HLB logo
Vacatures
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

Compensatie werkelijke schade

Gedupeerden van de toeslagenaffaire hadden in beginsel recht op compensatie waarbij werd uitgegaan van standaard berekeningen en bedragen. Wie kan aantonen dat de werkelijke schade voor hem of haar groter was, kan een verzoek indienen om de Commissie Werkelijke Schade te laten beoordelen of recht bestaat op meer compensatie. De Dienst Toeslagen neemt hierover een besluit na een wettelijk verplicht advies van deze commissie.

Wat bij niet tijdig beslissen?

De uitspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft betrekking op het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek om vergoeding van de werkelijke schade. Zijn dwangsommen van toepassing als een dergelijk besluit niet tijdig genomen wordt?

De Afdeling bestuursrechtspraak besliste dat de normale wettelijke termijn geldt: ofwel de Dienst Toeslagen moet alsnog een besluit nemen binnen twee weken nadat de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak op het verzoek is verzonden. De uitspraak stelt echter ook dat wanneer deze termijn wordt overschreden er tot 3 juni 2027 geen dwangsom betaald hoeft worden.

Dwangsom heeft geen effect

Als reden voor het niet hoeven te betalen van een dwangsom stelt de afdeling bestuursrechtspraak dat hiervan geen effect hoeft te worden verwacht. Het toekennen van een dwangsom, leidt er namelijk niet toe dat daardoor eerder op het verzoek om vergoeding van de werkelijke schade beslist zal worden. De besluitvorming van de Dienst Toeslagen hierover is namelijk volledig vastgelopen en de capaciteit om dit te veranderen schiet enorm tekort, aldus de afdeling bestuursrechtspraak.

Alleen voor compensatie werkelijke schade

De uitspraak heeft alleen betrekking op zaken waarbij de Dienst Toeslagen niet op tijd besluit op een verzoek om compensatie van de werkelijk geleden schade. Voor andere besluiten gelden andere termijnen. Zo heeft de Dienst Toeslagen vanaf 26 maart 2025 60 weken langer de tijd om te beslissen op bezwaarschriften tegen de geboden compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. Die termijn blijft dus in stand.

Let op! De Afdeling bestuursrechtspraak gaat ook nog in op alternatieve hersteltrajecten. Lees hierover meer in het persbericht over de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. Inmiddels heeft de staatssecretaris in een voortgangsbrief ook laten weten dat gedupeerde ouders met aanvullende schade steeds sneller kunnen worden geholpen via MijnHerstel. Lees meer hierover in het nieuwsbericht op Rijksoverheid.nl.

 

Andere partnerverdeling box 3

Fiscale partners kunnen hun box 3-inkomen in de aangifte onderling verdelen. In de wet is opgenomen dat een andere verdeling alleen kan tot het moment waarop de aanslagen van beide partners onherroepelijk vaststaan.

Let op! Een aanslag staat onherroepelijk vast als de definitieve aanslag is opgelegd en er geen tijdig bezwaar of beroep meer loopt.

Verliesverrekening

In een casus die voorlag bij de Hoge Raad stonden de aanslagen IB 2015 al onherroepelijk vast. Een van de partners leed in 2018 een ondernemersverlies dat verrekend werd met de aanslag IB 2015. De partners wilden daarna box 3 anders tussen elkaar verdelen. De reden was dat met die andere verdeling de heffingskortingen volledig benut konden worden.

Hoge Raad: geen nieuwe verdeling mogelijk

De Belastingdienst stond de andere verdeling niet toe omdat de aanslagen IB 2015 al onherroepelijk vaststonden. De rechtbank was het daar mee eens, maar het gerechtshof niet.

Het gerechtshof oordeelde dat de wetgever niet voorzien en gewild had dat de heffingskortingen niet volledig benut konden worden. Het gerechtshof verminderde daarom de aanslag van een van de partners.

De Hoge Raad was het daar niet mee eens. Naar het oordeel van de Hoge Raad doet zich hier niet een bijzondere omstandigheid voor die de wetgever niet heeft voorzien en gewild. Na de achterwaartse verliesverrekening was dan ook geen nieuwe verdeling van box 3 mogelijk omdat de aanslagen al onherroepelijk vaststonden.

Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 

De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement dat in 2028 in zou moeten gaan. 

Kort samengevat omvat het werkelijke rendement in deze wet zowel gerealiseerde als ongerealiseerde rendementen. Dit betekent dat naast de reguliere voordelen ook de jaarlijkse waardeontwikkelingen van bijvoorbeeld beleggingen tot het werkelijke rendement behoren. Voor deze vermogensaanwasbelasting geldt alleen een uitzondering voor onroerende zaken en aandelen in startups en scale-ups. Hiervoor geldt een vermogenswinstbelasting, waardoor (naast de reguliere voordelen) alleen het gerealiseerde rendement – bijvoorbeeld bij verkoop – tot het werkelijke rendement behoort. 

Opties wijzigingen wetsvoorstel 

Het leek erop dat er in de Eerste Kamer geen meerderheid zou komen voor het wetsvoorstel. De Minister van Financiën liet eind februari 2026 al weten dat hij het wetsvoorstel daarom wilde aanpassen. In een Kamerbrief van 19 juni 2026 heeft de Staatssecretaris van Financiën vervolgens laten weten de volgende opties te overwegen voor wijziging van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3: 

Let op! In augustus 2026 beslist het kabinet over deze opties. Een en ander zal mede afhangen van de budgettaire dekking en voorstellen op andere wetsvoorstellen/wetten waarover nog beslist moet worden. Op Prinsjesdag 2026 zal in een novelle op het wetsvoorstel een en ander bekendgemaakt worden. 

Uitstel stemming in Eerste Kamer 

De novelle wordt op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze moet de novelle daarna nog behandelen en daarover stemmen. 

De Eerste Kamer heeft de stemming over het wetsvoorstel Wet Werkelijk rendement box 3 daarom uitgesteld tot na de behandeling van de novelle in de Eerste Kamer. De verwachting is dat de behandeling van die novelle in de Eerste Kamer in januari 2027 pas kan starten. 

Nog geen volledige vermogenswinstbelasting 

Vooralsnog lijkt het erop dat het kabinet er nog niet voor kiest om per 2028 al een vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen te introduceren. Het plan daarvoor blijft wel bestaan, maar het kabinet heeft aangegeven meer tijd daarvoor nodig te hebben. 

Moties Eerste Kamer

Tijdens het debat op 30 juni 2026 in de Eerste Kamer zijn nog wel de volgende moties ingediend waarin de regering verzocht wordt om:

Let op! De Eerste Kamer stemt op dinsdag 7 juli 2026 over deze moties, die overigens allemaal door de staatssecretaris ontraden worden.

Waarde in het economische verkeer 

De wet bepaalt dat vorderingen en schulden in box 3 gewaardeerd moeten worden op de waarde in het economische verkeer. De Belastingdienst heeft aangegeven dat de waarde in het economische verkeer bij van vorderingen en schulden normaal gesproken gelijk is aan de nominale waarde hiervan, als sprake is van zakelijke condities. 

Contante waarde bij vaste rente 

Betreft het een vordering of schuld met een vaste rente? Dan is de waarde in het economische verkeer gelijk aan de contante waarde als de marktrente op enig moment gedurende de looptijd afwijkt van de vaste rente. 

Goedkeuring Belastingdienst 

Het berekenen van de waarde in het economische verkeer is administratief bewerkelijk. Bovendien geven banken altijd de nominale waardes door aan de Belastingdienst. Om die reden keurt de Belastingdienst goed dat je in box 3 uitgaat van de nominale waarde in plaats van de waarde in het economische verkeer. 

Voorwaarden goedkeuring 

Deze goedkeuring geldt alleen als je consistent kiest voor de nominale waarde. Dit betekent dat je de nominale waarde gebruikt voor de berekening van het forfaitair rendement maar ook voor de berekening van het werkelijke rendement volgens de tegenbewijsregeling box 3. 

Let op!De goedkeuring geldt totdat de Wet werkelijk rendement box 3 in werking treedt. Dit is voorzien per 1 januari 2028.

Kerstarrest 

De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 in het kerstarrest dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad bood in die casus rechtsherstel door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. 

Om uitvoering te geven aan het rechtsherstel, voerde de wetgever voor de jaren 2017 tot en met 2022 de Wet rechtsherstel box 3 (hierna: Herstelwet) in. Elke belastingplichtige van wie de aanslag inkomstenbelasting (hierna: IB) op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, kreeg rechtsherstel volgens deze Herstelwet. 

Dit gold niet voor belastingplichtigen van wie de aanslag IB op 24 december 2021 wel al onherroepelijk vaststond. Voor deze belastingplichtigen, de zogenaamde niet-bezwaarmakers, is de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure) ingevoerd. 

MB+-procedure 

De uitspraak van de Hoge Raad van 25 juni 2026 is gedaan in twee proefprocedures die onderdeel zijn van die MB+-procedure. In de MB+-procedure stond de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3 toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement. 

De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen, omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NOB, RB en SRA) meenden dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening was gehouden. Daar ging de MB+-procedure over. 

Uitspraak Hoge Raad 

De Hoge Raad heeft uitgesproken geen reden te zien om terug te komen op de uitspraak van mei 2022, ook niet op basis van de argumenten die eerder nog niet aan de orde waren gekomen. De Hoge Raad is van oordeel dat er ook geen sprake is van discriminatie ten opzichte van belastingplichtigen die wel op tijd bezwaar maakten. Ook het evenredigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel zijn niet geschonden, aldus de Hoge Raad. 

Dit betekent dat de Hoge Raad bij zijn standpunt blijft dat niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 hebben. 

Wat betekent dit voor jouw aanslagen IB? 

De twee uitspraken van 25 juni 2026 zijn niet alleen van belang voor de betreffende belastingplichtigen, maar voor elke belastingplichtigen die is aangesloten bij de MB+-procedure. 

Stonden ook jouw aanslagen IB op 24 december 2021 onherroepelijk vast en diende je daarna een verzoek om ambtshalve vermindering in? Dan zijn deze verzoeken onderdeel van de MB+-procedure. De Hoge Raad heeft daarover op 25 juni 2026 beslist dat deze verzoeken niet gehonoreerd hoeven te worden. Je krijgt daarom definitief geen teruggaaf box 3 over deze jaren. 

Let op! Dit betekent ook dat je voor die jaren geen beroep kunt doen op de uitspraak van de Hoge Raad van 6 juni 2024. In dit zogenaamde D-dag-arrest bepaalde de Hoge Raad dat de Herstelwet naar aanleiding van het Kerstarrest ook niet door de beugel kon. Sindsdien wordt rechtsherstel toegepast volgens de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten. Als deze MB+-procedure positief was afgelopen, hadden de niet-bezwaarmakers ook hierop een beroep kunnen doen. Dat is nu dus ook definitief van de baan. 

Legitieme portie

Een kind kan na het overlijden van een ouder recht hebben op een legitieme portie, ook als de ouder het kind onterfd heeft. Het kind moet die legitieme portie dan wel opeisen. Als een kind zijn legitieme portie opeist, komt de waarde van deze legitieme portie in mindering op de tussen de erfgenamen te verdelen nalatenschap.

Nog niet opgeëiste legitieme portie

Maar wat nu als de legitieme portie nog niet is opgeëist? Mag je dan als erfgenaam bij de berekening van het box 3-vermogen er rekening mee houden dat de legitieme portie misschien nog zal worden opgeëist? De Belastingdienst vindt van niet. Er is dan namelijk nog geen opeisbare schuld van de erfgenamen aan het onterfde kind.

Later opgeëiste legitieme portie

En als de legitieme portie later wordt opgeëist, bijvoorbeeld na drie jaar als de nalatenschap al is verdeeld? Mogen de erfgenamen dan met terugwerkende kracht daar rekening mee houden in box 3? De Belastingdienst vindt dat vanaf het moment dat het onterfde kind de legitieme portie heeft opgeëist, deze als schuld in box 3 meetelt bij de erfgenamen. De erfgenamen kunnen echter niet met terugwerkende kracht ook rekening houden met deze schuld in eerder jaren.

Let op! Voor het onterfde kind geldt ook dat de legitieme portie meetelt in box 3 vanaf het moment dat hij deze heeft opgeëist.

Overgangsrecht

Vanaf 2013 zijn de regels rond de aftrek van rente voor een eigen woning flink gewijzigd. Zo is onder meer bepaald dat de rente van aflossingsvrije leningen niet meer aftrekbaar is. De lening moet namelijk minimaal annuïtair in maximaal 360 maanden volledig afgeloste worden, wil er nog recht bestaan op renteaftrek. Wel is er overgangsrecht van toepassing voor op 31 december 2012 al bestaande gevallen. Voor die gevallen blijft de rente wel aftrekbaar.

Tijdelijk naar een huurwoning en door naar andere eigen woning

De Belastingdienst heeft aangegeven dat dit overgangsrecht en de renteaftrek niet herleeft in de volgende situatie.

Een belastingplichtige verhuist van een eigen woning, waarvoor hij vóór 2013 een aflossingsvrije lening afsloot, naar een huurwoning. Deze gaat hij permanent bewonen, terwijl hij de oude woning aanhoudt als vakantiewoning. De oude woning (inmiddels vakantiewoning) en de aflossingsvrije lening gaan hierdoor over naar box 3. Na een jaar koopt hij een nieuwe eigen woning, waarvoor hij een aflossingsvrije lening aangaat. Hij verhuist onmiddellijk naar deze nieuwe woning. 
De Belastingdienst geeft aan dat de rente voor de nieuwe eigen woning niet aftrekbaar is. Door de overgang van de oude woning naar box 3 is namelijk het overgangsrecht beëindigd. Dit overgangsrecht herleeft niet voor de nieuwe eigen woning. 

Tijdelijk naar een huurwoning en terug naar oorspronkelijke eigen woning

Dit is anders als de belastingplichtige terugverhuist naar zijn oorspronkelijke eigen woning. In 2023 gaf de Belastingdienst namelijk aan dat het overgangsrecht en de renteaftrek namelijk in de volgende situatie wel herleeft.

Een belastingplichtige verhuist van een eigen woning, waarvoor hij vóór 2013 een aflossingsvrije lening afsloot, naar een huurwoning. Deze gaat hij permanent bewonen, terwijl hij de oude woning aanhoudt als vakantiewoning. De oude woning (inmiddels vakantiewoning) en de aflossingsvrije woning gaan hierdoor over naar box 3. Na enkele jaren verhuist hij weer terug naar de oude eigen woning en gaat hier permanent wonen.

De Belastingdienst geeft aan dat de rente voor de (oude) eigen woning vanaf dat moment weer aftrekbaar is. In deze situatie herleeft het overgangsrecht, omdat de oorspronkelijke eigen woning met de oorspronkelijke aflossingsvrije lening weer terugkeren in box 1.

Let op! De regels rondom de eigen woning zijn behoorlijk ingewikkeld, zeker bij verhuis- en echtscheidingssituaties. Neem voor je eigen situatie daarom altijd contact op met onze adviseurs.

Identiteit verifiëren

Verrichters van cryptodiensten moeten de identiteit van hun klanten verifiëren. Ook de woonplaats van de klant moet worden vastgesteld. Dit mag onder andere met behulp van de zogenaamde eigen verklaring.

Transacties

De gegevens die aan de Belastingdienst verstrekt moeten worden, hebben voornamelijk betrekking op de identiteit van de klanten en op de verrichte transacties. Bij de identiteit gaat het onder meer om de naw-gegevens en het bsn-nummer. De transactiegegevens moeten vergaand worden gespecificeerd, zodat per transactie is te achterhalen wat de omvang ervan was en of deze al dan niet winstgevend is geweest.

Let op! De cryptodienstverleners moeten deze gegevens vanaf 1 januari 2026 bijhouden en uiterlijk 31 januari 2027 aan de Belastingdienst doorgeven.

Onderlinge uitwisseling

De EU-lid staten zullen de opgevraagde gegevens onderling uitwisselen, zodat het ontgaan van belastingheffing zoveel mogelijk kan worden voorkomen. Een Europese organisatie zorgt voor uitwisseling van de gegevens met landen die niet tot de EU behoren, voor zover er met deze landen een verdrag aanwezig is. 

Informatieplicht

Aanbieders van cryptodiensten zijn verplicht hun klanten te informeren over de door hen aan de Belastingdienst verstrekte gegevens. Met betrekking tot het jaar 2026 moet dat uiterlijk op 31 januari 2027.

Let op! Vermogen in de vorm van cryptovaluta valt in de regel in box 3, tenzij het vermogen behoort tot het vermogen van een onderneming. Door de nieuwe wet krijgt de Belastingdienst dan ook meer grip op vermogen dat is belegd in cryptovaluta zoals de bitcoin, en wordt belastingontduiking tegengegaan.

MB+-procedure

Het advies van de AG is gegeven in twee proefprocedures die onderdeel zijn van de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure). In de MB+-procedure staat de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3 toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement.

De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen, omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NBA, NOB, RB en SRA) menen dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening is gehouden. Daar gaat de MB+-procedure over.

Vier proefprocedures

In de MB+-procedure zijn proefprocedures gevoerd voor vier rechtbanken. De rechtbanken hebben inmiddels allemaal de Hoge Raad gevolgd. De groep niet (of te laat) bezwaarmakers heeft dus ook volgens de rechtbanken geen recht op berekening van het box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 op basis van werkelijk rendement.

Advies AG

Twee procedures zijn inmiddels in behandeling bij de Hoge Raad. Een AG heeft hierover op 8 mei 2026 advies uitgebracht aan de Hoge Raad. Het advies is om niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 te geven.

Let op! Het is niet gezegd dat de Hoge Raad dit advies van de AG opvolgt. Het wachten is daarom op het oordeel van de Hoge Raad. Wanneer de Hoge Raad zich hierover uitspreekt, is nog niet bekend. In afwachting van het oordeel van de Hoge Raad hoef je geen nadere actie te ondernemen.

Berichtenbox

Via mijn.overheid.nl kun je met behulp van DigiD toegang krijgen tot je berichtenbox. Dit is je persoonlijke digitale brievenbus voor post van de overheid. Toegang is ook mogelijk met behulp van de app Berichtenbox.

Tip! Je kunt aangeven een email te willen ontvangen als er nieuwe post in je berichtenbox is bezorgd en een herinnering krijgen als er nog ongelezen post in je berichtenbox zit.

Uitbreiding

In de berichtenbox kun je aangeven van welke organisaties je de post digitaal wilt ontvangen. Vanaf 8 december 2025 was het al mogelijk om aan te geven dat je de uitnodiging tot het doen van aangifte IB alleen digitaal van de Belastingdienst wilt ontvangen. Vanaf 1 mei 2026 kan dat dit ook voor de voorlopige en definitieve aangifte IB niet-winst. De uitbreiding met de nieuwe mogelijkheden past in het streven het totale berichtenverkeer van de Belastingdienst digitaal te versturen.

Tip! Een eenmaal gemaakte keuze kan altijd worden herzien, zodat je vanaf dat moment de post van de Belastingdienst weer op papier ontvangt.

Let op! De gemaakte keuze geldt per direct, dus ook voor aanslagen en voorlopige aanslagen IB niet-winst 2025..

Minder papier en porto

De digitalisering heeft als voordeel dat de Belastingdienst fors bespaart op de kosten van papier en porto. Inmiddels hebben al zo’n drie miljoen burgers ervoor gekozen de post van de Belastingdienst alleen digitaal te willen ontvangen. De Belastingdienst verwacht eind 2026 ongeveer negen miljoen minder brieven verstuurd te hebben.

Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram