Uit de wet volgt dat een rechter kan afwijken van de twee weken als sprake is van een bijzonder geval. Volgens rechtbank Gelderland is hier sprake van een bijzonder geval. Het UWV kampt namelijk met grote en oplopende achterstanden in de sociaal-medische dienstverlening in combinatie met een gebrek aan verzekeringsartsen. Herbeoordelingen van mensen die al een WIA-uitkering ontvangen krijgen daarbij in 2026 in beginsel geen prioriteit, tenzij sprake is van een schrijnende situatie. Bij dit laatste gaat het om problemen van financiële aard of situaties waarin het wachten op een herbeoordeling kan leiden tot verslechtering van de gezondheid van de (ex)-werknemer.
Nu sprake is van een bijzonder geval, vindt de rechtbank dat een langere beslistermijn dan twee weken moet worden opgelegd.
Bij het bepalen van de langere beslistermijn betrekt de rechtbank de wachttijden bij het UWV. Deze komen door een tekort aan verzekeringsartsen en zijn niet op korte termijn op te lossen. Het UWV heeft gekozen voor prioritering op basis van inkomenszekerheid. Daarbij wordt de hoogste prioriteit gegeven aan Wajong-aanvragen en aanvragen beoordeling arbeidsvermogen. Verder wordt prioriteit gegeven aan WIA-eindewachttijdbeoordelingen. Er wordt in 2026 geen voorrang meer gegeven aan herbeoordelingsverzoeken en bezwaarschriften waartegen een beroep vanwege het niet tijdig beslissen is ingesteld. Door de gestelde prioriteiten behandelt het UWV in 2026 dus ook geen herbeoordelingen van (ex-)werknemers die al een WIA-uitkering hebben en geen bezwaarzaken, tenzij sprake is van een schrijnende situatie. Het is ook nog niet duidelijk of dat in 2027 wel mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat de op te leggen beslistermijn recht moet doen aan de reële mogelijkheden van het UWV om beoordelingen zorgvuldig af te handelen. De rechtbank wil geen termijn stellen waarvan het bij voorbaat duidelijk is dat het UWV die gelet op de capaciteitsproblemen en prioritering niet zal gaan halen. De termijn moet echter ook tegemoetkomen aan het belang van de aanvrager om binnen afzienbare tijd een besluit te ontvangen.
De rechtbank wijkt vervolgens expliciet af van haar eerdere lijn uit april 2025 en sluit aan bij uitspraken van de rechtbank Limburg van 6 augustus 2026, omdat de rechtszekerheid niet wordt gediend met verschillen tussen de lijnen van de rechtbanken op dit punt. Voortaan krijgt het UWV bij dit type herbeoordelingen van rechtbank Gelderland in beginsel 52 weken na verzending van de rechtbankuitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er wordt daarbij niet langer onderscheid gemaakt tussen aanvragen van werknemers en (ex-)werkgevers.
Let op! Als sprake is van een schrijnend geval kan de rechtbank een andere (kortere) beslistermijn opleggen. Degene die zich beroept op een schrijnend situatie moet dat wel motiveren.
De beroepen die zien op zaken die binnen de door het UWV aangegeven prioritering vallen (denk aan Wajong-aanvragen en aanvragen beoordeling arbeidsvermogen en eindewachttijdbeoordelingen), zullen door de rechtbank vooralsnog aan de hand van haar eerdere lijn worden behandeld. Daarbij wordt wel onderscheid wordt gemaakt tussen werknemersberoepen en werkgeversberoepen. Voor een werknemersberoep is de beslistermijn dan twee maanden en voor een werkgeversberoep vier maanden gerekend vanaf de verzending van de rechtbankuitspraak.
Overschrijdt het UWV de gestelde termijn, dan geldt een rechterlijke dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000.




© 2024 HLB Nannen | Cookie statement | Privacy statement | Algemene voorwaarden | KVK 01140751 | BTW NL0033 79 760 B01