HLB logo
Vacatures
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

Rechtsvorm

In de online regelhulp komt u aan de hand van een ingevulde vragenlijst automatisch terecht bij de vraagstukken die in de betreffende situatie geregeld dienen te worden. Allereerst moet u aangeven welke rechtsvorm van toepassing is. De regelhulp is met name bestemd voor eenmanszaken, bv’s, vof’s en maatschappen. Vervolgens wordt gevraagd of een testament beschikbaar is. 

Vervolgvragen 

Vervolgens kunt u aangeven of er personeel in dienst is en of het bedrijf over schulden beschikt. Dit zorgt namelijk voor extra te regelen zaken. Ook dient te worden aangegeven hoe het bedrijf gehuisvest is en of, en door wie, het wordt voortgezet. 

Branches

De regelhulp speelt tevens in op twee specifieke branches, de agrarische en medische branche, en de hiermee samenhangende problemen.

Volgorde van belang

Na invulling van de regelhulp verschijnt een overzicht van de te regelen zaken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in zaken die zo snel mogelijk geregeld moeten worden, dan wel binnen enkele maanden en zaken waarvan het regelen nog wel even kan wachten.

Tips en advies

De opsomming van de te regelen zaken is ook voorzien van de nodige tips en adviezen. Ook wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen voor het personeel en welke instanties hierbij behulpzaam kunnen zijn.

Tip! In een situatie als deze helpen wij u uiteraard graag met het regelen van zaken en geven u daar deskundig advies bij. 

Vrachtwagenheffing per 1 juli 2026

De vrachtwagenheffing gaat gelden voor alle vrachtwagens met voertuigcategorie N2 en N3. Dat zijn vrachtwagens met een technische maximummassa van boven de 3.500 kg. De heffing geldt op alle snelwegen, een aantal N-wegen en enkele lokale wegen bij grotere steden.

De heffing betreft een bedrag per gereden kilometer. De hoogte is afhankelijk van de technische maximummassa, de CO2-emissieklasse en in sommige gevallen de euro-emissieklasse. Hoe schoner en lichter de vrachtwagen is, des te lager het bedrag per kilometer.

Tip! Op de website van RDW kunt u berekenen wat uw bedrag per kilometer wordt.

De wetgeving over de tarieven en de manier waarop de vrachtwagenheffing berekend wordt, treedt al per 1 maart 2026 in werking. Op die manier is hier voor 1 juli 2026 al duidelijkheid over voor vervoersondernemers en andere belangstellenden.

Zorg voor contract en tolkastje

Vrachtwagens die onder de vrachtwagenheffing vallen, hebben vanaf 1 juli een contract met een aanbieder en een tolkastje nodig. Meer informatie vindt u op de website van de RDW.

Let op! Het tolkastje is ook verplicht als de vrachtwagen alleen rijdt op wegen waar de vrachtwagenheffing niet geldt.

Ontheffing

Voor sommige vrachtwagens kan vanaf 1 april 2026 bij de RDW ontheffing van de vrachtwagenheffing gevraagd worden. Dit is het geval bijvoorbeeld als de vrachtwagen 40 jaar of ouder is én alleen privé wordt gebruikt of voor vrachtwagens van politie en brandweer.

Om het mogelijk te maken deze ontheffing aan te vragen, treedt het deel van de wet dat gaat over die ontheffing al per 1 maart 2026 in werking.

Vrijstelling

Elektrische vracht- en bestelwagens tot en met 4.250 kg zijn vrijgesteld. Ook voor vrachtwagens met een eendagskenteken en een handelaarskenteken geldt een vrijstelling.
Heeft de vrachtwagen een Nederlands kenteken, dan geldt deze vrijstelling automatisch. Vrachtwagens met een kenteken uit een ander Europees land moeten zich bij het RDW aanmelden voor de vrijstelling.

Let op! Ook vuilniswagens, straatvegers, rioolzuigers en defensievoertuigen zijn vrijgesteld van de vrachtwagenheffing.

Niet voor campers

De vrachtwagenheffing geldt straks niet voor voertuigen die bij de RDW bekend zijn als camper (kampeerwagen).

Geen of lagere motorrijtuigenbelasting

Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de vrachtwagenheffing, verdwijnt per 1 juli 2026 de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens tot 12.000 kg. Voor vrachtwagens vanaf 12.000 kg wordt de motorrijtuigenbelasting dan lager. Het Eurovignet voor Nederland stopt ook op 1 juli 2026

.

Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM)

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer én het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze verplichting staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, WPM.

Waar gaat het om?

Bedrijven die onder de rapportageverplichting vallen moeten veel gegevens verzamelen. Denk hierbij aan het totaal aantal kilometers dat de werknemers afleggen voor zakelijk en woon-werkverkeer en het jaartotaal aan kilometers, uitgesplitst naar soort vervoermiddel en brandstoftype.

Let op!De gegevens over 2025 moeten uiterlijk 30 juni 2026 ingestuurd zijn.

Verhoging grens naar 250 of meer werknemers

Op 15 april 2025 nam de Tweede Kamer een motie aan om de WPM af te schaffen voor bedrijven tot 250 werknemers. Op 20 november 2025 werd het voornemen tot afschaffing aangekondigd.

Inmiddels is een besluit ter internetconsultatie aangeboden waarin de rapportageverplichting voor bedrijven tot 250 werknemers wordt afgeschaft. Reageren op deze internetconsultatie is mogelijk tot 9 maart 2026.

Ook al in 2026?

Als het besluit zoals ter internetconsultatie is aangeboden ongewijzigd wordt ingevoerd, gaat de afschaffing in met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Werkgevers met minder dan 250 werknemers hoeven dan ook over 2026 al niet meer te rapporteren. Eerder was aangekondigd dat de afschaffing pas vanaf 2027 zou gelden, maar dit lijkt dus een jaar vervroegd te worden.

Tip! Kijk voor meer informatie over de rapportageverplichting op RVO.nl.

 

Wettelijke regeling: e-mail mag onder voorwaarde

In de wet is opgenomen dat een bestuursorgaan zoals een heffingsambtenaar van een gemeente of een belastingambtenaar een bericht – en dus ook een uitspraak op bezwaar – per e-mail aan u mag verzenden. Voorwaarde is dat u zelf aangeeft dat u voldoende bereikbaar bent op dit e-mailadres.

Wanneer kenbaar?

De vraag is wanneer u heeft aangegeven dat u voldoende bereikbaar bent op een e-mailadres.

In de rechtspraak speelde een zaak waarin een burger bezwaar had gemaakt tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Hij had een daarvoor bestemd online contactformulier ingevuld en digitaal naar de heffingsambtenaar van de gemeente gestuurd. Hij was daarbij verplicht om zijn e-mailadres in te vullen. De heffingsambtenaar was van mening dat de burger hiermee had aangegeven dat hij voldoende bereikbaar was op dit e-mailadres. Hij verzond de uitspraken op bezwaar dan ook per e-mail. De burger merkte de uitspraken op bezwaar niet op en was daardoor ‘te laat’ om in beroep te gaan.

Oordeel Hoge Raad

Uiteindelijk kwam de vraag of de burger had aangegeven dat hij voldoende bereikbaar was op het e-mailadres bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde in zijn algemeenheid dat een burger dit ‘meer of minder’ uitdrukkelijk kan doen. Daarbij moet de burger ook aangeven voor welke berichten hij voldoende bereikbaar is per e-mail en op welk e-mailadres.
Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden of een uiting of gedraging van een burger aan deze voorwaarden voldoet. De Hoge Raad gaf in zijn arrest een aantal aanwijzingen.

De Hoge Raad kwam dan ook tot het oordeel dat de heffingsambtenaar niet had kunnen concluderen dat de burger had aangegeven voldoende bereikbaar te zijn op het e-mailadres. Hij had dit immers alleen maar ingevuld op het contactformulier zonder verdere verklaring daarbij.

Advies Hoge Raad

Aan het arrest van de Hoge Raad kan nog een advies aan de ambtenaar ontleend worden. De ambtenaar kan altijd aan een burger vragen uitdrukkelijk aan te geven of hij de (bezwaar)procedure per e-mail wil voortzetten, daarop bereikbaar is en welk e-mailadres hij wil gebruiken. In het online contactformulier had de gemeente daar ruimte voor kunnen inrichten.

Let op! Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is in het parlement toegelicht dat, indien zowel post als e-mail mogelijk is bij de overheidsinstantie, u mag kiezen tussen communicatie per post of langs elektronische weg (bijvoorbeeld per e-mail). U bent zo’n geval dus niet verplicht om in te stemmen met communicatie per e-mail.

De casus

In 2021 stelde rechtbank Amsterdam FNV, die de procedure had aangespannen, in het gelijk door te oordelen dat Uber-chauffeurs werknemers zijn. Uber stelde vervolgens hoger beroep in. Het gerechtshof stelde hierop prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de betekenis van ondernemerschap bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie en op de procedure om die kwalificatie voor een groep werkenden vast te stellen.

Ondernemerschap

 De Hoge Raad gaf in reactie op genoemde prejudiciële vragen aan geen rangorde te willen aanbrengen in de in het Deliveroo-arrest genoemde relevante omstandigheden bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit geldt ook voor ondernemerschap, waarbij het zich kan voordoen dat de arbeidsrelatie van de ene werkende anders te kwalificeren valt dan van andere werkenden die dezelfde werkzaamheden verrichten.

Het is volgens de Hoge Raad niet mogelijk een algemeen oordeel over de kwalificatie te geven als de individuele omstandigheden van de (groepen) werkenden daarvoor te veel uiteenlopen. 

Mocht het wel mogelijk zijn een oordeel te geven voor bepaalde (groepen) werkenden, dan kan de rechter dit in de beslissing van de uitspraak tot uitdrukking brengen.

Wat oordeelde de rechter?

Het gerechtshof oordeelde dat de zes chauffeurs die zich in hoger beroep aan de zijde van Uber hebben geschaard, niet als werknemer, maar als zelfstandig ondernemer moeten worden aangemerkt. Daarbij achtte het gerechtshof onder meer relevante factoren als:

Het gerechtshof overwoog tevens dat de mogelijkheid bestaat dat andere individuele chauffeurs van Uber wel werken op basis van een arbeidsovereenkomst. In de procedure waar het om ging, kon het gerechtshof echter niet vaststellen dat dit voor individuele chauffeurs of voldoende afgebakende groepen geldt. Reden waarom de collectieve vorderingen van FNV zijn afgewezen.

Onderverdeling

De normbedragen kennen een onderverdeling in veehouderij en akkerbouw. Voor de veehouderij geldt een vast bedrag per eenheid. Zo geldt voor melkgeiten bijvoorbeeld een bedrag van € 184 per stuk en voor pluimveegrondhuisvesting een bedrag van € 16,70 per netto leefoppervlak m2. Voor akkerbouw geldt een vast bedrag voor alle gewassen per hectare grond.

Hulpmiddel

Om met de normbedragen de waarde te berekenen, stelt de Belastingdienst ook een hulpmiddel beschikbaar. Door aan te geven welke agrarische zaken via erfenis of schenking zijn verkregen, kan de waarde worden bepaald. Ook kunnen onder meer langlopende schulden in het hulpmiddel worden opgenomen. De verkregen waarde dient te worden gebruikt voor de aangifte erf- of schenkbelasting.

Uitzonderingen 

Het hulpmiddel geeft ook aan wanneer dit middel niet gebruikt kan worden voor de waardeberekening. Het gaat dan om beleggingen en bedrijfsmiddelen die niet bestemd zijn voor activiteiten in de veehouderij en/of akkerbouw. Denk aan grond die eerder in een akkerbouwbedrijf gebruikt werd, maar nu verpacht wordt, of als er maar één gewas geteeld wordt.

Let op! Het hulpmiddel met de normbedragen voor 2026 komt later dit jaar beschikbaar.

Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram