In beginsel is btw verschuldigd over het hele leasebedrag dat een leasemaatschappij in rekening brengt voor de lease van een auto. Dit is in ieder geval zo wanneer de leaseauto op naam van de leasemaatschappij staat.
Door een hele oude goedkeuring van 18 juli 1995 hoefde over de doorberekende mrb van een leaseauto die op naam staat van de leasemaatschappij echter toch geen btw berekend te worden. Deze doorberekende mrb werd in die goedkeuring aangemerkt als zogenaamde quasi doorlopende post waarover geen btw verschuldigd was.
Hoewel het de bedoeling was om deze goedkeuring in te trekken was het besluit daarover van 25 januari 2007 niet helemaal helder. De staatssecretaris heeft bij besluit van 2 juli 2026 bevestigd dat de goedkeuring daarom zijn werking heeft behouden.
Dit eindigt echter per 1 januari 2027. Vanaf die datum moet dan ook btw berekend worden over de doorberekende mrb van een leaseauto die op naam staat van de leasemaatschappij.
Als de mrb een zogenaamde doorlopende post is (dus zonder de quasi zoals hiervoor beschreven), kan de mrb zonder btw doorberekend worden. Er is sprake van een doorlopende post als de leaseauto op naam van de lessee (particulier dan wel zakelijk) staat én de leasemaatschappij de mrb betaalt. De leasemaatschappij heeft dan bij de RDW de mrb-verplichting bij ‘erkenning Voorbehoud en verplichtingen’ aangevinkt.
De leasemaatschappij kan dan de mrb één op één zonder btw doorberekenen aan de lessee. De mrb moet dan wel afzonderlijk op de factuur gespecificeerd zijn. Dit kan nu al, maar vanaf 2027 nog steeds.
Lease je een auto die op naam staat van de leasemaatschappij en heb je geen (volledig) recht op aftrek van btw, omdat je bijvoorbeeld (deels) btw-vrijgestelde prestaties verricht? Dan betekent het einde van de goedkeuring voor jou waarschijnlijk dat je leasekosten stijgen. Als de leasemaatschappij namelijk vanaf 1 januari 2027 btw berekent over doorberekende mrb, dan kun jij die btw niet (geheel) in aftrek brengen.
Er is een alternatief. Het is namelijk mogelijk om de lessee als houder van de leaseauto aan te merken. De mrb is dan verschuldigd door de lessee en niet meer door de leasemaatschappij. Betaalt de leasemaatschappij dan toch de mrb omdat bij de RDW de mrb-verplichting bij ‘erkenning Voorbehoud en verplichtingen’ is aangevinkt? Dan is de aan de lessee doorberekende mrb een doorlopende post. Dit doorberekenen kan dan zonder btw.
Voor de bestelauto van een btw-ondernemer die deze bestelauto voor meer dan 10% van de jaarlijks verreden kilometers voor zijn onderneming gebruikt, wordt de mrb verlaagd met 50%. Een bestelauto is in dit verband een motorrijtuig met een toegestane maximum massa van 3.500 kg of minder die geen personenauto of een autobus is.
Let op!Je bent btw-ondernemer als je leveringen en diensten verricht waarvoor je voor de btw als ondernemer wordt aangemerkt. Daarbij is het niet relevant of je btw-vrijgestelde prestaties of btw-belaste prestaties verricht. Ook een ondernemer met alleen btw-vrijgestelde prestaties is gewoon een ondernemer voor de btw.
De verlaging met 50% betekent dat vanaf 1 juli 2026 tot 31 december 2026 de volgende mrb geldt:
| Massa rijklaar in kg van | Tijdvak 3 maaden | Vermeerderd met | Per 100 kg massa rijklaar boven |
| 600 of minder | € 25,99 | ||
| 700 t/m 1.100 | € 31,78 | € 4,07 | 700 kg |
| 1.200 t/m 2.100 | € 52,21 | € 4,38 | 1.200 kg |
| 2.200 t/m 2.800 | € 96,23 | € 4,71 | 2.200 kg |
| 2.900 en meer | € 127,40 | € 1,07 | 2.900 kg |
Voor vrachtauto’s wordt de mrb verlaagd naar nul. Voor vrachtauto’s met een toegestane massa lager dan 12.000 kilo zou al een tarief van nul gaan gelden vanaf 1 juli 2026, maar voor vrachtauto’s van 12.000 kilo of meer gaat dat nu tijdelijk ook gelden.
De verlaging is niet structureel, maar geldt voor de periode van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026. Effectief kan de verlaging echter ook na 31 december 2026 nog van toepassing zijn. De verlaging geldt namelijk pas vanaf het tijdvak dat begint op 1 juli 2026 of later.
Start het tijdvak van jouw voertuig bijvoorbeeld op 15 juli 2026? Dan is de verlaging pas van toepassing vanaf het tijdvak dat start op 15 juli 2026 en stopt op 15 januari 2027.
Let op!Het tarief van nul voor vrachtauto’s met een toegestane massa lager dan 12.000 kilo is structureel en geldt dus ook vanaf 2027.
In verband met de hoge energieprijzen wil het kabinet de volgende maatregelen nemen:
Om Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele energie wil het kabinet de volgende maatregelen nemen:
Om de kosten van deze maatregelen te dekken wil het kabinet onder meer:
Let op! Het kabinet houdt rekening met een verdere verslechtering van de situatie. Het kabinet heeft zich daarop voorbereid door verschillende scenario’s uit te werken
Maakt u tijdens de schorsing toch gebruik van de openbare weg, dan kan dit bij controle een naheffing met boete opleveren. De boete bedraagt in principe 50% van het bedrag van de naheffing.
In een zaak die onlangs werd behandeld door gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, had de eigenaar van verschillende hobbyvoertuigen met een van de auto’s gereden waarvan het kenteken geschorst was. Volgens de eigenaar had hij zich vergist en was hij onbedoeld met een auto gaan rijden, waarvan hij ten onrechte dacht dat het kenteken niet geschorst was. Dit leverde hem een naheffing van € 1.379 op, met een boete van 100%.
Volgens de eigenaar dienden de naheffing en boete te worden gematigd, aangezien er sprake was van een vergissing en het, gelet op de omstandigheden, niet ging om belastingontwijking. De rechtbank ging hierin deels mee en achtte de naheffing terecht omdat er nu eenmaal van de openbare weg gebruik was gemaakt. De rechtbank vond wel dat de boete gematigd moest worden.
De boete diende sowieso gematigd te worden tot 50%, aangezien dit per 1 juli 2023 via een aanpassing van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst zo was geregeld. De rechtbank vond echter een verdere matiging op zijn plaats, omdat er sprake was van een relatief zwaar voertuig. Dit resulteerde automatisch in een hoog bedrag aan naheffing en dus ook automatisch in een hoge boete. De rechtbank gaf aan niet in te kunnen zien waarom het gebruik van een auto met een hoger gewicht moet leiden tot een hogere boete en matigde de boete dan ook tot 25%.
De inspecteur was het met de verdere matiging van de boete tot 25% niet eens en legde de zaak voor aan het gerechtshof. Die laat de uitspraak in stand, maar tekent hier nadrukkelijk bij aan dat de boete passend en geboden is, zonder het gewicht van de auto in dit oordeel te betrekken. De inspecteur heeft de zaak nu voorgelegd aan de Hoge Raad.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01