In de tekst hierna wordt ingegaan op de situatie waarin een inwoner van Duitsland werkt voor een Nederlandse werkgever. De situatie waarin een inwoner van Nederland werkt voor een Duitse werkgever werkt echter hetzelfde.
Let op! Voor overheidswerknemers gelden andere regels.
Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland bevat afspraken over in welk land welk inkomen belast mag worden. Zo mag Nederland belasting heffen over het loon als een inwoner van Duitsland in Nederland werkt voor een in Nederland gevestigde werkgever.
Werkt de inwoner van Duitsland voor de in Nederland gevestigde werkgever in Duitsland? Dan mag Duitsland belasting heffen over het met dat werk corresponderende loon.
Om bij thuiswerken niet meteen het heffingsrecht te verleggen naar het woonland, is per 1 januari 2026 de zogenaamde thuiswerkregeling ingevoerd. Een inwoner van Duitsland die voor een Nederlandse werkgever werkt kan hierdoor in een kalenderjaar maximaal 34 dagen buiten Nederland werken, zonder dat het heffingsrecht verplaatst naar buiten Nederland.
Let op! Werkt de Duitse werknemer in een kalenderjaar meer dan 34 dagen buiten Nederland, dan verplaatst het heffingsrecht ook voor de eerste 34 dagen!
Let op! Hoewel het de thuiswerkregeling heet, gaat het niet alleen om de dagen die thuisgewerkt worden. Alle dagen die door de Duitse werknemer in loondienst gewerkt worden buiten Nederland tellen mee voor de 34 dagen drempel.
De Belastingdienst heeft bevestigd dat de 34 dagen-drempel per werknemer geldt. Als een Duitse werknemer dus bij meerdere Nederlandse werkgevers werkt, mag hij voor al die werkgevers totaal niet meer dan 34 dagen buiten Nederland werken.
Hoe zit het als een inwoner van Duitsland voor een Nederlandse werkgever minder dan 34 dagen in Duitsland werkt, maar ook voor een Duitse werkgever uitsluitend in Duitsland werkt? De Belastingdienst heeft bevestigd dat de dagen die deze inwoner alleen voor de Duitse werkgever werkt, niet meetellen voor de 34 dagen-drempel.
Bij de 34 dagen-drempel gaat het niet alleen om de in Duitsland thuis gewerkte dagen. Als een inwoner van Duitsland voor zijn Nederlandse werkgever incidenteel op locatie in Duitsland werkt, tellen deze dagen ook mee, volgens de Belastingdienst.
Let op! De Belastingdienst heeft ook nog vragen beantwoord over een inwoner van Duitsland die zowel voor een in Nederland gevestigde private werkgever werkt als voor een Nederlandse overheidswerkgever. Is zo’n situatie op jou van toepassing, neem dan voor meer informatie contact op met onze adviseurs.
Met de modellen opgaaf gegevens voor de loonheffingen geven werknemers, uitkeringsgerechtigden, scholieren en studenten hun gegevens door aan de werkgever of uitkeringsinstantie. Het betreft gegevens die van belang zijn voor de loonheffingen.
Let op! Er zijn twee modellen: een voor werknemers en uitkeringsgerechtigden en een voor scholieren en studenten.
Met de modellen wordt onder meer ook doorgegeven of de werkgever of uitkeringsinstantie de loonheffingskorting moet toepassen.
De loonheffingskorting kan maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie worden toegepast. Dat gaat nog weleens mis. De werknemer of uitkeringsgerechtigde moet dan bij de aangifte inkomstenbelasting vaak belasting bijbetalen.
Om te voorkomen dat (onbewust) de loonheffingskorting bij meerdere werkgevers of uitkeringsinstanties wordt toegepast, zijn de modellen aangepast.
De vragen in de modellen zijn duidelijker om te voorkomen dat de loonheffingskorting dubbel wordt toegepast. Verder is de toelichting uitgebreid. Er wordt ook uitgelegd hoe een werknemer of uitkeringsgerechtigde kan controleren of een andere werkgever of uitkeringsinstantie de loonheffingskorting al toepast. En hoe ze de loonheffingskorting kunnen laten stopzetten.
Het is raadzaam om de nieuwe modellen te gebruiken. Je werknemer wordt hiermee beter voorgelicht over het maar eenmaal mogen toepassen van de loonheffingskorting. Bovendien moet de werknemer ook expliciet verklaren in het model dat hij begrijpt dat hij de loonheffingskorting maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie mag laten toepassen.
Als een werknemer iets krijgt op grond van zijn dienstbetrekking, vormt dit loon waarover loonbelasting verschuldigd is. Niet alles wat een werknemer van of namens de werkgever krijgt, is echter loon. Soms ontbreekt namelijk het duidelijke verband met de dienstbetrekking omdat sprake is van een persoonlijke attentie. Dit is bijvoorbeeld het geval als je een fruitmand geeft aan een zieke werknemer.
De grens tussen een duidelijk verband met de dienstbetrekking en een persoonlijke attentie is niet altijd helder. Om bij kleine geschenken duidelijkheid te scheppen, bestaat de kleinegeschenkenregeling. Als de werkgever aan drie voorwaarden voldoet, mag ervan uit gegaan worden dat het kleine geschenk geen loon is.
De voorwaarden zijn:
De bos bloemen die een werknemer krijgt op de eerste werkdag heeft een duidelijk verband met de dienstbetrekking. De werknemer krijgt dit namelijk omdat hij/zij in dienst is gekomen. De bos bloemen vormt daarom loon voor de werknemer.
De kleinegeschenkenregeling kan in dit geval niet worden toegepast omdat de bos bloemen geen persoonlijke attentie is in een situatie waarin ook anderen zo’n attentie zouden geven.
Let op! De werkgever kan de € 22,50 wel aanwijzen in de vrije ruimte.
Werkgevers zijn verplicht tot het betalen van een gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). De premie voor Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) is onderdeel van deze premie Whk.
De werkgever mag maximaal 50% van de gedifferentieerde premie Whk op de werknemer verhalen. Als een werkgever dat doet, is deze verhaalde premie niet aftrekbaar van het brutoloon. Dit is expliciet zo opgenomen in de wet (artikel 11c van de Wet op de loonbelasting). De werknemer betaalt deze verhaalde premie dus uit zijn nettoloon.
De WGA-uitkering is over het algemeen onvoldoende om de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid te dekken. Om die reden is in veel cao’s de verplichting opgenomen voor werkgevers om aan hun werknemers een WGA-hiaatverzekering aan te bieden. Deze verzekering voorziet in een aanvulling op de WGA-uitkering.
Als de werkgever (een deel van) de premie voor de WGA-hiaatverzekering op de werknemer verhaalt, is deze verhaalde premie wel aftrekbaar van het brutoloon. Deze verhaalde premie is namelijk niet expliciet in de wet uitgezonderd van aftrek. De werknemer betaalt deze dus niet uit zijn nettoloon maar uit zijn brutoloon. De Belastingdienst heeft dit bevestigd.
De arbeidskorting is een korting op de te betalen belasting waarop iemand recht heeft als hij werkt. De hoogte van de korting is onder meer afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen en bedraagt in 2026 maximaal € 5.685.
In bepaalde situaties ontvangt een werknemer behalve loon ook een uitkering. Deze kan rechtstreeks door het UWV betaald worden of via de werkgever.
Het UWV kan op de belasting die geheven wordt over de uitkering geen arbeidskorting inhouden omdat de arbeidskorting alleen geldt als iemand werkt. Werkgevers kunnen op de belasting over de uitkering, onder voorwaarden, wel arbeidskorting inhouden. Op 15 november 2024 oordeelde de Hoge Raad dat dit verschil in behandeling in strijd is met het discriminatieverbod.
Vanwege het discriminatieverbod is vorig jaar al besloten dat 2026 het laatste jaar is waarin een werkgever een arbeidskorting kan inhouden op de belasting over een uitkering. Vanaf 2027 mag dat dus niet meer.
Let op! Deze aanpassing treft ongeveer 11.000 werknemers die een van de volgende uitkeringen via hun werkgever krijgen uitgekeerd: WAO, WAZ, Wajong, WIA, ZW die is ingegaan voordat de werknemer bij je in dienst kwam, WAMIL en WW bij onwerkbaar weer en vanwege werktijdverkorting.
Door het niet meer toepassen van de arbeidskorting wordt het nettoloon van de werknemer waarschijnlijk lager. Hoeveel lager is afhankelijk van de hoogte van het loon en de uitkering. De extra belasting die een werkgever moet gaan inhouden door het niet meer toepassen van de arbeidskorting kan oplopen tot maximaal 31% van de bruto-uitkering.
Let op! Dit geldt alleen voor werknemers die de uitkering via hun werkgever krijgen uitbetaald. Voor werknemers die de uitkering van het UWV ontvangen, verandert er vanaf 2027 niets.
Tip! De Belastingdienst geeft in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2027, uitgave 1, 19 augustus 2026, meer uitleg over het niet meer toepassen van de arbeidskorting. Hierin zijn een stappenplan voor 2026 en 2027 en diverse voorbeelden opgenomen.
Oekraïense vluchtelingen kunnen door de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in de Europese Unie (EU) verblijven zonder asiel aan te vragen. Zij hebben recht op opvang en medische zorg en mogen werken. De periode waarin dat kan is verlengd tot en met 4 maart 2028.
Let op! Niet elke vluchteling uit de Oekraïne valt (nog) onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in Nederland. Kijk op de website van de IND wie wel en niet onder de Richtlijn valt.
De Raad van EU heeft ook een nieuwe voorwaarde aan de tijdelijke bescherming verbonden. Iedere nieuwe aanvrager moet aantonen dat hij/zij aan de militaire verplichtingen in Oekraïne heeft voldaan of een vrijstelling daarvoor heeft.
Let op! Oekraïense vluchtelingen die al onder de Richtlijn vielen, hoeven niet te voldoen aan deze nieuwe voorwaarde.
Ken je een zelfstandig recht op een studietoelage toe aan een kind van je werknemer en betaal je deze studietoelage ook rechtstreeks aan het kind? Dan geniet het kind loon uit een bestaande dienstbetrekking van een ander, namelijk de dienstbetrekking van de ouder. Het kind wordt voor de belasting over de studietoelage dan werknemer van jouw bedrijf. Dit betekent dat ook de werkgeversverplichtingen gelden, zoals de identificatieplicht.
Let op!Tegenover deze administratieve lasten staat dat het vaak wel financieel aantrekkelijk is om de studietoelage aan het kind toe te kennen in plaats van aan de ouder. Het kind zal over het algemeen weinig inkomen hebben. Het kan dan waarschijnlijk gebruik maken van een lager progressief belastingtarief of het hoeft zelfs uiteindelijk helemaal geen belasting te betalen vanwege de heffingskortingen.
Voor scholingskosten geldt, onder voorwaarden, een gerichte vrijstelling. Deze vrijstelling is, naar het oordeel van de Belastingdienst, echter niet van toepassing op de hiervoor beschreven studietoelage. Dat betekent dat over de studietoelage loonbelasting moet worden afgedragen.
Let op! Het is ook niet mogelijk om de studietoelage aan te wijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (wkr).
Betreft het een eenmalige studietoelage, dan hoef je als werkgever hierover geen werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) te betalen. Dit is anders als het een periodieke studietoelage is.
Je kunt de studietoelage ook aan je werknemer geven. In principe vormt dit dan loon voor je werknemer. Je kunt er echter ook voor kiezen om dit aan te wijzen in de vrije ruimte van de wkr. De gerichte vrijstelling voor scholingskosten is hier niet van toepassing.
Let op! Het aanwijzen van de studietoelage in de vrije ruimte kan alleen als dat gebruikelijk is.
Je kunt de studietoelage ook betalen uit een fonds. Als dit fonds voldoet aan alle voorwaarden die hiervoor gelden, dan vormt de studietoelage geen loon voor het kind en ook geen loon voor de werknemer.
Let op! Neem voor meer informatie over zo’n fonds contact op met onze adviseurs.
Voor het onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van een arbovoorziening aan een werknemer bestaat een gerichte vrijstelling. Als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, kan dit onbelast zonder dat je vrije ruimte in de werkkostenregeling (wkr) wordt aangetast:
Een werkgever heeft aan de Belastingdienst gevraag of hij aan zijn werknemers onbelast een budget van € 500 mag geven voor de aanschaf van arbovoorzieningen voor de thuiswerkplek. De kosten van deze arbovoorzieningen mag de werknemer op declaratiebasis bij de werkgever indienen. De werknemer toont dus aan wat hij aanschaft ten laste van het budget van € 500.
De Belastingdienst heeft geantwoord dat de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen van toepassing is als:
De kosten van een arbovoorziening moeten geheel door de werkgever gedragen worden. De werknemer mag dus geen eigen bijdrage betalen. Betaalt de werknemer wel een eigen bijdrage dan is de gerichte vrijstelling niet van toepassing. Een uitzondering geldt voor een eigen bijdrage die een werknemer betaalt omdat hij voor een luxere arbovoorziening wil kiezen dan noodzakelijk is. In zo’n geval geldt de gerichte vrijstelling wel, ondanks de eigen bijdrage.
Als de arbovoorzieningen die de werknemer declareert het budget van € 500 overschrijdt, kan het zijn dat de vergoeding voor een bepaalde arbovoorziening niet meer kostendekkend is. De werknemer betaalt dan als het ware een eigen bijdrage omdat hij niet de volledige kosten van de arbovoorziening vergoed krijgt. De gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen mag voor die voorziening dan niet worden toegepast.
Een werknemer schaft een bureaustoel (€ 300), een beeldscherm (€ 150) en een noise-cancelling koptelefoon (€ 100) aan. Deze voorzieningen voldoen aan alle voorwaarden. Alleen de vraag of de vergoeding kostendekkend en er geen eigen bijdrage betaald is, staat nog open. Hiervoor zijn drie scenario’s denkbaar:
Let op!De vraag of de voorziening direct samenhangt met de arboverplichtingen van de werkgever is niet voor elke voorziening meteen zonder meer duidelijk, maar afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg hierover met onze adviseurs
In beginsel is over het hele leasebedrag dat een leasemaatschappij in rekening brengt voor de lease van een auto, btw verschuldigd. Door een hele oude goedkeuring van 18 juli 1995 hoefde over de doorberekende mrb echter geen btw berekend te worden. Deze doorberekende mrb werd in die goedkeuring namelijk aangemerkt als quasi doorlopende post.
Het was de bedoeling dat de goedkeuring van 18 juli 1995 met een besluit van 25 januari 2007 werd ingetrokken. Vanaf dat moment had daarom btw berekend moeten worden over de doorberekende mrb. De goedkeuring van 18 juli 1995 is in de praktijk echter nog steeds toegepast, omdat het besluit van 25 januari 2007 niet helemaal helder was over de intrekking. De staatssecretaris heeft bij besluit van 2 juli 2026 ook bevestigd dat de goedkeuring daarom zijn werking heeft behouden.
Tegelijkertijd heeft de staatssecretaris echter aangekondigd dat de goedkeuring definitief per 1 januari 2027 eindigt. Vanaf dat moment moet ook over de doorberekende mrb btw berekend worden.
Let op! Lease je een auto en heb je geen (volledig) recht op aftrek van btw, omdat je bijvoorbeeld (deels) btw-vrijgestelde prestaties verricht? Dan betekent de intrekking van de goedkeuring voor jou waarschijnlijk dat je leasekosten stijgen. Als de leasemaatschappij namelijk vanaf 1 januari 2027 btw berekend over doorberekende mrb, dan kun jij die btw niet (geheel) in aftrek brengen.
Je bent een uitzendorganisatie die een uitzendkracht te werk stelt bij een onderneming. Die onderneming betaalt aan zijn werknemers een vaste kostenvergoeding. De onderneming heeft hierover overleg gevoerd met de Belastingdienst. Zij zijn samen tot de conclusie gekomen dat een deel van de vaste kostenvergoeding onder een gerichte vrijstelling valt en een deel is aan te merken als een vergoeding voor intermediaire kosten. Kortom, de vaste kostenvergoeding kan onbelast en raakt de vrije ruimte van de werkkostenregeling van de onderneming niet.
Je wilt de uitzendkracht dezelfde vaste kostenvergoeding geven als de werknemers van de onderneming krijgen waar de uitzendkracht te werk is gesteld. Kun je dan gebruik maken van de afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming? Ofwel mag je er van uit gaan dat de vaste kostenvergoeding aan de uitzendkracht ook onbelast is en jouw vrije ruimte van de werkkostenregeling niet raakt.
In principe kun je geen beroep doen op een afspraak tussen de Belastdienst en een andere partij. Voor deze situatie heeft de Belastingdienst echter aangegeven dat je de kostenvergoeding wel onbelast mag vergoeden aan de uitzendkracht als je aannemelijk maakt dat:
De uitzendkracht verkeert vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden als hij met dezelfde soort kosten wordt geconfronteerd. Bij gelijkenis van werkzaamheden onder soortgelijke omstandigheden, vindt de Belastingdienst dat het aannemelijk is dat dit het geval is.
Let op! Een andere voorwaarde die de Belastingdienst stelt is dat je dezelfde voorwaarden stelt en dezelfde vergoedingen geeft volgens de afspraak die de onderneming heeft met de Belastingdienst. Je moet daarom ook beschikken over (een kopie van) de geldige afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01