De belastingrente bedraagt in 2026 zowel voor de IB als voor de Vpb 5%. Als de Belastingdienst met een dagtekening vanaf 1 juli 2026 een (voorlopige) aanslag IB of Vpb 2025 oplegt, wordt belastingrente berekend over de periode die begint op 1 juli 2026 en die eindigt zes weken na dagtekening van de (voorlopige) aanslag.
Let op! Als de Belastingdienst te lang doet over het opleggen van de (voorlopige) aanslag, kan het zijn dat de periode eerder eindigt. De periode eindigt namelijk altijd uiterlijk veertien weken na een verzoek om een voorlopige aanslag en negentien weken na ontvangst van de aangifte.
U kunt de belastingrente voor de IB voorkomen. Hiervoor moet u vóór 1 mei 2026 uw aangifte IB 2025 juist en volledig indienen of vóór 1 mei 2026 verzoeken om een juiste en volledige voorlopige aanslag IB 2025. In die gevallen zal de Belastingdienst geen belastingrente over uw (voorlopige) aanslag IB berekenen.
Ook voor de Vpb kunt u de belastingrente voorkomen. Hiervoor moet u vóór 1 juni 2026 uw aangifte Vpb 2025 juist en volledig indienen of vóór 1 mei 2026 verzoeken om een juiste en volledige voorlopige aanslag Vpb 2025. In die gevallen zal de Belastingdienst geen belastingrente over uw (voorlopige) aanslag Vpb berekenen.
De Belastingdienst berekent overigens wel belastingrente vanaf 1 juli 2026 als de aanslag afwijkt van het verzoek om een voorlopige aanslag of de ingediende aangifte. Het is daarom belangrijk dat uw aangifte juist en volledig is en het verzoek om een voorlopige aanslag zo goed mogelijk is ingeschat.
Heeft de (voorlopige) aanslag 2025 een dagtekening vóór 1 juli 2026, dan berekent de Belastingdienst nooit belastingrente. Dus ook niet als de aangifte is ingediend vanaf 1 mei 2026 (voor de IB) of 1 juni 2026 (voor de Vpb) of de voorlopige aanslag is aangevraagd vanaf 1 mei 2026.
Heeft uw bv een gebroken boekjaar, dan berekent de Belastingdienst belastingrente voor een (voorlopige) aanslag Vpb over een periode die aanvangt zes maanden na afloop van het boekjaar.
Ook bij een gebroken boekjaar kunt u de belastingrente voorkomen. U moet dan uw aangifte Vpb juist en volledig indienen binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar of verzoeken om een voorlopige aanslag Vpb binnen vier maanden na afloop van het boekjaar.
Geldfit helpt met name bij het vinden van lokale hulp. De samenwerking met de Dienst Toeslagen sluit ook aan op een eerder initiatief ‘Aanpak Geldzorgen 2025-2027’. Via dit initiatief, vooral gericht op preventie, wordt geprobeerd om mensen met geldzorgen eerder in beeld te krijgen en te helpen of door te verwijzen. Daarbij wordt ook samengewerkt met maatschappelijke en andere overheidsorganisaties.
Een ander initiatief voor mensen met schulden is het Experiment Vroegsignalering. Via dit experiment richten de Dienst Toeslagen, de Belastingdienst en tien gemeenten zich op personen met betaalachterstanden. Hierbij worden personen benaderd die ook na een aanmaning hun belastingschuld nog niet hebben betaald, of een te veel ontvangen bedrag aan toeslag(en) niet hebben terugbetaald.
De Dienst Toeslagen probeert geldproblemen ook tegen te gaan. Personen die hulp nodig hebben kunnen via een maatschappelijk dienstverlener of intermediair van een persoonlijk begeleider gebruikmaken.
Er is online ook een tool beschikbaar waarmee kan worden nagegaan of er recht bestaat op één of meer financiële tegemoetkomingen. Via vragenlijsten wordt nagegaan of er landelijke of gemeentelijke regelingen zijn waarop personen met onvoldoende inkomen een beroep kunnen doen. De Voorzieningenwijzer geeft na invulling van enkele vragen over het inkomen en vermogen aan of er bijvoorbeeld recht bestaat op kwijtschelding van lokale belastingen of op bijzondere bijstand.
Ook de Belastingdienst heeft aandacht voor ondernemers met geldzorgen en biedt via een speciale site intermediairs extra informatie en de mogelijkheid hierover vragen te stellen.
Naar aanleiding van een uitspraak waarin een rechtbank oordeelde dat de belastingrente op een aanslag Vpb te hoog was, werden er veel bezwaarschriften ingediend. Dit was aanleiding om tijdige bezwaren tegen de belastingrente op een aanslag Vpb aan te wijzen als massaal bezwaar. Een paar maanden later werden ook de tijdige bezwaren tegen de hoogte van de belastingrente op een aanslag IB en overige belastingmiddelen aangewezen als massaal bezwaar.
De Hoge Raad oordeelde vervolgens op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend wordt op een aanslag Vpb te hoog is. Daarbij gaf de Hoge Raad aan dat het belastingrentepercentage moet worden vastgesteld op het percentage dat voor overige belastingen geldt.
Bij een aanwijzing massaal bezwaar doet de Belastingdienst niet op elk bezwaar individueel een uitspraak, maar één collectieve uitspraak op bezwaar. Op 25 februari 2026 deed de Belastingdienst deze collectieve uitspraken voor zowel de Vpb als de IB en overige belastingen.
Zoals verwacht, verklaart de Belastingdienst alle bezwaren tegen de belastingrente Vpb in de massaalbezwaarprocedure gegrond. Dit betekent dat de Belastingdienst alle bezwaren over het belastingrentepercentage voor de Vpb gaat toewijzen vanaf het jaar 2022.
De belastingrente Vpb gaat berekend worden naar het percentage dat geldt voor de overige belastingen (waaronder de IB), zie onderstaande tabel.
| Periode | Belastingsrente Vpb was | Belastingsrente Vpb wordt |
| 1-1-2022 t/m 30-06-2023 | 8% | 4% |
| 1-7-2023 t/m 31-12-2023 | 8% | 6% |
| 1-1-2024 t/m 31-12-2024 | 10% | 7,5% |
| 1-1-2025 t/m 31-12-2025 | 9% | 6,5% |
| Vanaf 1-1-2026 | 7,5% | 5% |
Let op! In de IT-systemen van de Belastingdienst zijn inmiddels al de lagere belastingrentepercentages opgenomen. Aanslagen Vpb met een dagtekening na 7 februari 2026 worden daarom al met de lagere belastingrentepercentages berekend.
Maakt u (of wij namens u) tijdig bezwaar tegen de belastingrente op een aanslag Vpb, dan ontvangt u binnen zes maanden een vermindering van de belastingrente van de Belastingdienst. Deze vermindering wordt berekend volgens de percentages in de derde kolom van de tabel.
Let op!Ontving u een aanslag Vpb met belastingrente met een dagtekening van 17 januari 2026 tot en met 7 februari 2026, dan hoeft u zelf geen actie te ondernemen. U hoeft dus geen bezwaar te maken. De Belastingdienst zal uit eigen beweging de belastingrente opnieuw berekenen met de lagere percentages.
Voor aanslagen Vpb met belastingrente met een dagtekening van 5 december 2025 tot en met 16 januari 2026 is misschien nog wel actie vereist. De Belastingdienst verlaagt voor deze aanslagen namelijk de belastingrente niet uit zichzelf. Is er daarom nog geen bezwaar ingediend, dien dan een verzoek in om ambtshalve vermindering.
Let op!Heeft de aanslag Vpb met belastingrente een dagtekening vóór 5 december 2025 en is daartegen geen tijdig bezwaar ingediend? Dan is er helaas niets meer mogelijk. Een verzoek om ambtshalve vermindering voor deze aanslagen wijst de Belastingdienst namelijk af. Dit is anders als het een voorlopige aanslag betreft. Tegen de belastingrente op een voorlopige aanslag Vpb kunt u namelijk een verzoek tot vermindering uiterlijk tot zes weken na de dagtekening van de definitieve aanslag Vpb indienen.
De Belastingdienst verklaart alle bezwaren tegen de belastingrente IB en overige belastingen in de massaalbezwaarprocedure ongegrond. Dit betekent dat de Belastingdienst alle bezwaren over het belastingrentepercentage voor de IB en overige belastingen afwijst. U krijgt hier niet zelf een bericht over.
Let op! Had u uitstel van betaling voor de belastingrente, dan krijgt u van de Belastingdienst nog wel een bericht dat het uitstel van betaling wordt ingetrokken.
De Hoge Raad oordeelde op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend wordt op een aanslag Vpb te hoog is. Daarbij gaf de Hoge Raad aan dat het belastingrentepercentage moet worden vastgesteld op het percentage dat voor andere belastingen geldt.
De meeste bezwaren tegen de belastingrente op een aanslag Vpb zijn aangewezen als massaal bezwaar. Dat betekent dat de Belastingdienst niet op elk bezwaar individueel een uitspraak doet, maar één collectieve uitspraak op bezwaar voor alle bezwaren Vpb in de massaalbezwaarprocedure. De Belastingdienst doet deze uitspraak uiterlijk 26 februari 2026.
Vervolgens past de Belastingdienst binnen zes maanden die collectieve uitspraak toe op alle bezwaren Vpb in de massaalbezwaarprocedure. U ontvangt daarover automatisch bericht van de Belastingdienst.
De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer op 13 februari 2026 geïnformeerd over de inhoud van de collectieve uitspraak op bezwaar: Het arrest van de Hoge Raad is ook van toepassing op de belastingrente Vpb vanaf 2024. Eerder bestond daar nog twijfel over. Dit betekent dat de Belastingdienst alle bezwaren over het belastingrentepercentage voor de Vpb gaat toewijzen. het oordeel van de Hoge Raad gaat dus gelden voor alle jaren vanaf het jaar 2022.
Na de collectieve uitspraak op bezwaar gaat de Belastingdienst de belastingrente voor de Vpb verlagen van de percentages in de tweede kolom naar de percentages in de laatste kolom van onderstaande tabel:
| Periode | Vpb | Andere belastingen |
| 1-1-2022 t/m 30-06-2023 | 8% | 4% |
| 1-7-2023 t/m 31-12-2023 | 8% | 6% |
| 1-1-2024 t/m 31-12-2024 | 10% | 7,5% |
| 1-1-2025 t/m 31-12-2025 | 9% | 6,5% |
| Vanaf 1-1-2026 | 7,5% | 5% |
De Belastingdienst meldt dat alle belastingaanslagen Vpb met een te hoog belastingrentepercentage die een dagtekening hebben ná 16 januari 2026 automatisch verlaagd worden. U hoeft hier dus zelf geen actie voor te ondernemen, maar houd er rekening mee dat de automatische verlaging nog wel op zich laat wachten.
Let op! De rentepercentages zijn in de IT-systemen van de Belastingdienst inmiddels aangepast. Nieuwe aanslagen Vpb zouden daarom met de juiste, lagere, belastingrentepercentages berekend moeten worden.
Heeft uw belastingaanslag Vpb een dagtekening tot en met 16 januari 2026 en maakte u op tijd bezwaar, dan loopt de aanslag mee in de massaalbezwaarprocedure zoals hiervoor beschreven. U krijgt dan binnen zes maanden na de collectieve uitspraak automatisch bericht van de Belastingdienst.
Heeft uw belastingaanslag Vpb een dagtekening vóór 5 december 2025 en maakte u niet op tijd bezwaar, dan stond uw aanslag op 16 januari 2026 (de dag van de uitspraak van de Hoge Raad) al onherroepelijk vast. Het arrest van de Hoge Raad geldt dan helaas niet voor u. De Belastingdienst zal verzoeken om ambtshalve vermindering van deze aanslagen afwijzen.
Heeft uw belastingaanslag Vpb een dagtekening vanaf 5 december 2025 tot en met 16 januari 2026 en maakte u niet op tijd bezwaar, dan geldt het arrest van de Hoge Raad wel voor u. Mogelijk moet u daarvoor nog een verzoek om ambtshalve vermindering doen. Hierover wordt hopelijk meer bekend op het moment dat de Belastingdienst de collectieve uitspraak op bezwaar doet.
Let op! Ligt de dagtekening van uw belastingaanslag Vpb met belastingrente op of vóór 16 januari 2026 en is de bezwaartermijn nog niet verlopen? Maak dan zekerheidshalve op tijd bezwaar. Hiermee voorkomt u een onnodige discussie met de Belastingdienst op een later moment.
Let op! Tegen de belastingrente op een voorlopige aanslag Vpb kunt u een verzoek tot vermindering indienen uiterlijk tot zes weken na de dagtekening van de definitieve aanslag. Het lijkt erop dat de Belastingdienst de belastingrente op de voorlopige aanslag niet automatisch vermindert, zonder dat daar een verzoek voor gedaan is. Een tijdig verzoek om vermindering is daarom raadzaam.
De Hoge Raad gaf in het oordeel op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – ook mee dat de belastingrente voor overige belastingen (bijvoorbeeld de inkomstenbelasting) niet te hoog is. De Belastingdienst gaat al deze bezwaren in een collectieve uitspraak op bezwaar afwijzen. U krijgt daarvan niet zelf apart bericht van.
Let op! In de vakliteratuur wordt erop gewezen dat het arrest van de Hoge Raad mogelijk geen volledig uitsluitsel geeft over de belastingrente voor overige belastingen vanaf 1 januari 2024. Hoewel een ander oordeel voor de periode vanaf 1 januari 2024 niet te verwachten is, is op dit moment niet uit te sluiten dat hier mogelijk nog een proefprocedure over gestart wordt.
Let op! Het coalitieakkoord omvat de plannen van het minderheidskabinet. Deze plannen zijn nog niet in detail uitgewerkt. Daarnaast moet het minderheidskabinet nog onderhandelen met andere partijen in de Tweede en Eerste Kamer om hiervoor een meerderheid te krijgen. Houd er daarom rekening mee dat bepaalde zaken niet doorgaan of alleen in gewijzigde vorm.
De coalitie wil bouwen aan een slanke en slagvaardige overheid, onder meer door een periodieke Vereenvoudigingswet, waarbij gestart wordt met het schrappen en vereenvoudigen van minimaal 500 regels. Andere voornemens zijn onder meer een efficiencytaakstelling, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen.
De coalitie erkent dat ondernemers cruciaal zijn voor het bereiken van meer economische groei, voor brede welvaart en voor de uitdagingen van de toekomst. De coalitie wil daarom de ondernemer faciliteren en rust, reinheid en regelmaat creëren door onder meer de volgende plannen:
Let op! Er is ook een aantal plannen die bij bepaalde ondernemers minder goed ontvangen zullen worden, onder meer de verhoging van het btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten van 9% naar 21% vanaf 2028 en de invoering van een suikertaks op voorgepakte voedingsmiddelen met een suikergehalte van minimaal 6%.
De coalitie wil zzp’ers meer ruimte en duidelijkheid geven om te ondernemen. De plannen hiervoor zijn onder meer:
De coalitie heeft ook plannen voor werkgevers, onder andere:
Bouwen en wonen staat hoog op de agenda van de coalitie. Een aantal voorgenomen maatregelen:
Ook voor de particulier bevat het coalitieakkoord plannen. Een greep hieruit:
Tip! Hiervoor heeft u een selectie van plannen uit het coalitieakkoord gelezen. Wilt u het hele coalitieakkoord lezen, dan treft u dat hier aan.
De Hoge Raad oordeelde op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend wordt op een aanslag Vpb te hoog is. Daarbij gaf de Hoge Raad aan dat het belastingrentepercentage moet worden vastgesteld op het percentage dat voor andere belastingen geldt.
Voor de periode januari 2022 tot en met juni 2023 zou het percentage dan geen 8% maar 4% bedragen. Voor de tweede helft van 2023 zou dit percentage in plaats van 8% dan 6% bedragen.
De meeste bezwaren tegen de belastingrente op een aanslag Vpb zijn aangewezen als massaal bezwaar. Dat betekent dat de Belastingdienst niet op elk bezwaar individueel een uitspraak doet, maar één collectieve uitspraak op bezwaar voor alle bezwaren Vpb in de massaalbezwaarprocedure. De Belastingdienst meldt dat deze uitspraak uiterlijk 26 februari 2026 wordt gedaan.
Vervolgens past de Belastingdienst binnen zes maanden die uitspraak toe op alle bezwaren Vpb in de massaalbezwaarprocedure. U ontvangt daarover automatisch bericht van de Belastingdienst.
De inhoud van de collectieve uitspraak op bezwaar is nog niet bekend. Uit de informatie op de website van de Belastingdienst lijkt min of meer op te maken dat de Belastingdienst het advies van de Hoge Raad volgt voor alle jaren vanaf 2022.
Helemaal zeker is dat echter nog niet. Zo wordt er in de vakliteratuur op gewezen dat de Hoge Raad zich misschien niet helemaal expliciet heeft uitgesproken over de jaren vanaf 2024. Dit zou misschien kunnen betekenen dat de Belastingdienst zich in de collectieve uitspraak nog niet uitlaat over de belastingrente vanaf 2024.
Zolang hier nog geen zekerheid over bestaat blijft het verstandig om tijdig (= binnen zes weken na dagtekening) bezwaar te maken tegen belastingrente op een definitieve aanslag Vpb. Betreft het belastingrente op een voorlopige aanslag Vpb, dan kunt u daartegen niet in bezwaar. U moet dan verzoeken om die belastingrente te verminderen en daarna in bezwaar tegen de afwijzing.
Let op! Ontvangt u een definitieve of voorlopige aanslag Vpb met belastingrente, overleg dan met onze adviseurs.
De Hoge Raad gaf in het oordeel op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – ook mee dat de belastingrente voor overige belastingen (bijvoorbeeld de inkomstenbelasting) niet te hoog is. Op de website van de Belastingdienst wordt op dit moment nog aangegeven dat een rechtbank hier nog uitspraak over moet doen in een proefprocedure en dat die uitspraak dan nog voorgelegd wordt aan de Hoge Raad.
Het is nog niet helemaal duidelijk of deze weg nog steeds gevolgd wordt of dat de Belastingdienst al eerder een collectieve uitspraak op bezwaar doet voor de overige belastingen.
Let op! In de vakliteratuur wordt erop gewezen dat het arrest van de Hoge Raad mogelijk geen volledig uitsluitsel geeft over de belastingrente voor overige belastingen vanaf 1 januari 2024. Hoewel een ander oordeel voor de periode vanaf 1 januari 2024 niet te verwachten is, is op dit moment niet uit te sluiten dat hier mogelijk nog een proefprocedure over gestart wordt.
Voordeel van het gebruik van de kamerverhuurvrijstelling is dat u in box 1 en box 3 geen belasting betaalt over uw huuropbrengsten. Bovendien blijft uw recht op hypotheekrenteaftrek in stand. U moet wel in uw aangifte inkomstenbelasting rekening houden met het gehele eigenwoningforfait voor uw woning.
U kunt gebruikmaken van de kamerverhuurvrijstelling als u voldoet aan de volgende voorwaarden:
Let op! Onder huuropbrengsten worden alle vergoedingen begrepen die de huurder aan u betaalt en die betrekking hebben op de verhuur.
Kunt u de kamerverhuurvrijstelling niet toepassen? Dan verhuist het verhuurde deel van uw woning naar box 3. Of u daarover dan box 3-heffing verschuldigd bent is afhankelijk van uw overige bezittingen en schulden in box 3.
Voor de vennootschapsbelasting (Vpb) en een aantal minder voorkomende belastingsoorten wordt een ander – hoger – percentage belastingrente berekend dan voor de overige belastingen. Het gaat om de volgende percentages aan te betalen belastingrente:
| Periode | Vpb | Overige belastingen |
| 1-1-2022 t/m. 30-06-2023 | 8% | 4% |
| 1-7-2023 t/m 31-12-2023 | 8% | 6% |
| 1-1-2024 t/m 31-12-2024 | 10% | 7,5% |
| 1-1-2025 t/m 31-12-2025 | 9% | 6,5% |
| Vanaf 1-1-2026 | 7,5% | 5% |
Bij overige belastingen moet u denken aan bijvoorbeeld de inkomstenbelasting (IB), de loonbelasting (LB) en de omzetbelasting (OB).
De Hoge Raad heeft een oordeel uitgesproken over de hoogte van de belastingrente voor de Vpb.
De Hoge Raad concludeert – kort samengevat – dat de hogere belastingrente voor de Vpb in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, omdat er geen goede rechtvaardiging is om bij de Vpb een hogere rente te berekenen dan bij de overige belastingen. Het besluit dat de belastingrente voor de Vpb beschrijft, is daarom onverbindend en moet buiten toepassing blijven.
De Hoge Raad oordeelt dat de belastingrente voor de Vpb moet worden vastgesteld op hetzelfde percentage als voor de overige belastingen geldt. Voor het jaar 2026 betekent dit bijvoorbeeld dat de belastingrente voor de Vpb geen 7,5% maar 5% mag bedragen. Voor de percentages van de andere jaren vanaf 2022 wordt verwezen naar de tabel.
In het belang van de vele andere procedures met betrekking tot de belastingrente over overige belastingen, heeft de Hoge Raad daar ook een oordeel over uitgesproken. De Hoge Raad oordeelt – kort samengevat – dat de belastingrente over overige belastingen niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of het verbod van discriminatie in artikel 1 van de Grondwet en in internationale verdragen, waaronder het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). De conclusie is dat de belastingrente over de overige belastingen niet aangepast hoeft te worden.
Heeft u bezwaar gemaakt tegen de belastingrente op een aanslag Vpb, dan zal de Belastingdienst aan dit bezwaar tegemoetkomen. De belastingrente zal vervolgens berekend worden aan de hand van de percentages die gelden voor overige belastingen (zie de tabel).
Als u een definitieve aanslag Vpb heeft ontvangen met dagtekening 5 december 2025 of later, dan zal de belastingrente op deze aanslag zeer vermoedelijk ook worden verminderd. De Belastingdienst zal de komende tijd meer informatie verstrekken over hoe een en ander in gang gezet wordt. Mogelijk moet u in een voorkomend geval nog een verzoek indienen.
Heeft u bezwaar gemaakt tegen de belastingrente op overige belastingen, dan zal de Belastingdienst dit bezwaar afwijzen.
Let op! Heeft u eerder een voorlopige aanslag Vpb mét belastingrente ontvangen, maar is de bezwaartermijn van de definitieve aanslag nog niet verstreken? Verzoek dan binnen de bezwaartermijn van de definitieve aanslag om vermindering van de belastingrente op de voorlopige aanslag. Het is nog niet duidelijk of u daarop ook nog recht heeft als de bezwaartermijn van de definitieve aanslag al is verstreken.
Moet u op grond van de wettelijke bepalingen slechts een gering bedrag aan invorderingsrente betalen, dan wordt dat niet aan u in rekening gebracht. Sinds 1990 betreft dit een vast bedrag van maximaal € 23 (50 gulden voor de invoering van de euro). Dit bedrag is sinds die tijd niet verhoogd of geïndexeerd.
Met ingang van 1 januari 2026 is dit bedrag voor het eerst verhoogd naar € 49.
Let op! Vanaf nu zal het bedrag elke vijf jaar geïndexeerd worden.
Zou u daarom vanaf 1 januari 2026 invorderingsrente verschuldigd zijn tot maximaal € 49? Dan wordt dit niet aan u in rekening gebracht.
U bent invorderingsrente aan de Belastingdienst verschuldigd als u na de uiterste betaaldatum nog een bedrag aan belasting moet betalen. Dit geldt ook als u uitstel van betaling heeft gekregen. De periode waarover u invorderingsrente moet betalen, begint op de dag na de uiterste betaaldatum en loopt tot de dag waarop het geld op de rekening van de Belastingdienst is bijgeschreven.
Let op! De invorderingsrente bedraagt vanaf 1 januari 2026 4,3%.
Na de overstap informeert de Belastingdienst alle klanten via de site en via de berichten die belastingplichtigen ontvangen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het bericht dat u een aanslag moet betalen of een toeslag deels terug moet betalen.
Let op! Tot 1 mei 2026 verandert er niets voor belastingplichtigen.
Vanaf half januari 2026 start de Belastingdienst met het verstrekken van nadere informatie over de wisseling van bank. Zorg dat u tijdig op de verandering inspeelt, om vertraging van uw betalingen en boetes te voorkomen. U vindt hier meer informatie.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01