HLB logo
Vacatures
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

WAZO-uitkering

Een werkneemster die met zwangerschaps- en bevallingsverlof is, heeft recht op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg (WAZO). Betaalt het UWV die uitkering aan jou als werkgever en betaal jij die door? Dan vormt dit loon uit tegenwoordige arbeid waarop je de witte tabel toepast. Dit betekent dat op deze WAZO-uitkering de arbeidskorting van toepassing is. De Belastingdienst is het met deze wetsuitleg eens.

Aanvulling op WAZO-uitkering

Betaal je de werkneemster ook een aanvulling op de WAZO-uitkering, dan geldt voor die aanvulling hetzelfde. De Belastingdienst geeft aan dat ook de aanvulling loon uit tegenwoordige arbeid vormt, waarop je de witte tabel toepast en waarop dus de arbeidskorting van toepassing is.

Werkneemster uit dienst

Als de dienstbetrekking van de werkneemster tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof eindigt, kan het zijn dat je nog een WAZO-uitkering en een aanvulling daarop betaalt na het einde van de dienstbetrekking. Vormt dit dan nog steeds loon uit tegenwoordige dienstbetrekking waarop je de witte tabel en de arbeidskorting toepast?

De Belastingdienst geeft aan dat dit wel geldt voor de WAZO-uitkering die je betaalt na het einde van de dienstbetrekking, maar niet voor de aanvulling op de WAZO-uitkering. Op de aanvulling op de WAZO-uitkering kan de arbeidskorting dus niet worden toegepast.

UWV betaalt WAZO-uitkering

Betaalt het UWV de WAZO-uitkering dan mag ook het UWV de uitkering behandelen als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en de witte tabel toepassen.

Werken asielzoeker

Een asielzoeker kan alleen bij je werken als je een tewerkstellingsvergunning (TWV) voor deze asielzoeker hebt. Er gelden dan geen beperkingen in het aantal weken per jaar dat de asielzoeker bij je mag werken. De asielaanvraag moet wel minimaal zes maanden in behandeling zijn voordat de asielzoeker bij je mag werken. Verder moet de asielzoeker een geldig Vreemdelingen Identiteitsbewijs (W-document) hebben.

Let op! Voor statushouders (asielzoekers met een asielvergunning) is geen TWV nodig. Datzelfde geldt voor asielzoekers die stage gaan lopen én een opleiding volgen in Nederland. Een asielzoeker die vrijwilligerswerk doet, heeft ook geen TWV nodig. De werkgever heeft dan wel een vrijwilligersverklaring nodig. Die kan de werkgever aanvragen bij het UWV.

Tewerkstellingsvergunning (TWV)

De TWV vraag je als werkgever aan bij het UWV. Het UWV geeft de TWV af en controleert daarbij ook of je als werkgever genoeg loon betaalt. Het loon moet namelijk marktconform zijn.

Wijzigingen per 12 juni 2026

Vanaf 12 juni 2026 mogen asielzoekers uit veilige landen niet meer werken in Nederland, dus ook niet als hun asielaanvraag al minimaal zes maanden in behandeling is. Hetzelfde geldt voor asielzoekers die liegen bij hun asielaanvraag of die een overdrachtsbesluit hebben. Een overdrachtsbesluit betekent dat een andere EU-lidstaat beslist over de asielaanvraag.

Let op! Deze regels gelden voor asielzoekers met een asielaanvraag vanaf 12 juni 2026.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bepaalt tot welke categorie een asielzoeker hoort (wel toegestaan om te werken of niet toegestaan om te werken).

Aangekondigde wijziging

De regels voor asielzoekers om te mogen werken, gaan nog verder veranderen. Nu mogen asielzoekers die in de asielprocedure zitten na zes maanden gaan werken, straks mag dat al na drie maanden nadat hun asielprocedure is gaan lopen.

Let op! Het is nog niet bekend vanaf wanneer deze verandering ingaat.

Verlofwet

De Verlofwet moet zorgen voor een eenvoudiger systeem van verlofvormen. Het betreft een administratieve vereenvoudiging. Dit betekent dat voorwaarden en kenmerken zo veel mogelijk gelijk worden getrokken. Bestaande rechten, zoals de verlofduur en betalingshoogte, blijven zoveel mogelijk gelijk. De Wazo wordt met dit wetsvoorstel geheel herschreven en geherstructureerd.

Let op! Gekozen is voor de nieuwe naam Verlofwet omdat deze beter aansluit bij de inhoud van de wet. Het past ook beter dan de naam “Wet arbeid en zorg”, omdat niet alle regelingen gaan om het verlenen van zorg. Zo regelt de nieuwe wet niet het vakantie- of ziekteverlof.

Drie pijlers

De verlofregelingen in het wetsvoorstel zijn ingedeeld in drie pijlers:

  1. Verlof voor ouders: hieronder vallen het zwangerschaps- en bevallingsverlof, (aanvullend) geboorteverlof en het (betaald) ouderschapsverlof.
  2. Zorg voor naasten: het kortdurend- en langdurend zorgverlof worden samengevoegd tot één zorgverlof.
  3. Persoonlijk verlof: dit betreft onder meer het kort verzuimverlof.

Verlof voor ouders

De verschillende verlofregelingen worden beter op elkaar afgestemd. Zo worden de opnametermijnen voor de meeste verlofvormen gelijkgetrokken naar over het algemeen een half jaar. Verder worden de regels om verlof aan te vragen vereenvoudigd. Dat kan dan straks vooraf, tijdens en na de verlofperiode.

Let op! Bij zelfstandigen wordt straks gekeken naar het inkomen van de zelfstandige (de winst) in plaats van naar het aantal gewerkte uren, omdat dit een representatiever criterium is. 

Verlof voor zorg voor naasten

Er komt één regeling waarbij het kort- en het langdurend zorgverlof wordt samengevoegd tot een verlof van in totaal acht weken. Hierbij blijven de eerste twee weken betaald tegen 70% van het loon en de overige zes weken onbetaald. De regeling wordt door de samenvoeging breder inzetbaar. Het zorgverlof kan straks ook gebruikt worden voor hulp aan naasten (bijvoorbeeld mantelzorg) en palliatieve zorg.

Persoonlijk verlof

Het calamiteiten- en kortverzuimverlof worden opgenomen in het kortverzuimverlof. Voor het overige wijzigt er niets.

Overige wijzigingen

Werkgevers moeten voortaan een werknemer tijdens het verlof met recht op uitkering voorzien van een loon vervangende betaling. Dit vraagt financiële ruimte bij de werkgever. Om werkgevers tegemoet te komen wordt het mogelijk alle uitkeringen vooraf bij het UWV aan te vragen. Hiermee is de periode tussen de loon vervangende betaling en de uitbetaling van de uitkering door UWV zo kort mogelijk.
Ook moeten werkgevers een inschatting maken van het dagloon. Dit kunnen ze doen door te kijken naar het SV-loon (sociale verzekeringsloon) van de werknemer in de referteperiode. Op die manier kan zo dicht mogelijk bij het dagloon worden aangesloten. 

Let op! De internetconsultatie loopt van 29 juni 2026 tot en met 10 augustus 2026. Het nieuwe verlofstelsel zou op 1 januari 2028 moeten ingaan.

Digitaal arbeidsplatform

Om de positie van platformwerkers te verbeteren, is in 2024 een Europese richtlijn vastgesteld. Bij platformwerk gaat het om werk dat via een digitaal arbeidsplatform wordt georganiseerd, waarbij de contractvorm (werknemer of zelfstandige) niet van belang is. Een digitaal platform is een dienstverlener die via elektronische middelen werk organiseert, opdrachten verdeelt en gebruikmaakt van geautomatiseerde monitorings- of besluitvormingssystemen. Voorbeelden hiervan zijn Uber en Temper.

Richtlijn en wetsvoorstel Platformwerk

De richtlijn beoogt de arbeidsomstandigheden en de bescherming van persoonsgegevens bij platformwerk te verbeteren door:

De richtlijn wordt zo precies mogelijk overgenomen in het wetsvoorstel Wet platformwerk.

Rechtsvermoeden

Om de doelstellingen van de richtlijn te bereiken, regelt het wetsvoorstel onder meer de introductie van een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst voor personen die platformwerk verrichten. Hiervan is sprake als aan tenminste twee van de vijf criteria wordt voldaan:

Verplichtingen

Platformbedrijven moeten zich straks  registreren. Ze worden daarnaast verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van werkers. Verder moeten ze een rechtsreeks communicatiekanaal openstellen voor contact met werkers. Verder mag een werkende straks niet langer ontslagen worden via de app.

Algoritmes

Ook zijn in het wetsvoorstel afspraken gemaakt over het gebruik van algoritmes. Zo krijgen platformwerkers inzage in de wijze waarop algoritmes de prijs van een opdracht bepalen en de klussen verdelen. 

Let op!Het wetsvoorstel ligt ter internetconsultatie welke loopt van 29 juni 2026 tot en met 24 augustus 2026.

Meer zekerheid over inkomen voor flexwerkers

Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen door de Wet meer zekerheid flexwerkers per 1 januari 2028 meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd. Het uitgangspunt wordt dat tijdelijke contracten bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Na drie tijdelijke contracten mag er pas na drie jaar weer voor dezelfde werkgever worden gewerkt. Nu is die tussenperiode nog zes maanden. Op die manier wordt beoogd een einde te maken aan draaideurconstructies.

Let op! Voor scholieren en studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) blijft de tussenpoos zes maanden. Daarnaast blijft voor seizoensarbeid een onderbrekingstermijn van drie maanden mogelijk.

Bandbreedtecontracten

Ook mogen als uitgangspunt geen nulurencontracten meer worden overeengekomen. Die moeten vervangen worden door bandbreedte contracten. Het verschil tussen het minimum- en het maximumaantal uren mag maximaal 30% bedragen. Oproepen die boven het maximum zitten mag de werknemer weigeren en bij structureel meer werk moet de werkgever een contract met meer uren aanbieden.

Let op! Voor bijbanen van AOW-gerechtigden, scholieren en studenten met een andere hoofdactiviteit geldt een uitzondering.

Uitzendkrachten

Uitzendkrachten moeten minimaal gelijkwaardige arbeidvoorwaarden krijgen als mensen die regulier in dienst zijn. Dit onderdeel treedt eerder in werking, namelijk op 31 december 2026.

Arbeidsmarktpakket

De wet betreft een hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt die moet zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en meer wendbaarheid voor ondernemers. Het is de tweede wet van het arbeidsmarktpakket die is aangenomen. Eerder is de wet Invoering rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief al aangenomen.

Wat doet platform Temper? 

Temper is een digitaal platform dat zzp'ers (freelancers) en bedrijven direct met elkaar in contact brengt voor tijdelijk werk, ook wel 'shifts' genoemd. Het richt zich voornamelijk op de horeca, logistiek, retail (detailhandel) en bezorging. 

Werkers en opdrachtgevers kunnen via Temper overeenkomsten sluiten over uit te voeren werkzaamheden. Volgens Temper zijn de werkers kleine ondernemers (zzp’ers) die via het platform zelfstandig opdrachten verwerven. De vakbonden FNV en CNV vinden echter dat sprake is van schijnzelfstandigheid. De werkers zijn in werkelijkheid geen zelfstandigen maar uitzendkrachten van Temper. Ze zijn hierover gaan procederen. 

Oordeel gerechtshof: werkers zijn uitzendkrachten 

Het gerechtshof in Amsterdam heeft in afwijking van de kantonrechter geoordeeld dat inderdaad sprake is van een uitzendovereenkomst tussen Temper en de werkers die werkzaamheden verrichten via het onlineplatform. 

Het gerechtshof hanteerde daarbij onder meer de volgende argumenten: Temper werft en selecteert werkers, beheert de toegang tot klussen via de app, stelt kwaliteitseisen, kan zo nodig werkers van het platform weren en bepaalt de spelregels van de samenwerking. Denk bij dat laatste aan zaken als:  de wijze waarop de beloning wordt bepaald, hoe deze wordt uitgekeerd en de hoogte van de beloning. Het platform kan daarom niet louter worden gekarakteriseerd als een bemiddelingssite, aldus het gerechtshof. 

Het gerechtshof concludeerde dat Temper de beschikking over de werkers heeft in de zin van de wet, dat de werkers voor rekening en risico van Temper werken, en dat de overeenkomsten dus kwalificeren als uitzendovereenkomsten. Dat voor de betalingen sprake is van een factoringconstructie doet daar in de ogen van het gerechtshof niet aan af. 

Gevolgen voor Temper 

Het oordeel van het gerechtshof betekent dat Temper kwalificeert als een uitzendwerkgever. Temper is daarom verplicht de cao voor uitzendkrachten toe te passen op de werkers die via het platform werkzaamheden verrichten. 

Dit arrest zal mogelijk nog gevolgen hebben voor en leiden tot individuele claims van werkers, loon- en cao-nabetalingen en de positie van opdrachtgevers. 

Let op! Temper heeft aangegeven de uitspraak zorgvuldig te beoordelen en serieus te onderzoeken of ze in cassatie bij de Hoge Raad gaan.

Aanleiding: situatie arbeidsmigranten

Met name bij arbeidsmigranten is niet altijd even duidelijk of ze het wettelijk minimumloon betaald hebben gekregen. Daarom werkt de regering een wetsvoorstel uit waarmee werknemers straks in die situatie alsnog het minimumloon uitgekeerd krijgen. Ook de bewijslast verschuift dan. De werkgever zal dan moeten bewijzen dat het minimumloon wel is uitbetaald. Nu ligt de bewijslast nog bij de werknemer of de Arbeidsinspectie. Zij moeten op dit moment nog bewijzen dat sprake is van betaling onder het wettelijk minimumloon.

Geen nabetaling mogelijk

De Arbeidsinspectie is de toezichthouder voor wat betreft de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Bij controles komt het voor dat de werkgever de benodigde gegevens niet kan of wil verstrekken. De Arbeidsinspectie kan dan niet nagaan of het minimumloon is betaald voor de gewerkte uren. De Arbeidsinspectie kan dan wel een boete van maximaal €12.000 per onderzochte werknemer opleggen maar daarmee ontvangen de werknemers nog niet het loon waar ze recht op hebben.

Omkering bewijslast

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil daarom een rechtsvermoeden van onderbetaling in de wet opnemen als er een vermoeden van onderbetaling is. De bewijslast wordt dan omgekeerd waardoor de werkgever moet bewijzen dat niet sprake is van onderbetaling.

Rechtsvermoeden: arbeidsinspectie

De Arbeidsinspectie mag, na invoering van het rechtsvermoeden, een fictieve onderbetaling van het loon berekenen, als het vermoeden bestaat dat werknemers te weinig betaald krijgen en de werkgever niet kan bewijzen dat geen sprake is van onderbetaling. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als de werkgever de gevraagde administratie niet wil of kan tonen.

Let op!Genoemd rechtsvermoeden was één van de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten. Het aanjaagteam adviseerde ook bij een vermoeden van onderbetaling aan te nemen dat de werknemer gedurende zes maanden voor 36 uur per week tegen een vergoeding van het minimumloon heeft gewerkt. 

Rechtsvermoeden: rechter

Verder moet de werkgever straks bij de rechter bewijzen dat het wettelijk minimumloon wel is betaald. Nu ligt deze bewijslast nog bij de werknemer. Bewijslast betekent ook vaak bewijsrisico. Het is lastig voor werknemers om aan te tonen dat er sprake is van onderbetaling. Zeker wanneer de werknemer geen documenten kan laten zien, omdat deze ontbreken. Bovendien speelt de sterke afhankelijkheidspositie die werknemers ten opzichte van hun werkgever hebben een rol. Ze zijn niet snel geneigd om een procedure te starten. Vaak zijn ze ook onbekend met die mogelijkheid. Daar moet dus nu verandering in komen.

Let op!Deze voorstellen zullen in de komende maanden nader uitgewerkt worden in een wetsvoorstel. Daarna toetst de arbeidsinspectie eerst de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid en wordt het wetsvoorstel voorgelegd bij de Raad van State. Vervolgens moeten de Tweede en Eerste Kamer het wetsvoorstel nog behandelen en hierover stemmen.

Loonkloof mannen en vrouwen

Volgens het CBS verdienden vrouwen in het bedrijfsleven in 2024 gemiddeld 14,5% minder per uur dan mannen. Bij de overheid was dit gemiddeld 4,5% per uur minder. Dit verschil komt vaak doordat vrouwen minder vaak een leidinggevende positie hebben, vaker werkzaam zijn in sectoren waar de lonen wat lager liggen of door verschillen in opleidingsniveau. 

Let op!Ook bij hetzelfde werk verdienden vrouwen gemiddeld 6,1% minder in het bedrijfsleven en 1,7% minder bij de overheid dan mannen. 

Richtlijn 

Het wetsvoorstel ‘implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen’ moet ervoor zorgen dat werknemers meer inzicht krijgen in de loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Met het wetsvoorstel wordt de Europese richtlijn Loontransparantie in de Nederlandse wet opgenomen. 

Loontransparantie 

Transparantie begint straks al in de sollicitatiefase. Werkgevers moeten sollicitanten dan tijdig informeren over het salaris of de salarisbandbreedte die bij een functie hoort. Tijdig wil zeggen voordat onderhandelingen over het loon plaatsvinden. Werkgevers mogen daarnaast niet langer aan sollicitanten vragen wat hun huidige salaris is of vroegere salaris was. 

Functiewaarderingssysteem 

In de wet wordt ook opgenomen dat vrouwen en mannen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid hetzelfde loon ontvangen. Werkgevers moeten straks een objectief systeem hebben voor het waarderen en indelen van de functies in hun organisatie. Op die manier kan een werknemer zien op basis van welke uitgangspunten hij in een bepaalde schaal is ingedeeld en welke treden hij nog kan doorlopen. Daarnaast moeten werkgevers duidelijk maken hoe hun beloningsbeleid in de praktijk wordt toegepast. Deze criteria moeten objectief, inzichtelijk en uitlegbaar zijn. 

Informatierecht werknemers 

Na invoering van de wet: 

Let op! Werkgevers moeten hun werknemers jaarlijks informeren over deze rechten en hoe zij hiervan gebruik kunnen maken. 

Werkgevers met minimaal vijftig werknemers moeten straks aan werknemers ook makkelijk toegang geven tot de criteria voor de loonontwikkeling. 

Rapportageplicht 

De wet zorgt ervoor dat bedrijven met minimaal 100 werknemers straks regelmatig rapporteren over het loonverschil in hun organisatie. Op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) worden in de toekomst rapportages gepubliceerd van bedrijven die onder de rapportageplicht vallen. 

Let op!Deze rapportages laten alleen zien of er binnen organisaties loonverschillen, uitgedrukt in percentages, bestaan tussen groepen werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk doen. 

Werkgevers met minimaal 250 werknemers moeten deze rapportage straks jaarlijks doen, werkgevers met minimaal 100, maar minder dan 250 werknemers elke drie jaar. 

Ondersteuning werkgevers 

Er komt informatie beschikbaar voor werkgevers over hoe ze om moeten gaan met deze verplichtingen. Momenteel werkt het Ministerie van SZW samen met onder meer vakbonden en werkgeversorganisaties aan voorlichting en hulpmiddelen voor werkgevers.  

Inwerkingtreding 1 januari 2027

 
Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met het wetsvoorstel, is het de bedoeling dat de wet op 1 januari 2027 in werking treedt. Dat lijkt snel, maar eigenlijk had de richtlijn al op 7 juni 2026 in de wet moeten zijn opgenomen. 

Let op! Als de wet ingaat op 1 januari 2027, moeten bedrijven met meer dan 150 werknemers uiterlijk in juni 2028 rapporteren over de loonverschillen in 2027. Werkgevers vanaf 100 tot 150 werknemers hoeven pas voor het eerst te rapporteren in 2031 over de loonverschillen in 2030..

Nederland heeft in vergelijking met de rest van Europa een groot aantal flexwerkers: 2,7 miljoen. Deze nieuwe wet moet deze doelgroep beter beschermen.

Draaideurconstructies verboden

Werknemers mogen niet te lang in de flexibele schil blijven hangen. De onderbrekingstermijn tussen twee contracten waarna er weer een nieuwe keten van tijdelijke contracten kan beginnen wordt verlengd van zes maanden naar drie jaar. Er mogen wel nog steeds drie tijdelijke contracten worden afgesloten binnen een periode van drie jaar.

Let op! Voor scholieren en studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) blijft de tussenpoos zes maanden. Daarnaast blijft voor seizoensarbeid een onderbrekingstermijn van drie maanden mogelijk.

Bandbreedte contracten

In plaats van nul-urencontracten worden bandbreedtecontracten ingevoerd. Daarbij wordt een minimum- en maximumaantal uren overeengekomen (vergelijkbaar met een min-maxcontract). Het maximumaantal uren mag niet meer bedragen dan 130% van het minimumaantal uren. 

Let op! Scholieren, studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) en AOW’ers mogen nog wel op oproepbasis werken.

Tip! Bandbreedtecontracten voor onbepaalde tijd gaan onder de lage WW-premie vallen.

Wijzigingen voor uitzendkrachten

Waar uitzendkrachten momenteel in fase B (ABU) dan wel fase 2-3 (NBBU) nog zes tijdelijke contracten mogen krijgen binnen een periode van drie jaar, wordt deze periode straks beperkt tot twee jaar. Het maximumnaantal contracten blijft daarbij ongewijzigd op zes.  Ook hier wordt de onderbrekingstermijn verlengd van zes maanden naar drie jaar.

Verder krijgen uitzendkrachten recht op arbeidsvoorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke gelden voor werknemers in dienst van de inlener. Voor de beloning van een uitzendkracht is dat nu al zo door een uitspraak van het Hof van Justitie.

Daarnaast wordt de periode van uitzendwerk waarin de uitzendkracht elke dag kan worden ontslagen of niet weet hoeveel uur hij kan werken verkort van anderhalf jaar naar een jaar.

Nog instemming van Eerste Kamer nodig

De Eerste Kamer moet nog instemmen met het wetsvoorstel. In het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) en daarmee samenhangende te ontvangen geld vanuit de EU, zou het wetsvoorstel uiterlijk 31 augustus 2026 in het Staatsblad gepubliceerd moeten zijn. Daarnaast zouden de gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten uiterlijk op 31 december 2026 in werking moeten treden. Aan de Eerste Kamer is daarom gevraagd om voor het zomerreces 2026 over het wetsvoorstel te stemmen.

Let op! Als de Eerste Kamer instemt, gaat de wet waarschijnlijk per 1 januari 2028 in. Alleen het onderdeel gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten gaat dan eerder al in: namelijk op uiterlijk 31 december 2026.

 

Rechtsvermoeden bij uurtarief tot € 38

Na inwerkingtreding van de wet wordt de persoon die voor een ander arbeid verricht tegen een beloning van minder dan € 38,00 per uur, vermoed een arbeidsovereenkomst te hebben bij die ander.

Op deze manier wordt de rechtspositie van deze werkenden beschermd. Overigens betreft het een weerlegbaar rechtsvermoeden. Dit betekent dat opdrachtgevers het rechtsvermoeden kunnen tegenspreken door aan te tonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Slaagt de opdrachtgever hier niet in, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid en bestaat er recht op de bescherming die het arbeidsrecht biedt, zoals recht op doorbetaalde vakantie en ontslagbescherming. 

Het kabinet verwacht dat dit rechtsvermoeden in de praktijk een preventieve en normerende werking heeft, zodat kwetsbare werkenden minder snel in een situatie van schijnzelfstandigheid terechtkomen.

Indexatie op basis van de cao-loonontwikkeling

De Tweede Kamer heeft nog een belangrijk amendement aangenomen. Het was de bedoeling om genoemd uurtarief twee keer per jaar aan te passen in lijn met de aanpassingen van het wettelijk minimumloon. Op basis van het aangenomen amendement zal de indexatie van het uurtarief echter plaatsvinden aan de hand van de cao-loonontwikkeling.

Beoogde inwerkingtreding 1 juli 2026

 De inwerkingtreding van het rechtsvermoeden op basis van het uurtarief is 1 juli 2026. De Tweede Kamer heeft dus al ingestemd, maar de Eerste Kamer moet zich hierover nog buigen.

Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram