HLB logo
Vacatures
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

Let op! Niet alle punten die hieronder worden genoemd, komen uit het Belastingplan 2027. Enkele wijzigingen waren al eerder besloten, maar daar zijn aanpassingen op gedaan.

1. Minder fiscale voordelen voor ondernemers

Vanaf 2027 versobert het kabinet verschillende fiscale voordelen voor ondernemers. 

De ondernemersaftrek verlaagt de winst waarover een ondernemer inkomstenbelasting betaalt. Voor verschillende onderdelen van deze aftrek geldt vanaf 2027 een verdere versobering.

Let op! Deze regeling geldt voor ondernemers die niet aan het urencriterium van 1.225 uur voldoen, maar wel aan het verlaagde urencriterium van 800 uur én recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. 

De stakingsaftrek en de meerwerkaftrek verdwijnen aan het begin van het derde kalenderjaar na het jaar waarin de verlaging ingaat. Bij inwerkingtreding per 2027 vervallen de regelingen dus per 1 januari 2030.

Per 1 januari 2028 vervalt nog een ander fiscaal voordeel voor ondernemers: de willekeurige afschrijving voor starters.

Vooral startende ondernemers, ondernemers die binnen enkele jaren willen stoppen en ondernemers met een meewerkende partner merken de gevolgen. De keuze voor een eenmanszaak, vof of bv vraagt daardoor opnieuw om een berekening op basis van de concrete winst en de persoonlijke situatie.

Let op! Laat bij grotere veranderingen in je winst, samenwerking of bedrijfsopvolging opnieuw berekenen welke rechtsvorm bij jouw onderneming past.

Tip! Door het hogere verzamelinkomen kunnen ook toeslagen veranderen. Controleer daarom voor 2027 en 2028 tijdig je geschatte inkomen voor de toeslagen.

2. Meer ruimte voor reiskosten, versobering van de WKR

Werkgevers mogen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 maximaal € 0,25 per zakelijke kilometer onbelast vergoeden. Dat was € 0,23. De verhoging geldt ook voor woon-werkverkeer. Het kabinet legt deze verhoging nu met terugwerkende kracht vast in de wet.

Let op! De verhoging betekent niet automatisch dat iedere werknemer recht heeft op € 0,25 per kilometer. Dat hangt af van de arbeidsovereenkomst, cao en het eigen mobiliteitsbeleid. Voor werkgevers kan een hogere vergoeding leiden tot hogere loonkosten.

Tegenover deze verruiming staat ook een versobering van de werkkostenregeling (WKR). De gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten vervalt. Werkgevers mochten werknemers tot nu toe onbelast 20% personeelskorting geven over de waarde van het product in het economisch verkeer, tot een bedrag van maximaal € 500 per jaar. Deze vrijstelling verdwijnt. De korting kan vanaf 2027 nog wel ten laste van de vrije ruimte worden gebracht. Overschrijd je de vrije ruimte? Dan betaal je over het bedrag daarboven 80% eindheffing. 

De vrije ruimte over de eerste € 400.000 fiscale loonsom stijgt per 1 januari 2027 van 2% naar 2,16%. Daardoor krijg je maximaal € 640 extra vrije ruimte per jaar. Deze verhoging is al eerder aangenomen en maakt dus geen onderdeel uit van het Belastingplan 2027.

Tip! Pas het personeelshandboek, declaratiebeleid en de salarisadministratie tijdig aan en beoordeel of een hogere kilometervergoeding financieel en arbeidsvoorwaardelijk wenselijk is. Maakt je organisatie gebruik van personeelskorting op branche-eigen producten? Bekijk dan wat het vervallen van deze vrijstelling betekent. Dit zal zich vooral voordoen in de detailhandel en industrie.

3. Fossiel rijden duurder, grens youngtimerregeling naar 20 jaar

Stel je als werkgever vanaf 2027 een personenauto met uitstoot ook voor privégebruik beschikbaar aan een werknemer? Dan krijg je te maken met een pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde. Deze heffing komt naast de bijtelling van de werknemer en mag je niet doorberekenen aan de werknemer. Voor auto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht.

De pseudo-eindheffing is vorig jaar al aangenomen, maar na overleg worden vier aanpassingen voorgesteld. 

De youngtimerregeling wordt geleidelijker versoberd dan eerder was vastgelegd, en ook minder vergaand. De bijtelling blijft gebaseerd op de waarde in het economisch verkeer, maar de leeftijdsgrens stijgt in 2027 van 16 jaar naar 17 jaar en vanaf 2028 naar 20 jaar. De eerder voorziene snelle verhoging naar 25 jaar per 2027 gaat daarmee niet door. Voor auto’s die uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking zijn gesteld en die in 2027 17 jaar worden, geldt overgangsrecht. Deze auto’s mogen de youngtimerregeling gedurende heel 2027 blijven toepassen. Vanaf 1 januari 2028 geldt de regeling alleen nog voor auto’s ouder dan 20 jaar.

Voor werkgevers wordt de keuze voor een zakelijke auto met name door de pseudo-eindheffing belangrijker. De contractduur, aandrijving en het moment waarop een auto voor het eerst ter beschikking wordt gesteld, kunnen grote fiscale gevolgen hebben. Een bestaande leaseplanning kan daardoor veel duurder of juist aantrekkelijker uitpakken.

Tip! Breng vóór nieuwe leasebeslissingen de totale werkgeverskosten, werknemersbijtelling, looptijd en fiscale overgangsregels goed in kaart.

4. Minder inflatiecorrectie verhoogt belastingdruk in box 1

Normaal gesproken stijgen de grenzen van de belastingschijven en verschillende heffingskortingen in box 1 mee met de inflatie. Zo blijft de belastingdruk normaal gesproken gelijk als het inkomen stijgt, in lijn met de inflatie.

In 2027 en 2028 past het kabinet de inflatiecorrectie slechts gedeeltelijk toe. Zonder deze maatregel zou de inflatiecorrectie voor 2027 2,6% bedragen. Daarvan wordt 48% toegepast. Hierdoor stijgen schijfgrenzen en heffingskortingen minder mee met de inflatie. De 48% wordt overigens niet toegepast op de tweede schijfgrens, deze blijft daarom in 2027 gelijk aan 2026. De eerste schijfgrens stijgt van € 38.883 naar € 39.247. De tweede schijfgrens blijft € 78.426.

Tegelijkertijd wijzigen de box 1-tarieven. Voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd stijgt het tarief in de eerste schijf met 0,48%: van 35,75% in 2026 naar 36,23% in 2027. Het tarief in de tweede schijf stijgt met 0,60%: van 37,56% naar 38,16%. Het tarief in de derde schijf blijft 49,50%. 

Door de verhoging van de tarieven en beperkte indexering stijgt de belastingdruk in box 1. Dit effect wordt beperkt voor woningbezitters die de hypotheekrente ook tegen het hogere tarief van maximaal 38,16% kunnen aftrekken. 

Let op! Beoordeel je loon, dividend en winst altijd in samenhang. De belastingdruk kan namelijk onverwacht hoger zijn, omdat de algemene heffingskorting afhangt van het verzamelinkomen. Deze kan dus ook door een dividenduitkering dalen.

5. Uitstel box 3

Box 3 belast privévermogen, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning. In het huidige stelsel berekent de Belastingdienst het rendement grotendeels met forfaits. Is je werkelijke rendement lager, dan kun je onder voorwaarden tegenbewijs leveren.

Het kabinet heeft de behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 voorlopig uitgesteld. In de Voorjaarsnota 2027 komt het kabinet met een nieuw voorstel. Daardoor wordt de beoogde invoering per 1 januari 2028 niet gehaald of blijft deze datum op zijn minst onzeker. Het kabinet onderzoekt opnieuw of een vermogenswinstbelasting beter past dan een vermogensaanwasbelasting.

Bij een vermogensaanwasbelasting telt ook een nog niet gerealiseerde waardestijging jaarlijks mee. Bij een vermogenswinstbelasting volgt heffing pas bij bijvoorbeeld verkoop. Voor ondernemers en dga’s met beleggingen, verhuurd vastgoed of andere moeilijk verkoopbare bezittingen maakt dat een groot verschil.

Let op! Zolang er geen nieuw stelsel geldt, blijft een goede administratie van rente, dividend, huur, kosten en waardeveranderingen belangrijk. Deze gegevens zijn nodig voor de tegenbewijsregeling én voor de afweging tussen beleggen in privé of via een bv.

Tip! Wacht niet op het nieuwe stelsel. Leg het werkelijke rendement per vermogensbestanddeel jaarlijks vast en bewaar onderliggende documenten.

6. Meer steun voor innovatie en verduurzaming

Het kabinet maakt verschillende fiscale regelingen voor investeringen en innovatie aantrekkelijker. Zo stijgt de energie-investeringsaftrek per 1 januari 2027 van 40% naar 45,5%. Investeer je in kwalificerende energiezuinige bedrijfsmiddelen? Dan mag je daardoor een groter deel van je investering extra aftrekken van de winst.

Ook de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk wordt verruimd. Het forfaitaire uurloon stijgt van € 29 naar € 33. Deze regeling verlaagt de loonheffing die je als werkgever afdraagt als je medewerkers werken aan technisch nieuwe producten, processen of programmatuur.

Maakt je onderneming gebruik van de innovatiebox? Ook deze regeling wordt aantrekkelijker. Vanaf 1 januari 2027 stijgt het maximale forfaitaire bedrag van € 25.000 naar € 100.000 per jaar. Het forfait blijft maximaal 25% van de winst. Ook de huidige toepassingsduur van drie jaar verandert niet. Hierdoor kun je een groter deel van de winst tegen het lagere innovatiebox-tarief laten belasten.

Tip! Wil je gebruikmaken van de energie-investeringsaftrek? Controleer vóórdat je verplichtingen aangaat of het bedrijfsmiddel op de energielijst staat. Dien vervolgens je aanvraag in bij RVO binnen de geldende termijn van drie maanden.

7. Fiscale stimulans voor start-ups en scale-ups

Om innovatie en groei van specifieke jonge ondernemingen te stimuleren, introduceert het kabinet een aantrekkelijke fiscale regeling voor aandelenopties van werknemers bij start-ups en scale-ups. In principe betaalt de werknemer de belasting wanneer hij de aandelen die hij uit de opties heeft verkregen, daadwerkelijk verkoopt. Na aftrek van de uitoefenprijs die aan de aandelen is toe te rekenen, wordt onder voorwaarden slechts 65% van het voordeel belast als loon. Verkoopt de werknemer het aandelenoptierecht in plaats van de aandelen? Dan geldt deze lagere grondslag niet. De werknemer kan ook schriftelijk kiezen voor eerdere belastingheffing op het moment van uitoefening van het optierecht of zodra de aandelen verhandelbaar zijn.

De regeling geldt alleen voor ondernemingen die kwalificeren als start-up of scale-up en een beschikking hebben van RVO. Deze beschikking is vanaf de dagtekening acht jaar geldig. Onder voorwaarden kun je de beschikking steeds met vijf jaar verlengen, tot een totale looptijd van maximaal 23 jaar. Daarnaast geldt in principe een minimale periode van twee jaar tussen de toekenning van het aandelenoptierecht en de verkoop van dit recht of de aandelen die daaruit voortkomen. Verkoopt de werknemer eerder vanwege een verkoop op beursgang van de onderneming? Dan geldt een uitzondering en is de regel wel van toepassing.

De regeling moet op 1 januari 2027 ingaan. De definitieve inwerkingtreding vindt plaats op een tijdstip dat bij koninklijk besluit wordt bepaald. Aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, kunnen mogelijk ook gebruikmaken van de regeling. Daarvoor moeten de aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken en moet aan de overige voorwaarden zijn voldaan. In dat geval moet je onderneming de beschikking uiterlijk op 31 december 2027 bij RVO aanvragen.

Tip! Onderzoek tijdig of je onderneming in aanmerking komt voor een RVO-beschikking. Beoordeel daarnaast of werknemersparticipatie je kan helpen om talent aan te trekken, te belonen en te behouden.

8. Hogere Aof-premie door vrijheidsbijdrage

Ook werkgevers moeten een zogenoemde vrijheidsbijdrage leveren om de stijgende defensie-uitgaven te bekostigen. Het kabinet wil deze lastenverzwaring grotendeels innen via een verhoging van de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Volgens de raming levert deze verhoging in 2027 € 1,5 miljard aan extra premieopbrengsten op. Vanaf 2028 gaat het structureel om € 1,7 miljard per jaar.

De hoge en lage Aof-premiepercentages staan nog niet vast. De premiepercentages worden later bekendgemaakt, tegelijk met de jaarlijkse premiepercentages voor de werknemersverzekeringen. Daardoor is nog niet duidelijk hoeveel je werkgeverslasten precies stijgen. 

Tip! Houd in je personeelsbegroting voor 2027 rekening met hogere werkgeverslasten. Pas je loonkostenberekening aan zodra de hoge en lage Aof-premiepercentages voor 2027 officieel zijn vastgesteld.

9. Overdrachtsbelasting op beleggingswoningen naar 7%

Koop je een woning waarin je niet zelf duurzaam gaat wonen? Dan betaal je overdrachtsbelasting tegen het algemene woningtarief. Dit geldt bijvoorbeeld voor een verhuurde woning of vakantiewoning. Per 1 januari 2027 daalt dit tarief van 8 naar 7%. Het tarief van 2% voor een woning waarin je zelf gaat wonen en de startersvrijstelling blijven ongewijzigd. 

Let op!Voor bedrijfspanden geldt deze verlaging niet. Bij gemengde objecten, transformaties en projectontwikkeling kan discussie ontstaan over welk deel als woning kwalificeert. Het gebruik en de staat van het object op het moment van verkrijging spelen daarbij een belangrijke rol.

Door de tariefsverlaging kan het interessant zijn om opnieuw naar het moment van transactie te kijken. Houd daarbij ook rekening met andere factoren, zoals financiering, rendement, btw en de juridische structuur.

Tip! Laat vóór ondertekening van de koopovereenkomst beoordelen welk tarief voor jouw situatie geldt. Onderzoek daarbij of het zinvol en haalbaar is om de levering bij de notaris uit te stellen tot na 1 januari 2027.

10. Aftrek voor specifieke zorgkosten verdwijnt in 2028

Bepaalde niet-vergoede zorgkosten zijn nu onder voorwaarden aftrekbaar in de inkomstenbelasting. Denk aan specifieke geneesmiddelen, hulpmiddelen, dieetkosten, vervoer en extra gezinshulp. De aftrek geldt pas nadat rekening is gehouden met vergoedingen en een inkomensafhankelijke drempel.

Het kabinet schaft de aftrek voor specifieke zorgkosten per 1 januari 2028 af. Ook de daaraan gekoppelde regeling tegemoetkoming specifieke zorgkosten, de TSZ-regeling, verdwijnt. Voor mensen met een chronische ziekte werkt het kabinet aan een gerichte compensatieregeling. Het wetsvoorstel kent geen overgangsrecht. De maatregel raakt vooral mensen met een chronische ziekte, beperking of structureel hoge, niet-vergoede zorgkosten. Ook ondernemers en dga’s kunnen hierdoor privé met hogere nettolasten te maken krijgen. Het financiële effect verschilt sterk, omdat niet iedere zelf betaalde zorguitgave nu aftrekbaar is.

Tip! Breng terugkerende aftrekbare zorgkosten in kaart. Zo wordt zichtbaar welk belastingvoordeel vanaf 2028 mogelijk wegvalt en in hoeverre een toekomstige compensatieregeling daarin voorziet.

Verhoging eerste schijf vrije ruimte WKR of afschaffing?

Eind 2024 is al in de wet opgenomen dat de eerste schijf in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) per 1 januari 2027 omhooggaat van 2 naar 2,16%. SEO Economisch Onderzoek (SEO) heeft, na een evaluatie van de WKR over de jaren 2019-2024, echter aanbevolen om de eerste schijf in de vrije ruimte helemaal af te schaffen. Op Prinsjesdag 2026 wordt waarschijnlijk duidelijk of het kabinet deze aanbeveling overneemt.

Andere aanpassingen WKR

Ook wordt dan duidelijk of het kabinet de volgende aanbevelingen van SEO overneemt:

De verwachting is dat in ieder geval de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf wordt afgeschaft.

Aanpassingen expatregeling

Het vergoedingspercentage in de expatregeling (voorheen: 30%-regeling) gaat per 1 januari 2027 omlaag van 30 naar 27%. Tegelijkertijd gaan er ook hogere salarisnormen gelden. Deze aanpassingen zijn al eerder in de wet opgenomen. Het kabinet heeft aangegeven niet van plan te zijn de expatregeling nog verder te versoberen.

Verhoging belastingvrij bedrag reiskosten

Al eerder bekendgemaakt – en ook al in werking getreden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 –, is de verhoging van het belastingvrije bedrag voor reiskosten van € 0,23 naar € 0,25. Deze verhoging geldt voor de onbelaste reiskostenvergoeding die een werkgever aan zijn werknemer geeft, en voor de aftrekbare zakelijke reiskosten van een ondernemer of resultaatgenieter in de inkomstenbelasting. Je mag vanaf de aangifte IB 2026 ook rekening houden met dit hogere bedrag bij het berekenen van de aftrekbare ziektekosten.

Let op!De verhoging naar € 0,25 is nu nog in een besluit opgenomen, maar wordt in het belastingpakket van Prinsjesdag 2026 ook in de wet opgenomen.

Pseudo-eindheffing fossiele personenauto

Een werkgever die een personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, ofwel een auto van de zaak, moet vanaf 2027 een pseudo-eindheffing aan de Belastingdienst betalen van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. Dit voorstel is vorig jaar al aangenomen, maar op Prinsjesdag 2026 worden aanpassingen verwacht, zoals een uitzondering op de pseudo-eindheffing voor vervangende auto’s bij schade, reparatie en onderhoud, en een uitzondering op de heffing voor lesauto’s.

Youngtimerregeling

Het kabinet denkt erover om de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling niet ineens per 1 januari 2027 te verhogen van 16 naar 25 jaar. Een auto van de zaak die onder de youngtimerregeling valt, kent een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer in plaats van de reguliere bijtelling die geldt voor jongere auto’s. Het kabinet denkt nog na over een ander afbouwpad in plaats van de verhoging naar 25 jaar per 1 januari 2027.

Greentimerregeling

Het kabinet heeft de gedachte om een nieuwe bijtellingskorting te introduceren voor elektrische auto’s tussen de vijf en acht jaar oud. Deze regeling zou de naam Greentimerregeling moeten krijgen.

Fiscale regeling aandelenopties bij start-ups en scale-ups

Er ligt een plan om een belastingkorting in de loonbelasting te introduceren voor voordelen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups. De belastingkorting wordt vormgegeven door de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het effectieve loonheffingentarief wordt dan afgerond 32%, waarmee het ongeveer gelijk is aan de belastingheffing over aandelenopties in box 2.

Het kabinet heeft eerder aangegeven het wetsvoorstel hiervoor in september 2026 aan de Tweede Kamer te willen aanbieden. Het streven is om de lagere loonheffing op aandelenopties per 1 januari 2027 in werking te laten treden.

Ondernemersaftrek

Wat betreft aftrekmogelijkheden voor ondernemers worden de volgende wijzigingen in het belastingpakket verwacht:

Particulieren

Voor de particulier wordt waarschijnlijk de aftrek van specifieke zorgkosten afgeschaft per 1 januari 2028. Verder worden op Prinsjesdag diverse aanpassingen op het nog bij de Eerste Kamer in behandeling zijnde wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3 verwacht. Hiervoor liggen verschillende opties, waarover het kabinet in augustus nog een besluit neemt.

Overdrachtsbelasting

Waarschijnlijk gaat het algemene woningtarief in de overdrachtsbelasting omlaag van 8 naar 7% per 1 januari 2027. Dit tarief geldt voor de verkrijging van woningen die de verkrijger niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken.

Voor overdrachten van woningen tussen woningcorporaties binnen de sociale huisvestingstaak komt er waarschijnlijk een vrijstelling overdrachtsbelasting.

Btw

Het plan om per 1 januari 2028 het btw-tarief op sierteeltproducten te verhogen van 9 naar 21% btw wordt ook in de belastingpakketten op Prinsjesdag 2026 verwacht.

Maatschappelijk vastgoed

Bij maatschappelijk vastgoed moet je denken aan scholen, overheidsgebouwen, zorginstellingen, sportaccommodaties en monumenten. De subsidie DUMAVA is beschikbaar voor maatschappelijke instellingen in de sectoren decentrale overheid, onderwijs, zorg, cultuur en religieuze instellingen.

De subsidie kan verder aangevraagd worden door stichtingen en verenigingen voor gebouwen met een publieksfunctie. Ook eigenaren van een geregistreerd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument kunnen DUMAVA aanvragen. Hetzelfde geldt voor veiligheidsregio’s met maatschappelijk vastgoed.

Voorwaarden

Er gelden verschillende voorwaarden voor het aanvragen van de subsidie. Belangrijk is dat je eerst een verduurzamingsadvies laat opstellen voordat je DUMAVA aanvraagt. Verder dien je eerst DUMAVA aan te vragen en pas na toekenning van de subsidie een contract aan te gaan met een aannemer of te starten met de verduurzaming. Doe je dat niet, dan loop je het risico geen subsidie te krijgen.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden hier.

Geen DUMAVA bij BOSA

DUMAVA is ook beschikbaar voor amateursportverenigingen, mits voor de sportaccommodatie niet al eerder BOSA-subsidie is ontvangen. 

Let op! Voor amateurverenigingen gelden wel extra voorwaarden. 

Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal verduurzamingsmaatregelen:

Aanvraagperiode en budget

De aanvraagperiode startte op 1 juni 2026 9.00 uur en loopt tot en met vrijdag 16 oktober 2026 17.00 uur. Er is € 405 miljoen budget beschikbaar gesteld. Op 3 augustus 2026 was hier nog ruim 283 miljoen (70%) van over. Er is dus nog voldoende budget beschikbaar.

Obligatieplan 

In de casus die voorgelegd is bij de Belastingdienst wilde een sportvereniging geld ophalen voor de realisatie van een aantal sportfaciliteiten. Het obligatieplan dat daarvoor bedacht was, werkte als volgt: 

Let op! De sportvereniging in deze casus voldeed aan de definitie die geldt voor het aftrekbaar zijn van een periodieke gift aan een vereniging. Een vereniging voldoet hieraan als ze niet aan de vennootschapsbelasting is onderworpen of daarvan is vrijgesteld. Daarnaast moet de vereniging volledige rechtsbevoegdheid en minimaal 25 leden hebben. 

Periodieke gift aftrekbaar? 

De vraag aan de Belastingdienst was of de periodieke gift die het lid aan de sportvereniging doet, aftrekbaar is als periodieke gift. De Belastingdienst heeft hierop geantwoord dat sprake is van een aftrekbare periodieke gift als het een reële geldlening betreft met een zakelijk rentepercentage. Uiteraard moet ook aan de overige voorwaarden voor de periodieke giftenaftrek worden voldaan. 

Let op! De overige voorwaarden voor periodieke giftenaftrek zijn opgenomen op de website van de Belastingdienst. 

Reële geldlening 

Voor een reële geldlening is volgens de Belastingdienst in ieder geval een terugbetalingsverplichting nodig. Verder moet de geldlening voldoende realiteitswaarde hebben. Dit betekent dat: 

Zakelijke rente 

De Belastingdienst geeft aan dat het niet mogelijk is om op voorhand een vast zakelijk rentepercentage te benoemen. Dit is namelijk afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Desondanks geeft de Belastingdienst aan dat onder de feiten en omstandigheden zoals hiervoor beschreven aangesloten kan worden bij de rente op Nederlandse staatsobligaties met een vergelijkbare looptijd vermeerderd met een beperkte risico-opslag. 

Overleg met adviseur 

Overweeg je met je vereniging een vergelijkbaar fiscaal aantrekkelijk obligatieplan? Overleg dan met onze adviseurs. De uitspraak van de Belastingdienst betekent namelijk niet dat elke obligatieplan zonder meer aan de voorwaarden voldoet. Zo kan er onder meer discussie ontstaan over de vraag of de vereniging over de vereiste middelen beschikt om aan de terugbetalingsverplichting te voldoen of over de zakelijkheid van het rentepercentage. 

Wat betekent dit voor jou?

Als je belasting moet betalen, krijg je hierover bericht van de Belastingdienst. Het nieuwe rekeningnummer staat bij het bericht over de te betalen belasting.

Let op! Het nieuwe rekeningnummer heeft geen gevolgen voor de manier van betalen. Zo blijven bijvoorbeeld internetbetalingen gewoon mogelijk.

Het meest gebruikte nieuwe rekeningnummer van de Belastingdienst wordt NL04 RABO 0200112244. Maar let op, voor sommige belastingen worden andere nieuwe rekeningnummers gebruikt.

Let op bij periodieke betalingen

Betaal je de Belastingdienst periodiek via een automatische incasso, dan hoef je niets te doen. De betalingen worden automatisch overgemaakt naar het nieuwe rekeningnummer.

Je moet alleen opletten wanneer je een periodieke betaling anders hebt geregeld, bijvoorbeeld via een periodieke overboeking bij je bank. In dat geval moet je wel zelf zorgen dat het rekeningnummer wordt aangepast.

Gebruik oude nummer gaat (nog) goed

Gebruik je per ongeluk het ‘oude’ rekeningnummer voor een betaling aan de Belastingdienst, dan wordt je betaling vooralsnog gewoon doorgesluisd naar de Belastingdienst en daar verwerkt. De Belastingdienst heeft hierover afspraken gemaakt met de ING, zodat belastingplichtigen niet de dupe worden.

Vanaf 20 april 2026 ander nummer inkomstenbelasting

Voor het betalen van een voorlopige of definitieve aanslag inkomstenbelasting, kun je al vanaf 20 april 2026 het nieuwe rekeningnummer gebruiken. 

Toeslagen

De Dienst Toeslagen stapt ook over naar de Rabobank en heeft vanaf 1 mei 2026 dus ook een nieuw rekeningnummer. Vanaf die datum kun je aan de Dienst Toeslagen betalen op het nieuwe rekeningnummer NL04 RABO 0200112244. Uitbetalen vanaf dit nummer doet de Dienst Toeslagen voor het eerst op maandag 22 juni 2026.

Let op!Ook hier geldt dat bij betaling op het oude rekeningnummer, de betaling vooralsnog wordt doorgesluisd naar het nieuwe rekeningnummer.

Belastingdienst waarschuwt voor phishing

Vanwege de wijziging van de rekeningnummers, waarschuwt de Belastingdienst nadrukkelijk voor phishing. Criminelen proberen namelijk regelmatig via e-mail, sms, whatsapp of per telefoon een niet-bestaande belastingschuld bij belastingplichtigen te innen. De Belastingdienst int belastingen echter nooit op die manier. Twijfelt u of een bericht echt is, volg dan het stappenplan op de website van de Belastingdienst en controleer het rekeningnummer. 

 

Informatie financieringsvormen

De site biedt uitgebreid info over diverse financieringsvormen, zoals bijvoorbeeld een zakelijke lening, crowdfunding, factoring of leasing. Na een korte toelichting kan informatie worden opgevraagd over de betreffende financieringsvorm, inclusief kosten en bijvoorbeeld eventuele fiscale aspecten. Ook wordt desgewenst doorverwezen naar experts die nader kunnen adviseren.

Specifieke situatie

Door aan te geven waarvoor een financiering nodig is, worden mogelijkheden aangereikt betreffende een specifieke situatie. Zo zijn de financieringsbehoeften verschillend voor starters, ondernemers die gaan innoveren of bijvoorbeeld een bestaand bedrijf willen overnemen. 

Keuzetool

Via een keuzetool wordt de ondernemer begeleidt bij het vinden van de juiste financieringsvorm. Gevraagd wordt naar het benodigde kapitaal en waarvoor het gebruikt gaat worden, de gewenste terugbetalingstermijn en eventueel te bieden zekerheden. Ook dient onder meer de rechtsvorm aangegeven te worden en de branche.  

Resultaat

Na invulling van de gevraagde gegevens wordt automatisch inzicht verstrekt in de financieringsmogelijkheden voor de betreffende situatie. Op basis van een keuze te maken uit de beschikbare financieringsvormen, worden organisaties gemeld die de betreffende financieringsvorm kunnen aanbieden. Ook het telefoonnummer, emailadres en de website worden verstrekt, zodat de aanvraag voor een financiering gestart kan.  

Hulp nodig?

De KVK biedt ook de helpende hand voor ondernemers die bij hun financieringsvraagstukken hulp nodig hebben. Dit kan telefonisch, maar er kan ook online een afspraak gemaakt worden met een financieel expert van de KVK in de regio.

Verzoekteruggaaf dividendbelasting

In de casus bij de Belastingdienst wordt uitgegaan van een buitenlands pensioenlichaam dat belegt in Nederlandse aandelen. Het pensioenlichaam wil de ingehouden dividendbelasting terugontvangen en dient daartoe een verzoek in. Teruggave is mogelijk als het pensioenlichaam vrijgesteld zou zijn van vennootschapsbelasting als het pensioenlichaam in Nederland is gevestigd.

Brengt slotuitkering vrijstelling in gevaar?

De Belastingdienst is daarom ingegaan op de vraag of een beperkte slotuitkering die een nabestaande van een pensioengerechtigde ontvangt als hij of zij hertrouwt, is aan te merken als afkoop. Vanuit de verzorgingsgedachte zijn er namelijk pensioenlichamen waarbij het pensioen bij hertrouwen komt te vervallen. In de vraagstelling wordt uitgegaan van een slotuitkering van 24 keer het maandbedrag.

Slotuitkering aan te merken als overgangsregeling

De Belastingdienst is van mening dat een slotuitkering bij hertrouwen is aan te merken als een overgangsregeling. De slotuitkering is daarom niet te vergelijken met het afkopen van een pensioen en staat de vrijstelling van vennootschapsbelasting niet in de weg als het pensioenlichaam in Nederland is gevestigd. Het pensioenlichaam kan de dividendbelasting dus ook met succes terugvragen.

De meeste maatregelen waren in het coalitieakkoord al opgenomen of al eerder bekendgemaakt door het vorige kabinet. Houd er rekening mee dat niet alle door het kabinet voorgenomen fiscale maatregelen rechtstreeks uit de Voorjaarsnota kunnen worden afgeleid. Er zijn dus nog andere voorgenomen fiscale maatregelen dan in dit artikel zijn opgenomen.


Let op! De impact van de recente geopolitieke spanningen is nog niet meegenomen in de Voorjaarsnota.

Vrijheidsbijdrage

Werkgevers en burgers gaan vanaf 2027 een bijdrage voor de veiligheid betalen.

Bouwen en wonen

Op het gebied van bouwen en wonen is ook een aantal maatregelen af te leiden.

Ondernemers

Voor ondernemers komt uit de Voorjaarsnota o.a. het volgende naar voren:

Particulieren

Voor particulieren zijn, naast de vrijheidsbijdrage, ook de volgende maatregelen opgenomen:

Opmerkelijke belastingconstructies

Het kabinet komt vanaf de Voorjaarsnota 2023 jaarlijks met een lijst met opmerkelijke belastingconstructies. De bij de Voorjaarsnota 2026 gepubliceerde lijst bevat zeven constructies die in 2025 ook al op de lijst stonden en twee nieuwe. De nieuwe constructies zijn:

Maatschappelijk vastgoed

De DUMAVA kan worden aangevraagd door maatschappelijke instellingen in de sectoren decentrale overheid, onderwijs, zorg, cultuur en religieuze instellingen. Ook stichtingen en verenigingen met gebouwen met een publieksfunctie en eigenaren van een geregistreerd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument kunnen DUMAVA aanvragen. Hetzelfde geldt voor veiligheidsregio’s met maatschappelijk vastgoed.

Kijk voor alle voorwaarden die gesteld worden aan de maatschappelijke instelling en het vastgoed hier.

Let op! Ook amateursportverenigingen kunnen DUMAVA aanvragen. Hiervoor gelden extra voorwaarden. Ontving de vereniging al eerder BOSA-subsidie voor de sportaccommodatie, dan is aanvragen van DUMAVA niet mogelijk.

Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie is afhankelijk of u een, twee of drie losse verduurzamingsmaatregelen treft of een integraal verduurzamingsproject start:

Let op!Het minimale subsidiebedrag voor 2026 wordt waarschijnlijk verlaagd van € 5.000 in 2025 naar € 2.500 in 2026. Eigenaren van kleinere maatschappelijke gebouwen krijgen zo ook recht op de DUMAVA.

Aanvraagperiode en budget

De aanvraagperiode loopt van 1 juni 2026 9.00 uur tot en met vrijdag 16 oktober 2026 17.00 uur. Er is € 405 miljoen beschikbaar. In 2025 werd ruim € 389 miljoen aangevraagd en was er voldoende budget beschikbaar.

Let op!De DUMAVA moet worden aangevraagd voordat gestart wordt met de verduurzaming of een contract met een aannemer getekend wordt. Wordt er gestart voordat de aanvraag is goedgekeurd, dan bestaat er het risico van minder of geen subsidie DUMAVA.

Tip! RVO organiseert op dinsdag 7 april tussen 19.00 en 20.00 uur een informatiesessie over de subsidie DUMAVA voor maatschappelijke organisaties en (sport)verenigingen. 

 

 

Wettelijke regeling: e-mail mag onder voorwaarde

In de wet is opgenomen dat een bestuursorgaan zoals een heffingsambtenaar van een gemeente of een belastingambtenaar een bericht – en dus ook een uitspraak op bezwaar – per e-mail aan u mag verzenden. Voorwaarde is dat u zelf aangeeft dat u voldoende bereikbaar bent op dit e-mailadres.

Wanneer kenbaar?

De vraag is wanneer u heeft aangegeven dat u voldoende bereikbaar bent op een e-mailadres.

In de rechtspraak speelde een zaak waarin een burger bezwaar had gemaakt tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Hij had een daarvoor bestemd online contactformulier ingevuld en digitaal naar de heffingsambtenaar van de gemeente gestuurd. Hij was daarbij verplicht om zijn e-mailadres in te vullen. De heffingsambtenaar was van mening dat de burger hiermee had aangegeven dat hij voldoende bereikbaar was op dit e-mailadres. Hij verzond de uitspraken op bezwaar dan ook per e-mail. De burger merkte de uitspraken op bezwaar niet op en was daardoor ‘te laat’ om in beroep te gaan.

Oordeel Hoge Raad

Uiteindelijk kwam de vraag of de burger had aangegeven dat hij voldoende bereikbaar was op het e-mailadres bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde in zijn algemeenheid dat een burger dit ‘meer of minder’ uitdrukkelijk kan doen. Daarbij moet de burger ook aangeven voor welke berichten hij voldoende bereikbaar is per e-mail en op welk e-mailadres.
Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden of een uiting of gedraging van een burger aan deze voorwaarden voldoet. De Hoge Raad gaf in zijn arrest een aantal aanwijzingen.

De Hoge Raad kwam dan ook tot het oordeel dat de heffingsambtenaar niet had kunnen concluderen dat de burger had aangegeven voldoende bereikbaar te zijn op het e-mailadres. Hij had dit immers alleen maar ingevuld op het contactformulier zonder verdere verklaring daarbij.

Advies Hoge Raad

Aan het arrest van de Hoge Raad kan nog een advies aan de ambtenaar ontleend worden. De ambtenaar kan altijd aan een burger vragen uitdrukkelijk aan te geven of hij de (bezwaar)procedure per e-mail wil voortzetten, daarop bereikbaar is en welk e-mailadres hij wil gebruiken. In het online contactformulier had de gemeente daar ruimte voor kunnen inrichten.

Let op! Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is in het parlement toegelicht dat, indien zowel post als e-mail mogelijk is bij de overheidsinstantie, u mag kiezen tussen communicatie per post of langs elektronische weg (bijvoorbeeld per e-mail). U bent zo’n geval dus niet verplicht om in te stemmen met communicatie per e-mail.

Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram