De zogenoemde platformfictie geldt vanaf 1 juli 2021 voor de volgende situaties:
1. Ondernemers die met een platform faciliteren bij afstandsverkopen van buiten de EU aan particulieren, terwijl de intrinsieke waarde van de goederen niet meer bedragen dan € 150 per zending; of
2. Ondernemers die met een platform faciliteren bij afstandsverkopen binnen de EU of faciliteren bij lokale leveringen in de EU aan particulieren, terwijl de leverancier van de goederen buiten de EU is gevestigd.
In deze situaties wordt het platform voor de btw geacht de goederen zelf te hebben ontvangen van de verkoper en vervolgens te hebben geleverd aan de consument.
Met het begrip platform wordt een online portaal bedoeld, zoals een marktplaats of webwinkel, dat faciliteert bij de goederenlevering. De ondernemer met het platform brengt een afnemer en een leverancier die de goederen te koop aanbiedt via het platform met elkaar in contact, hetgeen resulteert in een goederenlevering via het platform. Daarbij handelt het platform niet op eigen naam.
Vanaf 1 januari 2027 wordt de platformfictie voor de onder punt 2 vermelde situatie uitgebreid. Als gevolg van deze uitbreiding geldt de platformfictie vanaf genoemde datum niet alleen meer voor leveringen aan particulieren. Ook goederenleveringen binnen de EU door een platform aan btw-vrijgestelde ondernemers, of rechtspersonen niet-ondernemer, die met hun aankoop onder de verwervingsdrempel voor vrijgestelde intracommunautaire verwervingen blijven, vallen dan onder de platformfictie. In Nederland is de verwervingsdrempel € 10.000.
Let op! De hoogte van de verwervingsdrempel verschilt per EU-land.
De uitbreiding betekent dat de platformfictie bijvoorbeeld ook gaat gelden als een Nederlands platform een goederenlevering binnen de EU faciliteert tussen een buiten de EU gevestigde leverancier en een in de EU gevestigde KOR-ondernemer die onder de verwervingsdrempel van blijft. Daarvan is bijvoorbeeld sprake in de volgende situatie.
Een in Groot-Brittannië gevestigde ondernemer verkoopt via een in Nederland gevestigd platform goederen aan een in Frankrijk gevestigde KOR-ondernemer. De goederen van de Britse ondernemer zijn reeds ingevoerd en opgeslagen in Nederland. Als de Franse KOR-ondernemer, en de afnemer van de goederen, met zijn aankoop onder de Franse verwervingsdrempel van € 10.000 blijft, is per 1 januari 2027 de platformfictie van toepassing op deze transactie.
Vanwege deze platformfictie, wordt de Britse ondernemer geacht de goederen voor de btw te leveren aan het Nederlandse platform. Voor deze levering geldt het btw-nultarief in het EU-land van vertrek van de goederen, dus in dit voorbeeld in Nederland.
Vervolgens verricht het Nederlandse platform bij wetsfictie een btw-belaste levering in Frankrijk (intracommunautaire afstandsverkoop), omdat de Franse KOR-ondernemer geen btw-belaste intracommunautaire verwerving verricht in Frankrijk. De verschuldigde Franse btw kan het Nederlandse platform aangeven via de OSS of via de reguliere Franse btw-aangifte.
De uitbreiding van de platformfictie maakt onderdeel uit van de implementatie van het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). Het wetsvoorstel, waarin dit onderdeel wordt geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, is op 6 oktober 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.
De vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers houdt in dat de digitale diensten en afstandsverkopen binnen de EU die een Nederlandse ondernemer verricht voor consumenten in andere EU-landen zijn belast met Nederlandse btw. Met een kleine ondernemer wordt een ondernemer bedoeld die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:
Hierbij gaat het om afstandsverkopen vanuit het EU-land waarin de kleine ondernemer is gevestigd.
Deze vereenvoudigde regeling voorkomt dat de kleine ondernemer OSS-aangiften moet doen of zich voor de btw moet registreren in een ander EU-land.
Let op! Zodra de ondernemer met de digitale diensten en/of afstandsverkopen de drempel van € 10.000 overschrijdt, geldt het volgende. De digitale diensten zijn belast in het EU-land van de consument en de afstandsverkopen in het EU-land van aankomst van de goederen. Vaak zal het land van aankomst van de goederen gelijk zijn aan het EU-land van de consument. Voor de leesbaarheid van dit artikel geldt hierna daarom als uitgangspunt dat voor de afstandsverkopen het land van aankomst van de goederen gelijk is aan het land van de consument (hierna: EU-land van de consument).
De kleine ondernemer mag ervoor kiezen om de btw-regels van EU-land van de consument toe te passen. Als het btw-tarief in het andere EU-land lager is, kan dit voordelig zijn.
Tot 1 januari 2027 moet de ondernemer die kiest voor btw-heffing in het EU-land van de consument dat bij de Belastingdienst melden. Dit moet vóór de 10e dag van de maand volgend op de datum waarop de ondernemer de eerste digitale dienst of afstandsverkoop aan de consument uit een ander EU-land verricht. Lukt dat niet binnen deze termijn, dan geldt de keuze vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak volgend op het aangiftetijdvak waarin de keuze aan de Belastingdienst is gemeld.
Deze meldingsplicht vervalt per 1 januari 2027. Vanaf deze datum wordt een ondernemer die de Unieregeling binnen de OSS toepast, geacht te hebben gekozen voor btw-heffing in het EU-land. Als de ondernemer deze keuze niet maakt, en dus de vereenvoudigde regeling voor kleine ondernemers toepast, blijkt dat uit de administratie.
Het vervallen van de meldingsplicht per 1 januari 2027 maakt onderdeel uit van de implementatie van het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). Het wetsvoorstel, waarin dit onderdeel wordt geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, is op 6 oktober 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.
Ondernemers moeten waarschijnlijk vanaf 1 juli 2030 voor de zogenoemde business-to-business-transacties (hierna: B2B-transacties) elektronische facturen versturen naar andere ondernemers. Dit geldt zowel voor binnenlandse als intracommunautaire B2B-transacties. Met intracommunautaire B2B-transacties wordt grensoverschrijdende handel bedoeld tussen twee ondernemers binnen de EU.
Let op! Voor intracommunautaire B2B-transacties zal vanaf 1 juli 2030 ook een digitale rapportageverplichting gelden. Deze digitale rapportageverplichting zal voor binnenlandse B2Btransacties vanaf 1 juli 2031 gelden.
Het kabinet is bezig met de voorbereidingen voor de implementatie van de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). De Europese VIDA-richtlijn gaat over de volgende drie onderwerpen:
Voor de implementatie van het eerste onderwerp ‘elektronisch factureren en digitale rapportage’ mogen de EU-landen zelf een aantal keuzes maken. In september 2026 maakte het kabinet bekend dat zij ervoor kiest om de verplichtingen voor e-facturering en digitale rapportage voor zowel intracommunautaire B2B-transacties als binnenlandse B2B-transactie in te voeren.
Let op! De binnenlandse e-facturatieverplichting geldt straks niet voor ondernemers die de kleineondernemersregeling (KOR) toepassen.
Volgens het kabinet is de e-facturatie- en digitale rapportageverplichting noodzakelijk voor effectieve fraudebestrijding in de btw, versterking van de digitale economie en vermindering van administratieve lasten. Bovendien leiden deze regels ertoe dat de e-facturatie- en digitale rapportageverplichting van intracommunautaire B2B-transacties in alle EU-landen hetzelfde is.
Let op! Vanwege deze nieuwe regels en elektronische verplichtingen moeten ondernemers hun factureringsprocessen aanpassen.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01