HLB logo
Vacatures
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

Geruisloos de bv in

Je kunt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 geruisloos (dat is zonder fiscaal af te rekenen) je IB-onderneming in een bv inbrengen als jouw intentieverklaring of voorovereenkomst vóór 1 oktober 2026 door de Belastingdienst is ontvangen. Is dat allemaal geregeld, dan heb je tot uiterlijk 31 maart 2027 om de bv op te richten en de IB-onderneming in te brengen. Lukt dat allemaal uiterlijk 31 maart 2027, dan geldt er terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

Let op! Voor de geruisloze inbreng in een bv gelden nog meer voorwaarden. Overleg hierover met onze adviseurs.

Eerder oprichten bv?

In principe heb je dus nog wel even de tijd om de bv op te richten en de IB-onderneming geruisloos in te brengen. Dat kan anders zijn, als je ook een personenauto met CO2-uitstoot de bv inbrengt. Voor personenauto’s van de zaak die CO2 uitstoten geldt vanaf 2027 namelijk een pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde van die auto. In verband daarmee kan het verstandig zijn om de bv al in 2026 op te richten en niet te wachten tot 2027.

Geen overgangsrecht 12% pseudo-eindheffing?

In principe geldt overgangsrecht voor de pseudo-eindheffing voor personenauto’s die op 31 december 2026 al door een werkgever ter beschikking worden gesteld. Voor deze personenauto’s geldt de pseudo-eindheffing niet tot en met 31 december 2030.

Het lijkt er echter op dat dit overgangsrecht niet van toepassing is, als je pas in 2027 je bv opricht en je IB-onderneming inbrengt. Op dit moment werd de personenauto namelijk niet op 31 december 2026 al door de werkgever (de bv) ter beschikking gesteld aan jou. Die bv bestond immers juridisch op 31 december 2026 nog niet. De fiscale terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 helpt je ook niet omdat die alleen fiscaal voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting geldt en niet juridisch.

Gevolg is dat je dus voor de personenauto waarschijnlijk meteen na oprichting van de bv al aanloopt tegen de 12% pseudo-eindheffing en niet pas vanaf 1 januari 2031.

Oprichten bv in 2026!

Dit kun je voorkomen door te zorgen dat de bv in 2026 nog wordt opgericht, de IB-onderneming wordt ingebracht, je zorgt dat de bv als werkgever geregistreerd is bij de Belastingdienst en de bv de personenauto in 2026 nog ter beschikking stelt aan jou.

In dat geval geldt het overgangsrecht wel omdat de werkgever (de bv) op 31 december 2026 de personenauto al ter beschikking stelde aan jou.

Let op! Een andere optie is wellicht om de personenauto niet in te brengen in de bv. Overleg over de voor- en nadelen hiervan met onze adviseurs.

Ruisend de bv in

Twijfel je nog of je de bv in wilt? Naast een geruisloze inbreng kun je ook ruisend de bv in. Met betrekking tot de pseudo-eindheffing geldt hetgeen hiervoor is weergegeven bij de geruisloze inbreng, ook bij de ruisende inbreng!

Wellicht dat je fossiele personenauto die je ook wilt inbrengen in de bv, daarom aanleiding is om in 2026 de bv nog op te richten en de IB-onderneming in te brengen. Overleg hierover met onze adviseurs.

Pseudo-eindheffing niet van toepassing

Voor de pseudo-eindheffing gelden overigens verschillende uitzonderingen. Zo is deze niet van toepassing als de personenauto geen CO2 uitstoot (volledig elektrisch of waterstof gedreven is) of als de auto geen personenauto is (maar bijvoorbeeld een bestelauto). Verder geldt er bijvoorbeeld ook een uitzondering voor handgeschakelde lesauto’s.

Tip! Wil je weten of jouw auto te maken kan krijgen met de pseudo-eindheffing, overleg dan daarover met onze adviseurs.

12% pseudo-eindheffing

Stel je vanaf 2027 een personenauto aan een werknemer ter beschikking, dan moet je rekening houden met een pseudo-eindheffing van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm.

Wanneer?

Deze eindheffing geldt niet voor alle personenauto’s. Zo moet de personenauto:

Let op! De pseudo-eindheffing geldt voor de hele kalendermaand, ook als in die kalendermaand maar een of enkele dagen een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking is gesteld. De pseudo-eindheffing geldt dan dus niet alleen voor die een of enkele dagen maar voor de hele maand!

Niet bij andere auto’s

Als de ter beschikking gestelde auto geen personenauto is, geldt de pseudo-eindheffing niet.

Personenauto’s zijn voertuigen met voertuigclassificatie M1 in het civiele kentekenregister en auto’s die onder de Europese verordening zo zouden kwalificeren. 

Een M1-voertuig is een motorvoertuig op vier of meer wielen, ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen, met maximaal negen zitplaatsen inclusief bestuurdersstoel. Ook kampeerauto’s, personenbusjes voor zorgvervoer (ingericht met maximaal negen zitplaatsen) en lijkwagens vallen hieronder.

Bestelauto’s, vrachtwagens en tractors hebben geen M1-kwalificatie en vallen dus niet onder de pseudo-eindheffing. Stel je dus een bestelauto ter beschikking, dan krijg je niet te maken met de heffing. Ook niet als de CO2-uitstoot van die bestelauto groter nul is of als de werknemer de bestelauto ook privé gebruikt.

Niet bij personenauto’s zonder CO2-uitstoot

De pseudo-eindheffing is ook niet van toepassing als de personenauto die je ter beschikking stelt geen CO2 uitstoot. Je werknemer kan dus gewoon nog in een volledig elektrisch of waterstof aangedreven auto privé rijden zonder dat dit jou eindheffing kost.

Niet bij alleen maar zakelijk gebruik

Stoot de personenauto wel CO2 uit, maar gebruikt je werknemer de personenauto alleen maar zakelijk? Dan geldt de pseudo-eindheffing ook niet.

Let op! Hier schuilt wel een addertje onder het gras. Voor de regeling van de pseudo-eindheffing wordt woon-werkverkeer aangemerkt als privé. Het zal dus niet snel voorkomen dat een werknemer alleen maar zakelijke kilometers maakt met de personenauto.

Overigens geldt er een uitzondering op het privégebruik ingeval sprake is van incidenteel privégebruik door overmacht of bijzondere omstandigheden. Je moet als werkgever dan wel aannemelijk kunnen maken dat sprake is van overmacht of bijzondere omstandigheden.

Niet bij vervangende auto, maximaal zeven dagen en lesauto’s

Op Prinsjesdag 2026 zijn nog een aantal andere uitzonderingen op de pseudo-eindheffing voorgesteld. Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen, geldt de pseudo-eindheffing vanaf 1 januari 2027 ook niet:

Overgangsrecht tot en met 31 december 2030

Personenauto’s die al voor 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, krijgen niet meteen vanaf 1 januari 2027 te maken met de pseudo-eindheffing. Voor deze personenauto’s geldt een overgangsregeling. Deze zou oorspronkelijk lopen tot 17 september 2030, maar op Prinsjesdag 2026 is voorgesteld deze termijn te verlengen naar 1 januari 2031. Pas vanaf die datum kan een werkgever voor die personenauto met de pseudo-eindheffing te maken krijgen.

Let op! Deze overgangsregeling is gekoppeld aan de personenauto. Dus ook als je als werkgever de auto na 1 januari 2027 ter beschikking stelt aan een andere werknemer dan aan wie de auto vóór 1 januari 2027 ter beschikking stond, blijft de overgangsregeling gelden.

Geen overgangsrecht meer bij wisseling werkgever

Neemt de werknemer de personenauto na 1 januari 2027 mee naar een andere werkgever, dan vervalt het overgangsrecht. De auto wordt dan immers door een andere werkgever (met een ander loonheffingennummer) ter beschikking gesteld. Het kabinet heeft kennisgenomen van dit punt, maar wil hier geen aanpassingen op doen.

Wel overgangsrecht bij fusies en overnames

Bij fusies en overnames, waarbij de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever, blijft het overgangsrecht wel van toepassing. De staatssecretaris heeft aangegeven dat hier geen wettelijke aanpassing voor nodig is, maar dat dit kan op grond van doel en strekking van de pseudo-eindheffing. Dit betekent dat als de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever bij een fusie of overname, het overgangsrecht van toepassing blijft.

Cataloguswaarde zonder aftrek eigen bijdrage

De 12% pseudo-eindheffing wordt berekend over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. In tegenstelling tot de bijtelling voor de auto van de zaak wordt bij de berekening van de pseudo-eindheffing geen rekening gehouden met de eigen bijdrage van de werknemer. 

Let op! Is de personenauto ouder dan 25 jaar, dan wordt de 12% pseudo-eindheffing berekend over de waarde in het economische verkeer van de personenauto.

Aangifte loonbelasting

Je berekent de pseudo-eindheffing maandelijks. Je kunt er echter voor kiezen om de betaling van de eindheffing pas te doen uiterlijk in de tweede loonaangifte van het volgende kalenderjaar. Voor het jaar 2027 kun je dus wachten tot de tweede loonaangifte van 2028 om je pseudo-eindheffing te voldoen.

Verband met bijtelling?

De pseudo-eindheffing komt volledig ten laste van jou als werkgever. Je mag deze niet verhalen op je werknemer. De bijtelling voor de auto van de zaak vanwege privégebruik blijft ook gewoon bestaan. Die blijft gewoon ten laste van de werknemer komen.

Let op! Voor een werknemer die geen bijtelling heeft omdat hij de personenauto voor maximaal 500 kilometers op jaarbasis privé gebruikt, kun je wel tegen de pseudo-eindheffing aanlopen. Die geldt immers al vanaf 1 kilometer privé. Bovendien is woonwerk verkeer voor de bijtelling zakelijk, maar voor de pseudo-eindheffing privé.

Ook voor de dga, niet voor IB-ondernemer

De pseudo-eindheffing is een heffing voor werkgevers. Dit betekent dat als een bv een auto van de zaak ter beschikking stelt aan een dga, deze bv ook met de heffing te maken kan krijgen.

Let op! Een ondernemer met een eenmanszaak of in een VOF zal voor zichzelf niet met de heffing te maken krijgen, maar mogelijk wel voor zijn personeel.

De youngtimerregeling geldt zowel in inkomstenbelasting (voor ondernemer in de inkomstenbelasting) als in de loonbelasting (voor de werknemer en de dga). De tekst hierna is op beiden van toepassing.

Bijtelling

Als je auto van de zaak onder de youngtimerregeling valt, bedraagt de bijtelling 35% van de waarde in het economische verkeer (WEV). Valt je auto van de zaak niet onder de youngtimerregeling en is de datum van eerste toelating van deze auto vóór 2017? Dan bedraagt de bijtelling 25% van de cataloguswaarde. De bijtelling van een auto met een datum van eerste toelating vanaf 2017 bedraagt 22% van de cataloguswaarde.

Let op! Als je auto geen CO2 uitstoot, gelden er nog kortingspercentages op de bijtelling. Neem voor meer informatie hierover contact op met onze adviseurs.

Youngtimerrregeling in 2026

Vanwege het verschil in bijtelling, kan het gunstig zijn als je auto onder de youngtimerregeling valt. In 2026 valt je auto onder de youngtimerregeling als:

Let op! In het laatste geval mag je, in de periode dat de auto nog geen 16 jaar is, kiezen tussen de bijtelling van de youngtimerregeling (35% van de WEV) of de gewone bijtelling (25% van de cataloguswaarde eventueel met een kortingspercentage als de auto geen CO2 uitstoot).

2027

Vanaf 2027 zou de leeftijdsgrens in een keer verhoogd worden naar 25 jaar. In de belastingplannen voor 2027 is echter het voorstel gedaan om de leeftijdsgrens per 1 januari 2027 niet naar 25 jaar maar naar 17 jaar te verhogen en vanaf 1 januari 2028 naar 20 jaar. Vanaf 2028 blijft de leeftijdsgrens dan ook 20 jaar. Er is ook overgangsrecht voorgesteld voor auto’s die in de loop van 2027 17 jaar worden.

Als deze plannen door de Tweede en Eerste Kamer ongewijzigd worden aangenomen, valt je auto onder de youngtimerregeling als:

Let op! In 2027 is er geen keuze meer. De auto die in 2025 al aan jou ter beschikking stond en die in 2027 de leeftijd van 17 jaar bereikt, valt dus zonder meer het hele jaar onder de youngtimerregeling. Waar je in 2026 nog kan kiezen, is deze keuze in 2027 niet mogelijk.

2028

Als de voorstellen ongewijzigd door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen, valt je auto in 2028 alleen nog onder de youngtimerregeling als de auto op 1 januari 2028 de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt. Dat betekent dat de youngtimerregeling per 1 januari 2028 vervalt voor alle auto’s die in de loop van 2027 de leeftijdsgrens van 17, 18 of 19 jaar overschrijden, maar nog niet die van 20 jaar.

Voor die auto’s geldt dan de normale bijtelling van 25% van de cataloguswaarde. In 2028 geldt, volgens de huidige regels, ook geen kortingspercentage meer als je auto geen CO2 uitstoot.
Vanaf het moment dat je auto de leeftijd van 20 jaar bereikt, valt je auto dan weer onder de youngtimerregeling.

Let op! Heb je een youngtimer of ben je van plan zo’n auto aan te schaffen? Houd dan rekening met de voorgestelde wijzigingen.

Leaseauto op naam leasemaatschappij

In beginsel is btw verschuldigd over het hele leasebedrag dat een leasemaatschappij in rekening brengt voor de lease van een auto. Dit is in ieder geval zo wanneer de leaseauto op naam van de leasemaatschappij staat.

Door een hele oude goedkeuring van 18 juli 1995 hoefde over de doorberekende mrb van een leaseauto die op naam staat van de leasemaatschappij echter toch geen btw berekend te worden. Deze doorberekende mrb werd in die goedkeuring aangemerkt als zogenaamde quasi doorlopende post waarover geen btw verschuldigd was.

Hoewel het de bedoeling was om deze goedkeuring in te trekken was het besluit daarover van 25 januari 2007 niet helemaal helder. De staatssecretaris heeft bij besluit van 2 juli 2026 bevestigd dat de goedkeuring daarom zijn werking heeft behouden.

Dit eindigt echter per 1 januari 2027. Vanaf die datum moet dan ook btw berekend worden over de doorberekende mrb van een leaseauto die op naam staat van de leasemaatschappij.

Leaseauto op naam lessee

Als de mrb een zogenaamde doorlopende post is (dus zonder de quasi zoals hiervoor beschreven), kan de mrb zonder btw doorberekend worden. Er is sprake van een doorlopende post als de leaseauto op naam van de lessee (particulier dan wel zakelijk) staat én de leasemaatschappij de mrb betaalt. De leasemaatschappij heeft dan bij de RDW de mrb-verplichting bij ‘erkenning Voorbehoud en verplichtingen’ aangevinkt.

De leasemaatschappij kan dan de mrb één op één zonder btw doorberekenen aan de lessee. De mrb moet dan wel afzonderlijk op de factuur gespecificeerd zijn. Dit kan nu al, maar vanaf 2027 nog steeds.

Alternatief voor leaseauto op naam leasemaatschappij

Lease je een auto die op naam staat van de leasemaatschappij en heb je geen (volledig) recht op aftrek van btw, omdat je bijvoorbeeld (deels) btw-vrijgestelde prestaties verricht? Dan betekent het einde van de goedkeuring voor jou waarschijnlijk dat je leasekosten stijgen. Als de leasemaatschappij namelijk vanaf 1 januari 2027 btw berekent over doorberekende mrb, dan kun jij die btw niet (geheel) in aftrek brengen.

Er is een alternatief. Het is namelijk mogelijk om de lessee als houder van de leaseauto aan te merken. De mrb is dan verschuldigd door de lessee en niet meer door de leasemaatschappij. Betaalt de leasemaatschappij dan toch de mrb omdat bij de RDW de mrb-verplichting bij ‘erkenning Voorbehoud en verplichtingen’ is aangevinkt? Dan is de aan de lessee doorberekende mrb een doorlopende post. Dit doorberekenen kan dan zonder btw.

Bijtelling privégebruik

Wordt aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking gesteld. Dan geldt in principe op jaarbasis een bijtelling van 22% over de cataloguswaarde van de auto.

Lagere bijtelling auto zonder CO2-uitstoot

Stoot de auto van de zaak geen CO2 uit? Dan geldt een korting op het bijtellingspercentage tot een bepaald bedrag van de cataloguswaarde. Hoe hoog die korting is, is afhankelijk van het jaar waarin de auto op kenteken is gezet.

Voor in 2026 op kenteken gezette auto’s bedraagt de korting 4% tot een cataloguswaarde van € 30.000. Betreft het een auto op waterstof op zonnecellen dan is de korting 4% over de gehele cataloguswaarde.

500 kilometer privé grens

De bijtelling kan achterwege blijven als de werknemer in een jaar aantoonbaar in totaal niet meer dan 500 kilometer privé rijdt. Die 500 kilometer geldt voor alle in de loop van een jaar ter beschikking gestelde auto’s tezamen.

Wisseling auto

Wisselt de werknemer in het jaar dus van auto en rijdt hij met de nieuwe auto geen privékilometers meer? Dan moet nog steeds een bijtelling plaatsvinden als hij met de oude auto op jaarbasis al meer dan 500 kilometer privé reed.

Voorbeeld
Een werknemer rijdt in een auto met een cataloguswaarde van € 50.000. De auto stoot CO2 uit, dus er geldt geen korting op de bijtelling. De werknemer krijgt per 1 september 2026 een nieuwe auto met een cataloguswaarde van € 60.000. Ook deze auto stoot CO2 uit. Met de oude auto reed de werknemer tot 1 september 2026 2.000 kilometers privé. Met de nieuwe auto rijdt de werknemer geen kilometer meer privé. Desondanks moet zowel voor de oude auto als voor de nieuwe auto in 2026 een bijtelling van 22% plaatsvinden. Op jaarbasis rijdt de werknemer immers meer dan 500 kilometer privé. Rijdt de werknemer in 2027 aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé, dan geldt vanaf 2027 geen bijtelling meer.

Let op! Als de werknemer in de eerste auto niet privé rijdt, maar in de nieuwe auto wel (op jaarbasis meer dan 500 kilometer), moet met terugwerkende kracht alsnog bijtelling plaatsvinden over de eerste auto.

Wisseling werkgever

Wisselt de werknemer uit het voorbeeld op 1 september 2026 van werkgever en krijgt hij van de nieuwe werkgever een auto ter beschikking waar hij niet privé mee rijdt? Dan geldt voor de nieuwe auto geen bijtelling.

Ook bij wisseling naar bestelauto of verklaring geen privégebruik

Een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto of een verklaring geen privégebruik auto zorgen niet voor een andere uitkomst. Stel dat de werknemer uit het voorbeeld bij dezelfde werkgever blijft en per 1 september 2026 wisselt naar een bestelauto met een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto. Over de bestelauto geldt dan in 2026 nog een bijtelling als de werknemer in de personenauto op jaarbasis meer dan 500 kilometer privé heeft gereden.

Ook als de werknemer wisselt naar een personenauto met een verklaring geen privégebruik auto, moet een bijtelling plaatsvinden als de werknemer niet aannemelijk kan maken dat hij met de eerdere auto op jaarbasis maximaal 500 kilometer privé reed.

Let op! ergis je niet in het aannemelijk maken. Hiervoor geldt een zware bewijslast. Zorg daarom dat je een correcte sluitende kilometeradministratie hebt. Heb je daar vragen over? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Kabinet past regeling niet aan

In reactie op een verzoekschrift heeft het kabinet aangegeven de regeling niet aan te passen. Het kabinet wil vasthouden aan de eenvoudige benadering waarbij alleen van belang is of er meer dan 500 kilometer op jaarbasis privé is gereden.

Eigen auto of auto van de zaak

Als eerste is van belang om vast te stellen of je werknemer met een eigen auto of met een auto van de zaak rijdt.

Eigen auto

Voor een werknemer met een eigen auto vormt het plaatsen van een laadpaal bij de woning of het geven van een vergoeding daarvoor over het algemeen belast loon. Die werknemer mag je namelijk maximaal € 0,25 per zakelijke kilometer onbelast vergoeden. De kosten van een laadpaal zijn in die € 0,25 begrepen.

Dus als je al € 0,25 per zakelijke kilometer vergoedt, zijn de kosten van de laadpaal (inclusief plaatsen) of de vergoeding daarvoor volledig belast loon. Vergoed je een lager bedrag per zakelijke kilometer, bijvoorbeeld € 0,20, dan kun nog € 0,05 per zakelijke kilometer onbelast geven voor de kosten van de laadpaal.

Let op! Als je al € 0,25 per zakelijke kilometer vergoedt, kun je de laadpaal of de vergoeding daarvoor wellicht nog aanwijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (wkr). Dat moet dan wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets.

Auto van de zaak

Rijdt de werknemer in een auto van de zaak, dan kun je onbelast een laadpaal bij de woning van een werknemer plaatsen of een vergoeding daarvoor geven. De kosten van de laadpaal zijn namelijk verwerkt in de bijtelling voor privégebruik auto.

Let op! Rijdt de werknemer aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé? Dan is er geen bijtelling voor privégebruik auto. Ook dan kun je onbelast een laadpaal bij de woning van een werknemer plaatsen of een vergoeding daarvoor geven omdat de laadpaal bedoeld is voor zakelijk gebruik.

Teruggave laadpaal?

Plaats je de laadpaal en gaat daarbij de eigendom over op de werknemer? Dan hoef je geen belast loon in aanmerking te nemen als de werknemer de laadpaal niet teruggeeft bij het einde van de lease- of arbeidsovereenkomst.

Let op! De laadpaal zal door natrekking vaak eigendom worden van de werknemer. Als de werknemer juridische eigenaar is van de grond waar de laadpaal op geplaatst wordt, wordt de werknemer door natrekking namelijk ook eigenaar van de laadpaal.

Het kan zijn dat de leasemaatschappij of werkgever een recht van opstal gevestigd heeft. In dat geval blijft de leasemaatschappij of werkgever de eigenaar van de laadpaal. Als de laadpaal dan niet teruggeëist wordt, zal sprake zijn van belast loon.

Let op! Is de laadpaal eigendom van de werknemer, maar heeft de werkgever een teruggavebeding afgesproken? Dan is ook sprake van belast loon als de werkgever de laadpaal niet terugeist. Hoe hoog dat loon is, is afhankelijk van de waarde van de laadpaal op dat moment.

ERE-certificaten

ERE-certificaten (Emissiereductie-eenheden) hebben CO2-besparing als doel. Als je een daarvoor geschikt laadpunt hebt (dat is een laadpunt met een gecertificeerde MID-meter), kun je een vergoeding krijgen voor thuis geladen kWh’s. De hoogte van deze vergoeding is afhankelijk van het aantal geladen kWh’s en de marktwaarde van de certificaten.

Let op! Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moet je voldoen aan verschillende voorwaarden. Op de website van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is hierover meer informatie te vinden. Hier vind je ook een lijst met erkende inboekdienstverleners.

Elektrische auto van de zaak

Ook als een werknemer een elektrische auto van de zaak thuis laadt, kan de werknemer in aanmerking komen voor een vergoeding voor de ERE-certificaten. De werknemer vraagt deze zelf aan. De Belastingdienst heeft bevestigd dat deze vergoeding geen loon vormt en dus onbelast is.

Let op! Dit geldt ook voor de dga met een auto van de zaak.

Wel van invloed op werkelijke laadkosten

Vergoed je aan de werknemer de werkelijke laadkosten van de auto van de zaak, dan is dat ook onbelast. Dit zijn namelijk intermediaire kosten. Houd er wel rekening mee dat door de vergoeding voor de ERE-certificaten de werkelijke laadkosten omlaaggaan. Je kunt daarom minder onbelast aan de werknemer vergoeden als de werknemer een vergoeding voor ERE-certificaten ontvangt.

Let op! Dit geldt alleen als je de werkelijke laadkosten vergoed. Heb je met je werknemer afspraken gemaakt over doorlevering van de energie onder zakelijke marktconforme voorwaarden? Dan heeft de vergoeding voor de ERE-certificaten geen invloed op de onbelaste vergoeding. Bij zakelijke marktconforme voorwaarden is namelijk de prijs op de energiemarkt op het moment van het maken van de afspraken bepalend. Neem voor meer informatie hierover contact op met onze adviseurs.

Wanneer bpm betalen?

Bpm betaal je als je een nieuwe auto koopt of een auto importeert. Bij een nieuwe auto gaat het betalen van bpm meestal via de dealer. Importeer je zelf een auto, dan moet je zelf aangifte doen en de bpm betalen. Als je aangifte binnen is bij de Belastingdienst, krijg je bericht of en hoeveel bpm je moet betalen. Na de betaling krijgt de RDW bericht dat ze het kenteken kunnen afgeven.

Bpm per tijdvak

Autohandelaren die regelmatig aangifte bpm moeten doen, kunnen de belasting ook per tijdvak betalen. Betaling van de bpm moet dan plaatsvinden binnen een maand na het einde van elk tijdvak. 

Ook in bovenvermelde rechtszaak was hiervan sprake. De betreffende onderneemster had in 2021 over twee tijdvakken aangifte gedaan van de verschuldigde bpm, maar de bedragen niet meteen betaald. Wel had de vrouw bezwaar gemaakt tegen haar aangiftes, maar de Belastingdienst had deze niet-ontvankelijk verklaard omdat de belasting niet betaald was. Na deze uitspraak van de Belastingdienst had de vrouw de bpm alsnog betaald, maar toen was de betaaltermijn (één maand na het einde van het tijdvak) al verstreken.

Ontvankelijk bij betaling binnen betaaltermijn

De betaling buiten de termijn brak de vrouw uiteindelijk op. Uit een arrest van de Hoge Raad uit 2010 volgt namelijk dat een bezwaarschrift dat vóór de betaling is ingediend alsnog ontvankelijk is als die betaling daarna nog binnen de betaaltermijn plaatsvindt. Nu de vrouw buiten de betaaltermijn had betaald, was haar bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Bpm niet automatisch betaald bij aangifte

De vrouw stelde nog dat uit eerdere rechtspraak zou zijn af te leiden dat de bpm geacht werd te zijn betaald bij het doen van de aangifte. Dat de bpm daadwerkelijk pas later werd betaald, deed volgens haar niet ter zake. De Hoge Raad stelde echter dat dit niet uit de betreffende uitspraak kon worden afgeleid.

Belastingdienst hoeft niet te wachten

De Hoge Raad voegde nog toe dat de Belastingdienst met zijn uitspraak op bezwaar ook niet hoeft te wachten totdat de betaling, na het verstrijken van de betaaltermijn, alsnog volgt. 

Let op! Wil je bezwaar maken tegen de bpm, zorg dan dat je eerst de bpm betaalt en dan pas bezwaar indient. Betaal binnen de betaaltermijn en zorg dat je bezwaarschrift binnen zes weken daarna bij de Belastingdienst binnen is.

Wanneer bpm betalen?

De bpm betaal je onder meer als je een nieuwe auto koopt of een (gebruikte) auto importeert. Bij een nieuwe auto gaat het betalen van bpm in principe via de dealer. Importeer je zelf een (gebruikte) auto, dan moet je zelf bpm-aangifte doen en de bpm betalen.

Reactie op belastingontwijking

De Belastingdienst gaat extra controles uitvoeren, waarschijnlijk als reactie op pogingen de te betalen bpm bij import van gebruikte auto’s zoveel mogelijk te drukken. Zo blijkt uit gepubliceerde rechtspraak dat in de praktijk vaak wordt geprobeerd om niet-bestaande schades op te voeren of schades te overdrijven, om zo de waarde van de auto voor de bpm te verminderen.

Korting bpm

Bij import van een gebruikte auto of motor krijg je korting op de te betalen bpm. De korting kan op drie manieren berekend worden. Dit kan met een forfaitaire tabel, een koerslijst of met behulp van een taxatierapport. De laatste methode is er alleen voor voertuigen met meer dan normale gebruiksschade en voertuigen die niet in een koerslijst voorkomen. Deze laatste methode kan op extra aandacht van de Belastingdienst rekenen.

Voorwaarden taxatierapport

Voor het gebruik van een taxatierapport gelden tal van voorwaarden. Zo moet het taxatierapport onder andere afkomstig zijn van een onafhankelijke, erkende taxateur en moet een taxateur verklaren dat hij de waarde naar waarheid heeft vastgesteld na een grondige fysieke opname van het voertuig. 

Tip! Zorg ervoor dat je taxatierapport voldoet aan alle wettelijke eisen, om oponthoud te voorkomen. Op de website van de Belastingdienst vind je de voorwaarden in het kort.

Extra controle

De extra controle betekent dat de Belastingdienst kan vragen het voertuig aan hen te laten zien. Je bent hiertoe dan verplicht. Op die manier kan de Belastingdienst controleren of de aangegeven schade wel klopt. Ook kan de Belastingdienst controleren of het moment van taxatie binnen één maand voor de afronding van de RDW-keuring heeft plaatsgevonden. Zo niet, dan is het taxatierapport niet geldig.

Zero-emissie zones 

In zero-emissie zones mogen geen zakelijke vracht- en bestelauto’s rijden die schadelijke stoffen uitstoten. Op dit moment zijn er in 19 steden, waaronder alle grote steden, zero-emissie zones. Ook Schiphol is als zodanig aangewezen. 

Verlenging overgangsregeling nul-emissiezones voor sommige bestelauto’s 

Er gelden overgangsregelingen voor bestaande vracht- en bestelauto’s, zodat ondernemers op de nieuwe regels kunnen anticiperen. Voorgesteld wordt om de overgangsregeling voor bestelauto’s met emissieklasse 6 en een Datum Eerste Toelating (DET) van vóór 2025 met één jaar te verlengen. Genoemde bestelauto’s mogen nu nog tot 1 januari 2028 in zero-emissie zones rijden, maar als het voorstel doorgaat wordt dit 1 januari 2029. De verlenging betreft de grootste en minst vervuilende groep bestelauto’s. 

Let op!Bestelauto's met een emissieklasse 5 hebben maar tot 1-1-2027 toegang tot de zero-emissiezones en dit blijft zo. Bestelauto’s met emissieklasse 4 of lager hebben sinds 1 januari 2025 al geen toegang meer hebben tot de nul-emissiezones.  

Doel van de maatregel 

Met het verlengen van de overgangsmaatregel wil men het voor ondernemers makkelijker maken om op een geschikter moment over te stappen op uitstootvrije bestelauto’s. Ook is er op deze manier meer tijd om bijvoorbeeld laadpalen te installeren, zodat ondernemers minder vaak een ontheffing nodig hebben. 

Let op! Particulieren die hun voertuig niet zakelijk gebruiken, kunnen in de meeste gevallen een ontheffing krijgen, zodat ze toch in zero-emissie zones kunnen rijden.    

Internetconsultatie 

Belangstellenden kunnen tot en met 13 augustus 2026 via een internetconsultatie op de voorstellen reageren. 

Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram