HLB logo
Vacatures
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

Verlaagde vrachtwagenheffing

Via de vrachtwagenheffing betalen eigenaren van vrachtwagens vanaf 1 juli 2026 op bijna alle snelwegen en een aantal andere wegen een heffing per gereden kilometer. De omvang van de heffing hangt onder meer af van de CO2-uitstoot en bedraagt gemiddeld € 0,191 per kilometer. Door de verlaging gaat de vrachtwagenheffing gemiddeld €0,148 per kilometer bedragen. De verlaging gaat gelden vanaf 1 september 2026 tot en met 31 december 2026.

Let op! Op deze manier wil het kabinet de transportsector compenseren voor de sterk gestegen brandstofprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten. De verlaging komt neer op een lastenverlichting van € 80 miljoen.

Controles

De Dienst wegverkeer (RDW) gaat vanaf 1 juli 2026 controleren of je wel vrachtwagenheffing betaalt. Dat gebeurt op vaste plekken, door bijvoorbeeld camera’s boven de weg, maar ook met veplaatsbare apparaten.

Let op! De handhaving gebeurt grotendeels door de RDW, maar voor een deel door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). In het Handhavingsplan vrachtwagenheffing is vastgelegd hoe de overheid op naleving van de vrachtwagenheffing controleert.

Boetes bij geen tolkastje

Ondernemers kunnen rekenen op forse boetes als ze de vrachtwagenheffing geheel of deels niet betalen. De vrachtwagenheffing wordt elektronisch geregistreerd en geïnd. Ondernemers die geen contract met een aanbieder hebben afgesloten voor een tolkastje, kunnen rekenen op een boete van € 800. Tot 1 januari 2027 is er nog enige coulance en bedraagt deze boete € 400.

Let op! Heb je nog geen contract afgesloten met een aanbieder voor tolkastjes? Doe dat dan alsnog vóór 31 mei 2026 zodat je voldoende tijd hebt om vóór 1 juli 2026 het kastje te ontvangen en te installeren.

Boetes bij fouten met tolkastjes

Ook bij fouten met de tolkastjes die de vrachtwagenheffing registreren, gelden vaste boetes. Staat het tolkastje uit, werkt het niet (goed) of rijd je met een tolkastje dat bij een andere vrachtwagen hoort, dan bedraagt de boete € 500. Ook hier geldt tot 1 januari 2027 nog enige coulance door een lagere boete van € 250.

Let op! Je kunt binnen 24 uur maximaal één boete krijgen. Is sprake van meer dan één overtreding, dan wordt alleen het hoogste boetebedrag opgelegd.

Korting producten uit eigen bedrijf

Je kunt werknemers een korting of vergoeding geven voor de aankoop van producten uit jouw eigen bedrijf. Als je daarbij voldoet aan de voorwaarden, geldt daarvoor een zogenaamde gerichte vrijstelling. Dit betekent dat over de korting of vergoeding geen loonbelasting verschuldigd is. De voorwaarden zijn:

Bedragen de kortingen en vergoedingen meer dan 20% van de waarde in het economische verkeer of in een kalenderjaar voor een werknemer meer dan € 500? Dan is het meerdere belast als loon voor de werknemer. Je kunt er ook voor kiezen om dit meerdere ten laste te brengen van je vrije ruimte in de werkkostenregeling. Dat kan alleen als de hogere kortingen en vergoedingen voldoen aan de gebruikelijkheidstoets.

Let op! Gebruikt een werknemer de € 500 in een jaar niet volledig, dan mag het niet-gebruikte deel doorgeschoven worden naar het volgende jaar.

Geen gerichte vrijstelling meer vanaf 2027

Van het doorschuiven kan voor het jaar 2026 geen gebruik meer worden gemaakt. Het kabinet heeft namelijk aangekondigd dat de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf, met ingang van 2027 vervalt.

Dat betekent dat elke korting of vergoeding vanaf 2027 bij de werknemer belast is als loon waarover loonbelasting verschuldigd is. Dat kun je voorkomen door de korting of vergoeding ten laste te brengen van je vrije ruimte in de werkkostenregeling, mits dat voldoet aan de gebruikelijkheidstoets.

Let op!Onbelaste korting of vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf kan dus nog wel vanaf 2027, maar dit gaat dan ten laste van je vrije ruimte. Je houdt dan dus minder vrije ruimte over voor andere vergoedingen en verstrekkingen.

Waarom vervalt de gerichte vrijstelling?

De gerichte vrijstelling vervalt omdat daarmee geld vrijkomt om het fiscale maatregelenpakket in verband met het conflict in het Midden-Oosten te betalen. In dat pakket is onder meer een verhoging van de onbelaste reiskosten van € 0,23 naar € 0,25 en verlaging van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van btw-ondernemers en vrachtauto’s opgenomen.

Een eerder aangekondigd versobering van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) gaat niet door. 

Let op! Een andere dekking van het fiscale maatregelenpakket betreft de afschaffing van de startersaftrek. Deze afschaffing gebeurt in twee tranches. In 2027 wordt de startersaftrek verlaagd en vanaf 2028 wordt deze volledig afgeschaft.

What does this mean for you?

If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.

Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.

The most commonly used new account number for the Tax and Customs Administration is NL04 RABO 0200112244. However, please note that different new account numbers are used for some taxes.

Note regarding recurring payments

If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.

You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.

Using the old number is (still) fine

If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.

New income tax account number effective April 20, 2026

To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026. 

Benefits

The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.

Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.

Tax and Customs Administration warns against phishing

Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number. 

Werkgevers en werknemers

Werkgevers mogen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 aan hun werknemers een onbelaste reiskostenvergoeding geven van € 0,25 per kilometer. Tot nu toe bedroeg dit onbelaste bedrag in 2026 nog € 0,23 per kilometer.

Dit bedrag is van toepassing op woon-werkverkeer en op zakelijke kilometers. Het is niet relevant van welk vervoermiddel de werknemer gebruikmaakt. De vergoeding geldt dan ook voor gemaakte reizen per auto, fiets, lopend of met het openbaar vervoer.

 

Let op!Het kabinet roept werkgevers op om gebruik te maken van deze maximale onbelaste reiskostenvergoeding, maar een werkgever is niet verplicht om daadwerkelijk € 0,25 per kilometer aan de werknemer te vergoeden. De hoogte van de vergoeding is en blijft een afspraak tussen werkgever en werknemer.

Tip! Als een werknemer met het openbaar vervoer reist, kan een werkgever er ook voor kiezen om de werkelijke kosten van het openbaar vervoer onbelast te vergoeden. Dat kon al en is dus niet veranderd.

Tip! Werkgevers die gebruikmaken van de terugwerkende kracht mogen - waar nodig -  met correctieberichten de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding verwerken in de al ingediende aangiften loonheffingen van 2026.

Ondernemers en resultaatgenieters

De verhoging van € 0,23 naar € 0,25 geldt ook voor ondernemers in de inkomstenbelasting (IB)en resultaatgenieters. Zij kunnen straks in hun aangifte IB 2026 voor het hele jaar 2026 rekening houden met aftrekbare zakelijke reiskosten tegen een bedrag van € 0,25 cent per kilometer.

Vrijwilligers

Een vrijwilliger die afziet van zijn recht op een reiskostenvergoeding mag in zijn aangifte IB 2026 bij het berekenen van zijn giftenaftrek ook rekeninghouden met € 0,25 per kilometer voor zijn kilometers in heel 2026.

Let op!Alleen het bedrag is gewijzigd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De overige voorwaarden voor deze aftrek zijn ongewijzigd. Daaraan moet je dus nog steeds voldoen voordat je toekomt aan de aftrek.

Particulieren

Ook particulieren kunnen in hun aangifte IB 2026 voor het hele jaar rekeninghouden met € 0,25 per kilometer. Het gaat hierbij om:

Let op!Ook voor deze aftrekken gelden nadere voorwaarden. Die zijn niet gewijzigd en daaraan moet je dus nog steeds voldoen om gebruik te kunnen maken van de aftrek van € 0,25 per kilometer.

Structureel

De goedkeuring om € 0,25 in plaats van € 0,23 onbelast te vergoeden is opgenomen in een beleidsbesluit. Op Prinsjesdag 2026 zal een en ander in een wetsvoorstel worden opgenomen. De verhoging van € 0,23 naar € 0,25 is ook niet alleen voor 2026, maar structureel. Dit betekent dat de € 0,25 ook na 2026 nog van toepassing is.

Goedkoop onbeperkt treinreizen

Het kabinet denkt nog verder mee om de gevolgen van de hoge brandstofprijzen te verlagen. Zo kan vanaf 15 juni 2026 voor € 49 per maand in de daluren (doordeweeks tussen 9-16 uur en van 18.30-6.30 uur en in weekenden en op feestdagen de hele dag) onbeperkt met de trein gereisd worden. Dit kan voor maximaal twee keer een maand. De laatste dag voor dit reisproduct is 31 augustus 2026. Daarom kan je uiterlijk op 31 juli 2026 zo'n abonnement afsluiten om er tot 31 augustus 2026 mee te reizen.

Let op!Een dergelijk product om onbeperkt in de daluren te reizen bij de NS bestaat al. Het heet Flex Dal Vrij en kost op normaal € 127,95 per maand. In de periode van 15 juni tot 1 september 2026 kost dit € 49 per maand.

Increase of 1.90%

The indexation of the statutory minimum hourly wage is based on the average percentage change in contractual wages across the private sector, the subsidized and premium-supported sectors, and the public sector. In total, the statutory minimum hourly wage will increase by 1.90% as of July 1, 2026, compared to January 1, 2026. This brings it to €14.99.

Please note! As a result, the reference monthly wage will increase to €2,337 gross per month as of July 1, 2026. This reference monthly wage is used to determine the amount and indexation of various benefits.

Statutory minimum youth wages also rising

The statutory minimum youth wages are a percentage of the statutory minimum hourly wage that applies to everyone aged 21 and older. Due to the indexation of the statutory minimum hourly wage, the minimum youth wages will also increase as of July 1, 2026.

Age Percentage Minimum hourly wage
 21 years and older  100%  € 14.99
 20 years  80 %  € 11.99
 19 years  60 %  € 8.99
 18 years  50 %  € 7.50
 17 years  39.5 %  € 5.92
 16 years  34.5 %  € 5.17
 15 years  30 %   € 4.50

Please note! The percentage for employees aged 16 through 20 will increase effective January 1, 2027. For a 20-year-old, this will then be 87.5%, for a 19-year-old 75%, for an 18-year-old 62.5%, for a 17-year-old 50%, and for a 16-year-old 40%. For a 15-year-old, the percentage will remain at 30%.

Minimum youth wage for BBL students also increases

BBL students (students in a vocational training program with an employment contract) aged 15 through 17 and 21 and older are entitled to the minimum hourly wage as stated above. For BBL students aged 18 through 20, lower rates apply.

Age Percentage Minimum hourly wage
20 years  61.5%  € 9.22
 19 years  52.5%  € 7.87
 18 years  45.5%  € 6.82

Please note! Effective January 1, 2027, there will no longer be any lower rates for BBL students aged 18 through 20. BBL students in this age group will therefore be entitled to the standard minimum youth wage.

De Wajong- en WIA-claimbeoordelingen hebben prioriteit, maar een deel van de resterende beoordelingscapaciteit wordt ingezet voor de EZWb voor ERD ZW.

Achtergrond tijdelijke werkwijze

Het UWV kan als gevolg van onder meer een tekort aan verzekeringsartsen en de gestegen aanvragen de sociaal-medische beoordelingen niet meer op tijd verrichten. Om die reden heeft het UWV besloten om voorrang te geven aan de Wajong- en de WIA-claimbeoordelingen. Het gaat in die gevallen om het vaststellen van het recht op uitkering en dus om duidelijkheid over een stuk inkomenszekerheid.

Het UWV zet de resterende capaciteit zo efficiënt mogelijk in door onder andere samen te werken met private partijen bij de EZWb voor ERD ZW. 

Private partijen

Dit voorjaar zijn afspraken gemaakt met het Platform Private Uitvoerders Sociale Zekerheid (PPUSZ), de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) en de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). Afgesproken is dat het UWV in de periode van 1 mei tot en met 31 december 2026 3.400 EZWb’s uitvoert voor ERD ZW-werkgevers.

Aan de proef werken Acture, HCS en Robidus mee. Deze partijen leveren het UWV gericht dossiers aan van werknemers van ERD ZW-werkgevers, waarbij de indruk bestaat dat er een grote kans is dat de werknemer uit de Ziektewet stroomt. Op deze wijze kan zowel de instroom in de WIA worden beperkt (wat weer capaciteit scheelt) als ook aan schadebeperking worden gedaan voor de ERD ZW-werkgever.

Evaluatie

In september 2026 vindt er een evaluatie plaats. Daarna wil het UWV de beproefde werkwijze ook inzetten voor andere partijen. De verdere uitwerking daarvan zal worden afgestemd met de PPUSZ, de ABU en de NBBU.

 

Nederland heeft in vergelijking met de rest van Europa een groot aantal flexwerkers: 2,7 miljoen. Deze nieuwe wet moet deze doelgroep beter beschermen.

Draaideurconstructies verboden

Werknemers mogen niet te lang in de flexibele schil blijven hangen. De onderbrekingstermijn tussen twee contracten waarna er weer een nieuwe keten van tijdelijke contracten kan beginnen wordt verlengd van zes maanden naar drie jaar. Er mogen wel nog steeds drie tijdelijke contracten worden afgesloten binnen een periode van drie jaar.

Let op! Voor scholieren en studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) blijft de tussenpoos zes maanden. Daarnaast blijft voor seizoensarbeid een onderbrekingstermijn van drie maanden mogelijk.

Bandbreedte contracten

In plaats van nul-urencontracten worden bandbreedtecontracten ingevoerd. Daarbij wordt een minimum- en maximumaantal uren overeengekomen (vergelijkbaar met een min-maxcontract). Het maximumaantal uren mag niet meer bedragen dan 130% van het minimumaantal uren. 

Let op! Scholieren, studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) en AOW’ers mogen nog wel op oproepbasis werken.

Tip! Bandbreedtecontracten voor onbepaalde tijd gaan onder de lage WW-premie vallen.

Wijzigingen voor uitzendkrachten

Waar uitzendkrachten momenteel in fase B (ABU) dan wel fase 2-3 (NBBU) nog zes tijdelijke contracten mogen krijgen binnen een periode van drie jaar, wordt deze periode straks beperkt tot twee jaar. Het maximumnaantal contracten blijft daarbij ongewijzigd op zes.  Ook hier wordt de onderbrekingstermijn verlengd van zes maanden naar drie jaar.

Verder krijgen uitzendkrachten recht op arbeidsvoorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke gelden voor werknemers in dienst van de inlener. Voor de beloning van een uitzendkracht is dat nu al zo door een uitspraak van het Hof van Justitie.

Daarnaast wordt de periode van uitzendwerk waarin de uitzendkracht elke dag kan worden ontslagen of niet weet hoeveel uur hij kan werken verkort van anderhalf jaar naar een jaar.

Nog instemming van Eerste Kamer nodig

De Eerste Kamer moet nog instemmen met het wetsvoorstel. In het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) en daarmee samenhangende te ontvangen geld vanuit de EU, zou het wetsvoorstel uiterlijk 31 augustus 2026 in het Staatsblad gepubliceerd moeten zijn. Daarnaast zouden de gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten uiterlijk op 31 december 2026 in werking moeten treden. Aan de Eerste Kamer is daarom gevraagd om voor het zomerreces 2026 over het wetsvoorstel te stemmen.

Let op! Als de Eerste Kamer instemt, gaat de wet waarschijnlijk per 1 januari 2028 in. Alleen het onderdeel gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten gaat dan eerder al in: namelijk op uiterlijk 31 december 2026.

 

Bijtelling

Als een auto van de zaak ter beschikking staat, moet bij privégebruik van meer dan 500 kilometer per jaar een percentage van de cataloguswaarde bij het loon/inkomen worden geteld. Over deze bijtelling betaalt de berijder loonbelasting of belasting in box 1. In bovengenoemde zaak was sprake van een verdubbeling van dit percentage als gevolg van een wetswijziging begin 2020.

Korting elektrische auto’s

Auto’s zonder CO2-uitstoot, meestal elektrische auto’s, krijgen al jaren een korting op het standaard bijtellingspercentage. Dit was om milieuvriendelijk autorijden te bevorderen. Om oversubsidiëring te voorkomen, is deze korting in de loop der jaren geleidelijk afgebouwd.

Let op! De korting bedraagt voor auto’s die in 2026 voor het eerst tot de weg worden of zijn toegelaten 4% tot en met een cataloguswaarde van € 30.000. Dit betekent een bijtelling van 18% tot en met een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere.

Bijtelling verdubbeld begin 2020

In 2019 bedroeg de korting nog 18% (en de bijtelling 4%) over een cataloguswaarde tot en met € 50.000. Via een wetswijziging werd vanaf 1 januari 2020 de korting verlaagd naar 14% en daarmee de bijtelling verhoogd naar 8% tot en met een cataloguswaarde van € 45.000. Een werknemer die in 2019 al een elektrische auto bestelde welke pas in 2020 aan hem ter beschikking werd gesteld, was van mening dat deze plotselinge forse verhoging in strijd was met Europees recht en stapte naar de rechter.

Gevolgen voldoende overdacht

Rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat de wetgever bij de verlaging van de korting voorbij was gegaan aan de belangen van de werknemer. Er was geen sprake meer van ‘fair balance’ en daarom strijd met Europees recht. De rechtbank verhoogde voor deze werknemer daarom de korting naar 18% (de korting die in 2019 gold).

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in hoger beroep echter dat de wetgever de wetswijziging goed had overdacht en ook voldoende rekening had gehouden met de gevolgen. Uit de parlementaire behandeling bleek ook volgens het gerechtshof dat daarbij wel degelijk aandacht was besteed aan de positie van onder andere de belanghebbende, waarvoor al in 2019 een elektrische auto besteld was die pas in 2020 geleverd werd. Gevolg is dat de werknemer niet de korting van 18% (korting 2019) maar van 14% (korting 2020) moet toepassen. De verdubbeling van de bijtelling van 4% naar 8% blijft dus in stand.

Let op! De bijtelling zou eventueel nog verlaagd kunnen worden als sprake is van een individuele en buitensporige last bij de werknemers. Daar is niet snel sprake van. Zo ook niet in het geval van de werknemer waar de extra heffing over (ten hoogste) € 76 plaatsvond.

Een casus

Een werknemer kreeg kort nadat hij in dienst is getreden een fietsongeluk en viel langdurig ziek uit. Hij werkte onvoldoende mee aan zijn re-integratie met als gevolg dat de werkgever de loonbetaling stopzet. Uiteindelijk ging de werknemer na afloop van zijn jaarcontract ziek uit dienst. 

Transitievergoeding

Er is vervolgens discussie ontstaan over de hoogte van de uit te betalen transitievergoeding. De vraag is of de periode waarin het loon is stopgezet, wel of niet moet worden meegenomen bij de berekening van de transitievergoeding.

Berekenen transitievergoeding 

Als een werkgever een werknemer een transitievergoeding moet betalen, dan is de werkgever deze ook verschuldigd over de periode dat er door de werkgever een (terechte) loonstop is toegepast.

Deze werknemer had dan ook nog recht op de transitievergoeding over een periode van 21 mei 2025 tot 12 oktober 2025, het moment waarop het dienstverband eindigde.

Hoogte transitievergoeding

Voor de bepaling van de hoogte van deze transitievergoeding is van belang wat de arbeidsomvang van de werknemer is geweest. Partijen verschilden van mening over de grootte van deze arbeidsomvang. Volgens de werknemer moest worden uitgegaan van 29,4 uur per week, terwijl er volgens de werkgever sprake was van een arbeidsomvang van 14,5 uur per week.

De kantonrechter stelt de arbeidsomvang vast op 27,6 uur per week. Uit de in het geding gebrachte loonstroken volgt dat in de zes weken voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid op 23 november 2024 de werknemer gemiddeld 27,6 uur per week werkte. De werknemer heeft dan ook recht op een transitievergoeding berekend over de gehele duur van het dienstverband, uitgaande van een gemiddelde arbeidsomvang van 27,6 uur tegen een brutouurloon van € 14,77.

Slotsom

Voor de bepaling van de hoogte van de transitievergoeding is dus de gemiddelde arbeidsomvang van belang vóór de uitval wegens ziekte.

Regeling compensatie transitievergoeding

Je kunt bij het UWV ontslag aanvragen voor een werknemer die meer dan twee jaar ziek is. Deze werknemer heeft dan wel recht op een transitievergoeding. Voor deze transitievergoeding kun je compensatie vragen bij het UWV via de regeling compensatie transitievergoeding.

Alleen nog voor kleine werkgevers?

Het vorige kabinet was van plan om de compensatie te beperken tot kleine werkgevers. Een kleine werkgever is in dit verband een werkgever met een loonsom tot en met 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per kalenderjaar. Daarbij wordt gekeken naar het totaal van het premieplichtige loon van de werkgever twee jaar eerder. Dit gebeurt nu ook al voor de vaststelling van de gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds. In 2026 is een werkgever klein voor deze premie als het totale premieplichtige loon over 2024 niet hoger was dan € 1.082.500.

Uitstel tot 1 januari 2027

Het plan was om de beperking tot kleine werkgevers in te voeren per 1 juli 2026. Het wetsvoorstel moet echter nog door de Tweede en Eerste Kamer. Gezien de krappe tijd is de beoogde inwerkingtreding verschoven naar 1 januari 2027.

Let op! Het huidige kabinet heeft het plan om de compensatie van de transitievergoeding van een langdurig zieke per 1 januari 2028 voor alle werkgevers af te schaffen. Ook een kleine werkgevers heeft dus, als dit plan doorgaat, vanaf 1 januari 2028 geen recht meer op compensatie.

Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram