HLB logo
Vacatures
Contact
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors

Deadline 1 oktober 2027

Uiterlijk 1 oktober 2027 moet aan de uitvoerder worden doorgegeven hoe de nieuwe pensioenregeling er vanaf 2028 gaat uitzien. Er zijn dan vijf (globale) keuzes die gemaakt moeten worden. Daarnaast is uiteraard de nodige fine-tuning nodig.

  1. Een middelloonregeling mag niet meer. Deze kan nog omgezet worden in een stijgende beschikbare premiestaffel voor zittende werknemers. Een andere mogelijkheid is om deze direct om te zetten in een flatrate premie, al dan niet met extra compensatie. Nieuwe werknemers moeten vanaf 2028 sowieso een flatrate-premie toegezegd krijgen.
  2. Zittende werknemers per eind 2027 mogen hun bestaande beschikbare premieregeling, met een stijgende staffel, wel gewoon uitdienen. Nieuwe werknemers moeten uiteraard wel een flatrate premie toegezegd krijgen. 
  3. Het nabestaandenpensioen moet voor iedereen, dus ook voor werknemers die onder het overgangsregime vallen, worden aangepast. Dit mag maximaal 50% van het salaris bedragen, en moet op risico-basis verzekerd zijn. Het gemiddelde in de markt ligt overigens ongeveer op 25 á 30%. Het wezenpensioen moet, zonder verdere keuzes, tot 25 jaar duren. Werknemers mogen er niet op achteruitgaan, dus wellicht moet voor sommige werknemers een aanvullend partnerpensioen verzekerd worden. 
  4. Voor nieuwe werknemers vanaf 2028 moet altijd een flatrate premie worden vastgesteld. Deze mag maximaal 30% bedragen van de pensioengrondslag. Ook moet een eventuele eigen bijdrage van de werknemers afgesproken worden. Deze mag afwijken van die van de zittende werknemers. Of dat verstandig is ‘op de werkvloer’ is een andere discussie. 
  5. Tot slot kan aan zittende werknemers een opt-in voor de nieuwe flatrate regeling worden geboden. Dat zij dan ook een hogere eigen bijdrage moeten betalen is dan hun eigen keus. Voor jongere werknemers kan dit een goede optie zijn. Uiteraard worden de kosten voor de werkgever dan (ook) hoger. Een opt-in is daarom ook geen recht.

Ondernemingsraad

De ondernemingsraad moet instemmen met alle wijzigingen. Dit proces duurt vaak maanden, dus ook in dat kader is op tijd beginnen aan te raden. Ook de kostendoorrekeningen vergen tijd en de agenda’s van pensioenadviseurs en -rekenaars lopen vol.

Let op! Let er goed op dat alle pensioenregelingen worden meegenomen, dus ook een netto-pensioenregeling, gesloten pensioenregelingen waarin geen nieuwe werknemers meer mogen deelnemen en excedent- en vrijwillige pensioenregelingen, dus aanvullend op de basispensioenregeling. Ook is het (weer) een goed moment om te checken of alle werknemers deelnemen en/of een afstandsverklaring hebben getekend. 

Tot slot

Natuurlijk zal de minister niet nu al aangeven dat de deadline van 1 januari 2028 wordt verlengd. Dan blijven veel werkgevers natuurlijk niets doen. Maar als het nodig is, zal de deadline echt wel opgerekt worden. Toch lijkt wachten en risico lopen niet verstandig. Aan de slag dus!

Wie krijgt partnerpensioen?

Iedereen met een partner heeft onder de Wtp recht op een partnerpensioen. Dit geldt dus niet alleen voor gehuwden en geregistreerde partners, maar ook voor samenwonende partners. Deze laatste groep hoeft daartoe geen samenlevingscontract te hebben, maar kan na overlijden nog met een samenlevingsverklaring aantonen partner te zijn. 

In de praktijk betekent dit dat voor iedereen op basis van een ‘huwelijks-/samenlevingsfrequentie’ een partnerpensioen wordt verzekerd. Dat is makkelijker dan steeds bijhouden wie wel, geen of niet meer een partner heeft. Vanaf 18 jaar komt een werknemer dus ook in aanmerking voor partnerpensioen.

Let op! Er geldt geen plicht om een partnerpensioen toe te zeggen.

Hoeveel mag het partnerpensioen zijn?

Het partnerpensioen mag maximaal 50% van het salaris zijn. In de praktijk blijkt dat 25 tot 35% gebruikelijk is. Als een (oudere) werknemer nog recht heeft op een opgebouwd partnerpensioen – al dan niet premievrij vanuit een vorige werkgever –, dan komt dat boven op het nieuwe partnerpensioen. Ook al wordt gebruikgemaakt van het overgangsregime na 2028 voor zittende werknemers met een (stijgende) beschikbare premiestaffel, het partnerpensioen moet voor iedereen voldoen aan de Wtp. Er moet voor worden gezorgd dat het nieuwe partnerpensioen vergelijkbaar is met het oude. Indien nodig kan een werknemer dan kiezen voor een persoonlijke aanvulling. 

Hoe wordt het verzekerd? 

Alle partnerpensioenen worden op risicobasis verzekerd. Bij uitdiensttreding – en dus ook voor diegenen die zzp’er worden – vervalt de verzekering. Wel wordt de verzekering automatisch voortgezet voor personen die ‘in between jobs’ (WW-periode) zitten en kan het nadien vaak vrijwillig voortgezet worden. Het partnerpensioen wordt dan gefinancierd uit de spaarpot voor het ouderdomspensioen. Op de pensioeningangsdatum moet opnieuw worden gekozen of, en zo ja hoeveel, partnerpensioen er wordt ‘aangekocht’. 

Wezenpensioen

Tot slot moet het wezenpensioen in de Wtp, als dat wordt toegezegd, tot de leeftijd van 25 jaar duren. Een andere leeftijd is niet meer toegestaan. Nu is het nog tot 18 of maximaal 30 jaar. Het wezenpensioen bedraagt dan maximaal 10% van het salaris voor een halve wees en 20% voor een volledige wees. Ook dit wordt weer op risicobasis verzekerd. 

Let op! Het nieuwe partnerpensioen is niet moeilijk, maar moet wel én goed geregeld, én goed gecommuniceerd worden..

Heeft u zich al ingeschreven voor onze nieuwsbrief?
Inschrijven →

© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram