlandse inwoner aangemerkt. Er waren weliswaar aanwijzingen dat zij mogelijk tot juni 2020 niet verplicht verzekerd was, maar dit vond de rechtbank onvoldoende.
De studente lichtte nog toe dat zij een internationale studente was, gevlucht was uit Iran en dat het daarom voor haar pas mogelijk was om een zorgverzekering af te sluiten toen zij in juni 2020 arbeid ging verrichten. Helaas vielen deze argumenten niet onder de bewijslast dat zij niet verzekerd behoorde te zijn. De aanwijzingen vond de rechtbank dan ook onvoldoende om te kunnen concluderen dat ze tot die tijd niet verzekeringsplichtig was. De aftrek van de zorgkosten van voor 20 juni 2020 werd dan ook niet toegestaan.
Als je belasting moet betalen, krijg je hierover bericht van de Belastingdienst. Het nieuwe rekeningnummer staat bij het bericht over de te betalen belasting.
Let op! Het nieuwe rekeningnummer heeft geen gevolgen voor de manier van betalen. Zo blijven bijvoorbeeld internetbetalingen gewoon mogelijk.
Het meest gebruikte nieuwe rekeningnummer van de Belastingdienst wordt NL04 RABO 0200112244. Maar let op, voor sommige belastingen worden andere nieuwe rekeningnummers gebruikt.
Betaal je de Belastingdienst periodiek via een automatische incasso, dan hoef je niets te doen. De betalingen worden automatisch overgemaakt naar het nieuwe rekeningnummer.
Je moet alleen opletten wanneer je een periodieke betaling anders hebt geregeld, bijvoorbeeld via een periodieke overboeking bij je bank. In dat geval moet je wel zelf zorgen dat het rekeningnummer wordt aangepast.
Gebruik je per ongeluk het ‘oude’ rekeningnummer voor een betaling aan de Belastingdienst, dan wordt je betaling vooralsnog gewoon doorgesluisd naar de Belastingdienst en daar verwerkt. De Belastingdienst heeft hierover afspraken gemaakt met de ING, zodat belastingplichtigen niet de dupe worden.
Voor het betalen van een voorlopige of definitieve aanslag inkomstenbelasting, kun je al vanaf 20 april 2026 het nieuwe rekeningnummer gebruiken.
De Dienst Toeslagen stapt ook over naar de Rabobank en heeft vanaf 1 mei 2026 dus ook een nieuw rekeningnummer. Vanaf die datum kun je aan de Dienst Toeslagen betalen op het nieuwe rekeningnummer NL04 RABO 0200112244. Uitbetalen vanaf dit nummer doet de Dienst Toeslagen voor het eerst op maandag 22 juni 2026.
Let op!Ook hier geldt dat bij betaling op het oude rekeningnummer, de betaling vooralsnog wordt doorgesluisd naar het nieuwe rekeningnummer.
Vanwege de wijziging van de rekeningnummers, waarschuwt de Belastingdienst nadrukkelijk voor phishing. Criminelen proberen namelijk regelmatig via e-mail, sms, whatsapp of per telefoon een niet-bestaande belastingschuld bij belastingplichtigen te innen. De Belastingdienst int belastingen echter nooit op die manier. Twijfelt u of een bericht echt is, volg dan het stappenplan op de website van de Belastingdienst en controleer het rekeningnummer.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01