Bij scheidingen voor 1 mei 1995 wordt het opgebouwde pensioen dat aan de ex-partner toekomt, via verrekening aan hem of haar toebedeeld. De pensioengerechtigde ontvangt dan wel het hele pensioen, maar moet het aan de ex-partner toekomende deel doorbetalen aan hem of haar.
Voor scheidingen vanaf 1 mei 1995 geldt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS). De ex-partner ontvangt onder deze wet het aan hem of haar toekomende deel van het pensioen rechtstreeks van het pensioenfonds.
Door invoering van de tariefmaatregel in 2020 zijn persoonsgebonden aftrekposten beperkt in aftrek. In 2026 is de aftrek maximaal 37,56 %. Hierdoor kan er een verschil ontstaan tussen het in aftrek gebracht doorbetaalde pensioen (maximaal aftrekbaar tegen 37,56 %) en de belasting over het doorbetaalde pensioen (maximaal belast tegen het hoogste tarief van 49,50%).
Dit verschil kan alleen ontstaan bij scheidingen voor 1 mei 1995. Bij scheidingen vanaf 1 mei 1995 doet zich dit niet voor omdat het pensioen rechtstreeks door het pensioenfonds betaald wordt aan de ex-partner
In een casus die voorgelegd werd bij gerechtshof Den Haag over iemand die voor 1 mei 1995 scheidde van zijn partner, oordeelde het gerechtshof dat dit verschil in behandeling in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Het gerechtshof stond daarom aftrek van het doorbetaalde pensioen toe, zonder toepassing van de tariefmaatregel.
De Hoge Raad oordeelde echter dat een scheiding voor 1 mei 1995 en een scheiding vanaf 1 mei 1995 geen gelijke gevallen zijn. Er kan daarom ook geen strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel. Gevolg is dat op de aftrek van het doorbetaalde pensioen de tariefmaatregel gewoon van toepassing is.
Op het ouderdomspensioen dat een echtgenoot tijdens het huwelijk opbouwt hebben beide echtgenoten voor een gelijk deel recht. Om die reden regelt de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding, Wvps, dat bij een echtscheiding dit tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen uiteindelijk aan beide echtgenoten voor een gelijk deel wordt uitgekeerd.
Let op!De Wvps maakt geldt zowel bij een huwelijk in gemeenschap van goederen als bij huwelijkse voorwaarden.
U kunt in uw huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant wel gezamenlijk regelen dat de Wvps niet van toepassing is. Dit betekent dat bij een echtscheiding het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van een echtgenoot uiteindelijk toch niet voor de helft aan de andere echtgenoot wordt uitgekeerd
Als een echtgenoot afziet van zijn recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van de andere echtgenoot, kan er sprake zijn van een schenking door deze andere echtgenoot aan de ander. Dit is het geval als de echtgenoot niet financieel wordt gecompenseerd.
Let op! Als de echtgenoot die afziet van zijn recht op de helft van het ouderdomspensioen van de ander wel voldoende wordt gecompenseerd, zal er geen sprake zijn van een schenking. Zo’n compensatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden als bij de verdeling van de gemeenschap van goederen meer wordt toebedeeld aan deze echtgenoot.
De Wvps is ook van toepassing op geregistreerde partnerschappen. Wat in deze tekst beschreven staat voor gehuwden geldt daarom ook voor geregistreerde partners.
Let op!Het voorgaande is gebaseerd op een kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst. In vakliteratuur en de praktijk is de nodige kritiek op dit standpunt geuit. Neem voor uw eigen situatie daarom altijd contact op met één van onze adviseurs.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01