HLB logo
Vacatures
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

Revisierente

Je betaalt bij afkoop normaal gesproken revisierente, omdat je dan onterecht hebt geprofiteerd van de premieaftrek. De revisierente bedraagt in de meeste gevallen 20% van de afkoopsom.

Niet bij langdurige arbeidsongeschiktheid

Er is geen revisierente verschuldigd als de lijfrente wordt afgekocht in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid. De wetgever ziet in dat geval de afkoop niet als misbruik, omdat arbeidsongeschiktheid veelal gepaard gaat met een verlies aan inkomen.

Verplicht ineens afkopen?

Het was niet helemaal duidelijk of je van deze uitzondering alleen gebruik kan maken bij volledige afkoop van de lijfrente. De Belastingdienst heeft op vragen daarover geantwoord dat de lijfrente niet in zijn geheel hoeft te worden afgekocht om van de uitzondering gebruik te kunnen maken. Het is dus ook mogelijk de lijfrente in gedeeltes af te kopen, waarbij iedere keer geen revisierente betaald hoeft te worden.

Geen limiet

De Belastingdienst heeft ook aangegeven dat er geen limiet is in het aantal keren dat een lijfrente vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid kan worden afgekocht zonder dat revisierente verschuldigd is. Wel moet de afkoopsom jaarlijks onder een hiervoor bepaalde grens blijven. In 2026 bedraagt deze grens € 51.440.

Let op! Als het gemiddelde van de premiegrondslag in 2026 en 2025 hoger is dan € 51.440, bedraagt de grens in 2026 dit gemiddelde.

Voorwaarden

Je kunt alleen onder voorwaarden van de uitzondering gebruikmaken. Zo mag je de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Daarnaast moet de situatie van langdurige arbeidsongeschiktheid aannemelijk gemaakt kunnen worden. Dit kan via een verklaring van een arts of met behulp van een schriftelijk stuk, waaruit blijkt dat je een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid krijgt of gaat krijgen. 

Deadline 1 oktober 2027

Uiterlijk 1 oktober 2027 moet aan de uitvoerder worden doorgegeven hoe de nieuwe pensioenregeling er vanaf 2028 gaat uitzien. Er zijn dan vijf (globale) keuzes die gemaakt moeten worden. Daarnaast is uiteraard de nodige fine-tuning nodig.

  1. Een middelloonregeling mag niet meer. Deze kan nog omgezet worden in een stijgende beschikbare premiestaffel voor zittende werknemers. Een andere mogelijkheid is om deze direct om te zetten in een flatrate premie, al dan niet met extra compensatie. Nieuwe werknemers moeten vanaf 2028 sowieso een flatrate-premie toegezegd krijgen.
  2. Zittende werknemers per eind 2027 mogen hun bestaande beschikbare premieregeling, met een stijgende staffel, wel gewoon uitdienen. Nieuwe werknemers moeten uiteraard wel een flatrate premie toegezegd krijgen. 
  3. Het nabestaandenpensioen moet voor iedereen, dus ook voor werknemers die onder het overgangsregime vallen, worden aangepast. Dit mag maximaal 50% van het salaris bedragen, en moet op risico-basis verzekerd zijn. Het gemiddelde in de markt ligt overigens ongeveer op 25 á 30%. Het wezenpensioen moet, zonder verdere keuzes, tot 25 jaar duren. Werknemers mogen er niet op achteruitgaan, dus wellicht moet voor sommige werknemers een aanvullend partnerpensioen verzekerd worden. 
  4. Voor nieuwe werknemers vanaf 2028 moet altijd een flatrate premie worden vastgesteld. Deze mag maximaal 30% bedragen van de pensioengrondslag. Ook moet een eventuele eigen bijdrage van de werknemers afgesproken worden. Deze mag afwijken van die van de zittende werknemers. Of dat verstandig is ‘op de werkvloer’ is een andere discussie. 
  5. Tot slot kan aan zittende werknemers een opt-in voor de nieuwe flatrate regeling worden geboden. Dat zij dan ook een hogere eigen bijdrage moeten betalen is dan hun eigen keus. Voor jongere werknemers kan dit een goede optie zijn. Uiteraard worden de kosten voor de werkgever dan (ook) hoger. Een opt-in is daarom ook geen recht.

Ondernemingsraad

De ondernemingsraad moet instemmen met alle wijzigingen. Dit proces duurt vaak maanden, dus ook in dat kader is op tijd beginnen aan te raden. Ook de kostendoorrekeningen vergen tijd en de agenda’s van pensioenadviseurs en -rekenaars lopen vol.

Let op! Let er goed op dat alle pensioenregelingen worden meegenomen, dus ook een netto-pensioenregeling, gesloten pensioenregelingen waarin geen nieuwe werknemers meer mogen deelnemen en excedent- en vrijwillige pensioenregelingen, dus aanvullend op de basispensioenregeling. Ook is het (weer) een goed moment om te checken of alle werknemers deelnemen en/of een afstandsverklaring hebben getekend. 

Tot slot

Natuurlijk zal de minister niet nu al aangeven dat de deadline van 1 januari 2028 wordt verlengd. Dan blijven veel werkgevers natuurlijk niets doen. Maar als het nodig is, zal de deadline echt wel opgerekt worden. Toch lijkt wachten en risico lopen niet verstandig. Aan de slag dus!

Bedrag ineens

Het staat al jaren op de planning, maar is nog steeds niet ingevoerd: de mogelijkheid om op de pensioeningangsdatum maximaal 10% van het opgebouwde pensioen in één keer uit te laten betalen. De gepensioneerde mag dit bedrag vrij besteden, er is dus geen verplicht bestedingsdoel. 

Let op!De opname van een bedrag ineens kan overigens wel gevolgen hebben voor het recht op toeslagen.

Herhaaldelijk uitstel inwerkingtreding

Oorspronkelijk was het plan om deze mogelijkheid per 1 januari 2023 in te laten gaan, maar de ingangsdatum is keer op keer uitgesteld. De laatste stand van zaken was dat het niet eerder dan 1 juli 2026 zou ingaan. Vanwege de voorbereidingstijd die nodig is, is inmiddels duidelijk dat die ingangsdatum niet gehaald wordt. Het is aan het nieuwe kabinet om te besluiten over een nieuwe inwerkingtredingsdatum.

Tip! De mogelijkheid 10% ineens op te nemen komt ook beschikbaar voor lijfrentes.

Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram