De Belastingdienst heeft zich uitgesproken over een casus waarin iemand alle aandelen in een bv schonk aan een ander. In de schenkingsakte was een mogelijkheid opgenomen om deze schenking te herroepen. De schenker maakte gebruik van dit herroepingsrecht waardoor de aandelen weer terugkeerden in zijn vermogen.
De Belastingdienst heeft aangegeven dat in deze situatie bij de ontvanger van de schenking een afrekening plaatsvindt in box 2. De Belastingdienst vindt namelijk dat in zo’n geval een (fictieve) vervreemding van de aandelen plaatsvindt.
De waarde waartegen de vervreemding plaatsvindt is de waarde in het economische verkeer op het moment van de herroeping. De verkrijgingsprijs van de aandelen voor de ontvanger van de schenking is de waarde in het economische verkeer op het moment van schenking.
Stel dat de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van schenking € 1.500.000 is. Als de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van herroeping € 2.000.000 is, wordt bij de ontvanger van de schenking een vervreemdingsvoordeel in box 2 in aanmerking genomen van € 500.000. De ontvanger betaalt hierover tot 31% belasting!
Let op! In dit vereenvoudigde voorbeeld van de werkelijkheid is geen rekening gehouden met eventuele uitgekeerde dividenden en eventuele gevolgen van de herroeping hiervoor.
De (fictieve) vervreemding van de aandelen bij een herroeping van de schenking, kan zuur uitpakken voor de ontvanger van de schenking. Die wordt immers geconfronteerd met een afrekening in box 2, zonder dat hij/zij daar enige invloed op heeft of zelf inkomsten van heeft ontvangen.
Bij het schenken van de aandelen zou in de schenkingsovereenkomst wellicht een verplichting tot compensatie van de ontvanger van de schenking opgenomen moeten worden. Dit in verband met de kennis dat de Belastingdienst een belastbaar feit in aanmerking zal willen nemen bij herroeping van een schenking van box 2 aandelen.
Let op! De schenker profiteert ook van de afrekening die bij de ontvanger van de schenker plaatsvindt in box 2. De verkrijgingsprijs van de aandelen wordt voor de schenker namelijk verhoogd. In het voorbeeld dus naar € 2.000.000.
In de literatuur is overigens niet iedereen het eens met het standpunt van de Belastingdienst. Zo zijn er geluiden dat in deze situatie geen vervreemdingsvoordeel bij de ontvanger van de schenking in aanmerking zou moeten komen. Bij de schenker zou dan zijn oorspronkelijke verkrijgingsprijs van de aandelen weer moeten herleven. Er zijn echter ook geluiden die het standpunt van de Belastingdienst onderschrijven.
Let op! De Hoge Raad moet zich nog over een dergelijke situatie uitspreken.
Het aflossen van een schuld is normaal gesproken geen schenking. Dat kan anders zijn als je meer aflost dan de waarde van de schuld.
Een overbedelingsschuld is minder waard als je deze aflost voor je overlijden. Dit komt omdat je deze schuld pas hoeft af te lossen bij je overlijden. Als je daarom een overbedelingsschuld eerder aflost tegen de nominale waarde, los je meer af dan dat de schuld waard is.
Daarom is sprake van een schenking als je onverplicht en voortijdig (dus voor je overlijden) een hoger bedrag dan de contante waarde van de overbedelingsschuld aflost.
Hoe bereken je die contante waarde? Dat moet je doen tegen de marktrente, maar voor overbedelingsschulden bestaat geen markt. Daarom kan je voor de rente aansluiten bij een jaarlijks door de Belastingdienst gepubliceerde marktrente. Voor 2026 bedraagt deze marktrente 2,593%.
Voorbeeld
X is 81 jaar en heeft een renteloze overbedelingsschuld aan zijn kind van € 100.000. Bij een resterende levensverwachting van vijf jaar wordt de contante waarde als volgt berekend: € 100.000/1,02593^5 = € 87.986.
Als X de overbedelingsschuld uit het voorgaande voorbeeld volledig aflost tegen de oorspronkelijke nominale waarde van € 100.000, is er sprake van een schenking.
De hoogte van die schenking wordt als volgt berekend: bij schulden met minder dan 6% samengestelde rente word je als ouder geacht het (fictieve) vruchtgebruik over die schulden te hebben. De vervroegde aflossing is dan het prijsgeven van dit vruchtgebruik.
Vervolg voorbeeld
Het vruchtgebruik berekend volgens de daarvoor bestemde tabellen in de successiewet bedraagt 24%. Dit betekent dat het vruchtgebruik op de schuld van € 100.000, € 24.000 bedraagt en de bloot-eigendom € 76.000. Als X € 100.000 aflost, bedraagt de schenking € 100.000 minus € 76.000 = € 24.000. Lost X minder af, bijvoorbeeld € 90.000? Dan bedraagt de schenking € 90.000 minus € 76.000 = € 14.000.
Als je iets erft of geschonken krijgt, wordt de waarde over het algemeen berekend naar de WEV. Alleen voor woningen geldt een afwijkende waardering. Daarbij mag de verkrijger kiezen voor de WOZ-waarde van het jaar waarin de verkrijging plaatsvindt of de WOZ-waarde van het jaar erna.
Medio 2025 was in een internetconsultatie een voorstel opgenomen om vanaf 2027 de waardering van woningen bij schenkingen te laten plaatsvinden tegen de WEV. In de Voorjaarsnota 2026 is echter bekendgemaakt dat dit voorstel niet doorgaat.
Let op! Voor woningen die je erft, waren geen aanpassingen voorgesteld en zou de waardering, ook vanaf 2027, gebaseerd blijven op de WOZ-waarde.
Nu de wet niet gewijzigd wordt, blijven bij schenken en erven de voordelen bestaan van een verschil tussen de WOZ-waarde en de WEV van een woning. Welke voordelen dat zijn wordt duidelijk aan de hand van de volgende voorbeelden.
Stel, de WOZ-waarde van een woning is € 300.000 en de WEV € 350.000. Bij schenking van de woning wordt schenkbelasting berekend op basis van € 300.000. Als de verkrijger de woning daarna meteen doorverkoopt tegen de WEV, ontvangt hij effectief € 350.000, maar betaalt hij maar schenkbelasting op basis van € 300.000.
Stel dat de woning in het vorige voorbeeld niet geschonken wordt, maar verkocht tegen de WOZ-waarde van € 300.000. Economisch vindt er dan een schenking plaats van € 50.000 (€ 350.000 WEV minus € 300.000 verkoopprijs). De waarde van de schenking voor de schenkbelasting is echter nihil, omdat de waarde van de woning wordt bepaald op de WOZ-waarde.
Let op! Neem voor uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.
Op 16 januari 2026 oordeelde de Hoge Raad dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend werd op een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) te hoog was. Er was strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel omdat er geen goede rechtvaardiging was om bij de Vpb een hogere rente te berekenen dan bij andere belastingen, waaronder de IB.
Let op! Inmiddels berekent de Belastingdienst, conform het oordeel van de Hoge Raad, over aanslagen Vpb hetzelfde rentepercentage als over aanslagen IB.
In de uitspraak van 16 januari 2026 gaf de Hoge Raad al aan dat bij de belastingrente op een aanslag IB geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel of Europees recht. Die rente is dus niet te hoog volgens de Hoge Raad.
Op 10 april 2026 verwees de Hoge Raad nogmaals naar de uitspraak van 16 januari 2026 en oordeelde dat de belastingrente op een aanslag IB van minimaal 4% niet onevenredig is.
De belastingplichtige in deze casus kreeg op een ander punt wel gelijk van de Hoge Raad. De belastingrente bedroeg een tijdje 0,01% in verband met de coronacrisis, maar was per 1 oktober 2020 weer verhoogd naar 4%. De belastingrente was bij beschikking van 26 september 2020 in rekening gebracht, waarbij over de periode van 1 tot en met 20 oktober 2020 4% was berekend. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet mocht omdat de regeling waarop die hogere rente berustte nog niet in werking was getreden op 26 september 2020. Dit gebeurde immers pas op 1 oktober 2020. De belastingrente voor de periode 1 tot en met 20 oktober 2020 moest daarom berekend worden tegen 0,01%.
Rechtbank Den Haag boog zich over de vraag wanneer een verzoek om een voorlopige aanslag bij de Belastingdienst binnen moet zijn om belastingrente over de aanslag erfbelasting te voorkomen.
De Belastingdienst vond dat dit moest binnen acht maanden na de overlijdensdatum. De rechtbank oordeelde echter dat dit moest vóór de eerste dag van de negende maand na de overlijdensmaand.
Voorbeeld
Het overlijden vond plaats op 13 mei 2023. Het verzoek om een voorlopige aanslag erfbelasting van de erfgenamen kwam bij de Belastingdienst binnen op 31 januari 2024. De Belastingdienst bracht belastingrente in rekening, omdat het verzoek naar het oordeel van de Belastingdienst binnen moest zijn uiterlijk 12 januari 2024. De rechtbank vond dat de erfgenamen wel op tijd waren en vernietigde daarom de beschikking belastingrente.
Uw kind heeft een bv. Die bv wil een lening afsluiten bij een bank, maar de bank wil de lening alleen verstrekken als er een borgstelling is. U besluit persoonlijk borg te staan voor de lening. U berekent daarvoor geen vergoeding (borgstellingsprovisie) aan de bv van uw kind. Is hier sprake van een schenking?
De Belastingdienst geeft aan dat hier sprake is van een schenking, omdat u uit vrijgevigheid genoegen neemt met een lagere vergoeding voor de borgstelling dan wat een zakelijke vergoeding is. De schenking wordt toegerekend aan degene die voordeel heeft van die vrijgevigheid, in dat geval uw kind die de aandeelhouder is van de bv.
Let op!De schenking vindt plaats op het moment dat u de borgstelling verstrekt en dus niet pas op het moment dat u zou worden aangesproken als borg, aldus de Belastingdienst.
Door het borgstaan voor een lagere dan een zakelijke vergoeding, worden de aandelen van de bv van uw kind meer waard volgens de Belastingdienst. De bv kan immers onder aantrekkelijke voorwaarden geld lenen bij de bank zonder (of tegen een lagere) vergoeding dan in zakelijke verhoudingen. De hoogte van de schenking is daarom gelijk aan de waardestijging van de aandelen als gevolg van die borgstelling tegen een lagere vergoeding dan zakelijk.
Voor de schenkbelasting wordt gerekend met de tarieven en vrijstelling die gelden voor een kind. De schenking wordt immers toegerekend aan uw kind.
Let op!Het standpunt van de Belastingdienst wordt in de fiscale vakliteratuur bekritiseerd. Neem voor uw eigen situatie daarom contact op met onze adviseurs.
Op het ouderdomspensioen dat een echtgenoot tijdens het huwelijk opbouwt hebben beide echtgenoten voor een gelijk deel recht. Om die reden regelt de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding, Wvps, dat bij een echtscheiding dit tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen uiteindelijk aan beide echtgenoten voor een gelijk deel wordt uitgekeerd.
Let op!De Wvps maakt geldt zowel bij een huwelijk in gemeenschap van goederen als bij huwelijkse voorwaarden.
U kunt in uw huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant wel gezamenlijk regelen dat de Wvps niet van toepassing is. Dit betekent dat bij een echtscheiding het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van een echtgenoot uiteindelijk toch niet voor de helft aan de andere echtgenoot wordt uitgekeerd
Als een echtgenoot afziet van zijn recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van de andere echtgenoot, kan er sprake zijn van een schenking door deze andere echtgenoot aan de ander. Dit is het geval als de echtgenoot niet financieel wordt gecompenseerd.
Let op! Als de echtgenoot die afziet van zijn recht op de helft van het ouderdomspensioen van de ander wel voldoende wordt gecompenseerd, zal er geen sprake zijn van een schenking. Zo’n compensatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden als bij de verdeling van de gemeenschap van goederen meer wordt toebedeeld aan deze echtgenoot.
De Wvps is ook van toepassing op geregistreerde partnerschappen. Wat in deze tekst beschreven staat voor gehuwden geldt daarom ook voor geregistreerde partners.
Let op!Het voorgaande is gebaseerd op een kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst. In vakliteratuur en de praktijk is de nodige kritiek op dit standpunt geuit. Neem voor uw eigen situatie daarom altijd contact op met één van onze adviseurs.
Heeft u van uw ouders een schenking ontvangen, dan is deze in 2025 tot en met een bedrag van € 6.713 vrijgesteld van belasting. Was de schenking meer dan € 6.713, dan doet u aangifte schenkbelasting.
Gaat het niet om de schenking van uw ouders maar van een ander, dan geldt voor 2025 een vrijstelling van belasting voor een bedrag tot en met € 2.690 per schenker. Ontving u meer dan € 2.690 van dezelfde schenker, dan moet u aangifte schenkbelasting doen.
Voor kinderen van 18 jaar tot 40 jaar die een schenking van hun ouders ontvangen, geldt voor 2025 eenmalig een verhoogd vrijgesteld bedrag van € 32.195. Wordt het geld aantoonbaar gebruikt voor een dure studie, dan bedroeg de hoogte in 2025 € 67.064.
Let op! Doet u een beroep op een schenking van een van deze eenmalige verhoogde vrijstellingen, dan moet u altijd aangifte schenkbelasting doen.
U kunt online uw aangifte schenkbelasting indienen. U logt in met uw DigiD en vult de benodigde gegevens in. U hoeft geen rekening te houden met de vrijstellingen, want dit doet het programma automatisch. U krijgt geen berekening te zien van de te betalen schenkbelasting.
Tip! U kunt op de site van de Belastingdienst berekenen hoe hoog de te betalen schenkbelasting is. U dient de noodzakelijke gegevens in te vullen, waaronder de omvang van het ontvangen bedrag. Ook is van belang wie de schenkbelasting betaalt. Vervolgens berekent het programma de te betalen belasting.
Voorbeeld
U ontving in 2025 van uw ouders een schenking van € 10.000. Er wordt geen beroep gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling. De te betalen schenkbelasting bedraagt dan € 328. Van het geschonken bedrag is namelijk € 3.287 (€ 10.000 -/- € 6.713) niet vrijgesteld. Hierover moet 10% schenkbelasting worden afgedragen.
Let op! Zorg dat uw aangifte schenkbelasting over 2025 vóór 1 maart 2026 bij de Belastingdienst is ingediend.
Veelal wordt geschonken aan kinderen. Hiervoor gelden dan ook de meeste vrijstellingen, die ook voor 2026 zijn geïndexeerd. U mag aan ieder kind in 2026 € 6.908 belastingvrij schenken (2025: € 6.713).
Er geldt ook een tweetal eenmalig verhoogde vrijstellingen voor schenkingen van ouders aan hun kinderen. Zo mogen ouders in 2026 aan ieder kind in de leeftijd tussen de 18 en 40 jaar – uiterlijk op de 40e verjaardag – eenmalig een bedrag van € 33.129 (2025: € 32.195) schenken.
Let op! Als u dit eenmalig verhogde bedrag in 2026 schenkt, mag u uw kind niet ook nog het bedrag van € 6.908 belastingvrij schenken.
Volgt uw kind een dure studie? Dan mag u eenmalig een bedrag van € 69.009 (2025: € 67.064) aan uw kind tussen 18 en 40 jaar schenken ter financiering hiervan. Aan deze schenking is een aantal voorwaarden verbonden. Onder meer moet de studie minstens € 20.000 per jaar kosten, exclusief de kosten van het levensonderhoud. U moet de schenking notarieel vastleggen. Ook moet u aannemelijk kunnen maken dat de schenking daadwerkelijk voor de studie gebruikt is.
Let op! Ook hier geldt dat als u dit bedrag schenkt, u uw kind in dat jaar niet ook nog het bedrag van € 6.908 belastingvrij mag schenken.
Let op! U mag de verhoogde vrijstellingen alleen gebruiken als er in het verleden niet eerder gebruikgemaakt is van een verhoogde vrijstelling. Dit geldt ook voor de verhoogde vrijstelling die enige jaren gold ten behoeve van een eigen woning.
Schenkt u een bedrag aan een ander dan uw kind, bijvoorbeeld aan uw kleinkind, dan bedraagt de vrijstelling in 2026 € 2.769 (2025: € 2.690).
Let op! Alle genoemde vrijstellingen gelden per kalenderjaar.
Schenkt u meer dan de genoemde bedragen, dan betalen uw kinderen in 2026 10% belasting over een bedrag tot € 158.669 (2025: € 154.197). Over het meerdere betalen ze 20% belasting. Kleinkinderen en verdere afstammelingen betalen 18% belasting over een bedrag tot € 158.669 en 36% over het meerdere. Voor alle anderen bedraagt het tarief 30% tot € 158.669 en 40% over het meerdere.
Naast de bedragen van de vrijstellingen in de schenkbelasting, zijn ook de vrijgestelde bedragen in de erfbelasting verhoogd als gevolg van de jaarlijkse indexatie. Dit levert de onderstaande vrijstellingen op:
| 2025 | 2026 | |
| Vrijstelling partner | € 804.698 | € 828.035 |
| Vrijstelling invalide kind | € 76.453 | € 78.671 |
| Vrijstelling (klein)kinderen | € 25.490 | € 26.230 |
| Vrijstelling ouder | € 60.359 | € 62.110 |
Let op! Het tarief in de erfbelasting is gelijk aan het tarief in de schenkbelasting.
Met betrekking tot bovenstaande vrijstellingen is van belang dat kinderen die geen juridische band hebben met hun biologische ouder gelijkgesteld worden aan kinderen die deze band wel hebben. Over schenkingen en erfenissen van hun biologische, maar niet juridische ouder, gelden voortaan dus dezelfde vrijstellingen.
© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01