HLB logo
Vacatures
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

Wat speelde er?

Drie werknemers waren in dienst als (senior) accountmanager bij een grote speler in de verzekeringsbranche. Ze namen ontslag per september 2024 en traden in dienst bij een concurrent.  Vervolgens stapten achttien klanten van de voormalige werkgever die tot de portefeuilles van de betreffende werknemers behoorden over naar die concurrent. Het in de arbeidsovereenkomsten overeengekomen geheimhoudings- en relatiebeding was inmiddels afgelopen. 

Onrechtmatige concurrentie?

De voormalige werkgever startte een kort geding en vorderde daarin onder meer een verbod op het benaderen van zijn klanten. De oud-werknemers hadden zich schuldig hebben gemaakt aan onrechtmatige concurrentie, omdat zij tijdens en na hun dienstverband stelselmatig minimaal 33 klanten hadden benaderd om een overstap te maken naar hun nieuwe werkgever, aldus de voormalige werkgever. 

Drie vereisten

Geldt er geen concurrentiebeding, dan kan een werknemer zijn voormalige werkgever beconcurreren, ook wanneer deze daarvan nadeel ondervindt. Bijkomende omstandigheden kunnen er wel voor zorgen dat bepaalde concurrerende activiteiten toch onrechtmatig zijn. Volgens vaste jurisprudentie geldt voor oud-werknemers dat sprake is van onrechtmatige concurrentie wanneer voldaan is aan de volgende drie cumulatieve vereisten, namelijk:

  1. het stelmatig en substantieel afbreken van
  2. het duurzame bedrijfsdebiet van de voormalige werkgever
  3. met gebruikmaking van kennis en gegevens die bij de voormalige werkgever vertrouwelijk zijn verkregen.

Wat oordeelde de rechter?

De rechter oordeelde dat dit in dit geval niet aan de orde is. Het gaat immers om een grote speler in de verzekeringsbranche met een groot klantenbestand. In dat geval ligt de drempel om te kunnen spreken van een substantiële afbreuk relatief hoog. Inmiddels waren er zestien maanden verstreken en was de bij de oud-werkgever opgedane kennis en bedrijfsinformatie niet meer actueel. Er was dus geen sprake van een concreet en reëel risico op onrechtmatige concurrentie. Daarnaast kon de ex-werkgever niet aantonen dat de kennis en gegevens vertrouwelijk waren verkregen.

Ook de belangenafweging tussen enerzijds het belang van de werknemers om bij een andere werkgever in dienst te treden versus het bedrijfsbelang van de werkgever, viel in het nadeel van de werkgever uit. Het staat relaties vrij van makelaar te wisselen en het is in algemene zin een normaal bedrijfsrisico dat het vertrek van ervaren accountmanagers tot verlies van omzet leid. Er was daarom geen sprake van onrechtmatige concurrentie. 

Let op!Zoals uit bovenstaande casus volgt, is een en ander afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden. Een werkgever moet de verwijten goed onderbouwen en tijdig in actie komen en de aantasting van het bedrijfsdebiet kunnen aantonen.

Overgang onderneming

Om te kunnen spreken van een overgang van onderneming is het van belang dat de onderneming haar identiteit heeft weten te behouden. Hierbij wordt gekeken naar een zevental factoren:

  1. Aard van de betrokken onderneming
  2. Worden materiële activa overgedragen
  3. De waarde van de immateriële activa op datum overgang
  4. Wordt vrijwel al het personeel mee overgenomen?
  5. Wordt de klantenkring overgedragen?
  6. Komen de voor en na overdracht verrichte activiteiten overeen?
  7. Eventuele duur van de onderbrekingen van de activiteiten

Bescherming tegen ontslag

Werknemers worden bij een overgang van onderneming beschermd tegen ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen. De vraag is tot hoever deze bescherming reikt.  

Uit de rechtspraak volgt dat het ontslagverbod vanwege overgang van onderneming opzij kan worden geschoven als de verkrijger na de overgang besluit tot aanpassing van zijn organisatie op grond van zogenaamde economische, technische of organisatorische redenen, de eETO-redenen.  Het gaat dan om redenen die wijzigingen voor de werkgelegenheid met zich meebrengen.

Hoge Raad geeft duidelijkheid

De Hoge Raad heeft zich onlangs gebogen over een zaak waarbij sprake was van overgang van onderneming waarna een werknemer ontslagen werd. De werknemer was sinds 1994 in dienst bij een supermarkt en was op dat moment personeelsverantwoordelijke (P&O) op basis van een dienstverband van acht uur per week. Dit hield in dat hij ondersteunende werkzaamheden verrichtte op het gebied van verzuimregistratie en contracthuishouding. De werknemer kreeg in mei 2023 te horen dat hij van rechtswege in dienst was getreden bij een andere franchisenemer als gevolg van overgang van onderneming. Deze verkrijger beschikte over een servicekantoor waar de HR-taken voor alle supermarkten van de verkrijger centraal worden verricht. De verkrijger stelde zich op het standpunt dat de functie van werkneemster binnen zijn organisatie niet inpasbaar en daarom overbodig was. 

Het lukt hem niet de werknemer te herplaatsen. Hij vroeg daarom een ontslagvergunning aan bij het UWV, maar die werd door het UWV geweigerd. Vervolgens ging hij naar de kantonrechter waar hij meer succes had; de kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst. De werknemer ging hiertegen zonder succes in hoger beroep. Uiteindelijk stelde de werknemer cassatie in bij de Hoge Raad.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat het moet gaan om ETO-redenen die geen intrinsiek verband houden met de overgang van onderneming. Dit betekent echter niet dat er geen enkel verband mag bestaan tussen de overgang van onderneming en de aan het ontslag ten grondslag gelegde ETO-redenen. Er moet zowel rekening worden gehouden met de belangen van werknemers als ook met de belangen van werkgevers.

Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat naarmate een reorganisatie sneller na de overgang plaatsvindt, de werkgever beter moet kunnen uitleggen waarom het ontslag niet met die overgang samenhangt.

Toch ontslag

In dit geval volgt de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof dat de verkrijger de aangevoerde ETO-redenen voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Aan het ontslag van werknemer lag de beslissing van de verkrijger om de werkzaamheden anders te organiseren en dat stond los van de overgang van onderneming.

Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram